© CC0 (Publiek domein)

    Onze maatschappij heeft een uniek talent: het kost ons geen enkele moeite om de gevolgen van onze leefstijl af te wentelen op andere mensen, of op de natuurlijke omgeving. ‘Het komt wel goed,’ zeggen we dan. Of: ‘Het doet er niet toe.’ Toch kan ook een kind begrijpen dat zo’n houding ons op de lange termijn op zal breken. Hoe komt dat?

    Met enige trots mag ik je melden dat ik in de afgelopen week ben gekozen tot de Duurzame Docent van het Jaar 2018, in de categorie Hoger Onderwijs. (De andere categorieën zijn Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs en Mbo.) Dat is besloten door een Jury namens de Coöperatie Leren voor Morgen, waarvan de leden onder meer zijn: IVN, Greenpeace, Het Groene Brein, Gemeenten voor Duurzame Ontwikkeling, Duurzame Pabo, SME Advies, Studenten voor Morgen, Duurzaam MBO en de AOC Raad.

    Op mijn LinkedIn-pagina heb ik over de toekenning een berichtje geplaatst. Als je zo nu en dan een bericht of aankondiging van mij wilt ontvangen, stuur me dan een linkvoorstel op LinkedIn. Als je daarbij ‘Follow the Money’ vermeldt, zal ik je link zeker accepteren.

    Op mijn LinkedIn-pagina heb ik ook een bericht gezet, waarin ik de publicatie meldde van de 25e aflevering van mijn boek op Follow the Money, afgelopen zondag. Dat bericht kun je gemakkelijk doorsturen aan anderen, als je wilt dat zij de afleveringen van het boek ook gaan volgen.

    Maar nu: verder met het boek zelf. Ik begin zoals beloofd met het sluiten van kringlopen. Daarna trek ik een algemene conclusie: over achteloosheid.

    3.2.2.5. Kringlopen sluiten

    Je kunt nu niet bepaald zeggen dat het, twee decennia na het begin van het derde millennium, een revolutionaire gedachte is om te kijken hoe materiaalcirkels gesloten kunnen worden en externaliteiten geïnternaliseerd kunnen worden. Om te beginnen werkt de natuur al honderden miljoenen jaren met kringlopen, dus er is niet zo heel veel fantasie voor nodig om die ook in onze mensenwereld toe te passen. Maar zelfs voor de menselijke soort is het principe niet bepaald nieuw, want hergebruik en recycling worden al duizenden jaren toegepast. 

    Planning vooraf van gesloten kringlopen is van recenter datum, maar gaat toch al zo’n halve eeuw terug. Zo werd in het Nederlandse parlement in 1979 een motie ingediend en aangenomen waarin werd gepleit voor een (wat later zou gaan heten) duurzame omgang met afvalstoffen. Naar de indiener van de motie is die aanpak de ‘Ladder van Lansink’ gaan heten. Volgens die ladder, die internationaal een rol ging spelen, is er een hiërarchie van voorkeuren. De eerste voorkeur is preventie, dat wil zeggen het voorkómen van afval, gevolgd door hergebruik van producten of onderdelen, recycling van materialen, energieterugwinning door verbranden, en pas als dat allemaal niet kan: storten.

    Er is hard gewerkt aan manieren om het voorkómen van afval te optimaliseren. Rond 1990 werden methoden ontwikkeld met namen zoals Design for Environment (DfE) en Design for Disassembly (DfA), die erop gericht zijn om producten zo te ontwerpen dat ze aan het einde van hun gebruik gemakkelijk uiteengenomen kunnen worden zodat onderdelen compleet kunnen worden hergebruikt en dat materialen eenvoudig van elkaar gescheiden kunnen worden ten behoeve van hoogwaardige recycling. De gedachte achter die methoden is: je ontwerpt geen producten, je ontwerpt levenslopen van producten. Inclusief de einde-leven-fase, waardoor kringlopen gesloten kunnen worden en er idealiter geen afval ontstaat.

    Om de milieukosten van zulke levenslopen te berekenen werd een methode ontworpen met de naam levenscyclusanalyse (LCA), en om zo’n levensloop effectief te organiseren door een keten van bedrijven en gebruikers heen werd integraal ketenbeheer (Integrated Chain Management, ICM) bedacht en in praktijk gebracht. 

    Ook aan de integrale kostprijs werd gedacht, want als je een volledige kringloop van materialen, energie en producten ontwerpt, heb je de mogelijkheid om de kosten van de einde-leven-fase in de kostprijs en dus ook in de verkoopprijs op te nemen. Voor dat doel werden methoden ontworpen met namen zoals Life Cycle Cost Analysis (LCCA) en Whole-Life Cost. Om zowel bedrijven als gebruikers te dwingen om aan al die kringloopprocessen deel te nemen werden in veel landen voor allerlei categorieën van producten de wettelijke terugnameplicht voor producenten en de afvalscheiding en de verwijderingsbijdrage voor consumenten ingevoerd.

    Zo is de ‘echte prijs’ van vlees, die in de vorige aflevering getoond werd in tabel 3.6, een voorbeeld van zo’n integrale kostprijs, gebaseerd op de uitkomsten van LCA’s die met behulp van een Handboek Milieuprijzen werden uitgedrukt in geld.

    Dat alles werd meer en meer systematisch in de economische processen ingevoerd. Daarbij veranderden ook de namen. Rond 2000 kwam de term cradle to cradle (C2C) in de mode, ook Design for Sustainability (DfS) genoemd. Nog een decennium later werd die term opgevolgd door het nog meer omvattend principe van de circulaire economie, dat rond 2017 een van de pijlers werd van de doughnut economy voorgesteld door Kate Raworth.

    De benadering kreeg weliswaar in de loop van de decennia steeds nieuwe namen en steeds bredere en consequentere principes en methoden, maar het basisidee is hetzelfde gebleven: gesloten kringlopen, in nabootsing (‘mimicry’) van de natuur.

    Kortom, de methoden voor een integrale aanpak zijn ruimschoots beschikbaar. Ze zijn uitvoerig getest en in praktijk gebracht. Dus: waar wachten we nog op?

    3.2.2.6. Negligentia: achteloosheid

    ‘Prijs’ is niet hetzelfde als ‘waarde’. In hoofdstuk 2 is uitgebreid ter sprake gekomen dat alles wat wij beschouwen als het meest waardevol, helemaal niet in geld kan worden uitgedrukt. 

    Het huidige hoofdstuk heeft daaraan een tweede feit toegevoegd: zelfs veel van wat wel degelijk in geld uitgedrukt kan worden, wordt niet in de kostprijs van processen, producten of diensten opgenomen, en dus al helemaal niet in de verkoopprijs. Al het meerdere wordt over de schutting van anderen gegooid.

    Deze twee feiten hebben betrekking op twee verschillende niveaus van abstractie. Het ontbreken van calculeerbare kosten in vastgestelde kostprijzen, door ze te beschouwen als externaliteiten of door ze, wat waarschijnlijker is, gewoon te negeren, heeft te maken met de economische praktijk. Aan de theorie ontbreekt het niet: de kennis om de ‘echte prijs’ te berekenen is gewoon aanwezig. En de kennis om het economisch handelen circulair te maken is er ook; het gebeurt alleen nog veel te weinig.

    De onmogelijkheid om niet-calculeerbare waarden op te nemen in kostprijzen is van fundamenteler aard. Het gaat hier om de economische theorie die tekortschiet. Het ontbreken van deze waarden betekent, dat de zogenaamde ‘echte prijs’ (‘true price’) in werkelijkheid nog helemaal niet de echte prijs van een dienst of product weergeeft. Een voorbeeld van het manco werd getoond in tabel 3.6 over de ‘echte prijs’ van vlees, waar de laatste uitklapper luidde: “Niet meegerekend, omdat ze niet of moeilijk financieel te kwantificeren zijn: bijv. antibioticaresistentie, verdroging, bodemuitputting, dierenwelzijn, menselijke gezondheidseffecten, geurhinder”. Een ander voorbeeld is de zeer-lange-termijnschade van kernenergie, die onbecijferbaar is.

    De huidige economische theorie is niet in staat om een werkelijk reële kostprijs vast te stellen. Misschien zou die kostprijs uiteindelijk helemaal niet in geld uitgedrukt moeten worden. Of deels in geld, deels in andere variabelen. Maar het is veel te vroeg om daarover conclusies te trekken, want we snappen daarvoor nog lang niet genoeg waar we mee bezig zijn. Het is precies dit soort ontbrekende kennis en inzichten die maakt, dat de economistiek nog geen wetenschap is maar slechts een protowetenschap

    Eén conclusie kan in elk geval alvast getrokken worden: de huidige economistiek is niet in staat om op een verantwoorde wijze begrippen te hanteren zoals waarde en kosten, en dus ook van begrippen zoals prijs,opbrengst en winst. Deze woorden zijn impetuswoorden.

    De fundamentele vraag is: wat zit daar nu achter? Hoe komt het, dat we met ons allen zo gemakkelijk de gevolgen van onze leefstijl afwentelen op andere mensen of op de natuurlijke omgeving?

    Afwenteling vindt plaats, steeds wanneer economische actoren, zoals mensen, bedrijven, bedrijfssectoren of regeringen, niet de intentie bezitten om zorgvuldig na te gaan wat hun beslissingen en acties voor gevolgen hebben voor anderen. Of wellicht de kennis daartoe missen, maar dat gaat vaak gepaard met het ontbreken van de intentie om die kennis op te bouwen.

    In beide gevallen is er sprake van het ontlopen van verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid jegens andere mensen die elders in de huidige wereld leven; of jegens latere mensen, zoals de eigen achterkleinkinderen of de kinderen over duizend generaties; of jegens de natuurlijke leefomgeving.

    Herinnert u zich de Vuistregel voor een Goede Beslissing? Die begint met het maken van een stakeholderanalyse. (In milieukringen spreekt men van een Milieueffectrapportage, MER.) Daarbij wordt in kaart gebracht wie er allemaal (positieve of negatieve) gevolgen ondervinden van de te nemen beslissing, gevolgd door het creëren van een overzicht van waar die gevolgen allemaal uit bestaan. 

    Als de stakeholderanalyse compleet is, staan daarmee zowel het consequentiebereik als de consequentieperiode vast. Daarna dient de Vuistregelte worden toegepast, hetgeen in wezen eenvoudig neerkomt op het aanvaarden en tot uitdrukking brengen van verantwoordelijkheid. 

    In werkelijkheid wordt de Vuistregel zelden volledig toegepast. Het is gemakkelijker, sneller en goedkoper om bepaalde belanghebbenden te negeren, vooral als ze niet in staat zijn om hun stem te verheffen: bijvoorbeeld omdat ze nog niet geboren zijn. Het is geen wonder dat in veel bouwprojecten een MER wettelijk verplicht is: anders zou bijna niemand er een uitvoeren. 

    Het aldus ontlopen van verantwoordelijkheid is een uiting van een geesteshouding die getuigt van nonchalance: ‘ach, anderen lossen het wel op, het komt wel goed.’ ‘Het doet er niet toe’. ‘Niets aan de hand.’ Dat getuigt van achteloosheid, die zich uit in de vorm van verwaarlozing, laksheid, gemakzucht, onachtzaamheid, respectloosheid. Een kenmerkend symbool daarvan is zwerfvuil: zie figuur 3.12. 

    In het vorige gedeelte van dit hoofdstuk werd een eerste kenmerk genoemd van de ziekte pervertitis economica waaraan het internationale economische systeem lijdt. Dat betrof avaritia, hebzucht. Dat is een symptoom van de ziekte dat zijn naam dankt aan een van de traditionele zeven christelijke hoofdzonden.

    In de loop van dit hoofdstuk zullen de zeven hoofdzonden stuk voor stuk een keer optreden. Elk zal gekoppeld worden aan een van de fundamentele weeffouten in de menselijke systemen. 

    Nu is de structuur van het hoofdstuk, zoals in het begin is aangekondigd, gebaseerd op de combinatie van twee drietallen: de Triple P (planet, people, profit) en de Triade (pakken, spelen, breken). Alleen: drie maal drie is negen, en het hoofdstuk is dus ook in negen delen opgedeeld. De hoofdzonden komen dus twee exemplaren te kort. Een probleem is dat niet, want het blijkt mogelijk om op een passende wijze twee hoofdzonden toe te voegen, die zich prima lenen voor de beschrijving van de twee extra symptomen van pervertitis economica.

    Het huidige onderwerp is er een voorbeeld van. De hoofdzonde die thans wordt toegevoegd is negligentia, wat Latijn is voor: onachtzaamheid of verwaarlozing. Negligentia is het tweede symptoom van de economische ziekte, en dus kan het diagnostisch instrument uitgebreid worden, zoals tabel 3.7 toont.

    Tabel 3.7. Symptomen van Pervertitis Economica (2)

       Symptoom 

     Meetbare kenmerken 

     Avaritia:

     Hebzucht  

     Vervreemding van de natuur. 

     Verwrongen visie op eigendom. 

     Graaigedrag; onmetelijke rijkdom van sommigen; extreme ongelijkheid. 

     Negligentia:

     Achteloosheid 

     Afwenteling, externaliteiten, verwrongen visie op waarde en kosten. Verwaarlozing, laksheid, zwerfafval 

     Respectloosheid, gebrek aan verantwoordelijkheid.  

     Consumentisme. 

     

    Achteloosheid is in de eerste plaats een karaktertrek van individuele mensen, net als de andere hoofdzonden. Toch is de term ook feilloos toe te passen op het economisch systeem. De afwenteling van schade en kosten gebeurt op grote schaal, bij zeer veel producten en diensten, aangemoedigd door overheden en door belangengroeperingen van bedrijven en consumenten. Hele bedrijfssectoren – zoals de luchtvaart – worden vrijgesteld van hun natuurlijke verantwoordelijkheid. In andere sectoren, bijvoorbeeld die van de kernenergie, wordt een schijn-verantwoordelijkheid gehanteerd die volslagen onrealistisch is – maar wel gemakkelijk

    Het economisch systeem bevordert en versterkt een houding van consumentisme, in de vorm van kooplust en zorgeloos genieten. En van de tegenhanger: productivisme, waarbij het consumentisme wordt aangemoedigd en waarbij consumenten nieuwe behoeften worden opgedrongen met behulp van reclame en andere vormen van manipulatie

    Case 3.8: Hue

    Bron: de Volkskrant, 2018

    ‘Vroeger was het simpel. Het licht in huis bediende je met een schakelaar. Maar dat was vroeger. Tegenwoordig zit zelfs in het eenvoudigste peertje een minicomputertje, en vaak zelfs draadloos internet. Zulke peertjes kunnen op afstand worden gedimd, of kunnen miljoenen kleuren aannemen. Ze praten met elkaar, met de deurbel en de rookmelder. Ze weten wanneer de zon opkomt en ondergaat en of het bijna gaat regenen. Ze weten of je thuis bent en of ze aan moeten floepen omdat er een snoodaard in de tuin staat. Als de bewoner een feestje geeft, knippert het hele lichtplan fleurig mee met de muziek.

    Het peertje is allang het peertje niet meer. Philips, ooit groot in gloeilampen, investeerde de afgelopen jaren flink in ‘connected’ ledlampen met de naam Hue. Ruim vijf jaar geleden kwamen ze op de markt en kon je early adopters herkennen aan hun felroze, paars of groen gekleurde vertrekken. Inmiddels heeft Hue een brede waaier aan lampen, variërend van spots tot lichtstrips en kaarslampen. Ze kunnen kleuren aannemen of variëren tussen koud en warm licht.

    Een veelbelovende nieuwe ontwikkeling is de mogelijkheid lampen te koppelen aan de televisie voor een driedimensionale lichtshow tijdens het kijken of gamen. Door een lichtstrip achter de tv of monitor te leggen en achter de bank twee lampen te plaatsen, kan de kleurinformatie van het tv-beeld worden ‘uitgestraald’ naar de kamer. Explodeert in beeld een auto, dan waaiert de gele gloed over de hele kamer uit.’

    Lees verder Inklappen

    Is het niet dom van de mensen van vroeger, dat ze niet eens beseften dat ze behoefte hadden aan kamers waarin ze de verlichting ‘felroze, paars of groen’ of een van de “miljoenen” andere kleuren konden maken? Het is een typisch voorbeeld van een menselijke behoefte die door de industrie is gecreëerd. Dit soort productivisme is heel ver verwijderd van de bedoeling van de Brundtland Commissie, toen die ‘duurzame ontwikkeling’ formuleerde in termen van de vervulling van behoeften.

    Productivisme betekent ook dat de meeste commerciële bedrijven niet gericht zijn op continuïteit maar op groei en marktverovering: voor de ondernemers die deze bedrijven leiden is ondernemen een soort spel, dat niet gespeeld wordt om de samenleving te dienen maar om te winnen. Dat is niet bedoeld als verwijt aan individuele ondernemers, want inderdaad: ook ondernemers zijn echte mensen, geen heiligen.

    Het is dan ook de taak van de nieuw te ontwikkelen economistiek om een duurzame economie te ontwerpen met onder meer de volgende kenmerken:

    • Het begrip ‘waarde’ is gedefinieerd op een zodanige wijze dat alles wat mensen waardevol vinden, ook datgene wat niet in geld kan worden uitgedrukt, gelijkwaardig tot zijn recht komt in economische beslissingen en acties. Of: het begrip ‘waarde’ wordt afgeschaft en vervangen door beter passende begrippen die geen impetuswoorden zijn. (Vooralsnog wordt hier de term ‘echte waarde’ gebruikt.)
    • Externaliteiten bestaan derhalve niet meer, alles is geïnternaliseerd in de echte waarde.
    • De kost- en de verkoopprijzen van producten en diensten zijn gebaseerd op de echte waarde ervan. Dat geldt zowel voor kosten die in geld uit te drukken zijn als voor alle andere kosten.
    • Onzinnige kansberekeningen en foute statistieken worden niet toegepast.
    • Het doel van de economie – waardecreatie en -distributie – krijgt daarmee een heel andere invulling dan voorheen.
    • Echte verantwoordelijkheid voor beslissingen en activiteiten wordt overal in het economisch systeem gedragen. Dus geen goedkope schijnverantwoordelijkheid die eigenlijk gericht is op het ontlopen van verantwoordelijkheid.

    Hoe dat allemaal bereikt moet worden? Het boek gaat het niet vertellen, de auteur weet het niet. Vermoedelijk weet niemand het. Dat is nu juist de reden waarom eerst gedegen wetenschappelijke modelvorming nodig is, die de huidige protowetenschappelijke modellen vervangt. Eerst moeten we snappen wat we doen.

    Helaas zullen de SDG’s, de zeventien Sustainable Development Goals, weinig bijdragen aan de benodigde nieuwe inzichten. SDG 9 stelt dat de industrie en de infrastructuur op innovatieve manieren duurzaam gemaakt worden, en SDG 12 stelt verantwoorde consumptie en productie als doel. Beide geven daarvoor wel indicatoren, maar komen niet eens in de buurt van de zojuist genoemde kenmerken van een structureel duurzame economie.

    In de 21e eeuw beschikken we over zeer veel macht. De technologie stelt ons in staat om wonderbaarlijke dingen te doen. De economie heeft een enorme welvaart gebracht – maar niet voor iedereen. Door onze energieverslaving zijn wij in staat en bezig om onze planeet voor honderdduizenden jaren te beschadigen. En we weten dat we dat doen.

    Bij macht hoort ook verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid is het tegenovergestelde van negligentia. Onze macht en ons superieure denkvermogen moeten samen voldoende zijn om verantwoordelijkheid structureel in het economisch systeem in te bakken. Zou je zeggen.

    Tenslotte

    Met negligentia als tweede symptoom van de ziekte waaraan wij allen lijden (als slachtoffer bedoel ik, niet noodzakelijkerwijs als patiënt) sluit ik het tweede blokje af van de negen die ontstonden door de kruising van de Triple P (planet, people, profit) met de Triade (pakken, spelen, breken).

    Volgende week ga ik naar het laatste planet-blokje: breken. In de loop van een aantal afleveringen ga ik laten zien wat de desastreuze gevolgen zijn voor de natuur en het milieu van de schade die wij in de vorm van pakken en spelen aanrichten. En van de enorme risico’s die we daarmee nemen.

    Dat wordt niet leuk. Maar wel verhelderend.

    Ik herhaal nog maar eens even dat je de alweer gegroeide literatuurlijst en de voorlopige inhoudsopgave kunt downloaden als pdf. Dat geldt ook voor de Engelse vertaling van Hoofdstuk 1, voor als je iemand erbij wilt betrekken die geen Nederlands leest.

    Tot volgende week.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Niko Roorda

    Gevolgd door 682 leden

    Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

    Volg Niko Roorda
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Een duurzame economie

    Gevolgd door 1169 leden

    Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

    Volg dossier