Leve het parasitaire bankieren!

    Wat is het toch heerlijk een bank te zijn. Er is weinig concurrentie, de beloning is goed, je mag de rente hoog houden en als het misgaat, word je gered – een droom voor iedere ondernemer.

    U heeft er vast wat van meegekregen: Den Haag hield vorige week weer een rondje banken bashen. Ook minister Dijsselbloem van Financiën (PvdA) ging flink tekeer. Hij zei in de Kamer dat er meer concurrentie moet komen, de beloningen in de sector te hoog zijn en de kapitaalbuffers omhoog moeten.
     
    Allemaal woorden die het goed doen voor de bühne, maar in de Schoen van ING aan de Zuidas moeten ze er vast een beetje om gniffelen, net als in de vanity-toren van ABN Amro een steenworp verderop. In de glimmende kolos van Rabobank in Utrecht luisteren ze niet eens, want waarom zou Dijsselbloem zich bemoeien met een bank die geen staatssteun nodig heeft gehad?                
     
    Al die banken weten dat politici vooral retoriek spuien, en dat hun woorden als puntje bij paaltje komt maar weinig inhouden. Ze gaan op vrolijke voet verder waar ze gebleven zijn, slechts gehinderd door nietszeggende voorstellen van het CDA dat het “roer echt om moet”. 
     
    Nee, ook al krijgen banken er publicitair van langs, er is nog altijd geen mooier verdienmodel te verzinnen – iedere ondernemer zou er jaloers van worden. Wat zijn de kenmerken van dit ongeslagen verdienmodel?
     
    Meer concurrentie? Godzijdank niet              
    Het is de realiteit van bijna iedere ondernemer: scherpe concurrentie. Het houdt hem snel, slim en goedkoop, zoals dat hoort in een vrije markteconomie. Godzijdank ondervinden banken totaal geen hinder van zo'n veeleisend principe dat de winstgevendheid ondermijnt. Ze kunnen zonder problemen de hypotheekrente verhogen en dat rechtvaardigen met argumenten die opvallend lang voor zoete koek geslikt worden.  
     
    Geld lenen is voor ons zo duur, roepen ze al jaren in koor, en daarom hebben we uw rente omhoog gegooid. Dat komt omdat jullie Nederlanders teveel sparen voor het pensioen en zo weinig op jullie bankrekeningen, waardoor we de markt op moeten voor financiering (de beruchte funding gap). 
     
    Waar of niet, feit is dat de hypotheekrente in Nederland circa 1 procent hoger is dan in de ons omringende landen, constateerde het Centraal Plan Bureau (CPB) deze week. Het verschil met Duitsland is zelfs 2,5 procent, berichtte FTM eerder
     
    En dat kan het CPB niet verklaren aan de hand van hogere financieringslasten, die voor Nederlandse banken ongeveer hetzelfde zijn als die van de buren. Er spelen hier andere duistere krachten, denken de Haagse rekenaars, zoals een – jawel – gebrek aan concurrentie. Buitenlandse aanbieders hebben de markt sinds de crisis immers verlaten, en nieuwe toetreders zijn er niet. Aegon-bank Knab is er weliswaar vorig jaar bijgekomen, maar die leent geen geld uit.
     
    Bovendien is het SNS en ABN Amro van Brussel niet eens toegestaan te concurreren met lagere rente, omdat het staatsbanken zijn. Dat is goed nieuws voor ING, dat sinds kort geen “prijsleiderschapsverbod” meer heeft, en zo een concurrent ziet wegvallen. Voor Rabobank geldt hetzelfde, maar die instelling had als marktleider toch al weinig prikkels om te stunten met tarieven.
     
    Bankvergunning
    Gelukkig maar dat er tegelijkertijd geen dreiging is van nieuwe toetreders, want daar steekt De Nederlandsche Bank (DNB) wel een stokje voor. Het verkrijgen van een bankvergunning is heel moeilijk zo niet onmogelijk, zo klagen ondernemers, en sinds de val van DSB Bank en SNS is de toezichthouder al helemaal niet meer genegen nieuwe partijen een kans te geven. Ondernemers die bij DNB aankloppen komen niet eens voorbij de voordeur. Van voormalig DNB-president Nout Wellink was bekend dat hij het toezicht niet verder wilde compliceren met een diverser bankenlandschap. Wie in Nederland een bank wil beginnen opereert met een bestaande bankvergunning zoals Aegon, of neemt een bank om die reden over. 
     
    Terug nu naar de politieke actualiteit, waarin de baas van de Nederlandse Mededingsautoriteit Henk Don vorige week mocht aanschuiven bij een rondetafelgesprek over krediet. Hij bevestigde dat er een “hoge concentratie” op de markt is die leidt tot “hogere marges” voor hypotheekverstrekkers. Hoe zorgwekkend ook – Don zei open te staan voor tips over prijsafspraken –  de kartelwaakhond zei er niets aan te kunnen doen. Met zulke vijanden heb je als bank geen vrienden meer nodig.
     
    Ondertussen zijn de banken zo in staat de verliezen op de door hen zelf opgeblazen vastgoedbubbel met hoge marges te verhalen op de samenleving. Wie een lening heeft die hoger is dan de waarde van het huis – ongeveer 1 miljoen huishoudens – heeft de tarieven van de hypotheekverstrekker te slikken, uitwijken naar een concurrent is niet meer mogelijk. En wie een restschuld heeft na (gedwongen) verkoop is nog jaren slaaf van de bank. Het kabinet heeft een helpende hand toegestoken door de rente op restschuld aftrekbaar te maken. Charmant misschien, maar zo zijn de risico's van overkreditering wel gesocialiseerd.             
     
    Genieten van je loonstrookje
    Omdat het zo hard werken is in een oligopolie, krijg je als bankier natuurlijk prima betaald. Want boven de onderlaag van telefonisten en andere stafmedewerkers, zijn weinigen gebonden aan de banken-cao, die overigens uitstekend is. En dan kan Dijsselbloem roepen wat ie wil over loonmatiging, veel indruk maakt het niet. Contracten eenzijdig openbreken, dat gaat nu eenmaal niet.
     
    Daar komt bij dat het verlagen van de cao-lonen hoogstwaarschijnlijk onbegonnen werk is. De minister kan een poging doen bij ABN Amro en SNS de lonen te matigen, maar Rabo en ING beslissen in onderhandeling met de vakbonden zelf hoe de salarissen zich ontwikkelen. Vandaar dat de FNV meteen op zijn achterste benen stond na de oproep van Dijsselbloem. Nogmaals, met zulke vijanden...
     
    Hogere kapitaalbuffers? Godzijdank niet
    Omdat banken geen gewone ondernemingen zijn – u weet wel, ze beheren ons geld – moeten ze buffers aanhouden. Die bleken volstrekt onvoldoende om de klappen van de kredietcrisis op te vangen; daarom werden er hogere kapitaaleisen (Basel-III) gesteld, die banken in langzaam tempo tot en met 2018 moeten invoeren. Daar is met man en macht tegen gelobbyd, met als gevolg dat de eisen zijn afgezwakt.
     
    De vraag die veel critici stellen is of de reserves hoog genoeg zijn. Dijsselbloem vindt in ieder geval van niet, want hij riep op tot hogere buffers voor de grote banken en een versnelde invoering ervan. Alweer prachtig gescoord door de PvdA-minister, maar het plan lijkt politiek gezien doodgeboren. De VVD is bang dat de scherpere eisen de concurrentiepositie van Nederland kunnen schaden en het CDA (“het roer moet echt om”) benadrukt dat de banken dan minder geld hebben om uit te lenen. Dit laatste is volgens de auteurs van dit nieuwe boek overigens een door bankiers verzonnen fabeltje (lees voor uitleg dit stuk in The Economist). Zo bezien zal de PvdA op eigen houtje een deal met de oppositie moeten sluiten - niet echt iets waar de coalitieverhoudingen op vooruit gaan. 
     
    Bankiers kunnen tevreden zijn, want hogere kapitaaleisen zijn reuze vervelend. Het gaat op korte termijn ten koste van de winstgevendheid en daarmee mogelijk van hun bonus. Vanzelfsprekend kan dat niet de bedoeling zijn.
     
    En dan het allermooiste: failliet gaan kan niet
    Ondernemers lopen de kans failliet te gaan, waar een disciplinerende werking van uitgaat. Bankiers mogen dan zeggen van alles te weten over risicobeheersing, dit risico is hen vreemd – even afgezien van kredietboeren als Dirk Scheringa wiens roversnest niet de luxe had een “systeemrelevante” bank te zijn. De andere grote banken zijn wel systeemrelevant – gaat het mis, dan springt vadertje Staat bij. Gaat het goed, dan kunnen de beloningen omhoog.       
     
    Het too big to fail-probleem hebben we niet opgelost en het ziet er niet naar uit dat dit binnenkort gaat gebeuren, leert de val van SNS. Deze bank was met afstand de kleinste van de groten, maar mocht toch niet omvallen, vanwege de angst dat de financiële onrust zou overslaan op andere banken, die dan geconfronteerd zouden worden met hogere financieringslasten. 
     
    De andere banken bleven zo bovendien gevrijwaard van de kosten van het depositogarantiestelsel (vergoeding tot 20.000 euro aan spaarders), door Financiën geschat op 5 miljard euro. Te riskant, vond Dijsselbloem, waarmee het failliet van het garantiestelsel is aangetoond. Grootmachten als ING en Rabo zijn volgens de minister (en DNB) kennelijk nog te fragiel en betalen daarom slechts een eenmalige heffing van 1 miljard, waarvan ongeveer een kwart neerslaat bij de staatsbanken. Voor dit bescheiden bedrag zijn de overgebleven twee grote private instellingen nu wel bevrijd van een concurrent op de hypotheekmarkt.
     
    De val van SNS illustreert zodoende dat banken en grote prikkel hebben zo snel mogelijk te groeien om systeemrelevant te worden. Eenmaal groot genoeg hebben bankiers er belang bij zo veel mogelijk risico te nemen, aangezien er alleen upside is. De downside slaat neer op de samenleving.    
     
    Wat is ten slotte het grote voordeel van dit systeem, waarin de overheid deposito's garandeert, centrale banken geldverschaffer-in-nood zijn en crediteuren systeembanken onder alle omstandigheden een bailout krijgen? Dat deze publiek-private instituten historisch gezien tegen lagere tarieven geld kunnen lenen dan andere “gewone” bedrijven, zelfs als deze bedrijven veel minder risicovol gefinancierd zijn dan systeembanken.     
     
    Welke ondernemer wil dat niet?

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jan-Hein Strop

    Gevolgd door 547 leden

    Freelance financieel-economisch journalist met grote belangstelling voor de werking, macht en gedrag van bank & verzekeraar.

    Volg Jan-Hein Strop
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren