© Emiel Elgerma

  • Vet videoloopje toch?

De Spaanse topchef Ferran Adrià heeft een deel van zijn succes en inkomsten te danken aan innovatiefinanciering vanuit de Europese Unie en sponsoring van onder meer de additievenindustrie. Zijn ‘moleculaire keuken’ is door Adrià en additievenfabrikanten als vehikel gebruikt om restaurantkoks over de hele wereld aan hulpstoffen te helpen die tot dan toe alleen in de levensmiddelindustrie werden gebruikt.

Ernstig is dat het om tal van E-nummers gaat die ziekmakend kunnen zijn en koks – anders dan de voedingsindustrie – geen meldplicht hebben. Ook ziet niemand toe op de door chefs gebruikte doses.

Deze bevindingen staan in het tweede deel van de onthullende reconstruerende serie artikelen over de keerzijde van Adrià en de ‘post-moleculaire keuken’ dat morgen verschijnt.

Technologiebedrijven en de additievenindustrie financierde ruim de helft.

Aan het toenmalige zogeheten EU-INICON-project deden in de periode van medio 2000 tot 2005 naast Adrià en de Engelse topkok Heston Blumenthal mee. Technologiebedrijven en de additievenindustrie financierde ruim de helft. In totaal ging het om ruim 1,1 miljoen euro.

Doel van INICON was aldus de EU: het ‘introduceren van innovatieve technologieën in de moderne gastronomie voor modernisering van het koken.’ Daar bleef het echter niet bij want Adrià ‘ontwikkelde’ een eigen lijn met blikken vol poeders onder de naam El Bulli Texturas. Sinds de gebroeders Albert y Ferran Adrià in een rechtszaak verwikkeld zijn met de erfgenamen van de grootste El Bulli restaurant-investeerder, gebruiken ze hun eigen naam voor de verkoop van producten als Carrageen (E407), Xhantaam (E415), Agar (E406) en diverse andere verdikkings-, bind- en geleermiddelen. De aan INICON deelnemende fabrieken van additieven en smaakstoffen waren het Spaanse Iberagar (carrageen)en Cosmos Aromas & Sabores.

In het Europees Parlement werden medio 2007 indringende vragen gesteld over INICON en het feit dat consumenten in winkels relevante informatie over de ingrediënten van hun voedsel op de verpakking kunnen vinden, maar dat gasten in restaurants die mogelijkheid niet hebben. Indirect klonk ook toen al kritiek op Adrià door omdat een deelnemend toprestaurant voedingssupplementen leverde aan verschillende kleinere restaurants ‘die’, aldus de Spaanse Europarlementariër Raül Romeva i Rueda, ‘al helemaal geen informatie kunnen verstrekken over de mogelijke gevolgen van de producten voor de gezondheid van de consument.’ Daar komt bij dat de meeste chefs, anders dan het personeel in de levensmiddelenindustrie, geen opleiding tot voedingstechnoloog hebben genoten.

De verkoop van additieven vanuit horecagroothandels en online-verkoop is vanaf 2008 alleen maar toegenomen.

Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

word lid