Minister Koolmees geeft een toelichting op de Tijdelijke Noodmaatregel voor Overbrugging Werkgelegenheid.
© ANP/Bart Maat

Koolmees helpt kwakkelende bedrijven, niet de innovatieve groeiers

De noodmaatregel waarmee de overheid tot 90 procent van de loonkosten vergoedt, is een welkome steun in de rug van de economie. Maar een belangrijke categorie bedrijven is van de regeling uitgezonderd: innovatieve snelgroeiers. Krimpende bedrijven profiteren juist wel van de regeling. ‘Dit is slecht voor Nederland.’

Innovatieve ondernemers die 2019 nog juichend afsloten, zijn nu even wat minder blij. Zij hoorden minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) royaal steun toezeggen: bedrijven die de komende drie maanden 20 procent omzetverlies verwachten, krijgen tot 90 procent van de loonkosten vergoed – mits ze geen werknemers ontslaan. Waarom zijn veel innovatieve ondernemers dan toch niet blij?

Hun teleurstelling wordt veroorzaakt door de rekenmethode van de Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW). Die werkt goed voor bedrijven als de KLM, met normaal gesproken een redelijk stabiele omzet, maar niet voor zogeheten scale-ups, vaak innovatieve ondernemingen die de potentie hebben tot grote bedrijven uit te groeien. De reden is simpel: een bedrijf dat zich rap heeft ontwikkeld, komt niet snel aan de minimaal vereiste omzetdaling van 20 procent. Het ministerie gaat immers uit van de gemiddelde kwartaalomzet in 2019. Als de omzet in het eerste kwartaal van 2020 flink hoger is, dan moet de omzet vanaf maart (of vanaf april of mei) drie maanden lang dramatisch dalen. Zo niet, dan krijgt de scale-up geen compensatie van de overheid. Een omzetdaling van 20 procent is in ieder geval lang niet voldoende. Zie het kader voor een rekenvoorbeeld. 

Hoe werkt de NOW? Een rekenvoorbeeld

De NOW-regeling, waarvoor het loket op 6 april opengaat, werkt zo: wie zijn bedrijf geheel stillegt en dus 100 procent omzetdaling heeft, krijgt de maximale 90 procent van de loonkosten vergoed. Is de omzetdaling lager, dan wordt de subsidie evenredig lager. Bij een omzetdaling van 50% is de subsidie 45% (= 50% van 90%) van de loonsom en bij een omzetdaling van 20% is de subsidie 18% (= 20% van 90%). Daarbij wordt gekeken naar de gemiddelde kwartaalomzet van 2019 door de totale omzet van dat jaar door vier te delen. Als de verwachte omzet 20 procent lager is dan de gemiddelde kwartaalomzet vorig jaar, dan ontstaat recht op de subsidie.

Stel: de maandomzet groeide vorig jaar van 125.000 naar 200.000 euro (december 2019); en de gemiddelde kwartaalomzet was 450.000 euro. Om nu loonkostensubsidie te krijgen, moet je de komende maanden minimaal 20 procent omzet verliezen ten opzichte van die gemiddelde kwartaalomzet in 2019. Om aan het loket welkom te zijn, mag je omzet in dit rekenvoorbeeld dus niet hoger zijn dan 360.000 euro (450.000 - 90.000).

Het probleem ontstaat wanneer je als bedrijf in de eerste maanden van dit jaar – tot de start van de crisis – op een hoger omzetniveau zat dan het kwartaalgemiddelde van 2019. Was de omzet in januari en februari dit jaar al gestegen tot 220.000 euro per maand, en je omzet daalt door de crisis naar verwachting met 20 procent (naar 176.000 per maand), dan is je verwachte kwartaalomzet 528.000 euro (3 x 176.000). Dat is veel hoger dan 360.000 euro – in dit rekenvoorbeeld de maximumomzet voor subsidie. Je krijg dus niets. Wil je wel in aanmerking komen voor steun, dan moet je een veel sterkere omzetdaling doormaken, van ruim 45 procent (van 660.000 naar 360.000 euro). 

Zonder subsidie moeten snel gegroeide bedrijven dus mogelijk personeel ontslaan. Bedrijven met een tot voor kort stabiele, of zelfs afnemende omzet, hebben dit probleem niet.

Lees verder Inklappen

Voor Rik Visser, eigenaar van Microlab in Eindhoven, was de rekenmethode reden voor een brandbrief naar de lokale politiek. Microlab is een coworking-kantoor waarin zo’n 230 bedrijven zijn gevestigd, met in totaal 900 medewerkers. Onder die bedrijven zorgt de noodregeling voor veel onrust en onbegrip, zegt Visser. ‘Ik heb inmiddels tientallen ondernemers persoonlijk gesproken die niets aan de NOW hebben. Die zullen allemaal genoodzaakt zijn om personeel te ontslaan, of ze kunnen aanzienlijk minder nieuwe mensen aannemen dan verwacht.’ Visser snapt niet dat scale-ups als de zijne buiten de boot vallen. ‘Juist snelgroeiende bedrijven zijn nodig om na de crisis banen te creëren.’ Hij benadrukt dat niet alleen hippe tech-bedrijven achter het net vissen. ‘Ook een horeca-onderneming die eind 2019 een tweede vestiging opende, staat voor een gesloten loket.’ Visser heeft contact met Stijn Steenbakkers, wethouder Economie in Eindhoven, die zegt het probleem in Den Haag te zullen aankaarten. 

Modder-maar-aan-bedrijven

Een van de bedrijven in het Eindhovense Microlab is ABC E Business, dat 25 medewerkers in dienst heeft en Microsoft-software verkoopt en onderhoudt. CEO Emile Peels heeft de rekensom voor de NOW-subsidie ook gemaakt. Hij reageert teleurgesteld: ‘Ook wij merken de gevolgen van de coronacrisis. Maar wij vallen buiten de regeling, omdat we in 2019 een omzetgroei van 30 procent hadden.’ Peels zegt de crisis desondanks door te komen, maar het verbaast hem dat er wel steun is voor concurrenten die er een potje van maken. Ga maar na: krimpende ondernemingen hebben volgens de rekenmethode – in tegenstelling tot scale-ups, die een groeispurt doormaakten – veel sneller 20 procent omzetverlies. ‘Dat is een oneigenlijk concurrentievoordeel voor modder-maar-aan-bedrijven,’ vindt Jeroen Willems, investeringsmanager bij BOM Brabant Ventures

Hoe belangrijk zijn scale-upsvoor de economie? Martin Luxemburg, directeur van het Erasmus Centre for Entrepreneurship van de Erasmus Universiteit, doet daar onderzoek naar. Daaruit blijkt dat ongeveer 3000 bedrijven onder de definitie van scale-up vallen, die gezamenlijk werkgelegenheid bieden aan 378.000 mensen. In de periode 2005-2008 creëerden deze ondernemingen 220.000 banen – bepaald geen kattenpis. ‘Je wilt niet dat die omvallen.’

Niet iedereen redden

Investeringsmanager Jeroen Willems vindt de noodmaatregel op dit punt slecht voor Nederland. ‘De bedrijven waarin wij investeren zijn belangrijk voor de innovatieve kracht van de economie.’ Onderzoeker Martin Luxemburg vindt ook dat het probleem van scale-ups meer aandacht verdient. Maar, zegt hij, ze kunnen zich sneller aanpassen dan de bakker om de hoek en behoeven daarom wellicht minder snel steun. Over start-ups, bedrijven die vaak nog helemaal geen omzet hebben en nu dus ook in de kou staan, zegt Luxemburg: ‘Veel startende bedrijven zouden ook omvallen zonder crisis. We moeten niet iedereen willen redden. Maar het is lastig vast te stellen wie hulp moet krijgen.’

Voor maatwerk was te weinig tijd, het ging erom snel te helpen: de nood is hoog

Frankrijk kiest wel voor steun aan start-ups en scale-ups. Er komt 160 miljoen euro beschikbaar voor kortlopende leningen, 1,5 miljard voor vervroegde belastingteruggaven, 2 miljard voor garantstellingen om de rente op financiering te drukken, en 150 miljoen aan reeds toegezegde investeringen worden versneld gedaan – allemaal maatregelen om de liquiditeit, de hoeveelheid geld in kas, op peil te houden. Ook Duitsland werkt aan een steunpakket. 

Voorlopig kiest Nederland voor steun aan gevestigde bedrijven met een stabiele of krimpende omzet. Daarmee heeft het ministerie direct de grootste groep te pakken, voor wie er nu snel een oplossing komt. Op de vraag waarom de regeling snelgroeiende bedrijven uitsluit en krimpende juist beloont, antwoordt een woordvoerder dat het ministerie geen ‘maatwerk’ kan leveren. Daarvoor was er te weinig tijd. ‘Het ging erom snel te helpen, de nood is hoog. Het is niet voor iedereen perfect.’ 

De Eindhovense ondernemer Rik Visser heeft moeite met die verklaring. ‘Minister Koolmees kon wel een uitgebreide toelichting schrijven over concernstructuren, personeels-bv’s en netto versus bruto-omzet. Maar toch was rekening houden met seizoensarbeid of met groeibedrijven te moeilijk? Dit is wat je krijgt als KLM-lobbyisten wel meeschrijven, maar echte ondernemers niet.’ 

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Jan-Hein Strop
Jan-Hein Strop
Freelance financieel-economisch journalist met grote belangstelling voor de werking, macht en gedrag van bank & verzekeraar.
Gevolgd door 2119 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren