© ANP / Remko de Waal

Hoe help je Wilders in het pluche? Zeg PVV-stemmers dat ze dom zijn

    Als je kinderen alleen maar vertelt wat ze fout doen, werkt dat averechts. Hetzelfde geldt voor PVV-stemmers, aldus columnist S. de Beter. Veel van de kritiek op hen snijdt bovendien geen hout.

    Iedere ouder weet dat je vervelende kinderen krijgt als je ze voortdurend laat weten dat ze vervelend zijn. Het is beter om te zien en te benoemen wat ze wél goed doen. Echter, wel met mate: veel Nederlandse ouders lijken namelijk geneigd om alles goed te vinden wat hun kroost uitspookt. Wat ze toestaan of zelfs toejuichen bij hun eigen kinderen, bekritiseren ze vaak bij leeftijdgenoten uit een andere maatschappelijke laag. Deze twee simpele waarheden — het werkt averechts als je de ander negatief benadert en als je met twee maten meet — worden stelselmatig genegeerd door de mensen die kritiek hebben op de PVV en PVV-stemmers.

    Neem bijvoorbeeld de kritiek dat de PVV geen leden kent en dat PVV-sympathisanten dom zijn omdat ze stemmen op een partij waar één man de dienst uitmaakt. Stel dat Bernie Sanders de kans had gekregen én genomen om zich af te splitsen van de Democratische Partij, en bij zijn nieuwe partij dezelfde stelregel zou hanteren. Ook in die situatie zou hij met zijn standpunten – en het feit dat hij nooit een draaikont is geweest – volle zalen trekken en veel donateurs weten te werven. Vrijwel niemand uit de linkse hoek zou Sanders een dictator noemen. Is het dan niet raar en zelfs hypocriet om dat etiket wél op Wilders te plakken?

    Ongevaarlijk

    Zolang de PVV niet de enige partij is in ons land en wij ook op andere partijen kunnen stemmen, is het ongevaarlijk dat Wilders geen leden toestaat. En blijkbaar is deze politieke innovatie wettelijk geoorloofd. Bedenk bovendien dat PVV-ers overwegend een proteststem uitbrengen: ze zijn ontevreden over hoe het in Nederland gaat, ook over onze politieke cultuur. Dan is het toch niet raar dat zij stemmen op een partij die niet alleen inhoudelijk maar ook organisatorisch heel anders is dan de bestaande politieke partijen? Sterker nog: eigenlijk is het helemaal niet zo gek dat PVV-ers weinig waarde toekennen aan het partijlidmaatschap. Want deze democratische institutie levert hen meer kosten dan baten op – en hetzelfde geldt voor vele andere actieve vormen van politieke participatie.

    Bedenk dat PVV-ers overwegend een proteststem uitbrengen

    Ik zal deze stelling toelichten met behulp van de micro-economie, waar wordt gekeken naar individuele afwegingen van kosten en baten. Deze benadering is relatief onbekend bij het grote publiek, mede doordat de media ons overspoelen met macro-economie. Als je allerlei overbodige wiskunde negeert, hoef je zelfs geen economie te studeren om de belangrijkste concepten te kunnen hanteren. Concepten die – tot op zekere hoogte – bepaalde gedragingen begrijpelijk maken die op het eerste gezicht duister of stompzinnig lijken.

    Zoekkosten

    Iedereen wil graag invloed op de politieke besluitvorming. Daar zijn echter kosten aan verbonden, en die zijn niet voor iedereen gelijk. Eens in de vier jaar stemmen is nagenoeg kosteloos, maar kent weinig politieke baten. Jouw stem is slechts een van de vele miljoenen en in Nederland weet je maar nooit aan welke coalities jouw partij gaat meedoen. Ik schrijf ‘nagenoeg kosteloos’, omdat vooral zwevende kiezers zich enigszins moeten verdiepen in de belangrijkste standpunten van de diverse partijen. Deze kosten – door economen aangeduid als zoekkosten, een subcategorie van transactiekosten – zijn bij een referendum nóg lager. In de regel zijn er dan slechts twee standpunten, dus de keuze is snel gemaakt. De baten zijn eveneens laag, want het betreft meestal slechts één politiek hangijzer. Bovendien weet je niet of de regering consequenties verbindt aan ‘de stem van het volk’.

    Dat bij de PVV alleen Wilders de baas is, zorgt voor minder zoekkosten. Je weet precies wat de partijstandpunten zijn: die zijn namelijk handig samengevat op één A4'tje. En er lijken slechts twee partijen in aanmerking te komen als coalitiepartner: SP en VVD. Vergelijk dat eens met de gevestigde politieke partijen: een langdradig en vaak ingewikkeld verkiezingsprogramma, en het blijft gissen aan welke coalities de beroepspolitici de voorkeur geven en welke compromissen bij de onderhandelingen worden gesmeed. Bovendien zijn er vaak verschillende stromingen binnen een partij, zelfs inmiddels bij de SP. En dus moet je als kiezer zien te achterhalen welke stroming de overhand krijgt of heeft gekregen, en weet je niet hoe deze de coalitieruimte benut om haar standpunten tot regeringsbeleid te maken.

    Je weet precies wat Wilders' standpunten zijn: die zijn handig samengevat op één A4'tje

    Nu zullen sommigen tegenwerpen dat je juist dáárom partijlid moet kunnen worden: om jouw partijgenoten en -bestuurders bij de les te houden, of te overtuigen van jouw politieke voorkeuren. Dit argument vind ik grote kul, want dit soort activiteiten brengen, zeker qua tijd, enorme hoge kosten zich mee, door economen aangeduid als beïnvloedingskosten.

    Beïnvloedingskosten

    Ga naar na: je moet je allereerst in allerlei kwesties gaan verdiepen, partijvergaderingen en -commissies bezoeken, en zelfs zitting nemen in allerlei commissies en besturen. Deze kosten zijn relatief laag als je veel vrije tijd hebt of een nieuwe vrijgestelde bent en een baan hebt waarmee je deze activiteiten goed kunt combineren. Voor nieuwkomers zijn de beïnvloedingskosten bovendien hoger dan voor het gevestigde partijkader. Er zijn allerlei toetredingsbarrières, zoals die ook vaak bij economische markten voorkomen. Een daarvan is de dalende kostencurve: naarmate je langer partijlid bent, weet je eerder de wegen en personen te vinden om je gelijk te krijgen.

    Vanwege de hoge beïnvloedingskosten is het niet zo vreemd dat de meeste mensen – ook als ze de politiek met belangstelling volgen – geen partijlid willen worden, maar zich liever beperken tot het stemmen op hun favoriete politieke partij, die het beste vertolkt wat zij belangrijk vinden in de maatschappij. En voor zover zij toch lid worden, is het vooral om hun favoriete partij financieel en moreel te steunen — als slapend lid dus.

    Hoog- versus laagopgeleiden

    Op het partijcongres van GroenLinks deed Jesse Klaver een dringend beroep op de Nederlandse bevolking om empathie te tonen voor de Syrische vluchtelingen, maar hij ging niet zo ver om zijn partijleden op te roepen om met de Kerst een Syrische asielzoeker of inburgeraar uit te nodigen. Het was nóg minder vrijblijvend geweest als hij empathie had gevraagd voor de PVV-stemmer. Deze heeft, in vergelijking met de gemiddelde Syriër, natuurlijk een veel comfortabelere positie, maar vergeleken met de meeste GL-leden ligt dat anders — en dat laatste zou zwaarder moeten tellen als je een Nederlandse politicus bent. Hoewel de PVV-aanhang steeds breder wordt, zijn de laagopgeleiden nog steeds oververtegenwoordigd.

    Wie over enig empathisch vermogen beschikt, zal begrijpen dat hun zoek- en beïnvloedingskosten behoorlijk hoog zijn als zij actief willen worden in een politieke partij. Zij moeten opboksen tegen de hoogopgeleide – en meestal onbetaalde – vergadertijgers die precies weten hoe je het spel moet spelen om gelijk te krijgen of nieuwkomers op hun plaats te zetten. Dat geldt niet alleen voor politieke partijen maar ook voor de meeste belangenverenigingen en ngo’s. Wie kan er een laagopgeleide aanwijzen in het bestuur van Humanitas, de Fietsersbond, FNV, Greenpeace, of een vergelijkbare organisatie?

     Veel politici accepteren dat bijna de helft van een bevolkingscategorie overboord is gevallen

    Het lijkt erop dat zij alleen nog te vinden zijn in het bestuur van kerkgenootschappen en van amateurvoetbal-, vis- of biljartverenigingen. Mijn stelling is dat laagopgeleiden stelselmatig naar de periferie van de samenleving worden gedrukt. Er is ongetwijfeld geen opzet in het spel, eerder een gevolg van een samenloop van diverse maatschappelijke en economische ontwikkelingen, maar dat maakt het niet minder zorgwekkend.

    CPB-cijfers over de economische participatie maken het nog duidelijker. De arbeidsparticipatie ligt bij de laagopgeleiden (52 procent) aanmerkelijk anders dan bij middelbaar- (74 procent) en hoogopgeleiden (84 procent). Deze cijfers wijzen op een schrijnende maatschappelijke tweedeling, die sterk is gerelateerd aan het opleidingsniveau, wat overigens nog weinig hoeft te zeggen over de oorzaken.

    Even schrijnend is hoe op deze cijfers wordt gereageerd. Op de vraag waarom vrijwel geen enkele arbeidsmarktmaatregel tot meer werkgelegenheid leidt, althans volgens hun modellen, gaf projectleider Marloes de Graaf als verklaring: ‘De arbeidsparticipatie is nu al zo hoog, dat kun je nauwelijks hoger krijgen.‘ Ik vermoed dat veel politici en bestuurders haar mening delen en blijkbaar accepteren dat bijna de helft van een bevolkingscategorie overboord is gevallen.

    De laagopgeleide Nederlanders die overwegend op Wilders stemmen, zijn dus niet dom – zoals veel linkse hoogopgeleiden gemakzuchtig denken – maar hanteren een simpele vuistregel: stem op iemand die het anders wil doen, zoals Trump of Wilders.

     

    "De laagopgeleide Nederlanders die op Wilders stemmen zijn niet dom, maar hanteren een simpele vuistregel: stem op iemand die het anders wil doen"

    Meer scholing?

    Meer scholing, dat is nagenoeg de enige oplossing die wordt geopperd om de arbeidsparticipatie van laagopgeleiden te verhogen. Om diverse redenen is dit klinkklare onzin. Om te beginnen zie ik binnenkort de arbeidsparticipatie ook dalen voor de middenopgeleiden. Kijk maar naar de golf van ontslagen en afvloeiingen die de laatste tijd zijn aangekondigd bij banken, verzekeringsmaatschappijen en andere dienstverlenende en administratieve beroepen. Deze nieuwe werklozen hebben redelijk wat opleiding genoten, maar dat zal hen niet veel helpen in de strijd tegen de voortschrijdende automatisering. Ook deze groep zal uit frustratie in toenemende mate op Wilders gaan stemmen, en in maart de PVV aan een klinkende overwinning kunnen helpen.

    Om te begrijpen waarom méér opleiding niet helpt, kun je de arbeidsmarkt het beste vergelijken met het bekende spelletje van de stoelendans. Bij werkloosheid is het aantal banenzoekers (mensen die een stoel willen hebben) groter dan het aantal vacatures (lege stoelen). Zolang er geen extra stoelen komen, betekent het beter opleiden van de huidige werklozen hoogstens dat zij de stoel van anderen gaan bezetten, die op hun beurt aanvullende opleiding nodig hebben om aan de bak te komen, enzovoorts. Een soort omgekeerde race to the bottom, waar per saldo niemand beter van wordt, zolang het aantal banen niet groeit. De enige die hier beter van wordt is de onderwijssector, en het is daarom niet vreemd dat de roep om méér scholing juist uit die hoek komt.

    Meer onderwijs is geen uitkomst voor jongeren die liever met hun handen willen werken

    Als je over meer empathie beschikt kun je bovendien bedenken dat méér onderwijs geen uitkomst is voor jongeren die liever met hun handen willen werken. Op boekenwijsheid zitten ze niet te wachten, en evenmin op algemene vaardigheden als presenteren en discussiëren, die ook in het beroepsonderwijs steeds meer afgevinkt moeten worden. Nogmaals, de meeste PVV-stemmers dienen met hun stem vooral een motie van afkeuring in tegen een maatschappij die hun kwaliteiten onvoldoende waardeert en ze dwingt zich te voegen in een stramien dat niet de hunne is.

    Verzetsheld

    In vroeger tijden zochten de laagopgeleiden hun heil bij de linkse partijen, want de meeste hoogopgeleiden waren toen immers deel van een kleine elite die graag haar machtspositie wilde behouden, met behulp van de rechtse partijen. De arbeiders waren verstoken van onderwijs en wilden meer rechten, te beginnen met het kiesrecht zodat de linkse meerderheid de rechtse minderheid kon verslaan.

    Tegenwoordig is de situatie omgekeerd. Zij die zich links noemen zijn meestal hoger opgeleid dan de mensen die als rechts worden bestempeld. Als kennis macht is en menselijk kapitaal de bron van economische groei, dan ontstaat al gauw de indruk dat tegenwoordig vooral linkse mensen de lakens uitdelen. Behalve in het stemhokje, want dáár kunnen de lager opgeleiden zich wel verzetten tegen de dominantie en vaak arrogantie van de goed geschoolde en beter betaalde landgenoten. In dat licht is het niet vreemd dat grote delen van de Nederlandse bevolking Wilders als een verzetsheld zien.

    ‘Maar die islam-haat van PVV-ers, dat kunnen we toch niet goedkeuren?!’ Met deze tegenwerping doet de PVV-criticus eigenlijk precies hetzelfde als de PVV-er, voor wie kritiek op de islam de makkelijkste manier is om zijn onvrede en ergernis tot uiting te brengen. De veroordeling van hun anti-islamstandpunt werkt wederom averechts: zij zien de linkse Nederlanders dan vooral als goedpraters van de islamitische cultuur — ook bij problemen die slechts zijdelings met die cultuur hebben te maken, zoals Marokkaanse jongens die rotzooi trappen.

    De enige manier om de PVV-aanhang te doen slinken, is een effectieve aanpak van de veelvoud aan problemen die – terecht – veel onvrede aanwakkeren bij vooral laagopgeleide Nederlanders. Als de linkse partijen (en hun sympathisanten) daar niet in slagen, dan zullen ze in maart verliezen. In dat geval zal het verhaal hetzelfde zijn als afgelopen november, toen de Democraten hun geld inzetten op Hillary en daardoor Trump zagen winnen: eigen schuld, dikke bult.

    Een (veel) uitgebreidere versie van dit stuk verschijnt ook op eco-simpel.nl

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    S. de Beter

    S. de Beter is niet mijn echte naam. Ik koos voor een pseudoniem om de kans te vergroten dat mijn schrijfsels op waarde worde...

    Volg S. de Beter
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren