© AFP PHOTO/Ben Stansall

Dominostenen en bakstenen: het Lehman-moment van Thomas Bollen

  • Ik vraag me dus af of het erg is schulden ( gedekt door bezit) te hebben ten tijde van een crisis.Door inflatie wordt die relatief goedkoper

‘Straks vliegen de bakstenen door de ruiten van de Albert Heijn,’ voorspelde een collega van redacteur Thomas Bollen in 2008. Zover is het niet gekomen. Wat er wél aan diggelen ging, was Thomas’ economische wereldbeeld.

In 2008 liep ik stage bij de M&A-adviespraktijk van Deloitte. Daar spitte ik jaarrekeningen door, hielp met het waarderen van bedrijven en stelde verkoopbrochures samen: niet direct de meest opwindende taakjes. Wat mijn concentratie niet bevorderde, waren de rood knipperende koersen van ING en Fortis in de hoek van mijn scherm. Bij de koffieautomaat werd volop gediscussieerd, niet over wat er in de economie aan de hand was, maar over het juiste moment om weer in te stappen. Iedereen was het er immers over eens: ‘ING is in de kern een gezonde bank en de koers zal zich snel herstellen.’

Eén consultant zag het anders: ‘Al die banken zullen als dominosteentjes omvallen. De koers gaat naar nul. En vervolgens vliegen de bakstenen door de ruiten van de Albert Heijn.’

De rest barstte in lachen uit. Hij was de waarderingsspecialist van de afdeling, maar niemand nam zijn woorden serieus: ‘Zijn vriendin heeft het vorige week uitgemaakt, dus hij zit niet zo lekker in zijn vel.’ Toen ik doorkreeg dat hij meende wat hij zei, ging er een rilling door mijn lijf. Wat nu als juist de rest het bij het verkeerde eind had?

 Ik voelde me als Jim Carrey in The Truman Show

Die gedachte bleef in de maanden daarna door mijn hoofd spoken. De veronderstelling dat wij, spaarzame Nederlanders, onze financiën keurig op orde hadden en onze banken dus niet failliet konden gaan, zat diepgeworteld in mijn brein. Bij mijn collega’s was dat net zo, ook al hadden we deze aanname nooit getest. Totale ineenstorting van ons financiële stelsel was simpelweg geen scenario in de VaR- en CAPM-modellen waar ik over leerde op mijn opleiding Financiële Economie. De waarderingsmodellen van Deloitte hielden evenmin rekening met het script dat uiteindelijk werd gevolgd. 

Na de val van Lehman Brothers schudde het financiële systeem op zijn grondvesten. Waren vervolgens niet alle conventies van het kapitalisme overboord gegooid, dan had de eenzame consultant gelijk gekregen en waren de bakstenen echt door de ruiten van de Albert Heijn gevlogen. In plaats daarvan werd wereldwijd met belastinggeld gesmeten om failliete banken van de ondergang te redden.

Wereldbeeld

In 2008 werd mijn wereldbeeld en dat van vele anderen in mijn omgeving grondig door elkaar geschud. Ik voelde me als Jim Carrey in The Truman Show, wanneer hij ontdekt dat de wereld om hem heen een zorgvuldig geconstrueerde leugen is. Het kapitalisme is het beste (en eigenlijk enige) systeem om een economie te laten bloeien, zo was mij tijdens mijn jeugd en opleiding ingeprent. Maar had ik het kapitalisme niet zojuist met eigen ogen zien falen?

‘Als het meer is dan een vage ambitie en Truman is vastberaden om de waarheid te ontdekken, dan is er geen enkele manier waarop we dat kunnen beletten,’ zegt Ed Harris in de rol van regisseur van The Truman Show. Maar vervolgens voorspelt hij dat Truman zich ondanks zijn ontdekkingen weer zal schikken in zijn oude rol. Hij is tenslotte net als wij allemaal: ‘We accepteren de realiteit van de wereld zoals die aan ons wordt gepresenteerd.’ 

De crisis is ‘opgelost’ met de creatie van een nieuwe bubbel

Tien jaar na de val van Lehman Brothers lijken alle problemen opgelost. De bancaire sector is hervormd, onze economie groeit weer en het kapitalisme functioneert als vanouds. Althans: zo wordt het opnieuw aan ons gepresenteerd. Wanneer je immers kritisch kijkt, ontdek je dat de werkelijkheid achter deze goednieuwsfaçade nog altijd dezelfde is.

Boom-bust-boom

Het huidige ontwerp van ons financiële systeem en geldstelsel zorgen voor een cyclus waarbij economische voorspoed (waarvan een selecte groep disproportioneel profiteert) wordt afgewisseld met economische malaise (voor de rest): de zogeheten boom-bust-boom-cyclus. Ondanks die wetenschap is na 2008 niet ingezet op het adresseren van de structurele weeffouten in het ontwerp. Sterker nog: de crisis is ‘opgelost’ met de creatie van een nieuwe bubbel.

De aanloop naar de crisis ging gepaard met excessieve schuldengroei; diezelfde schuldengroei is opnieuw de motor achter ons ‘economische herstel’. Banken stimuleren het afsluiten van een hypotheek, terwijl de Nederlandse huizenmarkt tekenen van oververhitting vertoont. Studenten lenen meer dan ooit. De schuldenlast van ontwikkelde economieën is niet afgebouwd en die van opkomende economieën is in schrikbarend tempo gegroeid. De totale wereldwijde schuldenberg bedraagt nu 247 biljoen dollar, 318 procent van het wereldwijde bbp. 

Centrale banken hebben de rente laag gehouden, waardoor grote multinationals zich tot over hun oren in de schulden konden steken. Zelfs het opkopen van obligaties in de markt, het zogeheten Quantitative Easing (QE), vindt in Europa nog steeds plaats. Dit terwijl QE een absolute noodgreep is: het financiële equivalent van antibiotica, met eveneens nare bijwerkingen.

Het lijkt wel alsof het hier een natuurverschijnsel betreft, in plaats van een menselijk construct

Ondertussen zijn de salarissen in de financiële sector nog altijd buitengewoon; de secundaire arbeidsvoorwaarden — inclusief een get-out-of-jail-free card — misschien nog wel beter. De salarisverhogingen van de ING-top en het recordbedrag van 775 miljoen euro waarmee ING vervolging afkoopt, laten zien hoezeer de financiële sector boven de rest van de maatschappij staat. De wetten voor de gewone sterveling gelden niet voor de bankier. 

De ophef in de politiek en media blijft evenwel beperkt tot excessen, zoals de meest recente ING-affaire. Er is nauwelijks aandacht voor de verdere consolidatie van de bancaire sector. De logische oplossing voor het probleem dat banken te groot om om te vallen (too big to fail) zijn en dus straffeloos onverantwoorde risico’s kunnen nemen, is het opknippen van diezelfde banken. Alleen zo kunnen de normale spelregels van het kapitalisme ook in deze sector weer gelden.

Maar in plaats daarvan is gekozen voor verdere integratie en stabiliteitsfondsen. Het gevolg: banken die te groot en te afhankelijk van elkaar waren vóór de crisis, zijn nu nog groter en nog meer met elkaar verbonden.

En zo volgen we wederom de cyclus. Het lijkt wel fatalisme: alsof het een natuurverschijnsel betreft, in plaats van een menselijk construct.

De macht om iets te veranderen

Goed, er zijn marginale verbeteringen doorgevoerd. Zo zijn de kapitaalbuffers van banken iets verhoogd. Drastische verhogingen van de eigen-vermogenseisen, zoals wetenschappers Admati en Hellwig bepleiten in The Bankers New Clothes, werden echter met succes tegengewerkt door de machtige bankenlobby. Regelgeving is vooral nodeloos complex geworden, en daarmee nog moeilijker te handhaven. Radicale hervormingen van het bankwezen, zoals bijvoorbeeld het equity-based financieringsysteem dat McMillan beschrijft in The End of Banking, hebben de publieke discussie überhaupt nooit gehaald. 

Niet iedereen laat zich nog verblinden door economische groeicijfers

Dat er zo weinig is veranderd sinds 2008, lag niet aan een tekort aan nieuwe ideeën, maar bij een gebrek aan politieke wil om te hervormen, of zelfs maar te experimenteren — denk aan het initiatief om de werking van een depositobank te testen, dat niet mocht plaatsvinden van De Nederlandsche Bank en het ministerie van Financiën. 

De grote zak geld die de financiële sector van de belastingbetaler ontving, werd ingezet om het oude wereldbeeld in ere te herstellen. Op scholen en universiteiten worden nog altijd dezelfde achterhaalde economische modellen onderwezen. De media berichten wederom juichend over een groeiende economie.

Een deel van de kiezers is hier (terecht) heel boos over. Zij zoeken hun heil bij politici die wel hard schreeuwen over ‘uitbuiting door de elite’, maar uiteindelijk bar weinig concrete plannen presenteren voor hervorming van het financiële bestel. Een ander deel van de kiezers bestempelt dat populisme als gevaar, maar is zelf ondertussen in slaap gesust: de partijen die de vorige crisis lieten ontstaan, zijn niet afgestraft en plaatsen nu opnieuw de belangen van de bancaire en corporate sector boven die van burger en MKB. Een echte schreeuw om verandering bleef uit bij het grote publiek.

Je kunt klaarblijkelijk een crisis veroorzaken, er ongestraft mee wegkomen en de meerderheid van de bevolking opnieuw achter je krijgen. Maar gelukkig is er één ding echt veranderd sinds 2008: niet iedereen laat zich nog verblinden door economische groeicijfers. De studenten van Rethinking Economics protesteren over de hele wereld tegen het dogmatische economieonderwijs; de financiële denktank Sustainable Finance Lab (SFL) presenteerde onlangs aanbevelingen voor hervorming aan DNB en de Nederlandse grootbanken. Burgerinitiatief Ons Geld wist meer dan 100.000 handtekeningen op te halen voor een Kamerdebat over het geldstelsel en de economen van hun zustervereniging Positive Money zijn inmiddels doorgedrongen tot onderzoeksposities binnen de Engelse centrale bank. 

Bij de volgende bust in de economische cyclus zal het negeren van de onderliggende problematiek een stuk lastiger worden. De plannen voor een nieuwe financiële wereld liggen klaar om te worden opgepakt.  

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Thomas Bollen

Gevolgd door 1135 leden

Onderzoekt als financieel econoom de 'economische religie' om nuttige inzichten van dogma's te scheiden.

Lees meer

Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

Volg Thomas Bollen
Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren