Koopwoningmarkt kraakt vooral jonge huiseigenaren

    De aanhoudende malaise op de koopwoningmarkt is vooral meedogenloos voor huiseigenaren jonger dan 35 jaar, zo blijkt uit onderzoek van de Vereniging Eigen Huis (VEH).

    Je bent jong en je wilt wat met je huis doen. Maar dan even niet in de verkoop gooien want dan is de kans groot dat je eindigt met een restschuld.  Dat is de strekking van een vandaag gepresenteerd onderzoek van de Vereniging Eigen Huis (VEH).

     

    Volgens de bevindingen van de belangenvereniging voor koopwoningbezitters dreigt maar liefst 38 procent van de huiseigenaars in Nederland tussen de 26 en 35 jaar kopje onder te gaan als gevolg van de malaise op de huidenmarkt. Deze leeftijdsgroep is financieel extra kwetsbaar omdat ze vaak weinig spaargeld hebben opgebouwd, terwijl ze vaak hun koophuis vaak zwaar hebben gefinancierd.

     

    Medio vorig jaar zouden 517 duizend huishoudens worden geconfronteerd met een potentiële restschuld van 15,3 miljard euro ofwel gemiddeld 30 duizend per huishouden. Tenminste, als nu hun koopwoning zou moeten worden verkocht. Deze probleemgroep in spe neemt 4,3 procent voor zijn rekening van de 3,5 miljoen huishoudens met een hypotheek, zo heeft de VEH becijferd.
     

    VEH schrikt van wandelgangenakkkoord woningmarkt

    De timing van het onderzoek van de VEH is natuurlijk niet toevallig. Een halve week nadat het Kabinet-Rutte een akkoord heeft bereikt over hervormingen op de woningmarkt met behulp van de in populariteit stijgende Kunduz-coalitie, zit de schrik bij de belangenclub van huiseigenaren. Niemand twijfelt eraan dat het Haagse besluit _ voortvloeiende uit het wandelgangenakkoord tussen VVD, CDA, D66, GroenLinks en Christen-Unie _ om de hypotheekrente af te schaffen op termijn een prijsverlagend effect heeft op de waarde van koopwoningen. Vandaar dan wellicht ook dat het onderzoek voornamelijk stil staat bij de meest kwetsbare groep onder de huiseigenaren.


    Of, zoals de VEH stelt: 'Het totaalbeeld ligt genuanceerd, maar er is één belangrijke uitzondering: huishoudens tot 35 jaar die voor het eerst kochten na 2001.' Om er vervolgens direct een dreigende conclusie aan te verbinden: 'De groep met problemen zal toenemen als de woningprijzen verder dalen en de werkloosheid verder toeneemt.’

     

    Onheilsscenario voorgerekend

    De VEH heeft  alvast een onheilsscenario voorgerekend: als de huizenprijzen ten opzichte van 2011 nog eens met 10 procent zakken, dan worden 770 duizend huishoudens  _ 22 procent van het totaal _ opgezadeld met een gezamenlijke potentiële restschuld van 29,2 miljard euro. Dat is gemiddeld 39 duizend euro per huishouden. Zouden de huizenprijzen in prijs dalen met 20 procent, dan zouden 973.000 huishoudens  _ ofwel 27,8 procent van het totaal _  worden opgescheept met  48,7 miljard euro aan potentiële restschuld in totaal ofwel gemiddeld een halve euroton per huishouden.

     

    Een buffer om dit eventuele verlies op te vangen is er slecht in beperkte mate, constateert de VEH. In 2008, het onbetwiste recordjaar op de woningmarkt, werden nieuwe huizenkopers zwaar gefinancierd. Huiseigenaren tot 25 jaar leenden 5,7 keer hun bruto jaarinkomen; bij 26 tot en met 35 jaar was dit 5,1 keer het bruto jaarinkomen.


    Contrast met vaak bemiddelde babyboomers

    Vooral koopwoningbezitters beneden de 35 blijken weinig geld te hebben op hun spaarrekening. En dat is een groot verschil in vergelijking met oudere generaties en dan in het bijzonder met de vaak bemiddelde babyboomers onder de huiseigenaars, zo blijkt uit het onderzoek van de VEH ‘Hier is sprake van een contrast met de oudere generaties die vaak hebben geprofiteerd van de jarenlange stijging van de huizenprijzen en daardoor over het algemeen over een hoge overwaarde beschikken.'

    Het onderzoek van de VEH is uitgevoerd samen met  "de Argumentenfabriek". Hiermee wil de VEH een 'consistent' beeld geven over de financiering van de huizenmarkt. Zo is de omvang bestudeerd van de hypotheekschuld, de oorzaken achter de groei van de schuld en de risico’s.

    Bovendien heeft het onderzoek een beeld geschetst van de vermogens van huishoudens, de effecten van de kapitaalmarktrente en de kwetsbaarheid van Nederlandse banken in de rol van financiers van de forse hypotheekportefeuille.

    Maar bovenal gaat de VEH met dit onderzoek er prat op echt inzicht te verschaffen in de Nederlandse huizenmarkt anno 2012. ‘Over de huizenmarkt en de hypotheekmarkt worden veel verschillende cijfers gebruikt, die soms in tegenspraak met elkaar lijken te zijn’, meldt Hans André de la Porte, woordvoerder van de VEH. ‘We wilden gegevens verzamelen zodat voor iedereen snel inzichtelijk is hoe de markt in elkaar steekt en met de juiste feiten houvast geven in het debat over de woningmarkt.’


     

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Libben Reeskamp

    Libben Reeskamp studeerde rechtsgeleerdheid en politicologie aan de Universiteit van Amsterdam. Met de studie rechten hield h...

    Volg Libben Reeskamp
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren