Kunstenaars gaan schuldenindustrie te lijf met hulp van Delta Lloyd

    Nederlandse jongeren kampen steeds vaker met problematische schulden. Een groep Amsterdamse kunstenaars probeert hier iets aan te doen en heeft om die reden een eigen bank opgericht: ONSBank. Delta Lloyd steunt het project en gemeenten staan in de rij om te kunnen meedoen.

    Willem Los schudt zijn hoofd terwijl hij naar het filmpje kijkt dat op zijn MacBook wordt afgespeeld. In beeld zien we hemzelf, met naast hem een meisje van rond de twintig jaar. Ze zitten aan tafel en voeren een telefoongesprek met iemand op de luidspreker. ‘Nee, sorry meneer, daar kan ik u echt niet mee helpen. Die informatie hebben wij niet,’ zegt de persoon aan de andere kant van de lijn. Of er dan met een manager kan worden gesproken? ‘Die is er vandaag niet,’ is daarop het frusterende antwoord.

    Los klapt zijn laptop dicht en legt uit wat we hier zagen. De persoon aan de lijn is een medewerker van Famed, het bedrijf dat in opdracht van veel Nederlandse tandartsen, apothekers en opticiens facturen naar cliënten stuurt en vervolgens de betalingen int. Factoring heet dat. Het meisje naast hem had vanwege financiële problemen een aantal tandartsrekeningen niet betaald. Los probeerde haar te helpen met het vinden van een uitweg uit haar schulden, allereerst door de schuldeisers — in dit geval Famed — te bellen met een simpele vraag: hoe groot was haar schuld precies?

    "De onbetaalde tandartsrekeningen blijken te zijn overgedragen aan vier verschillende incassobureaus"

    Maar die informatie heeft Famed niet. Waarom niet? De onbetaalde tandartsrekeningen blijken inmiddels te zijn overgedragen aan vier verschillende incassobureaus. Als Los en het meisje meer informatie willen over de hoogte van haar schulden, moeten ze die incassobureaus maar bellen. ‘Dat is onbegrijpelijk,’ zegt Los. ‘Ze kijken alleen naar die facturen, en houden niets bij op klantniveau.’

    Volgens hem is het een typisch voorbeeld van wat er mis gaat in het huidige schuldensysteem. Wie een verkeersboete, elektriciteitsrekening of zorgfactuur niet betaalt, krijgt al snel te maken met een incassobureau. Dat incassobureau ‘koopt’ de schuld van de oorspronkelijke schuldeiser en probeert de openstaande rekening vervolgens te innen, desnoods met hulp van een deurwaarder — inclusief torenhoge bijkomende kosten. Het verschuldigde bedrag loopt hard op, en een minnelijke oplossing tussen schuldeiser en schuldenaar wordt bijna onmogelijk.

    Of neem een ander voorbeeld: zorgfacturen. Mensen die een half jaar lang de premie van hun zorgverzekeraar niet kunnen betalen, komen als wanbetaler terecht bij het Centraal Administratiekantoor (CAK), een overheidsinstantie. Willem Los vertelt het verontwaardigd. Vanaf dat moment komt de incasso in handen van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB). Op verdere wanbetaling komen hoge boetes te staan, en dat niet alleen: ook elke nieuwe zorgfactuur van iemand die als wanbetaler te boek staat, gaat omhoog. Met 30 procent, om precies te zijn.

    De schuldindustrie houdt zichzelf in stand, iedereen verdient er geld aan

    Los: ‘Dus je kunt je openstaande rekeningen al niet betalen, en wat gebeurt er? Die rekening gaat nog een stuk verder omhoog. Deze hele industrie houdt zichzelf in stand: schuldhulpverleners, budgetbureaus, incassobureaus… Iedereen verdient er geld aan. Maar een bepaalde groep mensen zit erin en komt er nooit meer op een normale manier uit.’ Oftewel: die mensen raken nooit van al hun schulden af, terwijl ook de schuldeiser vaak nauwelijks iets van de openstaande rekeningen terugziet.

    Waarschuwing

    Willem Los is niet de enige met kritiek op de huidige schuldenindustrie. Eind vorig jaar maakte de documentaireserie Schuldig, uitgezonden bij Human, op veel kijkers een grote indruk. Makers Sarah Sylbing en Ester Gould volgen voor deze serie een aantal bewoners van de Vogelbuurt in Amsterdam-Noord die met uitzichtloze schulden kampen — dezelfde groep waar Los hierboven op doelt. NRC Handelsblad schreef in een recensie dat Schuldig ‘wel eens een grote rol zou kunnen gaan spelen in het publieke debat over armoede, schulden, instanties en de kloof tussen politiek en burger’. Sylbing en Gould werden er Journalist van het Jaar mee.

    In de Verenigde Staten bestaat sinds enkele jaren het burgerinitiatief Strike Debt!, dat openlijk het gevecht aangaat met de bedrijven die de schuldenbusiness in stand houden. En in Nederland kreeg de incassobranche afgelopen november een waarschuwing van de toezichthouders ACM en AFM: ze moeten stoppen consumenten met dreigbrieven onder druk te zetten, en met het rekenen van allerlei onterechte invorderingskosten. Daar worden ze zelf rijker van, maar die brengen de schuldenaar dieper in de problemen. ‘Deze problemen komen regelmatig voor bij een brede groep incassobureaus,’ schreef de ACM. 'Daarbij gaat het relatief vaak om consumenten uit de lagere inkomensgroepen met meer schulden. Deze consumenten zijn extra kwetsbaar.’

    Kijken hoe je een probleem sámen kunt oplossen

    Maar de kritiek van Willem Los komt uit wel heel onverwachte hoek. Los is namelijk geen documentairemaker, toezichthouder of maatschappelijk werker, hij werkt in de financiële sector, bij Delta Lloyd. Bij de bankentak nog wel: hij is manager Preventief en Intensief Beheer bij Delta Lloyd Bank. Inderdaad: bij het bedrijf dat we ook kennen van de woekerpolisaffaire, misgelopen miljardendeals en meer recent de overname door NN Group.

    Vraag hem of het niet vreemd is, dat hij kritiek heeft op een industrie waar hij zelf deel van uitmaakt, en er volgt een minzaam lachje. ‘Steeds meer partijen in de financiële wereld zien dat dit anders moet. Het is zaak om als schuldeiser naast de persoon te gaan staan die zijn of haar rekeningen niet meer kan betalen, in plaats van ertegenover. Kijken hoe je een probleem sámen kunt oplossen. Alleen op die manier heb je er beiden wat aan.’

    Negatief zelfbeeld

    Dat dit niet alleen een mooi praatje voor de bühne is, bewijst Delta Lloyd Foundation door haar medewerking aan een geheel nieuw schuldenproject: ONSBank. Je spreekt het uit als ‘ons bank’. Om te begrijpen wat dat project inhoudt, spreken we af met twee van de mensen achter ONSBank, in hun hoofdkwartier aan de Prinsengracht in Amsterdam: Johan Wagenaar en Dirk van Weelden. Wagenaar is beeldend kunstenaar, Van Weelden is schrijver (hij was ooit de schrijfpartner van Martin Bril).

    Het idee ontstond een jaar of vier geleden, vertelt Wagenaar, die behalve kunstenaar ook directeur is van kunststichting Het Instituut. Die club werd door een goededoelenstichting gevraagd om met een groep jonge kunstenaars eens met een artistieke blik te kijken naar het groeiende schuldenprobleem onder jongeren. ‘We mochten alles roepen, het hoefden geen politiek haalbare oplossingen te zijn.’ Aanvankelijk leidde het tot enkele trainingsdagen die Amsterdamse jongeren op een creatieve manier moesten helpen bewuster met geld om te gaan. Maar al snel dachten Wagenaar en de zijnen na over een concretere aanpak. ‘Wat ons opviel, was dat in deze situaties één speler nergens bij betrokken is: de schuldeiser,’ legt Wagenaar kalm uit. ‘Die wilde nooit meepraten, terwijl wij zeiden: de schuldeiser is onderdeel van het probleem.’ Van Weelden beaamt: ‘Het is krankzinnig, zoals het nu gaat.’

    En zo kwamen de artistiekelingen op het idee voor de coöperatie ONSBank. Het werkt als volgt. De coöperatie selecteert kleine groepjes van maximaal twaalf jongeren met schulden, van tussen de 18 en 27 jaar, waarbij streng wordt gekeken naar geschiktheid. Het is een auditie. Wie ernstige psychische problemen heeft, of zich bezighoudt met drugs of criminaliteit, komt er niet in. Wagenaar: ‘Dan heb je een ander probleem dan je schulden.’

    De jongeren die meedoen gaan een traject van zes maanden in, dat begint met: schuldrust. Een half jaar lang hebben ze geen enkele last van deurwaarders of incassobureaus (sinds 1 januari 2017 is deze rustperiode in de wet verankerd). De gemiddelde schuld van deze jongeren ligt tussen de 10.000 en 15.000 euro. Grootste schuldeisers zijn doorgaans de Dienst Uitvoering Onderwijs (studieschuld), het Centraal Justitieel Incassobureau (hoog opgelopen verkeersboetes) en zorgverleners. Gemiddeld nemen puur commerciële partijen niet meer dan een derde van de schuldenlast voor hun rekening.

    Wagenaar: ‘Het leertraject dat de jongeren vervolgens ingaan, is gericht op hun gedrag: hoe verander je dat? Je kunt wel verplicht in drie jaar iemands schulden saneren, maar zonder gedragsverandering begint het circus daarna opnieuw.’ Bij de eerste pilot van ONSBank, die in 2016 in Amsterdam werd gehouden met jongeren uit Nieuw-West en Zuidoost, bleek volgens de kunstenaar al snel dat slecht financieel beheer vaak voor een belangrijk deel is terug te voeren op één fenomeen: een negatief zelfbeeld. Veel van deze jongeren krijgen van huis uit weinig verantwoordelijkheidsgevoel mee, spiegelen zich aan steenrijke rappers en topvoetballers en zien nauwelijks reden tot actie als ze geconfronteerd worden met onbetaalde rekeningen.

    Het zelfvertrouwen van de deelnemers moet dus groter, en volgens Wagenaar en Van Weelden blijken de workshops met kunstenaars daarvoor tijdens de pilot een uitstekend middel. In een voor hen totaal onbekende setting ontdekken de jongeren dat ze zelf mooie dingen kunnen maken, en dat er andere waarden zijn dan de waarde van geld. Daarnaast voeren de jongeren intensieve gesprekken met elkaar en met begeleiders, zodat ze zelfbewuster worden en een beter beeld krijgen van hun toekomstmogelijkheden. In de eindfase van het halfjaarlijkse traject helpt ONSBank de jongeren met de zoektocht naar een baan — tijdens de eerste pilot konden de meeste deelnemers op die manier ergens aan de slag.

    Persoonlijk betrokken

    Maar ONSBank gaat ook een belangrijke stap verder. De coöperatie wil namelijk alle schulden van de deelnemers overnemen. Wagenaar: ‘Wij brengen hun schulden zo goed mogelijk in kaart en gaan onderhandelen met de schuldeisers. Die bellen we op: “De schuld van deze deelnemer was 2000 euro, hij is door boetes opgelopen tot 12.000 euro, wij stellen voor om 4000 euro te betalen, tegen finale kwijting.” ONSBank betaalt op die manier alle schuldeisers af. Het totaal van die voorgeschoten bedragen wordt omgezet in een lening, die de jongere op termijn aan ons terugbetaalt.’

    Dirk van Weelden, die al vroeg enthousiast werd van het plan, omschreef het in een artikel in literair magazine De Gids zo: 'Het idee is [...] dat de coöperatie met steun van een echte bank optreedt als instelling die de schulden overneemt (preciezer gezegd, in depot neemt), waarna de jongeren, na afsluiting van het programma eenmaal zelfredzaam geworden, renteloos en in een aangepast tempo hun schuld aflossen. Niet aan de oorspronkelijke schuldeisers, maar aan hun eigen coöperatie die ze helpt er weer bovenop te komen.'

    "De jongeren lossen hun schuld af aan hun eigen coƶperatie, die ze helpt er weer bovenop te komen"

    De kerngedachte is deze: in het huidige complex van oplopende boetes, incassobureaus, deurwaarders en schudlhulpverleners, is de kans levensgroot dat jongeren hun rekeningen helemaal nooit zullen voldoen, en nog voor hun dertigste min of meer buiten de maatschappij komen te staan. Via ONSBank worden ze voor die valkuil behoed, tegelijk ziet ook de schuldeiser een groter deel van zijn geld terug. Dit is ook waar de Delta Lloyd Foundation om de hoek komt kijken: deze stichting fungeert als financier achter ONSBank - net als de Rabobank trouwens.

    'Het idee is dat het een revolverend fonds wordt', legt Willem Los op kantoor bij Delta Lloyd uit. 'De jongeren krijgen een lening. Die betalen ze op termijn terug, waardoor het fonds zichzelf in stand houdt. Natuurlijk houden we er rekening mee dat er jongeren tussen zullen zitten die niet alles terugbetalen, daar moeten we dan wat op verzinnen. Maar tijdens de eerste pilot vonden de meeste deelnemers een baan en zijn ze begonnen met terugbetalen. Vergeet niet: de deelnemers aan ONSBank voelen zich enorm persoonlijk betrokken. Na een half jaar is het voor velen een huiskamer geworden die ze thuis niet hebben.’

    Leergeld

    Hoe groot ONSBank kan worden, valt te bezien. Eén ding staat vast: de interesse onder gemeenten is op dit moment groot. De oplossing die de ‘kunstenaarsbank’ biedt voor het groeiende schuldenprobleem, spreekt kennelijk aan. Terwijl de initiatiefnemers werkten aan twee volgende pilots in Amsterdam, die later dit jaar zullen beginnen, nam ook de gemeente Rotterdam contact op. In een gesprek vroegen ambtenaren uit de havenstad of 150 jongeren het ONSBank-programma konden doorlopen. Aan de Prinsengracht prijzen Wagenaar en Van Weelden het Rotterdamse enthousiasme. Toch hielden ze de boot een beetje af.

    ONSBank krijgt nu snel een formeler karakter

    Wagenaar: ‘We kunnen met grote aantallen jongeren werken, maar die zullen we altijd verdelen in kleinere groepen om persoonlijk contact in het leertraject mogelijk te maken.’ Later dit jaar gaan zestig Rotterdamse jongeren het traject doorlopen, verdeeld over vier groepen. Voor de workshops worden kunstenaars uit Rotterdam benaderd. Ook met de gemeenten Delft en Utrecht lopen gesprekken, een reeks andere gemeenten heeft serieuze belangstelling getoond.

    ONSBank krijgt daarom nu snel een wat formeler karakter. Er wordt een raad van bestuur gevormd, waarin Johan Wagenaar en Willem Los zitting zullen nemen. Er zijn plannen voor roadshows in de gemeenten die met ONSBank willen samenwerken. Alleen maar mooi, vindt Los.‘Wij willen de toestroom van jongeren naar een situatie met uitzichtloze schulden verkleinen. We willen die vicieuze cirkel helpen doorbreken.’

    Zoals bij het meisje met de stapel tandartsrekeningen van Famed. Dat bleken niet haar enige schulden. Na een reeks moeizame telefoontjes had Los toch haar totale schuldenberg in kaart; die liep in de duizenden euro's. De meeste schuldeisers gingen akkoord met betaling van een derde van de rekening, voor het overige bedrag ging hij bij Delta Lloyd met de pet rond. ‘Nee, dat is inderdaad geen aanpak voor de lange termijn,’ lacht Los. 'Maar ze is wel schuldenvrij, op de lening aan ONSBank na. Noem het leergeld voor een tweede kans.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Stefan Vermeulen

    Gevolgd door 397 leden

    Bijt zich voor FTM vast in schimmige dealtjes, foute gedragingen en geldstromen die het daglicht niet kunnen verdragen.

    Volg Stefan Vermeulen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren