Een van de grote kalimijnen in Rusland en Belarus waar grondstoffen worden gewonnen voor kunstmest.

Van stikstofcrisis tot dierenwelzijn: Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness. Lees meer

De intensieve veehouderij speelt in veel hedendaagse vraagstukken een centrale rol: de stikstofcrisis, de uitstoot van broeikasgassen, de opkomst van zoönosen. Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness.

Nederland heeft de ambitie de wereld te voeden met vlees, eieren en zuivelproducten. Jaarlijks exporteren we voor ruim 16 miljard euro aan vlees (8,7 miljard) en zuivel (8,2 miljard). Daar staat tegenover dat we granen en soja moeten importeren (ter waarde van zo’n 3 miljard euro) om al onze koeien, varkens, geiten en kippen te kunnen voeden.

Intussen wordt de grootschalige vleesindustrie een steeds groter probleem. Ze legt meer en meer beslag op de schaarse ruimte, vergiftigt de bodem en het (drink)water, en staat aan de wieg van dierziekten die soms ook mensen kunnen treffen (Q-koorts). En dan de dieren zelf. Steeds minder mensen vinden het acceptabel dat ze louter omwille van onze honger naar vlees worden geboren, vetgemest en geslacht.

In dit dossier onderzoekt Follow the Money de belangen achter de vleesindustrie, of en hoe er veranderingen mogelijk zijn, en welke krachten een omwenteling in de weg staan.

22 artikelen

Het is oorlog in Europa: met de Russische invasie van Oekraïne is voor het eerst sinds 1968 een Europees land binnengevallen. Welke gevolgen heeft dit conflict voor Nederland en Europa? Lees meer

Het is oorlog in Europa: met de Russische invasie van Oekraïne is voor het eerst sinds 1968 een Europees land binnengevallen. Welke gevolgen heeft dit conflict voor Nederland en Europa?

In dit dossier zoeken we uit wat de geldstromen van en naar Rusland ons vertellen. We analyseren de rol die Nederland speelt in het schaakspel van de Russische machthebbers en schatrijke oligarchen – van Groningen, de Zuidas tot en met Den Haag.

69 artikelen

Een van de grote kalimijnen in Rusland en Belarus waar grondstoffen worden gewonnen voor kunstmest. © Viktor Drachev

Poetin zet ook de Nederlandse boer het mes op de keel

De oorlog in Oekraïne raakt niet alleen de mondiale graanproductie, maar ook de productie van kunstmest. Schaarste aan grondstoffen en hoge gasprijzen maken chemische meststof peperduur. Boeren en fabrikanten maken zich zorgen over de toekomst van hun bedrijven. Dat dwingt de land-en tuinbouwsector tot drastische keuzes. Of de boeren nu willen of niet, het voedselsysteem gaat op de schop.

Dit stuk in 1 minuut
  • Hoge gasprijzen door de oorlog in Oekraïne raken de Nederlandse boer en de kunstmestfabrikant.
  • De boer moet veel meer voor zijn kunstmest betalen, en ziet dat niet terug in hogere prijzen voor zijn producten. 
  • Fabrikant Yara is een grootverbruiker van gas voor de productie van zijn stikstofkunstmest. De Nederlandse vestiging in Sluiskil draait nog, maar in Frankrijk en Italië heeft het bedrijf al fabrieken stil moeten leggen vanwege te hoge productiekosten. Yara stond al voor de enorme opgave om zijn afhankelijkheid van aardgas terug te brengen, en die opgave is alleen maar nijpender geworden.
  • Ondertussen gaan er stemmen op om de verduurzaming van de landbouw op de lange baan te schuiven, om de voedselzekerheid in Nederland niet in gevaar te brengen.
  • Onzin, zeggen deskundigen: we krijgen hier geen lege schappen, en het is alleen maar verstandig om minder kunstmest en bestrijdingsmiddelen te gebruiken.
  • Dit is deel 1 van een tweeluik over dit aspect van de mestproblematiek. 
Lees verder

Deze zomer kunnen ze hun suikerbieten, zomergerst en aardappelen nog telen en oogsten, vertelt Evelien Drenth, akkerbouwer uit het Oost-Groningse Vlagtwedde. ‘Maar in de herfst weet ik niet hoe we het gaan doen.’ De prijzen voor kunstmest zijn vervijfvoudigd sinds afgelopen september, zegt ze, en de voedselprijzen zijn nog niet even hard meegestegen. Drenth maakt  zich dus zorgen over de toekomst van haar bedrijf, net als veel akkerbouwers die zij via haar werk bij LTO Nederland en het Gronings Agrarisch Jongeren Kontakt spreekt.

‘In september hebben we het geld van de oogst nog niet binnen en moeten we al wel gaan investeren voor het volgende jaar. Het gaat er dan echt om spannen hoe ver de bank wil meegaan in je rekening-courant. Niemand heeft al kunstmest klaarstaan voor 2023.’ 

Wat heeft Vladimir Poetin hiermee van doen?

Heel veel, want het bemesten van akkers en weides is een kwestie van geopolitiek. Al voordat hij Oekraïne binnenviel, beperkte de Russische president de uitvoer van grondstoffen voor kunstmest, zoals kalium en fosfaat. Rusland – en bondgenoot Belarus – hebben daar grote voorraden van. 

Ook ammoniumnitraat, een van de belangrijkste grondstoffen van kunstmest, ging al nauwelijks meer de grens over. 

Na de invasie van Oekraïne schoten de prijzen van kunstmest omhoog, deels door de schaarste van de grondstoffen en deels door de stijging van de gasprijzen. Inmiddels wil Poetin niet alleen het gas, maar ook de Russische kunstmest en de grondstoffen daarvoor in roebels betaald krijgen.

Productie stilgelegd 

Op een woensdagmiddag in maart staat Follow the Money op het industrieterrein van het Zeeuws-Vlaamse Sluiskil, waar de grootste kunstmestfabriek van Nederland is gevestigd. De Europese productielocatie van het Noorse concern Yara beslaat het volledige industrieterrein van in totaal 140 hectare, en roept associaties op met de Rotterdamse en Amsterdamse havens en Chemelot in Geleen. Met drie ureumfabrieken, twee ammoniumnitraatfabrieken, een grote kade waar jaarlijks 600 zeeschepen en 1.000 binnenvaartschepen uit de hele wereld worden geladen, zo’n 35.000 trucks en meer dan 1.000 treinwagons, is het een gigantisch industrieel complex. 


Gijsbrecht Gunter, Yara Sluiskil

Wij verbruiken 2 miljard kuub gas, maar als er morgen een alternatief is: graag

Yara lijdt ook onder de oorlog, bevestigt hoofd externe relaties Gijsbrecht Gunter. Niet zozeer door een tekort aan grondstoffen, maar als grootste gasgebruiker van Nederland merken ze vooral dat de gasprijzen door het dak gaan. ‘Normaal betalen we tussen 15 en 25 euro per megawattuur. Vorig najaar was dat gestegen tot 70 á 80 euro. Na het uitbreken van de oorlog is dat 100 euro geworden. Enkele weken geleden zelfs met een uitschieter naar 345 euro per megawattuur.’ En dat heeft grote gevolgen, omdat de productie van stikstofkunstmest veel gas vraagt. ‘Wij verbruiken hier 2 miljard kuub gas per jaar, en 80 procent daarvan is grondstof voor onze kunstmest.’

Hoeveel Russisch gas de fabriek normaliter gebruikt, is onduidelijk vanwege het wisselende aanbod op de spotmarkt waar Yara inkoopt. Wel duidelijk is dat de prijsstijgingen hun tol eisen. Twee productielocaties, een in Le Havre (Noord-Frankrijk) en een in Ferrara (Noord-Italië), werden  half maart tijdelijk stilgelegd omdat de productie daar niet meer rendabel is. ‘Medewerkers vragen ons weleens of ze nog wel bij het juiste bedrijf zitten’, zegt Gunter. ‘In de media wordt het soms geframed alsof wij hier zo verliefd zijn op aardgas. Dat is niet zo. Als zich morgen een alternatief aandient, zeggen we: graag.’

Catastrofe op catastrofe

Gunters ceo Svein Tore Holseth schetste half maart een inktzwart perspectief tegenover CNN. ‘Het is niet de vraag óf er een mondiale voedselcrisis komt, maar hoe groot die zal zijn.’ Dat komt overeen met de woorden van de baas van het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties, David Beasley. Niet alleen de wegvallende graanproductie draagt bij aan een voedselcrisis, zei hij, maar ook de tekorten aan kunstmest uit Belarus en Rusland. ‘Als je de gewassen geen kunstmest geeft, zal je opbrengst met minstens 50 procent afnemen. Dus we aanschouwen de komende maanden wat een catastrofe kan zijn boven op een catastrofe.’ De voedselcrisis kan dan ‘verder gaan dan wat we sinds de Tweede Wereldoorlog hebben gezien’, aldus Beasley, omdat landen als Jemen, Afghanistan en Zuid-Soedan al voor de oorlog in Oekraïne van voedselhulp afhankelijk waren.

Yara Sluiskil draait dus nog, ondanks de gasprijzen. Hemelsbreed 30 kilometer naar het oosten heeft een concurrent wél de productie gestaakt: EuroChem Antwerpen, met vierhonderd werknemers en een jaarlijkse productie van 2 miljoen ton kunstmest (ter vergelijking: Yara Sluiskil produceert 3,5 miljoen ton). De deuren van Eurochem sloten niet vanwege de gasprijzen, maar door de Europese sancties tegen Poetin-gezinde oligarchen. EuroChem-eigenaar Andrej Melnitsjenko is uit de raad van bestuur gestapt. De zakenman – die ook al moest toezien hoe zijn superjacht van een half miljard euro aan de ketting werd gelegd – zou zijn aandelen inmiddels aan zijn vrouw hebben overgedragen.

‘De kunstmesthandel staat op zijn kop door de oorlog’, is de conclusie van Robin Wolf van groothandel in meststoffen Triferto. En dan komt er voor de Benelux nog de uitval van grote producent EuroChem bij, zegt hij tegenover Follow the Money, ‘daar heeft iedereen in de handel last van.’  

Koffiedik 

Voorlopig is er in dit deel van de wereld van een voedselcrisis nog geen sprake, zeggen de experts die Follow the Money raadpleegde. De wegvallende graantoevoer en de stokkende kunstmestproductie zijn op dit moment nog te dragen. ‘De meststoffen voor de eerste snede zijn uitgeleverd en de eerstkomende weken kunnen we blijven leveren’, zegt Robin Wolf over zijn voorraden. ‘Wat er daarna gaat gebeuren is echt koffiedikkijken.’

‘De voedselprijzen stijgen, maar we krijgen geen lege schappen,’ stelt akkerbouwdeskundige André Hoogendijk van BO Akkerbouw. ‘Wij zijn een welvarend land, we zullen alleen ondersteuning moeten bieden aan mensen met een kleine beurs. De klappen vallen in Afrika en Zuidoost-Azië, waar ze afhankelijk zijn van graanimporten uit Oekraïne of grondstoffen voor kunstmest uit Belarus en Rusland.’ 

Ook Louise van Schaik, grondstoffenexpert bij Instituut Clingendael, wijst op de effecten van de oorlog voor het Midden-Oosten en Afrika. ‘In de jaren 2008, 2009 waren er ook exportrestricties vanuit Oekraïne en Rusland, omdat de oogsten daar toen te lijden hadden onder de droogte die ontstond door klimaatverandering. Rusland beperkte destijds ook de kunstmestexport als middel tegen de inflatie. Daarna gingen mensen in Tunis de straat op uit protest tegen de hoge broodprijzen. Overheden in de Arabische wereld subsidiëren vaak de eerste levensbehoeften, omdat mensen anders de straat op gaan.’

Mestoverschot

Nederland heeft een relatief grote veehouderij die veel mest levert, aldus André Hoogendijk, meer dan in andere Europese landen. ‘De verhouding bij ons is twee derde dierlijke mest en een derde kunstmest voor de bemesting van gewassen en grasland. Wij moeten vooral  de mest op de goede plek krijgen. Sommige regio’s hebben een mestoverschot, terwijl een akkerbouwer in Noord-Groningen lastig dierlijke mest uit de omgeving kan betrekken.’

Hoogendijk verwacht dat ‘de markt’ zich aanpast aan de door de oorlog ontstane situatie. ‘Tegenover de hogere prijs voor tarwe staan ook hogere kosten voor kunstmest. Boeren kijken uiteraard naar het saldo. In de praktijk zien we dat er iets meer zomertarwe is gezaaid dit jaar, maar het gaat om een verschuiving binnen de bandbreedte van afgelopen jaren. Een echte verschuiving in het bouwplan van akkerbouwers kan pas in 2023 plaatsvinden.’

De meeste akkerbouwers die boerin Evelien Drenth kent, hebben vaste  leveringscontracten met verwerkende fabrieken, bijvoorbeeld met de coöperatie Cosun, die uit de bieten suiker wint. Inzetten op een ander gewas, omdat dat meer geld oplevert, heeft dan weinig zin. ‘Als je minder of meer suikerbieten wilt leveren moet je je aandelen van de coöperatie met bijbehorende leveringsplichten verkopen. Als meer telers dit doen, daalt de uitbetalingsprijs voor iedereen die aan die fabriek levert.’

In Nederland zijn geen voedselprotesten te verwachten, en de boeren zullen waarschijnlijk niet naar het Malieveld trekken. ‘Boeren gaan nu sommetjes maken, zoals je in de handboeken leest. Het economisch optimum komt anders te liggen’, legt Gijsbrecht Gunter uit. ‘Loont het nog wel om die laatste kilo kunstmest aan de gewassen te geven, wat is dan de meeropbrengst?’ 

In de vakpers wordt daarom gerekend met 10 procent minder kunstmestgebruik. Dat hoeft niet, denkt Gunter. ‘De tarweprijs is nu zo’n 340 euro per ton. Maar een boer kan er ook op speculeren dat hij straks wel 400 euro kan krijgen en de gestegen kunstmestprijzen wel weer terugverdient. De gewassen die nu groeien moeten vaak in de komende maanden nog verkocht worden, dus daarin zit een ondernemersrisico.’

Druk op het voedselsysteem

Ook al blijven de effecten op de Nederlandse voedselvoorziening beperkt, toch zal de oorlog een aantal debatten op scherp zetten, denkt Louise van Schaik. ‘Ik zat laatst in een forumdiscussie, georganiseerd door LTO. Daar werd gesteld dat onze voedselzekerheid in het geding is en we meer zelfvoorzienend moeten worden – voedselsoevereiniteit dus. Dat kan natuurlijk geen kwaad, maar we produceren nu veel ‘luxeproducten’ voor de export, zoals bloemen, vlees en kaas – niet per se eerste levensbehoeften. En veel van het graan dat we nu importeren, gebruiken we voor veevoer. Dus zo nijpend is de situatie niet. Maar we kunnen wel fellere debatten verwachten over thema’s als landgebruik voor veevoer, bloementeelt of zonneparken, en over de btw-tarieven voor voeding. Er komt meer druk op ons voedselsysteem te staan.’


André Hoogendijk, BO Akkerbouw

Het is totaal niet logisch om verduurzaming nu in de ijskast te zetten

Er klinkt nu inderdaad een roep om verduurzaming van de landbouw in de ijskast te zetten, constateert ook André Hoogendijk, ‘maar dat is totaal niet logisch. Verduurzaming van de akkerbouw betekent dat je met minder kunstmest en minder gewasbeschermingsmiddelen toch een goede productie behaalt. Dat lijkt me gegeven de hoge voedselprijzen op dit moment relevanter dan ooit. Dat moet je dus juist doorzetten.’

Immense opgave

Bij Yara Sluiskil ligt ook een levensgrote kwestie op tafel: hoe de afhankelijkheid van (Russisch) gas voor kunstmestproductie verminderen – en daarmee de CO2-uitstoot terugbrengen? Die opgave was al immens, en heeft alleen maar meer urgentie gekregen. 

Met het enorme gasverbruik prijkt Yara Sluiskil op dit moment in de top 10 van de grote uitstoters in Nederland. Het gas is nodig om waterstof te maken, dat met stikstof die uit de lucht wordt gehaald reageert tot ammoniak in het befaamde Haber-Boschproces. Die uitvinding heeft de mensheid vooruitgeholpen, maar wel tegen een enorme klimaatbelasting. Yara heeft plannen om die ‘grijze’ waterstof ‘groen’ te maken met behulp van elektrolyse. Een deel van die elektriciteit zou opgewekt kunnen worden in een windmolenpark voor de Zeeuwse kust, van duurzame energieleverancier Ørsted. De zo gefabriceerde groene ammoniak, zegt Gunter, heeft ook nog eens veel potentie als ‘drager’ van waterstof en als scheepsbrandstof.

Anderhalf jaar geleden ging het persbericht al de wereld in, maar de investeringsbeslissing voor de elektrolysefabriek is ondanks de oorlog en de gestegen gasprijzen nog niet genomen, zegt Gijsbrecht Gunter. Zelfs al gaat de elektrolyse-installatie volgens plan in 2025 draaien, dan nog is de bijdrage bescheiden: 4 procent reductie van het gasverbruik en 0,1 miljoen ton minder CO2-uitstoot in 2030 – op een totale ambitie van 1,2 miljoen ton uitstootreductie. ‘Als we alles elektrisch zouden maken, hebben we 2,2 gigawatt continu elektrisch vermogen nodig. De nieuwe elektrolysefabriek zal 100 megawatt vermogen hebben, 4 procent daarvan. Maar gezien de schaal waarop wij opereren, heb je het dan nog over 70.000 ton ammoniak die we daarmee maken, goed voor de bemesting van een half miljoen hectare – wat gelijk staat aan het totale Nederlandse akkerbouwareaal.’

Meer dierlijke mest

Het meeste verwacht Yara voorlopig, aldus Gunter, van het afvangen van CO2 en dat dan per schip transporteren en opslaan in lege gasvelden onder de Noordzee. Dat is door de hoge CO2-prijs in het Europese emissiehandelssysteem langzamerhand rendabel geworden zonder subsidie. Maar dat afvangen verandert niets aan Yara’s afhankelijkheid van de fossiele brandstof gas. Gunter: ‘Het is omstreden, dat weten we, en een tijdelijke oplossing. 

Uiteindelijk moeten we afnemer worden van waterstof uit een landelijk net. Het kabinet heeft nu wel besloten voor 10 gigawatt extra aan windcapaciteit op de Noordzee te laten bouwen, maar voor dat er staat, is het 2030.’


Evelien Drenth, LTO Nederland

We willen nu heel graag meer ruimte om dierlijke mest te gebruiken

Op de akkers van Oost-Groningen pleit Evelien Drenth ondertussen voor een ruimer gebruik van dierlijke mest, meer dan de huidige normen toestaan. Ze gebruikt naast kunstmest ook varkensdrijfmest uit Oost-Nederland. Die krijgt ze gratis geleverd en uitgereden, omdat de boeren in de Achterhoek er te veel van hebben. ‘We zouden nu heel graag meer ruimte van de overheid krijgen om meer dierlijke mest te gebruiken in plaats van kunstmest. Dat moet volgens ons kunnen binnen de bestaande milieunormen.’ 

Maar zonder kunstmest zullen haar suikerbieten, gerst en aardappelen nooit echt kunnen, denkt Drenth. ‘Het groeit ook wel zonder kunstmest, maar dan is de opbrengst niet hoog genoeg om met de kleine marges die wij halen te overleven. Met fosfaat- of stikstofkunstmest kun je precies aan je planten meegeven wat dat ras nodig heeft.’

De ene kunstmest is de andere niet

De in Nederland meest gebruikte kunstmest wordt verkocht onder de naam KAS 27, kalkammonsalpeter met 27 procent stikstof. Bij Yara Sluiskil worden daarvoor ammoniak en salpeterzuur geproduceerd. Dit reageert tot ammoniumnitraat, en wordt vervolgens gemengd met het kalkhoudende dolomietgesteente en in korrels verkocht.

Wereldwijd is ureum de meest gebruikte meststof, omdat die ook bij natte teelten zoals rijst gebruikt kan worden. Nadeel is dat ureum kan verdampen bij de omzetting naar door de plant opneembaar nitraat en als ammoniak, CO2 en lachgas de lucht in gaat. Ureum, dat ook bij Yara Sluiskil wordt geproduceerd, kent daarnaast nog industriële toepassingen en in AdBlue dat de stikstofoxide-uitstoot van dieselmotoren opvangt.

In Nederland wordt fosfaatkunstmest amper gebruikt, omdat de bodem op veel plaatsen al verzadigd is met fosfaat. De productie van fosfaatkunstmest vraagt veel minder gas dan die van stikstofkunstmest, maar het nadeel is dat de voorraden fosfaat eindig zijn. De nadruk ligt steeds meer op hergebruik van fosfaatstromen, zegt Anthony Zanelli, vicepresident van ICL Phosphate Europe en voorzitter van Meststoffen Nederland. Idealiter moeten dan ook de verliezen via menselijke ontlasting teruggewonnen worden, wat geen sinecure is. Maar het hergebruik lukt steeds beter, aldus Zanelli. ‘We zijn nu zelfs bezig met een fosfaatmeststof die toegelaten kan worden in de biologische landbouw, waar kunstmest uit den boze is.’

Lees verder Inklappen

Dreigende ramp: derogatie

Nederland dreigt de door Brussel toegekende derogatie te verliezen: de uitzonderingspositie om meer dierlijke mest op het land te mogen brengen. Waar andere landen 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare als maximum kennen, is dat voor Nederlandse boeren met 80 procent grasland 250 kilo. 

Nederland moet die derogatie wel ‘verdienen’ door te zorgen voor een goede waterkwaliteit. En daar wringt de schoen: in de vee-intensieve regio’s, waar veel stikstof in de vorm van nitraat uit de bodem spoelt en in het oppervlaktewater terechtkomt, is het water nog steeds vervuild. De kaarten voor de verlenging van de derogatie liggen slecht. Mocht die inderdaad verdwijnen, dan dreigt een koude sanering, waarschuwt vakblad De Boerderij. Omdat de boer dan minder mest op eigen grond kwijt kan, kost hem dat jaarlijks 10.000 à 20.000 euro aan extra mestafzet. En: ‘Wil hij dezelfde bemesting toepassen, dan moet er evenveel stikstof uit kunstmest op het land. Zeker bij de huidige kunstmestprijzen is dat nog eens een grote extra kostenpost.’

In deel 2: De lobby om dierlijke mest te gebruiken als kunstmestvervanger roert zich steeds meer. Wie wil er van kunstmest af en met welk belang?  Klik op 'volg deze auteur’ en je krijgt een seintje als het verschijnt.