Lilian Marijnissen tijdens het digitale SP-partijcongres vanuit het partijkantoor De Moed in Amersfoort. Tijdens het congres stemden de leden over het partijprogramma voor de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart 2021.

Lilian Marijnissen tijdens het digitale SP-partijcongres vanuit het partijkantoor De Moed in Amersfoort. Tijdens het congres stemden de leden over het partijprogramma voor de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart 2021. © Bart Hoogveld (via ANP)

‘Kroonjuweel’ SP kost de belastingbetaler jaarlijks tonnen

De SP strijkt ieder jaar miljoenen op met haar afdrachtregeling. Ondertussen kost diezelfde regeling de Nederlandse fiscus jaarlijks honderdduizenden euro’s. Afdrachten mogen namelijk als gift worden afgetrokken bij de belasting. Volgens berekeningen van Follow the Money gaat het om minstens 718.000 euro per jaar. Ook brengt de strenge zelfopgelegde regeling veel SP’ers in financiële problemen, en zorgt zij voor onrust binnen de partij. ‘Mijn kinderen hadden geen studieschuld hoeven hebben.’

Lees of luister het hele verhaal (12 min.)
Lees de snelle versie

De SP heeft al sinds 1974 een afdrachtregeling. Alle volksvertegenwoordigers in dienst van de SP staan het leeuwendeel van hun politieke vergoeding af aan de partijkas en houden slechts een klein deel voor zichzelf. Zo houden Tweede Kamerleden van hun bruto vergoeding van 117.666 euro slechts 36.900 euro over.

Dankzij de afdrachtregeling zijn de Socialisten al jarenlang een van de best verdienende partijen van Nederland:

Belastingtechnisch pakt de afdrachtregeling ook voordelig uit. De partij heeft namelijk een zogenaamde ANBI-status: wie geld geeft aan de SP, kan dat fiscaal aftrekken. SP-politici hoeven daarom minder loonbelasting te betalen. Volgens een conservatieve schatting van Follow the Money loopt de fiscus op deze manier jaarlijks minstens 718.000 euro mis.

Over onze methodologie

Hoe hebben we het belastingvoordeel voor de afdrachtregeling van de SP berekend?

Onderstaande werkwijze is gecontroleerd en aangescherpt door Michiel Opgenoort, belastingadviseur en fiscaal econoom. In deze spreadsheet staan alle gemaakte berekeningen.

Onze belangrijkste aannames en beperkingen

Aannames waardoor de berekening waarschijnlijk een flinke onderschatting is

  • We nemen aan dat politici geen partners hebben met een eigen inkomen. Het is namelijk niet na te gaan hoeveel SP’ers wel een partner hebben. Dit drukt de schatting enorm omdat een politicus dan maximaal 10 procent van het gezamenlijke inkomen mag aftrekken. Volgens de belastingdienst had 61% van de mensen die aangifte deden in 2017 een fiscale partner .
  • Effecten op toeslagen, premies zorgverzekeringswet en standaardheffingskorting IB worden niet meegenomen. Iemand krijgt bijvoorbeeld meer zorgtoeslag als zijn of haar belastbaar inkomen lager is.

Overige aannames

  • De onkostenvergoedingen laten we buiten beschouwing. Deze vergoedingen kunnen als gift afgetrokken worden, maar behoren niet tot het belastbaar inkomen. Hiermee onderschatten we dus de grootte van de afdracht. Dat maakt echter niet uit voor het belastingvoordeel, omdat elke politicus al meer afdraagt dan maximaal aftrekbaar.
  • We nemen aan dat parttime SP-politici (raadsleden, Eerste Kamerleden etc.) naast hun politieke functie een baan hebben met een modaal salaris. Dit zou in de praktijk lager of hoger kunnen uitvallen. Aan de ene kant zijn politici bovengemiddeld vaak hoogopgeleid (en opleidingsniveau correleert sterk met inkomen). Aan de andere kant bestaat de SP-achterban voor een groter deel uit mensen met lagere inkomens.
  • We hebben geen rekening gehouden met ander inkomen in box 1, behalve voor de parttimers, en box 2 en 3. Ook dit inkomen behoort tot het verzamelinkomen waarop de aftrekbeperking van 10 procent van toepassing is. 
  •  We hebben geen rekening gehouden met overige aftrekposten in de inkomstenbelasting (aftrek eigenwoningrente, alimentatie, etc.)
  • Naast de afdracht geven politici ook aan andere ANBI-organisaties. Dit verkleint het dat SP’ers met hun afdracht kunnen behalen (iedereen mag maximaal 10 procent van zijn of haar inkomen aftrekken). Uit onderzoek van het Centrum voor Filantropische Studies blijkt dat huishoudens in 2019 gemiddeld zo’n 0,5 procent van hun inkomen aan goede doelen gaven. Wij houden hetzelfde percentage aan.
  • We nemen aan dat SP-politici geen dubbelrollen hebben, zoals raadslid én statenlid. Dit kan de schatting in beide richtingen beïnvloeden, maar heeft waarschijnlijk een beperkt effect.
  • De berekeningen gaan over 2020. In eerdere jaren was het voordeel waarschijnlijk meer, omdat de SP de afgelopen jaren veel raadszetels heeft verloren door afsplitsingen.
  • De afdrachten van niet-raadsleden in commissies hebben we niet meegenomen, omdat er geen nationaal overzicht is van hoeveel dat er zijn.
  • We nemen aan dat SP-politici gebruik maken van de ‘opting-in’-regeling, waardoor loonheffingen worden ingehouden (loonbelasting, premies volksverzekeringen en bijdrage zorgverzekeringswet). Dit versimpelt de rekensom, maar heeft geen invloed op de hoogte van het belastingvoordeel.
  • Burgerraadsleden, lijstopvolgers of duoraadsleden worden buiten beschouwing gelaten, ook al dragen ze wel af aan de SP. Een steekproef van de gemeenten waar de SP actief is, toonde aan dat dit type SP’ers verwaarloosbaar is in aantal.

Methodiek

Bruto schadeloosstelling (salaris) elke politicus

Als eerste hebben we de brutosalarissen van alle politici opgezocht. Onkostenvergoedingen, zoals reis- en verblijfsvergoedingen rekenen we hier niet mee, omdat deze niet meetellen voor het belastbaar inkomen.

Tweede Kamerleden: €117.666

Fractievoorzitter TK:  €117.666 + 1% + 0,3% * aantal andere TK-leden (13) = €123.431

Eerste Kamerleden: € 32.159

Fractievoorzitter EK: € 32.159 + 1,2% + 0,4% * aantal andere EK-leden (3) = €32.931

Gedeputeerden: €110.308

Statenleden: €15.245

Fractievoorzitter PS: €15.244 + 12 * €72,83 + 12 * €10,40 aantal andere statenleden (gemiddeld 2, want naast fractievoorzitters zijn er 23 statenleden voor de SP) = €16.367

Raadsleden: zie tabel

Wethouders: zie tabel

Sommige politieke functies zijn deeltijd: Eerste Kamerleden, Statenleden en Raadsleden. Voor deze taken staat elk 1 dag in de week. Voor onze schatting gaan we ervan uit dat ze de rest van de week voor een modaal salaris werken. Het CPB schat het op 36.500 euro, dus tellen we 80 procent van 36.500 euro bij het salaris op.

Berekenen hoogte afdracht

Vervolgens berekenen we welk deel van het inkomen naar de SP gaat. Eerst berekenen we het netto inkomen en trekken daar vervolgens de SP-vergoeding van politici vanaf. We berekenen het netto inkomen op basis de huidige belastingschijven.

Tweede Kamerleden, wethouders en gedeputeerden ontvangen een SP-vergoeding van €2.977 per maand → 2977 x 12 = €35.724. 

Raadsleden dragen 50 tot 75 procent van hun inkomen af. Om aan de voorzichtige kant te blijven, rekenen we 50% voor alle gemeenteraadsleden. Statenleden dragen volgens de penningmeester van de SP 50% van hun inkomen af.

Voor Eerste Kamerleden berekenen we de hoogte van de afdracht iets anders. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) publiceert jaarlijks een lijst met grote giften aan politieke partijen. Hierin staat ook hoeveel salaris en andere vergoedingen SP’ers (laten) overmaken naar de partij. Volgens de SP-penningmeester stort de SP ongeveer 40 procent daarvan terug aan Eerste Kamerleden en houdt de partij 60 procent zelf. Om een inschatting te maken, nemen we het gemiddelde gedoneerde bedrag van Eerste Kamerleden in de BZK-lijst (€31.466 *0,6). We doen hetzelfde voor de fractievoorzitter, Tiny Cox.

De precieze hoogte van de afdracht maakt overigens niet veel uit voor de uiteindelijke berekening. Dat komt door het maximaal aftrekbare bedrag. Daar gaat de volgende sectie over.

Maximum aftrekbaar

SP’ers mogen niet hun hele afdracht aftrekken van hun belastbaar inkomen. Minister Plasterk meldde in 2016 op Kamervragen van Roland van Vliet (PVV) en Johan Houwers (VVD) dat afdrachten als eenmalige giften tellen. Daarvan mag iemand maximaal 10 procent van zijn of haar  verzamelinkomen (het totale inkomen uit box 1, 2 en 3 bij elkaar) aftrekken. Dit is de belangrijkste bottleneck voor de hoogte van het belastingvoordeel. Voor alle politici was dit minder dan de afdracht.

Belastingvoordeel

Op basis van het afgetrokken bedrag berekenen we het belastingvoordeel per politicus. Hiervoor hanteren we de huidige belastingschijven.

Lees verder Inklappen

Tot een paar jaar terug moesten SP-politici ook dit belastingvoordeel afdragen. Dit betekende dat de partij ze verplichtte om inzage te geven in al hun financiële gegevens, inclusief die van hun partner. In 2017 besloot de SP de regel af te schaffen, naar eigen zeggen omdat het opsturen van de relevante belastingstukken als ‘zeer ingewikkeld’ werd ervaren. 

Een ander controversieel onderdeel van de afdrachtregeling is de zogeheten cessie-overeenkomsten die SP-politici moeten sluiten. Daarin staat dat volksvertegenwoordigers hun vergoeding rechtstreeks op de bankrekening van de partij laten storten. De partij maakt dan vervolgens de (veel kleinere) vergoeding over naar de politici.

In februari 2017 begon de gemeente Noordoostpolder hier een rechtszaak over tegen de SP. De cessieovereenkomst zou de onafhankelijkheid van raadsleden aantasten. De gemeente won de zaak , waardoor gemeenten de vergoeding voortaan direct mochten overmaken aan raadsleden. In de Eerste en Tweede Kamer wordt de cessie nog steeds gehandhaafd, net als in een deel van de lokale afdelingen.

Roel Schutgens, hoogleraar Algemene Rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit, vindt het een goede zaak dat de cessies steeds minder vaak voorkomen: ‘De regeling staat, zoals de rechter in de zaak van de gemeente Noordoostpolder bepaalde, op gespannen voet met de onafhankelijkheid van volksvertegenwoordigers,’ zegt hij tegen FTM. ‘Politici zijn geen werknemers die precies moeten zeggen of doen wat de baas zegt.’

De afgelopen jaren zit de SP in een neerwaartse spiraal. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 verloor de partij 6,6 procent van haar zetels. Daardoor namen ook de inkomsten uit de afdrachten sterk af. Was het totaal aan afdrachten in 2017 5,4 miljoen euro, anno 2019 was daar nog maar 3,1 miljoen euro van over.

Dossier

Dossier: De financiering van onze politieke partijen

In dit dossier leggen we de financiering van alle Nederlandse politieke partijen onder de loep.

Alle artikelen

Volg dit dossier

Partijverlaters

In het verleden verlieten veel SP’ers de partij uit onmin met de afdrachtregeling. In 2004 stapte SP-Kamerlid Ali Lazrak op. ‘Ik werk zeven dagen in de week en krijg daarvoor een schamele 1900 euro’, zei hij destijds. ‘Over iedere cent die ik naast mijn onkostenvergoeding van 100 euro uitgeef, moet ik verantwoording afleggen. Dat weiger ik.’ 

Toen SP’er Harry van Bommel in 2017 uit de Tweede Kamer vertrok, kwamen er geen details naar buiten. Wel schreef De Telegraaf dat Van Bommel thuis aan de keukentafel met zijn vrouw had uitgerekend dat hij de SP maar liefst een miljoen euro rijker had gemaakt.

Ook Sharon Gesthuizen vertrok in dat jaar. Haar persoonlijke financiële situatie na haar scheiding speelde daarbij ook een rol, zegt ze terugblikkend tegen FTM: ‘Ik zag een toekomst voor me als alleenstaande moeder met een dochter die ik niet kon laten studeren omdat er geen geld voor zou zijn door de afdrachtregeling.’

Renske Leijten, voorvechter van de slachtoffers van de toeslagenaffaire en nummer twee bij de aankomende verkiezingen, zegt tegen FTM ‘trots’ te zijn op de afdrachtregeling. ‘Het was in 1974 een principekwestie en dat is het nog steeds. Links lullen en rechts vullen, dat willen we bij de SP niet. Zelfs als de regeling verboden wordt, ga ik me er toch aan houden.’