Lilian Marijnissen tijdens het digitale SP-partijcongres vanuit het partijkantoor De Moed in Amersfoort. Tijdens het congres stemden de leden over het partijprogramma voor de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart 2021.
© Bart Hoogveld (via ANP)

De SP strijkt ieder jaar miljoenen op met haar afdrachtregeling. Ondertussen kost diezelfde regeling de Nederlandse fiscus jaarlijks honderdduizenden euro’s. Afdrachten mogen namelijk als gift worden afgetrokken bij de belasting. Volgens berekeningen van Follow the Money gaat het om minstens 718.000 euro per jaar. Ook brengt de strenge zelfopgelegde regeling veel SP’ers in financiële problemen, en zorgt zij voor onrust binnen de partij. ‘Mijn kinderen hadden geen studieschuld hoeven hebben.’

De Socialistische Partij (SP) staat op de bres voor de gewone man. Dat is de boodschap die de partij al sinds jaar en dag verkondigt. Lange tijd droeg voormalig worstenmaker en metaalbankwerker Jan Marijnissen dat ideaal als partijleider uit. Tegenwoordig doet zijn dochter Lilian dat. Dat geldt ook voor Renske Leijten, het Tweede Kamerlid dat samen met CDA’er Pieter Omtzigt opkwam voor de slachtoffers van de toeslagenaffaire. Dappere Renske tegenover de fraudejagers van de Belastingdienst, gesteund door ministers, de bijna voltallige Tweede Kamer en de Raad van State – het is een beeld dat de partij bij de komende verkiezingen mogelijk goed van pas zal komen.

Het is dan ook opvallend dat juist de partij die het opneemt voor de verdrukte medemens, haar eigen vertegenwoordigers zo kort houdt. De SP is namelijk de partij met de meest vergaande afdrachtregeling van alle Nederlandse politieke bewegingen. De namens de SP verkozen volksvertegenwoordigers dragen een groot deel van hun vergoeding af aan de partijkas. Deze afdrachtregeling is een vereiste binnen de partij. Om op de kieslijst te komen, moeten politici een verklaring tekenen dat ze aan die afdracht zullen voldoen. Als politici zich later toch niet aan die belofte houden, kunnen ze worden geroyeerd als lid en verdwijnen ze van de kieslijst voor de volgende verkiezingen, zoals herhaaldelijk is gebeurd.

Hoeveel moeten SP-volksvertegenwoordigers afdragen?

Alle Tweede Kamerleden hebben een bruto inkomen van 117.666 euro. De SP ontvangt deze vergoeding en geeft haar Kamerleden in 2021 een vergoeding van 36.900 euro, aldus de penningmeester van de partij. De SP streeft ernaar haar volksvertegenwoordigers een modaal inkomen te geven. Voor wethouders en gedeputeerden geldt dezelfde partijvergoeding. Daarnaast krijgen Kamerleden jaarlijkse vergoedingen voor reiskosten (4900 euro), verblijfskosten (afhankelijk van woonafstand) en beroepskosten (2.865,40 euro). De SP ontvangt deze vergoedingen en geeft Kamerleden de mogelijkheid werkelijk gemaakte kosten bij de partij te declareren.

Voor deeltijdmedewerkers gelden andere regelingen. Eerste Kamerleden hebben recht op een bruto vergoeding van 32.159 euro per jaar. SP-senatoren krijgen in 2021 een nettovergoeding van 16.752 euro. Ook hier int de SP alle vergoedingen voor reiskosten (3640 euro), verblijfskosten (tussen 411 en 13.314 euro, afhankelijk van de woonafstand) en beroepskosten (2728 euro). In ruil daarvoor kunnen ook Eerste Kamerleden alle werkelijk gemaakte kosten bij de partij declareren.

Gemeenteraadsleden staan 50 tot soms wel 75 procent van hun raadsvergoeding af, afhankelijk van de grootte van de gemeente. Zij worden geacht om naast hun raadswerk ook een andere functie te bekleden. Op de SP-website staat: ‘Het raadslidmaatschap is geen werk, maar een nevenfunctie én bovenal een eer.’

Hetzelfde geldt voor Statenleden. Zij staan standaard 50 procent af van hun netto vergoeding. Ook moeten politici hun reis- en verblijfsvergoedingen afstaan. In ruil daarvoor mogen ze werkelijk gemaakte onkosten bij de SP declareren. Voor raads- en Statenleden bestaan wel uitzonderingsregelingen. Deze gelden voor mensen zonder baan, een uitkering of studiefinanciering. Wanneer ze hun uitkering, toeslagen of studiefinanciering (gedeeltelijk) kwijtraken door hun politieke vergoeding, kunnen ze compensatie aanvragen. Dit inkomstenverlies moet dan wel hoger zijn dan 75 procent van de SP-vergoeding.

Lees verder Inklappen

Die afdrachtregeling maakt dat de SP met afstand de rijkste politieke partij is van Nederland en tegelijkertijd volksvertegenwoordigers heeft die de eindjes nauwelijks aan elkaar kunnen knopen. In 2019 had de SP, electoraal thans de zesde partij van Nederland, een eigen vermogen van 10,4 miljoen euro. Daarnaast is de partij via de stichting Beheer Socialistische Partij eigenaar van tien partijkantoren door het hele land met een gezamenlijke waarde van 3,1 miljoen euro. 

De partij heeft meer inkomsten door afdrachten dan alle andere inkomstenbronnen samen. Ook andere partijen hebben dergelijke afdrachtregelingen, maar die verbleken allemaal bij de regeling die binnen de SP-gelederen bekend staat als ‘het kroonjuweel van de partij’.

Belastingvoordeel

De afdrachtregeling is belastingtechnisch ook nog eens heel voordelig. De SP is een vereniging en heeft een zogenaamde ANBI-status: wie geld geeft aan de SP, kan dat fiscaal aftrekken. SP-politici hoeven daarom minder loonbelasting te betalen. Volgens een conservatieve schatting van Follow the Money loopt de fiscus op deze manier jaarlijks minstens 718.000 euro mis. Deze berekening (zie kader Methodologie) is gestoeld op een aantal aannames waardoor het bedrag waarschijnlijk lager uitvalt dan het in werkelijkheid is. Zo veronderstellen we dat de partners van de SP’ers geen eigen inkomen hebben. In 2017 had 61 procent van de burgers die belastingaangifte deed een fiscale partner. Als je dat gemiddelde aanhoudt, en aanneemt dat de belastingplichtigen een modaal inkomen hebben, kom je uit op een voordeel van ruim 1,02 miljoen euro.

Over onze methodologie

Hoe hebben we het belastingvoordeel voor de afdrachtregeling van de SP berekend?

Onderstaande werkwijze is gecontroleerd en aangescherpt door Michiel Opgenoort, belastingadviseur en fiscaal econoom. In deze spreadsheet staan alle gemaakte berekeningen.

Onze belangrijkste aannames en beperkingen

Aannames waardoor de berekening waarschijnlijk een flinke onderschatting is

  • We nemen aan dat politici geen partners hebben met een eigen inkomen. Het is namelijk niet na te gaan hoeveel SP’ers wel een partner hebben. Dit drukt de schatting enorm omdat een politicus dan maximaal 10 procent van het gezamenlijke inkomen mag aftrekken. Volgens de belastingdienst had 61% van de mensen die aangifte deden in 2017 een fiscale partner .
  • Effecten op toeslagen, premies zorgverzekeringswet en standaardheffingskorting IB worden niet meegenomen. Iemand krijgt bijvoorbeeld meer zorgtoeslag als zijn of haar belastbaar inkomen lager is.

Overige aannames

  • De onkostenvergoedingen laten we buiten beschouwing. Deze vergoedingen kunnen als gift afgetrokken worden, maar behoren niet tot het belastbaar inkomen. Hiermee onderschatten we dus de grootte van de afdracht. Dat maakt echter niet uit voor het belastingvoordeel, omdat elke politicus al meer afdraagt dan maximaal aftrekbaar.
  • We nemen aan dat parttime SP-politici (raadsleden, Eerste Kamerleden etc.) naast hun politieke functie een baan hebben met een modaal salaris. Dit zou in de praktijk lager of hoger kunnen uitvallen. Aan de ene kant zijn politici bovengemiddeld vaak hoogopgeleid (en opleidingsniveau correleert sterk met inkomen). Aan de andere kant bestaat de SP-achterban voor een groter deel uit mensen met lagere inkomens.
  • We hebben geen rekening gehouden met ander inkomen in box 1, behalve voor de parttimers, en box 2 en 3. Ook dit inkomen behoort tot het verzamelinkomen waarop de aftrekbeperking van 10 procent van toepassing is. 
  •  We hebben geen rekening gehouden met overige aftrekposten in de inkomstenbelasting (aftrek eigenwoningrente, alimentatie, etc.)
  • Naast de afdracht geven politici ook aan andere ANBI-organisaties. Dit verkleint het dat SP’ers met hun afdracht kunnen behalen (iedereen mag maximaal 10 procent van zijn of haar inkomen aftrekken). Uit onderzoek van het Centrum voor Filantropische Studies blijkt dat huishoudens in 2019 gemiddeld zo’n 0,5 procent van hun inkomen aan goede doelen gaven. Wij houden hetzelfde percentage aan.
  • We nemen aan dat SP-politici geen dubbelrollen hebben, zoals raadslid én statenlid. Dit kan de schatting in beide richtingen beïnvloeden, maar heeft waarschijnlijk een beperkt effect.
  • De berekeningen gaan over 2020. In eerdere jaren was het voordeel waarschijnlijk meer, omdat de SP de afgelopen jaren veel raadszetels heeft verloren door afsplitsingen.
  • De afdrachten van niet-raadsleden in commissies hebben we niet meegenomen, omdat er geen nationaal overzicht is van hoeveel dat er zijn.
  • We nemen aan dat SP-politici gebruik maken van de ‘opting-in’-regeling, waardoor loonheffingen worden ingehouden (loonbelasting, premies volksverzekeringen en bijdrage zorgverzekeringswet). Dit versimpelt de rekensom, maar heeft geen invloed op de hoogte van het belastingvoordeel.
  • Burgerraadsleden, lijstopvolgers of duoraadsleden worden buiten beschouwing gelaten, ook al dragen ze wel af aan de SP. Een steekproef van de gemeenten waar de SP actief is, toonde aan dat dit type SP’ers verwaarloosbaar is in aantal.

Methodiek

Bruto schadeloosstelling (salaris) elke politicus

Als eerste hebben we de brutosalarissen van alle politici opgezocht. Onkostenvergoedingen, zoals reis- en verblijfsvergoedingen rekenen we hier niet mee, omdat deze niet meetellen voor het belastbaar inkomen.

Tweede Kamerleden: €117.666

Fractievoorzitter TK:  €117.666 + 1% + 0,3% * aantal andere TK-leden (13) = €123.431

Eerste Kamerleden: € 32.159

Fractievoorzitter EK: € 32.159 + 1,2% + 0,4% * aantal andere EK-leden (3) = €32.931

Gedeputeerden: €110.308

Statenleden: €15.245

Fractievoorzitter PS: €15.244 + 12 * €72,83 + 12 * €10,40 aantal andere statenleden (gemiddeld 2, want naast fractievoorzitters zijn er 23 statenleden voor de SP) = €16.367

Raadsleden: zie tabel

Wethouders: zie tabel

Sommige politieke functies zijn deeltijd: Eerste Kamerleden, Statenleden en Raadsleden. Voor deze taken staat elk 1 dag in de week. Voor onze schatting gaan we ervan uit dat ze de rest van de week voor een modaal salaris werken. Het CPB schat het op 36.500 euro, dus tellen we 80 procent van 36.500 euro bij het salaris op.

Berekenen hoogte afdracht

Vervolgens berekenen we welk deel van het inkomen naar de SP gaat. Eerst berekenen we het netto inkomen en trekken daar vervolgens de SP-vergoeding van politici vanaf. We berekenen het netto inkomen op basis de huidige belastingschijven.

Tweede Kamerleden, wethouders en gedeputeerden ontvangen een SP-vergoeding van €2.977 per maand → 2977 x 12 = €35.724. 

Raadsleden dragen 50 tot 75 procent van hun inkomen af. Om aan de voorzichtige kant te blijven, rekenen we 50% voor alle gemeenteraadsleden. Statenleden dragen volgens de penningmeester van de SP 50% van hun inkomen af.

Voor Eerste Kamerleden berekenen we de hoogte van de afdracht iets anders. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) publiceert jaarlijks een lijst met grote giften aan politieke partijen. Hierin staat ook hoeveel salaris en andere vergoedingen SP’ers (laten) overmaken naar de partij. Volgens de SP-penningmeester stort de SP ongeveer 40 procent daarvan terug aan Eerste Kamerleden en houdt de partij 60 procent zelf. Om een inschatting te maken, nemen we het gemiddelde gedoneerde bedrag van Eerste Kamerleden in de BZK-lijst (€31.466 *0,6). We doen hetzelfde voor de fractievoorzitter, Tiny Cox.

De precieze hoogte van de afdracht maakt overigens niet veel uit voor de uiteindelijke berekening. Dat komt door het maximaal aftrekbare bedrag. Daar gaat de volgende sectie over.

Maximum aftrekbaar

SP’ers mogen niet hun hele afdracht aftrekken van hun belastbaar inkomen. Minister Plasterk meldde in 2016 op Kamervragen van Roland van Vliet (PVV) en Johan Houwers (VVD) dat afdrachten als eenmalige giften tellen. Daarvan mag iemand maximaal 10 procent van zijn of haar  verzamelinkomen (het totale inkomen uit box 1, 2 en 3 bij elkaar) aftrekken. Dit is de belangrijkste bottleneck voor de hoogte van het belastingvoordeel. Voor alle politici was dit minder dan de afdracht.

Belastingvoordeel

Op basis van het afgetrokken bedrag berekenen we het belastingvoordeel per politicus. Hiervoor hanteren we de huidige belastingschijven.

Lees verder Inklappen

En daar bleef het niet bij. Tot 2017 verplichtte de partij haar volksvertegenwoordigers het belastingvoordeel ook nog eens af te staan, net als een mogelijke hypotheekrenteaftrek. Dit betekende dat ze de partij inzage moesten geven in al hun financiële gegevens, óók in die van hun partner. Björn Lugthart, voormalig wethouder in Rijswijk, ging hiermee niet akkoord. Als raadslid stond hij 75 procent van zijn vergoeding af aan de SP, zei hij eind 2016 tegen het Algemeen Dagblad. Dat hij ook als wethouder zijn inkomsten uit werk, spaargelden, neveninkomsten, eventuele schulden en hypotheek moest doorgeven, vond hij te gortig.‘Dat heb ik direct aangegeven bij de partijtop,’ stelde Lugthart in de krant. ‘Mijn inkomstenbelasting stuur ik naar de overheid, als het nodig is naar de politie, maar de partij krijgt geen inzage.’ Het leidde tot zijn royement door de partij. Op de vraag hoe hij terugkijkt op de kwestie wil Lugthart tegenover FTM niets kwijt. ‘Het hoofdstuk SP is voor mij afgesloten. Ik ben geen lid meer van die partij.’

De lokale afdeling van de partij bleef destijds achter Lugthart staan. De partijtop was onverzoenlijk en besloot als strafmaatregel dat de SP in Rijswijk in 2018 niet mee mocht doen aan de gemeenteraadsverkiezingen. Volgens de SP kwam deze beslissing echter voort uit het feit dat de SP ‘te weinig actieve SP-leden in Rijswijk had om op een goede manier met de lokale verkiezingen mee te doen’.

Een jaar na het conflict met de Rijswijkse wethouder besluit de SP in 2017 de verplichte teruggave van het belastingvoordeel af te schaffen. Thijs Coppus, destijds penningmeester van de SP, verklaarde op de partijraad dat veel bestuurders ‘het opsturen van de relevante belastingstukken als zeer ingewikkeld’ ervaren. Om het inkomstenverlies voor de partij op te vangen, kunnen politici voortaan minder declareren.

Juridische discussie rond belastingvoordeel afdracht

Er wordt al jarenlang gediscussieerd hoe terecht het is dat een verplichte afdracht als gift mag worden afgetrokken. In 2007 verscheen een rapport van de Commissie algemeen nut beogende instellingen over dit onderwerp. Tijdens de presentatie uitte Sigrid Hemels, hoogleraar Belastingrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en tevens mede-auteur van het rapport, dat de afdracht zoals bij de SP vergelijkbaar was met die aan kerken. Jaap Zwemmer, emeritus hoogleraar Belastingrecht aan de Universiteit van Amsterdam, vond dit niet hetzelfde. Bij de SP word je immers anders dan bij een kerkgemeenschap bij weigering uit de partij gezet.

Beide hoogleraren laten desgevraagd weten nog altijd achter hun oordeel van destijds te staan. Wel vindt Zwemmer het ‘verdedigbaar’ om de afdracht als ‘negatief inkomen’ te classificeren, wat het bedrag ook aftrekbaar zou maken. Maar volgens hem is het nog maar de vraag of een rechter deze constructie accepteert en bovendien zou er eerst ‘het een en ander moeten veranderen aan de uitvoering van de regeling’.

Inge van Vijfeijken, hoogleraar Fiscaal Recht aan Tilburg University, schreef mee aan het rapport uit 2007 en was destijds ook bij de discussie aanwezig. Zij vindt het ’zeer wel verdedigbaar’ om afdrachten als gift aan te merken: ‘Een SP-politicus zegt “ja” tegen een pakket maatregelen, waaronder de verplichting om jaarlijks te schenken. Het aangaan van de verplichting doe je uit vrijgevigheid.’

Lees verder Inklappen

Neerwaartse spiraal

Maar met het afschaffen van de verplichte belastingteruggave is de heibel rond de afdrachtregeling nog niet voorbij. In februari 2017 sleepte de gemeente Noordoostpolder de SP voor de rechter. Het conflict ging over de zogenaamde ‘cessie-overeenkomst’ die de partij met haar politici sluit: op grond van die regeling maakt de overheid vergoedingen voor SP’ers direct naar de partij over. De partij maakt dan vervolgens de (veel kleinere) vergoeding over naar de politici.

De gemeente Noordoostpolder wilde hier niet langer aan meedoen; het zou de onafhankelijkheid van raadsleden aantasten. Partijen hebben dan namelijk controle over het inkomen van politici. De gemeente won de zaak, waardoor de vergoeding voortaan direct mocht overgemaakt aan de raadsleden. Ronald Plasterk, destijds namens de PvdA minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, noemde de afhankelijkheidsrelatie van volksvertegenwoordigers van de SP ‘onwenselijk’ en maakte in juli 2017 plannen om de cessie-constructie volledig af te schaffen, zo ontdekte het Algemeen Dagblad. Deze plannen zijn echter nooit ten uitvoer gebracht. In de Eerste en Tweede Kamer wordt de vergoeding van SP-politici nog direct aan de partij overgemaakt, net als aan een deel van de lokale afdelingen.

‘Ik verwachtte steun, camaraderie’

Roel Schutgens, hoogleraar Algemene Rechtswetenschap aan de Nijmeegse Radboud Universiteit, vindt het een goede zaak dat de cessies steeds minder vaak voorkomen: ‘De regeling staat, zoals de rechter in de zaak van de gemeente Noordoostpolder bepaalde, op gespannen voet met de onafhankelijkheid van volksvertegenwoordigers,’ zegt hij tegen FTM. ‘Politici zijn geen werknemers die precies moeten zeggen of doen wat de baas zegt.’

Douwe Jan Elzinga, hoogleraar staatsrecht in Groningen, uitte al in 2011 zijn bezorgdheid dat door de cessie-overeenkomsten ‘de volksvertegenwoordiger in zijn onafhankelijkheid wordt bedreigd’. SP-Kamerlid Ronald van Raak sloeg vervolgens hard terug met een artikel in het partijblad getiteld ‘De politieke hetze van professor Elzinga’. Volgens Van Raak verschilde hun afdrachtregeling niet wezenlijk van die van andere partijen. De cessie-overeenkomst diende enkel om ‘onnodige bureaucratie te voorkomen’.

Maar de kritiek verstomde niet. In een opinieartikel uit 2016 in Binnenlands Bestuur noemt Elzinga de cessies ‘staatsrechtelijk ondeugdelijk’. SP’ers zouden ‘financieel met handen en voeten gebonden zijn aan hun partij, waardoor hun onafhankelijkheid in het gedrang komt’. Het SP-bestuur laat desgevraagd weten: ‘Een volksvertegenwoordiger heeft recht op een vergoeding voor zijn werkzaamheden en een onkostenvergoeding. De betreffende volksvertegenwoordiger geeft daarvoor een rekeningnummer op waar deze vergoeding op overgemaakt dient te worden. Wat zij of hij daar verder mee doet, is niet aan de overheid ter beoordeling.’

De afgelopen jaren zit de SP in een neerwaartse spiraal. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 verloor de partij 6,6 procent van haar zetels. Daardoor namen ook de inkomsten uit de afdrachten sterk af. Van de 5,4 miljoen euro aan ontvangen afdrachten in 2017, hield de partij in 2019 nog maar 3,1 miljoen euro over. 

Vooral in Limburg zijn veel lokale vertegenwoordigers het oneens met de landelijke partijlijn en de te grote bemoeienis van de partij met lokale aangelegenheden. De SP reageert altijd als door een wesp gestoken op vertrekkers. Die worden afgeschilderd als ‘zetelrovers’ of ‘graaiers’, zegt oud-wethouder Patrick van Lunteren uit Breda. Hij vond dat de partij te veel bleef hangen in oude socialistische dogma’s en deed in 2019 een vergeefse gooi naar het voorzitterschap. In april vorig jaar stapte hij gedesillusioneerd op. ‘Ik ben niet weg gegaan om de afdrachtregeling,’ laat hij FTM weten. ‘Ik verwachtte steun, camaraderie. En als dat er niet blijkt te zijn, ga je je wel afvragen waarvoor je het allemaal hebt gedaan. Mijn hele hypotheek had ik kunnen aflossen van het geld dat ik heb afgedragen. Ik heb de partij in feite een huis gegeven.’

De oorsprong van de afdrachtregeling

De SP heet aanvankelijk de Kommunistische Partij Nederland/Marxistisch-Leninistisch (KPN/ML). Oprichter is Daan Monjé, een charismatische Rotterdamse pijpfitter, met sterke sympathie voor het China van Mao. In 2010 schreef HP/De Tijd dat Monjé in 1971 bij een bezoek aan China 400.000 gulden beloofd was. Niet lang daarna werd het geld opgehaald in de haven van Kopenhagen. Met de gift uit Peking kocht de partij haar eerste partijkantoor in Rotterdam voor 422.500 gulden, dat contant werd betaald.

In 1974 doet de partij, met een piepjonge Jan Marijnissen (1952), voor het eerst mee aan gemeenteraadsverkiezingen. In zijn geboorteplaats Oss behaalt de partij een klinkende overwinning: drie zetels. Gemeenteraden staan op dat moment binnen SP-kringen bekend als ‘kletscolleges’ waar echte problemen die leven op straat niet aan bod komen. Als de drie zojuist aangetreden SP-raadsleden in Oss ontdekken dat na de vergadering gratis drank wordt geschonken, zijn ze daar niet van gediend. ‘Wij drinken niet op kosten van de gemeenschap,’ zeggen de SP’ers tegen een verbouwereerde burgemeester. Ze verlaten demonstratief het gebouw en besluiten hun raadsvergoeding voortaan af te dragen aan de partij. Daarmee is de afdrachtregeling geboren.

De theorie klinkt mooi: voor de SP zijn duizenden vrijwilligers actief die stad en land aflopen en daarvoor geen cent krijgen. Waarom zouden zij die toevallig volksvertegenwoordiger worden dan wél een aanzienlijk salaris moeten krijgen? Het is een prima manier om baantjesjagers buiten de deur te houden, vinden ze bij de SP. Maar de afdrachtregeling leidt ook tot veel ophef en negatieve pers, oud-SP’ers beklagen zich regelmatig (en ook in dit stuk) met terugwerkende kracht over de regeling. ‘Zodra de liefde voor de SP omslaat in weerzin, herinneren zich betrokkenen niet zelden ontberingen die hen tot nu toe niet waren opgevallen. (...) Geruzie over geld maakt abstract onbehagen concreet,’ noteert Rudie Kagie in 2004 in zijn boek De Socialisten, achter de schermen bij de SP.

Dat omzien in wrok speelt al vanaf de oprichtingsjaren van de partij. Schrijver Koos van Zomeren, al heel vroeg betrokken bij de partij, keek in zijn autobiografische boek De Witte Prins uit 1985 terug op zijn tijd bij de beweging. Zo schrijft hij: ‘Je offerde je geld (...) Er werd armoede geleden (...) Je offerde je tijd (...) Dat alles offerde je op en nog veel meer – maar dan was je nog allerminst verzekerd van het predikaat goed partijlid. Bij het minste of geringste vergrijp tegen de partijlijn, ook als deze lijn pas nadien werd vastgesteld, werd je voor het afdelingspeloton gesleept.’

"Het raadslidmaatschap is geen werk, maar een nevenfunctie én bovenal een eer"

Verzet Ali Lazrak

Als de kleine partij in de jaren negentig uitgroeit tot een grote beweging met volksvertegenwoordigers in het hele land, haken er op lokaal niveau regelmatig mensen af die de afdrachtregeling te gortig vinden. Dit gebeurde ook binnen de afdeling van Emmen, in 1998 én in 2002. Als Peter van Ovost, de partijvoorzitter uit Emmen, aandacht vraagt voor de kwestie, geeft de partijleiding hem te verstaan dat hij er een rommeltje van maakt en dat hij zijn toon moet matigen. In diezelfde periode weigeren raadsleden in Heerenveen en Leeuwarden hun inkomen over te maken aan de partij, net als statenlid Hans de Boer uit Gelderland. In Tiel stapt raadslid Marc Peelen over naar GroenLinks.

In 2004 vertrekt voor het eerst een Kamerlid uit onvrede over de afdrachtregeling. Het gaat om de voormalige autospuiter, welzijnswerker en journalist Ali Lazrak die in 2002 in de Tweede Kamer belandt. Lazrak ergerde zich al snel aan het in zijn ogen autoritaire optreden van toenmalig fractievoorzitter Jan Marijnissen. Die had hem in bijzijn van anderen ‘lui’ genoemd. 'Ali, je zit bij de beste partij van Nederland en je verdient het niet,’ had Marijnissen hem toegevoegd. Lazrak noemde Marijnissen in NRC Handelsblad  ‘een soort koppelbaas’ en zei: ‘Ik werk zeven dagen in de week en krijg daarvoor een schamele 1900 euro. Over iedere cent die ik naast mijn onkostenvergoeding van 100 euro uitgeef, moet ik verantwoording afleggen. Dat weiger ik.’ 

Lazrak stopt de betaling van een deel van zijn salaris. Hij noemt de afdrachtregeling in NRC Handelsblad ‘achterhaald’ en gebaseerd op ‘de engste vorm van een antiek soort socialisme’. Hij vindt de regeling niet meer van deze tijd: ‘De een heeft drie kinderen, de ander is vrijgezel. Met die verschillen dient de partij rekening te houden als ze een offer van de gekozenen vraagt, maar dat gebeurt niet,’ aldus Lazrak op 7 februari 2004 in Vrij Nederland. Bovendien, zo stelt Lazrak, zit hij vanwege ‘persoonlijke omstandigheden’ om geld verlegen.

Dossier

Dossier: De financiering van onze politieke partijen

In dit dossier leggen we de financiering van alle Nederlandse politieke partijen onder de loep.

Alle artikelen

Volg dit dossier

Marijnissen slaat terug en op 13 december 2003 laat hij het Algemeen Dagblad weten dat Lazrak in scheiding ligt en daarom zijn tweede huis op de Canarische eilanden moest verkopen. ‘Dat geeft financiële problemen: hij moet nu zijn huis op de Canarische Eilanden verkopen. Maar in onze partij geldt: gelijke monniken, gelijke kappen.’ Het publieke moddergooien over en weer maakt de verhoudingen er niet beter op. Toch lijkt het er even op alsof het partijbestuur de afdrachtregeling door de protesten van Lazrak heroverweegt, maar daaraan maakt Marijnissen snel een einde. ‘Aan die regeling verandert niets,’ verklaart hij op 20 januari 2004 tegenover ANP. ‘Toen ik hier in 1994 begon, kregen SP-Kamerleden het minimumloon. Nu is het al een modaal salaris.’

Daarmee was de discussie gesloten. ‘Alle Tweede-Kamerleden tekenen ervoor dat ze hun salaris afdragen,’ zei toenmalig partijsecretaris en conflictbemiddelaar Tiny Kox over Lazrak. ‘Als je het niet doet, dan hoor je er bij de SP niet bij.’

Begin 2004 werd Lazrak uit de partij gezet en begon hij een eenmansfractie. Zelf grapte hij de partij ‘De twee Ali’s’ te beginnen – samen met Ayaan Hirsi Ali die dan is ondergedoken en van wie toen het gerucht ging dat ze uit de VVD wilde stappen. Anderen suggereerden Lijst Lastpak. Het wordt uiteindelijk toch gewoon Lijst Lazrak.

Wachtgeld

Voor Harry van Bommel was het in 2017 na bijna negentien jaar Kamerlidmaatschap tijd om te vertrekken. Een jaar later zegt hij zelfs zijn partijlidmaatschap op. Van Bommel begon als deelraadslid in Amsterdam-Oost en liep jarenlang stad en land af voor de partij, altijd stond hij klaar om in zaaltjes partijgenoten toe te spreken of af te reizen naar een ver buitenland. Bij RTL-Nieuws laat hij weten het niet eens te zijn met de koers van de partij. Ook meldt de Volkskrant dat Van Bommel ‘achter de schermen heeft laten doorschemeren’ dat het opvolgingsproces waarbij Lillian Marijnissen fractievoorzitter is geworden in zijn ogen ‘niet eerlijk is verlopen’.

Van Bommel komt in de media niet met details over zijn vertrek, hij doet er het zwijgen toe omdat hij inmiddels is begonnen als bestuursadviseur van de gemeente Zwolle. De Telegraaf schrijft wel dat Van Bommel thuis aan de keukentafel met zijn vrouw heeft uitgerekend dat hij de SP maar liefst een miljoen euro rijker heeft gemaakt. Maar daar blijft het niet bij. Als hij eenmaal uit de Kamer is, eist de partij een deel van zijn wachtgeld op. Van Bommel wordt in de krant van wakker Nederland niet rechtstreeks geciteerd, maar hij heeft de aantijgingen nooit weersproken. Op nadere vragen van FTM wil Van Bommel niet reageren.

Moegestreden

Sharon Gesthuizen is een ander kamerlid dat in 2017 opstapt. Zij is veel openlijker over haar vertrek en schrijft zelfs een boek over haar jaren bij de SP.  In Schoonheid, macht, liefde: In het leven en de politiek beschrijft ze een partij waar de omgangsvormen hard zijn en waar partijleden de lijn van de top onvoorwaardelijk steunen. ‘Niets en niemand is goed genoeg (behalve hijzelf) en fractieleden worden tegen elkaar opgezet,’ schrijft Gesthuizen over Jan Marijnissen. Ze heeft het ook over de ‘rigoureuze afdrachtregeling’ waaraan niet valt te tornen. ‘Grote onenigheid over de koers van de partij is er overigens niet,’ aldus Gesthuizen. ‘Ik ken geen SP’ers die voorstander zijn van het afschudden van welke ideologische veer ook in ruil voor regeringsdeelname, die de afdrachtregeling of het activisme vaarwel zouden willen zeggen.’

‘Tegenwoordig is een modaal salaris simpelweg te weinig om een gewoon leven te leiden’

In 2015 ging Gesthuizen desondanks de strijd aan om het partijvoorzitterschap, daarbij gesteund door onder meer Harry van Bommel. Ondanks tegenwerking van Jan Marijnissen en de rest van de partijtop werd het een spannende strijd. Gesthuizen kreeg 41 procent van de stemmen, maar moest het afleggen tegen Ron Meyer die door het partijbestuur naar voren is geschoven. Een jaar later stapte Gesthuizen moegestreden op. Haar persoonlijke financiële situatie speelde daarbij óók een rol, zegt ze terugblikkend tegen FTM. Na haar scheiding bleef ze alleen met haar dochter in een appartement in Den Haag wonen dat ze een paar jaar eerder met haar toenmalige partner op het hoogtepunt van de markt had gekocht. ‘Ik kon in mijn huis blijven wonen, maar financieel werd het passen en meten,’ vertelt ze. ‘Op dat moment verdiende ik 2700 euro per maand als restitutie, zoals de partij dat noemt, en dat is in de Randstad voor een alleenstaande moeder geen vetpot. Toen ik mijn zieke moeder, die toen nog leefde, wat vaker wilde bezoeken, moest ik op enig moment ook nog een autootje kopen.’ 

Gesthuizen kreeg het financieel steeds moeilijker. ‘Ik zag een toekomst voor me als alleenstaande moeder met een dochter die ik niet kon laten studeren omdat er geen geld voor zou zijn door de afdrachtregeling. Tegenwoordig is een modaal salaris simpelweg te weinig om een gewoon leven te leiden.’

"Hoe kan het dat je zo met je mensen omgaat terwijl je naar buiten sociaal beleid uitdraagt?"

Nul op rekest

Veel minder bekend is het conflict dat de Brabantse Veerle Slegers aanging met de partij. Ze was jarenlang SP’er in hart en nieren. In 2006 begon ze in de Tilburgse gemeenteraad en schopte het tot fractievoorzitter. Later werd ze ook nog statenlid in de Brabantse Provinciale Staten. Slegers kwam in de financiële problemen toen ze door een verkeerd belastingadvies haar afdracht niet meer kon opbrengen. Haar man zat in de WAO en zij was kostwinner. 

Toen ze bij het partijbestuur aanklopte met het verzoek om versoepeling van de regeling, kreeg ze nul op het rekest, vertelt ze aan FTM: ‘Dat werd toen afgedaan met: “Ga minder naar vergaderingen, de straat opgaan is belangrijker dan het parlementaire werk”.’ Slegers zette gedesillusioneerd door gebrek aan begrip bij de partij én genoodzaakt door haar financiële omstandigheden de afdracht stop. De SP-leiding reageerde onverbiddelijk: Slegers moest weg. In 2012 kwam ze niet meer voor op de lijst bij de gemeenteraadsverkiezingen en in 2015 niet bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten. 

Al voordat ze zelf in de problemen kwam, had Slegers te maken met SP’ers voor wie de afdrachtregeling een obstakel was. ‘We raakten goede mensen kwijt die zeiden: “Ik red het financieel echt niet”.’ Ook buiten haar eigen afdeling sprak ze als lid van het landelijke scholingsteam veel partijleden. ‘Mensen vertelden me dat ze ideologisch graag voor de partij aan de slag wilden, maar dat ze het financieel niet zouden bolwerken door de afdrachtregeling.’ Zelf had ze tot dan zo’n 65.000 euro afgedragen aan de partij. ‘Mijn kinderen hadden geen studieschuld hoeven hebben.’

Slegers praatte met stadsgenoot en senator Tiny Kox – die eerder ook bemiddelde in het conflict met Ali Lazrak. Ook deze keer toonde hij zich een onverzoenlijke hardliner, zegt Slegers tegen FTM. ‘Kox zei letterlijk: “Je steelt van de partij door tijdelijk niet af te dragen. Wij zijn geen bank waar je kunt lenen, en als je geld nodig hebt ga je maar naar je familie”.’ Slegers was diep teleurgesteld. ‘Dan heb je dus al zoveel jaren samen achter de rug.’ Slegers noemt het karakter van de partij waarvoor ze zich zoveel jaren heeft ingezet ‘bijna schizofreen. Hoe kan het dat je zo met je mensen omgaat terwijl je naar buiten sociaal beleid uitdraagt?’

‘Links lullen rechts vullen, dat willen we bij de SP niet’

Kox wil desgevraagd niet ingaan op de gesprekken die hij had met Slegers ‘vanwege de vertrouwelijkheid’. Wel zegt hij dat de uitspraken die Slegers hem toedicht ‘op geen enkele manier door hem zijn gedaan. ‘Dat weet iedereen die bij deze gesprekken betrokken was. Wie mij dergelijke onzinnige uitspraken toedicht, neemt een gevaarlijk loopje met de waarheid,’ aldus Kox.

Het partijbestuur laat weten de regeling de afgelopen jaren te hebben gemoderniseerd. Zo zijn er inmiddels ‘bepalingen om achteruitgang in inkomen te voorkomen. Daarmee kunnen we zorgen dat mensen financieel niet achteruitgaan door de solidariteitsregeling. Er is ruimte voor compensatie en maatwerk.’

Principekwestie

Renske Leijten, voorvechter van de slachtoffers van de toeslagenaffaire, heeft weinig consideratie met partijleden die de SP verlaten vanwege de afdrachtregeling. Desgevraagd zegt Leijten: ‘Ik denk dat de afdrachtregeling baantjesjagers op voorhand buiten de deur kan houden. Als mensen de SP verlaten en hun zetel meenemen, levert hen dat fors meer geld op. Vaak geven ze aan dat de afdrachtregeling te ingewikkeld zou zijn. Als dat zo is, geef je je zetel toch terug?’

Leijten, die op nummer twee staat bij de aankomende verkiezingen, zegt tegen FTM ‘trots’ te zijn op de afdrachtregeling. ‘Het was in 1974 een principekwestie en dat is het nog steeds. Links lullen rechts vullen, dat willen we bij de SP niet. Zelfs als de regeling verboden wordt, ga ik me er toch aan houden.’

De SP heeft al sinds 1974 een afdrachtregeling. Alle volksvertegenwoordigers in dienst van de SP staan het leeuwendeel van hun politieke vergoeding af aan de partijkas en houden slechts een klein deel voor zichzelf. Zo houden Tweede Kamerleden van hun bruto vergoeding van 117.666 euro slechts 36.900 euro over.

Dankzij de afdrachtregeling zijn de Socialisten al jarenlang een van de best verdienende partijen van Nederland:

Belastingtechnisch pakt de afdrachtregeling ook voordelig uit. De partij heeft namelijk een zogenaamde ANBI-status: wie geld geeft aan de SP, kan dat fiscaal aftrekken. SP-politici hoeven daarom minder loonbelasting te betalen. Volgens een conservatieve schatting van Follow the Money loopt de fiscus op deze manier jaarlijks minstens 718.000 euro mis.

Over onze methodologie

Hoe hebben we het belastingvoordeel voor de afdrachtregeling van de SP berekend?

Onderstaande werkwijze is gecontroleerd en aangescherpt door Michiel Opgenoort, belastingadviseur en fiscaal econoom. In deze spreadsheet staan alle gemaakte berekeningen.

Onze belangrijkste aannames en beperkingen

Aannames waardoor de berekening waarschijnlijk een flinke onderschatting is

  • We nemen aan dat politici geen partners hebben met een eigen inkomen. Het is namelijk niet na te gaan hoeveel SP’ers wel een partner hebben. Dit drukt de schatting enorm omdat een politicus dan maximaal 10 procent van het gezamenlijke inkomen mag aftrekken. Volgens de belastingdienst had 61% van de mensen die aangifte deden in 2017 een fiscale partner .
  • Effecten op toeslagen, premies zorgverzekeringswet en standaardheffingskorting IB worden niet meegenomen. Iemand krijgt bijvoorbeeld meer zorgtoeslag als zijn of haar belastbaar inkomen lager is.

Overige aannames

  • De onkostenvergoedingen laten we buiten beschouwing. Deze vergoedingen kunnen als gift afgetrokken worden, maar behoren niet tot het belastbaar inkomen. Hiermee onderschatten we dus de grootte van de afdracht. Dat maakt echter niet uit voor het belastingvoordeel, omdat elke politicus al meer afdraagt dan maximaal aftrekbaar.
  • We nemen aan dat parttime SP-politici (raadsleden, Eerste Kamerleden etc.) naast hun politieke functie een baan hebben met een modaal salaris. Dit zou in de praktijk lager of hoger kunnen uitvallen. Aan de ene kant zijn politici bovengemiddeld vaak hoogopgeleid (en opleidingsniveau correleert sterk met inkomen). Aan de andere kant bestaat de SP-achterban voor een groter deel uit mensen met lagere inkomens.
  • We hebben geen rekening gehouden met ander inkomen in box 1, behalve voor de parttimers, en box 2 en 3. Ook dit inkomen behoort tot het verzamelinkomen waarop de aftrekbeperking van 10 procent van toepassing is. 
  •  We hebben geen rekening gehouden met overige aftrekposten in de inkomstenbelasting (aftrek eigenwoningrente, alimentatie, etc.)
  • Naast de afdracht geven politici ook aan andere ANBI-organisaties. Dit verkleint het dat SP’ers met hun afdracht kunnen behalen (iedereen mag maximaal 10 procent van zijn of haar inkomen aftrekken). Uit onderzoek van het Centrum voor Filantropische Studies blijkt dat huishoudens in 2019 gemiddeld zo’n 0,5 procent van hun inkomen aan goede doelen gaven. Wij houden hetzelfde percentage aan.
  • We nemen aan dat SP-politici geen dubbelrollen hebben, zoals raadslid én statenlid. Dit kan de schatting in beide richtingen beïnvloeden, maar heeft waarschijnlijk een beperkt effect.
  • De berekeningen gaan over 2020. In eerdere jaren was het voordeel waarschijnlijk meer, omdat de SP de afgelopen jaren veel raadszetels heeft verloren door afsplitsingen.
  • De afdrachten van niet-raadsleden in commissies hebben we niet meegenomen, omdat er geen nationaal overzicht is van hoeveel dat er zijn.
  • We nemen aan dat SP-politici gebruik maken van de ‘opting-in’-regeling, waardoor loonheffingen worden ingehouden (loonbelasting, premies volksverzekeringen en bijdrage zorgverzekeringswet). Dit versimpelt de rekensom, maar heeft geen invloed op de hoogte van het belastingvoordeel.
  • Burgerraadsleden, lijstopvolgers of duoraadsleden worden buiten beschouwing gelaten, ook al dragen ze wel af aan de SP. Een steekproef van de gemeenten waar de SP actief is, toonde aan dat dit type SP’ers verwaarloosbaar is in aantal.

Methodiek

Bruto schadeloosstelling (salaris) elke politicus

Als eerste hebben we de brutosalarissen van alle politici opgezocht. Onkostenvergoedingen, zoals reis- en verblijfsvergoedingen rekenen we hier niet mee, omdat deze niet meetellen voor het belastbaar inkomen.

Tweede Kamerleden: €117.666

Fractievoorzitter TK:  €117.666 + 1% + 0,3% * aantal andere TK-leden (13) = €123.431

Eerste Kamerleden: € 32.159

Fractievoorzitter EK: € 32.159 + 1,2% + 0,4% * aantal andere EK-leden (3) = €32.931

Gedeputeerden: €110.308

Statenleden: €15.245

Fractievoorzitter PS: €15.244 + 12 * €72,83 + 12 * €10,40 aantal andere statenleden (gemiddeld 2, want naast fractievoorzitters zijn er 23 statenleden voor de SP) = €16.367

Raadsleden: zie tabel

Wethouders: zie tabel

Sommige politieke functies zijn deeltijd: Eerste Kamerleden, Statenleden en Raadsleden. Voor deze taken staat elk 1 dag in de week. Voor onze schatting gaan we ervan uit dat ze de rest van de week voor een modaal salaris werken. Het CPB schat het op 36.500 euro, dus tellen we 80 procent van 36.500 euro bij het salaris op.

Berekenen hoogte afdracht

Vervolgens berekenen we welk deel van het inkomen naar de SP gaat. Eerst berekenen we het netto inkomen en trekken daar vervolgens de SP-vergoeding van politici vanaf. We berekenen het netto inkomen op basis de huidige belastingschijven.

Tweede Kamerleden, wethouders en gedeputeerden ontvangen een SP-vergoeding van €2.977 per maand → 2977 x 12 = €35.724. 

Raadsleden dragen 50 tot 75 procent van hun inkomen af. Om aan de voorzichtige kant te blijven, rekenen we 50% voor alle gemeenteraadsleden. Statenleden dragen volgens de penningmeester van de SP 50% van hun inkomen af.

Voor Eerste Kamerleden berekenen we de hoogte van de afdracht iets anders. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) publiceert jaarlijks een lijst met grote giften aan politieke partijen. Hierin staat ook hoeveel salaris en andere vergoedingen SP’ers (laten) overmaken naar de partij. Volgens de SP-penningmeester stort de SP ongeveer 40 procent daarvan terug aan Eerste Kamerleden en houdt de partij 60 procent zelf. Om een inschatting te maken, nemen we het gemiddelde gedoneerde bedrag van Eerste Kamerleden in de BZK-lijst (€31.466 *0,6). We doen hetzelfde voor de fractievoorzitter, Tiny Cox.

De precieze hoogte van de afdracht maakt overigens niet veel uit voor de uiteindelijke berekening. Dat komt door het maximaal aftrekbare bedrag. Daar gaat de volgende sectie over.

Maximum aftrekbaar

SP’ers mogen niet hun hele afdracht aftrekken van hun belastbaar inkomen. Minister Plasterk meldde in 2016 op Kamervragen van Roland van Vliet (PVV) en Johan Houwers (VVD) dat afdrachten als eenmalige giften tellen. Daarvan mag iemand maximaal 10 procent van zijn of haar  verzamelinkomen (het totale inkomen uit box 1, 2 en 3 bij elkaar) aftrekken. Dit is de belangrijkste bottleneck voor de hoogte van het belastingvoordeel. Voor alle politici was dit minder dan de afdracht.

Belastingvoordeel

Op basis van het afgetrokken bedrag berekenen we het belastingvoordeel per politicus. Hiervoor hanteren we de huidige belastingschijven.

Lees verder Inklappen

Tot een paar jaar terug moesten SP-politici ook dit belastingvoordeel afdragen. Dit betekende dat de partij ze verplichtte om inzage te geven in al hun financiële gegevens, inclusief die van hun partner. In 2017 besloot de SP de regel af te schaffen, naar eigen zeggen omdat het opsturen van de relevante belastingstukken als ‘zeer ingewikkeld’ werd ervaren. 

Een ander controversieel onderdeel van de afdrachtregeling is de zogeheten cessie-overeenkomsten die SP-politici moeten sluiten. Daarin staat dat volksvertegenwoordigers hun vergoeding rechtstreeks op de bankrekening van de partij laten storten. De partij maakt dan vervolgens de (veel kleinere) vergoeding over naar de politici.

In februari 2017 begon de gemeente Noordoostpolder hier een rechtszaak over tegen de SP. De cessieovereenkomst zou de onafhankelijkheid van raadsleden aantasten. De gemeente won de zaak , waardoor gemeenten de vergoeding voortaan direct mochten overmaken aan raadsleden. In de Eerste en Tweede Kamer wordt de cessie nog steeds gehandhaafd, net als in een deel van de lokale afdelingen.

Roel Schutgens, hoogleraar Algemene Rechtswetenschap aan de Radboud Universiteit, vindt het een goede zaak dat de cessies steeds minder vaak voorkomen: ‘De regeling staat, zoals de rechter in de zaak van de gemeente Noordoostpolder bepaalde, op gespannen voet met de onafhankelijkheid van volksvertegenwoordigers,’ zegt hij tegen FTM. ‘Politici zijn geen werknemers die precies moeten zeggen of doen wat de baas zegt.’

De afgelopen jaren zit de SP in een neerwaartse spiraal. Bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 verloor de partij 6,6 procent van haar zetels. Daardoor namen ook de inkomsten uit de afdrachten sterk af. Was het totaal aan afdrachten in 2017 5,4 miljoen euro, anno 2019 was daar nog maar 3,1 miljoen euro van over.

Dossier

Dossier: De financiering van onze politieke partijen

In dit dossier leggen we de financiering van alle Nederlandse politieke partijen onder de loep.

Alle artikelen

Volg dit dossier

Partijverlaters

In het verleden verlieten veel SP’ers de partij uit onmin met de afdrachtregeling. In 2004 stapte SP-Kamerlid Ali Lazrak op. ‘Ik werk zeven dagen in de week en krijg daarvoor een schamele 1900 euro’, zei hij destijds. ‘Over iedere cent die ik naast mijn onkostenvergoeding van 100 euro uitgeef, moet ik verantwoording afleggen. Dat weiger ik.’ 

Toen SP’er Harry van Bommel in 2017 uit de Tweede Kamer vertrok, kwamen er geen details naar buiten. Wel schreef De Telegraaf dat Van Bommel thuis aan de keukentafel met zijn vrouw had uitgerekend dat hij de SP maar liefst een miljoen euro rijker had gemaakt.

Ook Sharon Gesthuizen vertrok in dat jaar. Haar persoonlijke financiële situatie na haar scheiding speelde daarbij ook een rol, zegt ze terugblikkend tegen FTM: ‘Ik zag een toekomst voor me als alleenstaande moeder met een dochter die ik niet kon laten studeren omdat er geen geld voor zou zijn door de afdrachtregeling.’

Renske Leijten, voorvechter van de slachtoffers van de toeslagenaffaire en nummer twee bij de aankomende verkiezingen, zegt tegen FTM ‘trots’ te zijn op de afdrachtregeling. ‘Het was in 1974 een principekwestie en dat is het nog steeds. Links lullen en rechts vullen, dat willen we bij de SP niet. Zelfs als de regeling verboden wordt, ga ik me er toch aan houden.’