© CC0 (publiek domein)

Leve de contrarevolutie!

    Zo'n vier decennia geleden stak een nieuw idee de kop op in het Nederlandse economisch denken. Het was het startschot voor een ongekende machtsverschuiving tussen kapitaal en arbeid, die in betrekkelijk korte tijd de winst van een eeuw klassenstrijd ongedaan maakte. Hoe keren we het tij?

    We schrijven oktober 1976. Het invloedrijke Amerikaanse economietijdschrift The Journal of Financial Economics publiceert een artikel van de economen Michael Jensen en William Meckling. Theory of the Firm: Managerial behavior, agency costs and ownership structure, luidt de titel.

    In het artikel wordt de onderneming voorgesteld als een web van contracten, die tezamen bepalen hoe de toegevoegde waarde die de onderneming produceert wordt verdeeld. De aandeelhouder die de winst opstrijkt als alle andere kosten zijn voldaan, speelt in het verhaal van Jensen en Meckling de hoofdrol. Als eigenaar van de onderneming dient zijn belang het zwaarste te wegen. En omdat hij achteraan de rij staat bij de verdeling van de toegevoegde waarde, is maximalisatie van zijn deel in het belang van alle andere deelnemers. Win-win: het zou zo uit het neoliberale liederenboek van Milton Friedman hebben kunnen komen.

    Met meer dan twintigduizend citaties zou het een van de meest geciteerde economische papers ooit worden. En met de stelling dat maximaliseren van aandeelhouderswaarde het doel van de onderneming is, zou het een belangrijke legitimerende rol spelen bij de wijzigingen in het ondernemingsrecht die in de jaren erna in het ene na het andere land werden doorgevoerd. 

    Nederland vormde daarop geen uitzondering. Tot die tijd werd de onderneming hier conform het Rijnlandse gedachtengoed gezien als een maatschappelijke organisatie die de belangen van alle deelnemers – aandeelhouders, werknemers, klanten, toeleveranciers, kredietverstrekkers en de samenleving als geheel – gelijkelijk moest meewegen in haar besluitvorming. Vanaf de jaren negentig kwam echter ook de Nederlandse discussie over corporate governance, zoals het al snel ging heten, steeds meer in het teken te staan van de maximalisatie van aandeelhouderswaarde.

    Het structuurregime voor grote, beursgenoteerde ondernemingen, waarbij de raad van commissarissen de beslissende stem gaf bij zwaarwegende strategische besluiten, werd afgeschaft. De aandeelhoudersvergadering werd belangrijker gemaakt. De wettelijke bescherming van minderheidsaandeelhouders werd verbeterd. En beschermingsconstructies werden verboden.

    De belastingdruk voor huishoudens is alleen maar gestegen, terwijl die voor het grootbedrijf al jaren nul of negatief is

    Het was bedoeld om het Nederlandse ondernemingsbestuur meer in lijn te brengen met wat in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk gebruikelijk was. De lagere beurskoersen die het Rijnlandse model Nederlandse multinationals een achterstand in de internationale overnamestrijd gaven, moesten definitief verleden tijd worden. Dat was waar het old boys network destijds voor lobbyde. Nu willen ze die beschermingsconstructies overigens maar wat graag terug. Toen waren ze jager, nu zijn ze prooi – niets zo opportunistisch als de economische elite.

    Het was uiteraard onderdeel van een veel bredere neoliberale revolutie die vanaf de vroege jaren tachtig over het Europese continent raasde. Het antwoord op de winstgevendheidscrisis van de jaren zeventig, toen datzelfde Nederlandse old boys-netwerk bij monde van Shell-topman Gerrit Wagner steen en been klaagde over de hoge bruto loonkosten, was het afbreken van kapitaalrestricties, het optuigen van een Europese Interne Markt, het installeren van een kapitaalvriendelijke mondiaal handelsregime, en het faciliteren van een welig tierende belastingontwijkingspraktijk.

    Terwijl de politieke en journalistieke aandacht vooral uit ging naar de privatisering van publieke diensten, de flexibilisering van de arbeidsmarkt en de hervorming van de verzorgingsstaat, moeten we met terugwerkende kracht constateren dat de meest ingrijpende hervorming elders zat. De mondiale ontketening van kapitaal heeft veel ontwrichtender gevolgen gehad voor burger, staat en economie dan de vercommercialisering van de gezondheidszorg, de vermarkting van het hoger onderwijs of de privatisering van de energiesector.

    Ga maar na: terwijl de winsten van het grootbedrijf historische hoogtes bereiken, stagneren nu al veertig jaar de besteedbare inkomens van burgers. Terwijl de salarissen nu al jaren achterblijven bij de groei van de arbeidsproductiviteit, stapelen de kasreserves van het grootbedrijf zich alleen maar verder op.

    De belastingdruk voor huishoudens is sinds de crisis alleen maar gestegen, terwijl die voor het grootbedrijf al jaren nul of negatief is. Terwijl steeds meer burgers niet zonder rode cijfers het einde van de maand halen, beweren de ceo’s van Nederlandse multinationals tijdens een commissievergadering in de Tweede Kamer doodleuk dat hun eigen grootschalige belastingontwijking geheel in de geest van de wet is.En terwijl de kiezer steeds meer politieke besluitvorming als een ver-van-mijn-bed-show ervaart, ziet zij de top van Unilever in een een-tweetje met premier Rutte op een achternamiddag zomaar twee miljard euro op jaarbasis verbrassen. 

    Internationaal lijkt het tij kerende

    Het is de uitkomst van een historisch ongekende machtsverschuiving tussen kapitaal en arbeid die in betrekkelijk korte tijd de winst van een eeuw klassenstrijd ongedaan maakte. Er is geen beter datapunt om deze verschuiving mee te illustreren dan de daling van de zogenaamde arbeidsinkomensquote, dat wil zeggen: dat deel van de toegevoegde waarde die jaarlijks in de private sector wordt geproduceerd, dat naar de factor arbeid gaat. Lag die eind jaren zeventig nog op pakweg 82 cent van iedere gulden; anno 2019 bedraagt die 72 cent van iedere euro.

    Internationaal lijkt het tij kerende. De schaduwminister van Labour presenteerde eind vorig jaar een plan dat zo leek afgekeken van de Zweedse sociaaldemocraten uit de jaren zeventig. Toen stelde de Zweedse vakbondseconoom Rudolf Meidner voor om bovengemiddelde ondernemingswinsten in een fonds te stoppen en daar aandelen van te kopen. De dividenden zouden vervolgens niet alleen dividenduitkeringen voor werkenden opleveren, maar ook geleidelijke socialisatie van de productiemiddelen, zoals het ooit heette. In de Verenigde Staten lanceerde de democratische presidentskandidaat Elizabeth Warren vorige week onder de noemer ‘economisch patriottisme’ een nieuw initiatief dat de Verenigde Staten moet veranderen van een aandeelhouderseconomie in een werknemerseconomie.

    Of het gouden aandeel dat de SP voorstaat hetzelfde voor Nederland gaat doen, staat te bezien. Meer zeggenschap voor werkenden en andere belanghebbenden bij de onderneming is wat mij betreft een noodzakelijke maar geen voldoende voorwaarde om de macht van het kapitaal aan banden te leggen.

    Daarvoor is meer nodig. Bijvoorbeeld: een verplicht lobbyregister om de politieke inmenging van het grootbedrijf te kunnen controleren; de herintroductie van kapitaalrestricties om speculatie en arbitrage tegen te gaan; een kleiner bankwezen om de chantage van Too Big To Fail tegen te gaan; een grotere sociale huursector om de bankbalansen te kunnen laten leeglopen; lagere woonlasten om het besteedbaar inkomen te vergroten; meer belasting op kapitaal en minder op arbeid om de lasten van onze materiële en immateriële infrastructuur eerlijker te verdelen; geen steun meer voor bilaterale en multilaterale handelsverdragen die alleen te goede komen aan het grootbedrijf; terugdraaien van de flexibilisering van de arbeidsmarkt om verdere tweedeling te voorkomen; afscheid van de SER, om vakbonden te dwingen het Haagse juk van zich af te werpen en zich meer op de werkvloer te etaleren; afscheid van de euro, om progressief begrotingsbeleid te kunnen voeren en groen monetair beleid mogelijk te maken; en, inderdaad, meer medezeggenschap voor huidige en toekomstige burgers, ofwel via een gouden aandeel ofwel via een opgetuigde ondernemingsraad en burgercommissarissen. 

    Na politieke en sociale democratie, is wat mij betreft de tijd rijp voor economische en ecologische democratie.

    Leve de klassenstrijd!

    Leve de contrarevolutie!

    Deze column werd uitgesproken door Ewald Engelen op een bijeenkomst in Kasteel Oud-Wassenaar op 13 juni over achterblijvende lonen, georganiseerd door de SP.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Ewald Engelen

    Gevolgd door 1935 leden

    FTM-columnist van het eerste uur, financieel geograaf aan de UvA en actief voor de Partij voor de Dieren.

    Volg Ewald Engelen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren