• En hier ga je voorbij aan wezenlijk punt. De vrijheid om zonder noemenswaardige drempels iets te delen.

De nieuwe richtlijn over auteursrechten en internet werd deze week in het Europees Parlement aangenomen. Jan Kuitenbrouwer is niet bijster onder de indruk van de bezwaren ertegen. Wat heet: hij juicht het uploadfilter van harte toe, en wast de critici de oren.

Dat u dit stuk leest, betekent dat u van iemand een courtesy-link gekregen, een ‘gratis monster’ om kennis te maken met Follow the Money, of betalend abonnee bent. Dankzij die betaling kan Follow the Money bestaan, een kantoor huren en zijn auteurs betalen. Zo werkt de economie van het intellectuele eigendom. Afgelopen dinsdag (26 maart 2019) heeft het Europese Parlement de European Union Directive on Copyright in the Digital Single Market aangenomen, een nieuwe richtlijn voor de bescherming van intellectueel eigendom en auteursrecht op internet.

De weerzin tegen het auteursrecht zit in het DNA van het internet. Er was een tijd dat je op internet uitsluitend illegaal muziek kon luisteren of films kijken. Platenmaatschappijen en filmstudio’s hadden nog niet begrepen hoe zij het internet als betaald distributiekanaal konden gebruiken; voor zover hun producten online beschikbaar waren, was dat meestal het werk van ‘piraten’. Speciaal voor internet gemaakte content bestond niet, maar wie wil er een abonnement op een netwerk zonder content, waar niets te beleven valt? En dus werd het gevuld met het bestaande werk van schrijvers, filmers en muzikanten.

Wikipedia: een digitale bootleg van bestaande encyclopedieën (een branche die door internet werd weggevaagd). Napster, Limewire, The Pirate Bay: warenhuizen voor films, muziek, boeken, software, games – en alles gratis. YouTube: begonnen als platform voor amateurvideo’s, maar al gauw gemuteerd in een streamingdienst voor illegaal gekopieerd beeld en geluid. Als het om auteursrecht gaat, is YouTube een vorm van georganiseerde misdaad. Berucht is de mail van de YouTube-leiding aan medewerkers die zich afvroegen of je wel zomaar complete speelfilms online kon zetten:

De internetindustrie heeft de massale toe-eigening van intellectueel eigendom genormaliseerd

‘Steal them!’

‘But…?’

‘Steal the movies!’

‘Sharen’

De tech-industrie heeft zijn eigen vocabulaire ontwikkeld om dit te maskeren. In tech speak heb je het niet over ‘publiceren’ maar over sharen, delen. Een song van Sinatra delen, het klinkt huiselijk en genereus – wie kan daar nu tegen zijn? Maar het is publiceren en in veel gevallen ook exploiteren, zonder toestemming. Een ander eufemisme is user generated content. Ja, als ik in een videootje uitleg hoe je een Twingo uitdeukt is dat user generated content, maar als ik een album van Lady Gaga online zet, wat ‘genereer’ ik dan eigenlijk, behalve views voor mijn kanaal? In plaats van user generated kun je dan beter van user confiscated content spreken. Mensen die bij hen content plaatsen, noemt YouTube ‘creators’. Lady Gaga rippen en uploaden – is dat ‘creatie’?

Met zulke taal heeft de internetindustrie de massale toe-eigening van intellectueel eigendom genormaliseerd, tot schade van de rechthebbenden: schrijvers, musici, filmers, die moesten toezien hoe het internet als een digitale tornado hun werk optilde en te grabbel gooide. De rechtsbescherming die zij in de analoge wereld hadden, werd in de digitale wereld een lachertje. Overheden stonden dit toe. In 2018 oordeelde de rechter bijvoorbeeld dat de Nederlandse staat tien jaar lang ten onrechte het standpunt innam dat het downloaden van illegaal gekopieerde muziek niet strafbaar was, en stelde de staat aansprakelijk voor de schade. Over het bedrag wordt nu onderhandeld.

Laten we het uitgeefsysteem van vóór het internet niet idealiseren, alsof dat immuun was voor misbruik en uitbuiting, maar de belofte van het nieuwe, ‘sociale’ medium was juist dat het cultuurmakers van dat feodale juk zou bevrijden, terwijl het in de praktijk alleen maar moeilijker voor ze werd om een boterham te verdienen. Terwijl de markt voor opgenomen muziek dankzij het internet wereldwijd ongeveer verdubbelde, werd de monetaire waarde van die markt ongeveer gehalveerd. David Byrne denkt dat het internet ‘alle creatieve content uit de wereld zal zuigen’.

Individuele contentmakers waren altijd afhankelijk van distributeurs, platenmaatschappijen, uitgevers, die hun machtspositie – de poort naar het publiek – gebruiken om condities te dicteren, en het internet bood ze een kans zich te daaraan ontworstelen en hun werk op hun eigen voorwaarden te exploiteren. Van die belofte is weinig terecht gekomen. Ook het internet werd een machtige, wat zeg ik, een nog veel machtiger industrie, die contentmakers nog veel slechtere condities oplegde, namelijk geen. Een uitgever heeft een prikkel om illegaal kopiëren tegen te gaan, het kost hem geld, en zijn contractant ook. Internetplatforms verdienen er juist aan: hoe meer leuk materiaal hun gebruikers plaatsen, legaal of niet, des te meer traffic, des te meer reclame-inkomsten, maar voor een vergoeding moet je bij de vermaledijde uploader zijn, veel succes daarmee. De platforms zijn immers geen uitgever, slechts doorgeefluik?

Ook platforms zijn uitgevers

Dat laatste wordt meer en meer als een fictie beschouwd, de platforms distribueren en exploiteren die content niet alleen, ze selecteren, combineren, verifiëren en modereren steeds meer, net als uitgevers. Om het speelveld gelijk, of gelijker te maken, moeten zij ook distributierechten gaan betalen.

Dat is een van de oogmerken van deze richtlijn, die niet alleen muziek- en videopiraterij regelt, maar ook het delen van journalistieke content, het gebruik van materiaal voor e-learning, tekst- en datamining ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, transparantie van distributiecijfers, tot en met de distributie van terroristische propaganda.

Internetplatforms worden verantwoordelijk voor de licentie van geplaatste content, hetzij door brede licentieovereenkomsten te sluiten met grote uitgevers of georganiseerde producenten, hetzij door aangeboden content op copyrights te screenen, manueel of met behulp van een zogenaamd uploadfilter. Content van nieuwsorganisaties mag nog wel worden gedeeld en kort samengevat (‘snippets’), maar er in extenso uit citeren gaat geld kosten. Google, uiteraard fel tegen, noemde het een ‘link tax’, terwijl het geen belasting is, noch om het plaatsen van links gaat.

Nu de richtlijn is aangenomen, is het apocalyptische gejammer op internet niet van de lucht

Dat is maar een voorbeeld van de ronduit rabiate propagandacampagne die de grote techbedrijven de afgelopen maanden gevoerd hebben om de Copyright Directive tegen te houden, gebruikmakend van desinformatie, fake nieuws, bangmakerij, spambombardementen, trollbots en astroturfing. Het complete Steve Bannon-playbook werd uit de kast gehaald. Via de website van de actiegroep/lobbyclub Copyright for Creativity, betaald door Big Tech, kon je een tweet of e-mail sturen aan ‘jouw europarlementslid’ – vanuit elk land ter wereld. Een journalist van Billboard beschreef hoe hij dit deed vanuit ‘Facebookistan’. Europarlementariër Helga Trüpel van de Grünen, een van de voorvechters van de richtlijn, spuwde na afloop van de stemming haar gal over het brute offensief. ‘I talked to my colleagues about it and they are totally pissed off by this massive spamming campaign. It’s okay for lobbyists to do their work, but not to this extent. We’re totally pissed off.’

Uiteraard maakte Big Tech ook dankbaar gebruik van de argwaan die bij gebruikersorganisaties als de Piratenpartij (nomen est omen) en Bits of Freedom tegen deze nieuwe regels heerst. Het is de libertaire coalitie van free minds en free markets die Silicon Valley groot maakte en in cyberspace nog altijd de toon zet. Auteursrecht deugt niet, regulering deugt niet, leve de ‘vrijheid’.

De richtlijn bevat weliswaar ondubbelzinnige uitzonderingsbepalingen voor recensies, commentaar, parodie of satire, net als het analoge auteursrecht, maar de gebruikersclubs geloven niet dat uploadfilters in staat zullen zijn dat soort materiaal te herkennen, en dan heb je ‘censuur’. De tech-lobby bevestigt die onmogelijkheid graag, ook al slagen zij er nu al verbluffend goed in om met algoritmen allerlei content te filteren, of het nu om naakt gaat (Facebook), porno of terreurbeelden (YouTube).

Slechts abstracte doemscenario’s

Nu de richtlijn is aangenomen, is het apocalyptische gejammer op internet niet van de lucht. ‘Het internet is dood!’ Voorstemmers worden uitgescholden of bedreigd. Bij een foto van Axel Voss, de indiener van het wetsvoorstel: ‘Mocht je hem zien lopen.. voel je vrij per ongeluk je voet tegen zijn enkel te zetten.’ Voss (1963) wordt weggezet als een ‘dinosauriër’ die niets van het internet begrijpt, een ‘nuttige idioot’ van big media, versus de native digital millennials die nooit een tijd zonder internet gekend hebben en uit dien hoofde vanzelf veel deskundiger zijn. Omgekeerd kun je redeneren dat zíj de nuttige idioten zijn, gebrainwashed door big tech met zijn onbeperkte fondsen, directe toegang tot miljarden beeldschermen en weinig scrupules als het gaat om agitatie en propaganda. ‘1914, 1939, 2019: When another German politician fucks over Europe for the third time’. Serieus?

Als de auteursrechtenrichtlijn werkelijk zou neerkomen op ‘censuur’, zou je verwachten dat de oppositie daarvan angstaanjagende voorbeelden weet aan te dragen, maar in plaats daarvan wordt slechts een abstract doemscenario geschetst van Europa als een soort digitaal Noord-Korea (maar dan zonder totalitair machtscentrum). O ja, en de meme natuurlijk. Memes zijn een soort audiovisuele oneliners, beelden ontleend aan populaire cultuuruitingen, geframed als commentaar op een nieuwsfeit. Trump heeft weer iets doms gezegd en we zien Judge Judy die met haar ogen rolt. Memes maken vrijwel altijd gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal.

Campagnemedewerker Esther Crabbendam van Bits of Freedom schetst de digitale dystopie die wij tegemoet gaan als memes op auteursrecht worden gescreend: ‘Nadat je op “verzenden” hebt geklikt kan je alleen maar afwachten. Best wel jammer, want jouw meme speelde supergoed in op de actualiteit.’ Want ik ben een native digital millennia en ik heb digitaal privilege: wat ik ook op mijn computer bij elkaar knutsel, het moet ogenblikkelijk wereldkundig gemaakt worden en elke minuut vertraging is een schandelijke inbreuk op mijn burgerrechten. Het zoveelste lollige plaatje van Donald Trump met een meterslange stropdas als hoeksteen van de rechtsstaat. Het is the age of the amateur: de confiskerende creativiteit van hobbyisten gaat boven de genererende creativiteit van professionals.

Dertig jaar lang moesten de belangen van schrijvers, muzikanten, filmers en uitgevers als vanzelfsprekend wijken voor de vrijbuiters van Silicon Valley en hun glorieuze disruptie. De auteursrechtenrichtlijn is een eerste, historische stap in het herstel van de rechtszekerheid van cultuurmakers en de civilisatie van cyberspace. Leve Europa, leve deze richtlijn!

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Jan Kuitenbrouwer

Gevolgd door 385 leden

Journalist, schrijver en presentator.

Volg Jan Kuitenbrouwer
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Datadictatuur

Gevolgd door 754 leden

2018 was het jaar van de Grote Internet Ontnuchtering. Voor het eerst zagen we de techindustrie met haar datahonger als een G...

Volg dossier