Kroegbaas beukt in op brouwer Grolsch

Ondernemer Wouter Hasekamp heeft het gehad met de macht van de Nederlandse bierbrouwers. Hij sleept Grolsch voor de rechter.

De horeca-ondernemer ligt aan de contractuele ketting van de brouwerij. Dat werd herhaaldelijk geconcludeerd door o.a. Koninklijke Horeca Nederland (KHN) en ook door het onderzoeksinstituut SEO van Barbara Baarsma. Tot nog toe met weinig gevolgen voor het Nederlandse bierwezen. De branche keek met lede ogen toe hoe marktautoriteit Autoriteit Consument en Markt (ACM) vorig jaar besloot niet in te grijpen. En geen ondernemer die het financieel aandurft zijn brouwer aan te klagen. 

Spartacus onder de kroegbazen

Daar is verandering in gekomen sinds er in Utrecht een heuse Spartacus is opgestaan. Wouter Hasekamp van Café Hofman op het Janskerkhof dagvaardde in januari zijn Brouwerij Grolsch. De twee partijen ruziën over de prijs van het bier, die al veertien jaar vastgelegd staat in een onbeperkt contract met de bekende A-B-C constructie. Café-eigenaar Hasekamp meent recht te hebben op een lagere bruto inkoopprijs, ofwel hogere 'hectoliterkorting'. Daar is Grolsch het niet mee eens. Hasekamp is, met zijn zogenoemde A-locatie, een grote klant. Jaarlijks goed voor een inkoop van 500 hectoliter Grolsch bier. 'Dat staat gelijk aan 250 duizend biertjes per jaar, zeg maar een volle arena mits iedereen 5 biertjes drinkt,' zegt de Hasekamp. Maar brouwer Grolsch peinst er niet over om een korting te verstrekken en dat is volgens Hasekamp onterecht. Zijn eis: een korting van 100 euro per hectoliter en een schadevergoeding van 7,5 ton. 'Of de brouwer moet uit het huurcontract stappen.'  

Getuigenverhoor

Zakelijke geschillen tussen ondernemers en brouwers komen vaker voor, 'maar dit is een unieke zaak' zegt Hasekamp’s advocaat Stephan Yuan, gespecialiseerd in juridische geschillen in de horecabranche. Het is namelijk voor eerst dat de rechter het horen van getuigen heeft toegestaan, waardoor onder andere Grolsch CEO Tom Verhaegen onder ede werd gehoord. Koninklijke Horeca Nederland (KHN) is dan ook verheugd over de pioniersactiviteiten van Hasekamp. ‘Deze zaak geeft beweging op de Nederlandse biermarkt en zorgt ervoor dat de onderhandelingspositie van de ondernemer tegenover de brouwer verbetert,' aldus Joris Prinssen, persvoorlichter bij KHN. De afgenomen verhoren en het vergelijkende marktonderzoek, geïnitieerd door de aanklagers, hebben er toe geleid dat bij Koninklijke Grolsch NV op 8 januari de dagvaarding op de deurmat viel. 'Dit soort zaken tussen ondernemers en brouwers komen normaliter nooit verder dan een schikking', meent advocaat Yuan. Het rekensommetje wie de diepste zakken heeft en wie dus het langst kan procederen, is namelijk snel gemaakt. 'Op die manier ontstaat er nooit jurisprudentie en verandert de onderhandelingspositie van de Nederlandse horecaondernemer ten opzichte van de brouwer niet. We hopen dat daar met deze zaak verandering in komt.'
'Als het moet procederen we tot aan het Europees Hof'
Zolang de financiën het toelaten blijft Hasekamp procederen, 'als het moet tot aan het Europese Hof', zegt de ondernemer, die uit eigen zak al enkele tienduizenden euro's aan het proces spendeerde. Toen hij in 1999 een exclusief afnamecontract met Grolsch tekende, was de bierprijs lager, waardoor hij winst kon maken. Maar in de jaren die daar op volgde ging de bierprijs omhoog terwijl zijn contractvoorwaarden hetzelfde bleven, met als gevolg dat hij nu verlies draait. Daarnaast zit, bij één op de zes horecazaken, de brouwer 'tussen de huur' van het pand waardoor Grolsch niet alleen leverancier is, maar ook verhuurder. En daarbij hoort een exclusieve afnameplicht van bier, sterk en frisdranken tegen een door hun vastgestelde prijs.

De dubbele petten van Grolsch

'Hoe afhankelijker je bent van je brouwer, bijvoorbeeld via de huur van het pand of je tapinstallatie, des te slechter wordt je onderhandelingspositie en des te hoger je uiteindelijke bierprijs. Daar zijn blijkbaar geen regels voor,' zegt Hasekamp. Dit beeld wordt bevestigd door getuigenissen van ex-werknemers van Grolsch waaruit blijkt dat er 'bewust gebruik wordt gemaakt van de slechte onderhandelingspositie van de ondernemer.' Bovendien blijkt uit de getuigenissen dat Grolsch een 'niet transparant' beleid voert bij het wel of niet verstrekken van bierprijskortingen op de markt waardoor er 'sprake van dwaling is bij het tekenen van het exclusieve afname beding.' Hierdoor had horecaondernemer Hasekamp ten tijde van het tekenen van het contract de gevolgen niet kunnen overzien. Toch is hij gebonden aan een onbeperkt en exclusief afnamecontract. Daarnaast heeft Grolsch 'in deze twee petten op, namelijk die van verhuurder anderzijds leverancier.' Koninklijke Horeca Nederland strijdt al jaren tegen de onevenwichtige verhoudingen tussen de brouwers en de ondernemers. Vooral de (pand)gebonden ondernemers zijn slecht af, volgens de branchevereniging. Onder het bewind van directeur Lodewijk van der Grinten liet de horecavereniging verschillende onderzoeken op de markt doen. Conclusie: de horeca biermarkt verkeert in de greep van vier grote brouwerijen die met langdurige contracten met sterke bindingen de markt op slot houden. Tot spijt van de organisatie greep de Autoriteit Consument en Markt, opvolger van mededingingsautoriteit NMa, op basis van het vorig jaar uitgevoerde onderzoek niet in. 'Maar zaken zoals Café Hofman kaarten aan dat er wel degelijk iets mis is met de Nederlandse biermarkt. Dat moet worden opgelost zodat horeca ondernemers meer ruimte hebben om te onderhandelen en de consument uiteindelijk een eerlijke bierprijs betaalt', aldus de KHN.