Na de winter zitten de mestkelders vol: pas vanaf februari mag de mest op het land worden gebracht. De meeste boeren, vooral varkenshouders, kunnen die mest niet allemaal op eigen grond kwijt en moeten veel geld betalen om hem af te voeren.

Het is oorlog in Europa: met de Russische invasie van Oekraïne is voor het eerst sinds 1968 een Europees land binnengevallen. Welke gevolgen heeft dit conflict voor Nederland en Europa? Lees meer

Het is oorlog in Europa: met de Russische invasie van Oekraïne is voor het eerst sinds 1968 een Europees land binnengevallen. Welke gevolgen heeft dit conflict voor Nederland en Europa?

In dit dossier zoeken we uit wat de geldstromen van en naar Rusland ons vertellen. We analyseren de rol die Nederland speelt in het schaakspel van de Russische machthebbers en schatrijke oligarchen – van Groningen, de Zuidas tot en met Den Haag.

73 artikelen

Van stikstofcrisis tot dierenwelzijn: Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness. Lees meer

De intensieve veehouderij speelt in veel hedendaagse vraagstukken een centrale rol: de stikstofcrisis, de uitstoot van broeikasgassen, de opkomst van zoönosen. Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness.

Nederland heeft de ambitie de wereld te voeden met vlees, eieren en zuivelproducten. Jaarlijks exporteren we voor ruim 16 miljard euro aan vlees (8,7 miljard) en zuivel (8,2 miljard). Daar staat tegenover dat we granen en soja moeten importeren (ter waarde van zo’n 3 miljard euro) om al onze koeien, varkens, geiten en kippen te kunnen voeden.

Intussen wordt de grootschalige vleesindustrie een steeds groter probleem. Ze legt meer en meer beslag op de schaarse ruimte, vergiftigt de bodem en het (drink)water, en staat aan de wieg van dierziekten die soms ook mensen kunnen treffen (Q-koorts). En dan de dieren zelf. Steeds minder mensen vinden het acceptabel dat ze louter omwille van onze honger naar vlees worden geboren, vetgemest en geslacht.

In dit dossier onderzoekt Follow the Money de belangen achter de vleesindustrie, of en hoe er veranderingen mogelijk zijn, en welke krachten een omwenteling in de weg staan.

23 artikelen

Na de winter zitten de mestkelders vol: pas vanaf februari mag de mest op het land worden gebracht. De meeste boeren, vooral varkenshouders, kunnen die mest niet allemaal op eigen grond kwijt en moeten veel geld betalen om hem af te voeren. © Caspar Huurdeman / ANP

Kunstmest wordt onbetaalbaar. De agrarische lobby wil nu ruim baan voor een vervanger op basis van dierlijke mest. Aan dat laatste is immers geen gebrek. Maar waarom is er zo veel enthousiasme en geld voor een product dat al ruim tien jaar niet van de grond komt?

Dit stuk in 1 minuut
  • Geholpen door het verhaal dat door de duurdere kunstmest een voedselcrisis zou dreigen, lobbyt de Nederlandse politiek in Brussel voor het toestaan van een kunstmestvervanger gemaakt van varkenspoep en -pies. 
  • Het lijkt simpel: als we het mestoverschot verwerken tot een (in theorie) milieuvriendelijke kunstmestvervanger, zijn we niet meer afhankelijk van Rusland, besparen we energie en sluiten we de mestkringloop. 
  • Aan zo’n vervanger wordt al zeker 13 jaar gewerkt, en het product kent nog altijd grote gebruiksproblemen: het is milieubelastend, te dun zodat transport een groot probleem is, en het kost naar schatting evenveel energie om te maken als gewone kunstmest.
  • Volgens critici is kunstmestvervanger een laatste poging om bestaansrecht te geven aan  het idee dat mestfabrieken van de milieubelastende hoeveelheid dierlijke mest iets waardevols kunnen maken. De boeren willen graag af van het mestoverschot, waarvan de afvoer ze bergen geld kost.
  • De Nederlandse overheid investeert nog steeds miljoenen in mestverwerkingsinstallaties – die nu al moeite moeten doen om genoeg mest aan te trekken en bij de krimp van de veestapel overbodig zullen worden. 

 

Lees verder

‘Dit is van groot belang voor voedselzekerheid!,’ twitterde Tweede Kamerlid Caroline van der Plas van de BoerBurgerBeweging op 15 maart bij de aankondiging van haar motie over zogenoemde kunstmestvervangers. Met de motie, mede ondertekend door Derk Boswijk (CDA) en Roelof Bisschop (SGP), drong Van der Plas bij het kabinet aan op een ‘dringende oproep’ bij de Europese Commissie om ‘kunstmestvervangers op basis van dierlijke mest toe te staan.’ 

Nu kunstmest schaars wordt en de prijzen voor grondstoffen de pan uitrijzen, weten veel akkerbouwers niet hoe ze hun teeltplan voor volgend jaar rond krijgen. Dat leidt tot hogere voedselprijzen en schaarste. Gelukkig is er, volgens de motie Van der Plas, een simpele oplossing: kunstmest vervangen door het stikstofhoudende goedje dat ontstaat bij het scheiden en filteren van dierlijke mest.

Dierlijke mest, daar heeft Nederland genoeg van: per Nederlander produceert de veehouderij een volle badkuip per week. Minister Henk Staghouwer drong, in navolging van de motie op 21 maart, in Brussel erop aan dat het mineralenconcentraat – zoals de kunstmestvervanger uit met name varkenspoep heet – voor acht jaar wordt toegelaten als meststof. Tot nu toe is de Europese Commissie ongevoelig gebleken voor de jarenlange Nederlandse lobby, maar de crisissituatie vanwege de oorlog zou daarin verandering kunnen brengen.

Water geven

Het klinkt als een simpel antwoord op een acuut voedselprobleem. Een win-winsituatie, omdat zowel het kunstmesttekort als het mestoverschot wordt aangepakt. Maar de werkelijkheid is een stuk weerspanniger dan de lobby wil doen geloven. 

Kunstmestvervanger zoals die nu geproduceerd wordt, bestaat vooral uit water, vertelt Nico Verdoes. Hij is projectleider bij het Wageningse project Next Level mestverwaarden: ‘We noemen het wel concentraat, maar het is nog niet erg geconcentreerd. Je wilt dat er minstens 5 procent stikstof in zit, maar wat er nu gemaakt wordt zit daar nog lang niet.’

Het is technisch mogelijk om hogere percentages te halen, door het concentraat (bijvoorbeeld met toevoeging van warmte) in te dikken, maar dat kost veel energie. Dus in de praktijk moeten er tankwagens vol met water waar ongeveer 1 procent stikstof in zit het land op. Verdoes benadrukt dat er voor het indikken en transport nog niet is onderzocht of dat rendabel is, ‘Maar we gaan ervanuit dat het vooral uit kan als het gebruik niet te ver is van de plek waar je de mest verzamelt en verwerkt.’ 

Stikstofprobleem vergroot

Volgens een onderzoek uit 2016 zou het concentraat – mocht het eenmaal beschikbaar en legaal zijn – onder boeren niet op veel enthousiasme kunnen rekenen, vanwege de verwachte hoge transportkosten en de onzuiverheid. ‘Het product bevat meer kali dan gewassen nodig hebben. Te veel kali kan gezondheidsproblemen bij melkkoeien veroorzaken,’ aldus het rapport. 

Pieter de Wolf, onderzoeker in verduurzaming van de landbouw bij de Wageningen Universiteit (WUR), twijfelt ook of boeren staan te springen om kunstmestvervangers. ‘Voor bouwland [akkers, red.] zit er eigenlijk te weinig stikstof per liter water in. Dus moet je met grote machines het land op, die de bodem aandrukken waardoor gewassen minder goed groeien. Maar als andere opties te duur worden en overal tekort aan is, dan zullen boeren de mogelijkheid toch onderzoeken.’

Goud uit het riool

‘Het grootste gat in de kringloop is het gat waarop u zit,’ schreef akkerbouwspecialist André Hoogendijk in een column voor vakblad Akkerwijzer. Ook het WUR-onderzoeksprogramma ‘Boerderij van de toekomst’ probeert het op de agenda te zetten: het terugwinnen van de meststoffen stikstof en fosfaat uit ‘menselijke reststromen’, poep en plas dus. Tot eind negentiende eeuw brachten boeren dat nog op het land, maar nu raakt het verloren. Pieter de Wolf: ‘De realisatie daalt langzamerhand in dat we veel waardevolle grondstoffen wegspoelen. Het probleem is alleen nog om een goede manier te vinden om de meststoffen op een veilige manier terug te brengen in de landbouw. We willen geen medicijnresten en andere vervuiling op het land.’

Lees verder Inklappen

Het concentraat kan ook het stikstofprobleem vergroten, zegt Jaap Schröder, mestonderzoeker in ruste van de WUR: ‘In de kunstmestvervanger komt stikstof meestal voor in de vorm van ammonium. Dat kan vervliegen als ammoniak. Uit vele proeven die wij hebben gedaan blijkt dat mineralenconcentraat minder efficiënt is. Je zult er dus meer van moeten gebruiken. Ammoniak die de lucht ingaat, leidt tot een hogere hoeveelheid stikstof, die weer neerslaat op het land. Het laatste wat we nodig hebben is een grotere ammoniakwolk boven Nederland.’

Gijsbrecht Gunter van kunstmestfabrikant Yara is eveneens sceptisch: ‘Het is niet voor niets dat de Europese Commissie de vervangers tot nu toe niet erkend heeft. Volgens de Europese richtlijn moet het stikstofgehalte minimaal 1,6 procent zijn om het meststof te mogen noemen, anders ben je gewoon water aan het geven. Ter vergelijking: onze kunstmest bevat 27 procent stikstof. En dan heb je ook nog te maken met kwaliteitseisen: dierlijke mest bevat antibiotica en zware metalen.’ Uit onderzoek van WUR bleek dat in varkensmest restanten te vinden zijn van medicijnen, pesticiden en schoonmaakmiddelen.

Oplossing voor mestoverschot

Vanwaar dan het grote enthousiasme in de politiek en de agrobusiness? Dat heeft niet alleen te maken met zorgen over de voedselzekerheid, al vestigt Caroline van der Plas vooral daar de aandacht op. In de sector leven hoge verwachtingen van kunstmestvervanger uit varkensmest als oplossing voor het overschot aan dierlijke mest, blijkt onder andere uit het eerdergenoemde onderzoek van de WUR. 

Nederland is immers mestkoploper in Europa: hier wordt er per hectare het meest van geproduceerd. Dat er decennialang te veel van is uitgereden op het land heeft nog steeds rampzalige gevolgen voor bijvoorbeeld de waterkwaliteit, die het slechtst is van alle Europese landen. Die badkuip per Nederlander kunnen boeren niet kwijt op hun akkers en graslanden, omdat er milieuregels zijn over hoeveel mest ze mogen uitrijden.

Dierlijke mest kan boeren flink op kosten jagen. Een varkensboer is gemiddeld 60.000 euro per jaar  kwijt om zijn mest te verwerken en te transporteren naar buurlanden. Bovendien is mest de bottleneck die de vlees- en zuivelindustrie in het nauw brengt. De ammoniakuitstoot, een verbinding van stikstof en waterstof die ontstaat als mest en urine in de stal van de melkveehouderij samenkomen, moet namelijk flink teruggedrongen worden. Naar schatting veroorzaken Nederlandse boeren 41 procent van de stikstofneerslag in natuurgebieden, waardoor de soortendiversiteit er achteruitholt.

Mesttekort

Bij het Centrum voor Mestverwaarding, waarin de overheid en bedrijven samenwerken, wordt door Wageningen Universiteit en de hele agro-industrie onderzocht of dierlijke mest geschikt te maken is als kunstmestvervanger. Er lopen diverse landelijke pilotprojecten om dat te laten slagen, en op lokaal niveau is er bijvoorbeeld het met EU- en provinciaal geld gefinancierde project ‘Kunstmestvrije Achterhoek’. Nog in 2021 kondigde het ministerie van LNV een nieuwe subsidieregeling aan, voor investeringen in mestverwerkingsinstallaties om kunstmestvervangers te produceren. Hierin komt in totaal 15 miljoen euro verdeeld over tien jaar vrij. 

Voormalig landbouwminister Carola Schouten zag mestverwaarding als dé manier om kringlopen te sluiten en van het mestoverschot af te komen. In een Tweede Kamerdebat zei Schouten vorig jaar dat als ‘alle overschotmest verwerkt zou worden tot kunstmest, we dan nog niet genoeg kunstmest zouden hebben en dus zelfs een mesttekort zouden hebben.’ Bovendien zou het mineralenconcentraat milieuvriendelijker zijn, omdat het produceren van kunstmest een grote hoeveelheid fossiele energie vergt en het dus een hoge Co2-uitstoot heeft. 

We hebben stallen met tovervloeren voorbij zien komen en omstreden biovergisters die nagenoeg geen groene energie leveren met het vergisten van poep. Sceptici als Schröder zien kunstmestvervanger als een laatste middel om uit de mestproblemen te komen zonder de veestapel drastisch te hoeven verkleinen. Voor boerenclub ZLTO Nederland is de kunstmestvervanger een van de vier grote onderwerpen waarop de meeste lobbywerkzaamheden gewenst zijn. Op hun website: ‘Mede door druk vanuit LTO heeft de minister onlangs een concreet verzoek ingediend in Brussel.’

Kunstmestvrije Achterhoek

Inmiddels 75 Achterhoekse boeren doen mee aan een pilot waarbij de werking van een kunstmestvervanger, de zogenoemde Groene Weide Meststof, wordt getest. Een deel van hun grasland wordt met kunstmest bemest en een ander deel met de Groene Weide Meststof, die wordt geproduceerd bij een grote Achterhoekse mestverwerker, Groot Zevert in Beltrum. Onderzoekers van Wageningen Universiteit monsteren de resultaten. Geheel kunstmestvrij is de Groene Weide Meststof overigens niet, er wordt ammoniumsulfaat en urean aan toegevoegd, grondstoffen uit de kunstmestindustrie.

Lees verder Inklappen

Er moet stikstof bij

Naast de vraag of het bruikbaar en rendabel is, valt nog maar te bezien of kunstmestvervanger daadwerkelijk het gebruik van kunstmest vervangt. André Hoogendijk van het kenniscentrum voor akkerbouwers BO Akkerbouw is er duidelijk over: ‘In Nederland kun je eigenlijk niet zonder kunstmest. Ergens in de keten moet er stikstof bij. De gewassen waar het veevoer van gemaakt wordt, zijn met stikstofkunstmest geteeld. Die stikstof komt via de achterkant van het varken weer terecht in de mest. Dierlijke mest noemen we daarom vaak ‘verpakte kunstmest.’’

Dat is ook waar Jaap Schröder in zijn onderzoek naar de rentabiliteit van het mineralenconcentraat op uitkomt: met kunstmest uit dierlijke mest bespaar je niet op kunstmest, maar verplaats je het probleem. ‘Het circulaire verhaal van mestverwerking doet het goed op verjaardagsfeestjes van boeren: “Is het niet raar dat de overheid ons dwingt om kippenmest te verbranden en mest te exporteren, om vervolgens weer stikstofkunstmest op het land te brengen?” Nederlandse veehouders exporteren nu mest naar akkerbouwers in het buitenland die het goed kunnen gebruiken. Als je die mest eerst scheidt en de stikstof hier houdt, is wat je vervolgens exporteert stikstofarm. Die ontvangende boer moet vervolgens toch weer extra kunstmest uitrijden over zijn gewas om dezelfde opbrengst te halen. Dat hele verhaal van “we besparen op kunstmest” is een gelegenheidsargument.’

Ook qua eventuele klimaatwinst – omdat er minder CO2-intensieve kunstmest nodig zou zijn  – wringt het technische model, zegt Pieter de Wolf, onderzoeker bij de Wageningen Universiteit. ‘Je moet om een kunstmestvervanger te maken de mest eerst verwerken. Dat zijn processen die heel veel energie verbruiken. Ik schat in dat je om een goede vervanger te maken op dezelfde energievraag uitkomt.’ De kosten voor zo’n installatie zijn trouwens ook fors; die gaan richting een miljoen euro, zegt Kees Kroes van pilotproject Kunstmestvrije Achterhoek.

Krimp van de veestapel

Pieter de Wolf toont zich verbaasd over het grote politieke enthousiasme voor het maken van kunstmestvervangers uit dierlijke mest. ‘Ik heb het gevoel dat er op een oude situatie beleid wordt gemaakt. Er is een groot overschot aan mest en door de veehouderij zijn allerlei manieren verzonnen om daar toch maar iets waardevols van te maken.’ 

Volgens De Wolf zal het overschot uiteindelijk vanzelf verdampen: ‘Varkenshouders kunnen al nauwelijks het hoofd boven water houden, omdat ze niet op prijs kunnen concurreren vanwege de kosten van de milieu-eisen in Nederland. Kijk maar naar de uitkoopregeling voor varkenshouders die er vorig jaar was, dat potje was binnen de kortste keren leeg. En in de melkveehouderij wordt de komende jaren hard opgetreden om het stikstofprobleem op te lossen. Zodoende gaat de veestapel echt krimpen, en dus ook de hoeveelheid mest.  Dan is de kans reëel dat het aantrekkelijker wordt voor veehouders om de mest onbewerkt op eigen land te gebruiken en aan akkerbouwers af te zetten. Waardoor al die dure verwerkingsinstallaties weer overbodig worden.’

Jaap Schröder vreest dat kunstmestvervanger, net als de biovergister, als argument gebruikt gaat worden om de veestapel – en dus de mestproductie – intact te laten. ‘Doordat we steeds inzetten op technologische oplossingen in plaats van het reduceren van de veestapel, dreigt de zogenoemde lock-in: je hebt geïnvesteerd en daardoor heb je steeds dezelfde aanvoer van die milieuvervuilende mest nodig.’ 

Ondertussen blijft de agrarische sector de druk op het kabinet opvoeren om een vrijstelling voor het gebruik van kunstmestvervangers in Brussel af te dwingen. Het invloedrijke bureau DLV Advies doet dat bij monde van medewerker Harm Wientjes. Hij verwacht deze zomer al leveringsproblemen van kunstmest omdat Rusland de export heeft stopgezet. De kunstmest is bovendien peperduur geworden, zegt hij. ‘Zeker bij de huidige kunstmestprijzen willen we de kunstmestvervangers nú gebruiken. Die vrijstelling hebben we direct nodig, al zou het alleen maar voor dit jaar en volgend jaar zijn.’ 

In Brussel, zo is de verwachting, is zo’n vrijstelling niet op korte termijn te verwachten. Daar moeten eerst wat harde noten worden gekraakt over een ander Nederlands voorrecht: de vrijstelling om meer mest uit te mogen rijden dan de officiële norm. Als die uitzonderingspositie vervalt, wat nu dreigt te gebeuren, blijft Nederland met een nog groter overschot aan mest zitten.

De bioboer kan het wél

De bioboer doet het per definitie zonder kunstmest – anders mag-ie zich geen bioboer noemen. Hij (v/m) kan kunstmest ook niet vervangen door dierlijke mest, want dan komt hij boven de gebruiksnormen voor stikstof en fosfaat uit. Hoe doet hij dat? De biologische akkerbouw maakt minder intensief gebruik van de bodem, door ruimere vruchtwisseling (na elkaar telen van verschillende gewassen). Daardoor heeft hij minder stikstof nodig. Minder intensief boeren betekent een lagere productie. Dat kan de bioboer zich permitteren omdat hij een hogere prijs voor zijn gewassen ontvangt. 

In de biologische landbouw is het gebruik van kunstmeststikstof niet toegestaan, wel is de Europese norm van 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare van kracht. Dit betekent dat de biologische landbouw minder stikstof kan aanvoeren. Daarnaast telen ze vlinderbloemige gewassen zoals peulvruchten en klavers (als groenbemesters). Die binden stikstof met behulp van bacteriën, waardoor de bodem minder uitgeput raakt en er meer stikstof beschikbaar is voor volgende gewassen.

Lees verder Inklappen