Lex Hoogduin: 'Al 70 jaar is in Europa geen schot gelost'

  • Nee, dat was een strategisch besluit van de NAVO

Een exclusieve gedachtewisseling met voormalig directielid van DNB en assistent van de eerste ECB-president, wijlen Wim Duisenberg. Follow The Money sprak uitgebreid met prof. dr. L.H. (Lex) Hoogduin over het verleden, het heden en de toekomst van de EU en de eenheidsmunt.

Op vrijdag 12 december was ik te gast bij hoogleraar monetaire economie en voormalig DNB directielid Lex Hoogduin in zijn werkkamer bij de Duisenberg School of Finance, aan de Zuidas in Amsterdam. Het gesprek zou gaan over alternatieve oplossingen voor onze eenheidsmunt, maar daar kwam het deze keer niet van: voor een beter begrip kwam eerst de ontstaansgeschiedenis van het eurogebied aan de orde, gevolgd door die van de huidige crisis en de mogelijke wegen om uit de crisis te geraken. Ook André ten Dam schoof aan, euroresearcher en ontwerper van zo'n alternatief: The Matheo Solution, op basis van een flexibel monetair systeem, dat enigszins overeenkomt met het vroegere EMS, het Europees Monetair Stelsel. De eerste vraag aan Hoogduin ging dan ook over dat EMS. De deelnemers daarin spraken in 1979 af hun valuta te laten fluctueren binnen vaste bandbreedten ten opzichte van een spilkoers: 2,25 procent voor de sterke munten en 6 procent voor een paar zwakkere munten. Door steuninterventies, te weten aankoop en verkoop van valuta, en het rente-instrument konden de Europese centrale banken de valuta op de gewenste koers houden. Jean Wanningen: U heeft de tijd meegemaakt van het EMS. Wat waren toen de grootste problemen en waarom is men daarvan afgestapt? Hoogduin: 'Ik ben erg blij met deze vraag, omdat maar weinig mensen vragen naar die periode. Voor mij is die juist cruciaal. Een nieuw monetair systeem ontstaat niet op de tekentafel, maar als resultaat van een politiek proces dat je moet plaatsen in z'n historische context.' 'Eigenlijk gaat de discussie over wisselkoerssystemen terug tot aan de periode vlak na de Tweede Wereldoorlog. Destijds hadden we niet echt een flexibel wisselkoerssysteem. De munten waren gekoppeld aan de dollar, die weer gekoppeld was aan het goud.
Nederland heeft in feite nooit een flexibel wisselkoersmechanisme gekend
In Nederland hebben we dus in feite nooit een flexibel wisselkoerssysteem gekend. In 1971 is het Bretton Woods-systeem ten onder gegaan, omdat de Amerikanen zich niet aan de spelregels hielden. Door de Vietnamoorlog brachten de Amerikanen teveel dollars in de markt, waardoor er twijfels rezen aan de gouddekking van de dollar. De Europese landen hebben toen gezegd: we moeten een wisselkoers systeem hebben. Er is toen achter de schermen veel gesproken hoe zo'n systeem het beste vormgegeven zou kunnen worden.' 'Uiteindelijk is toen in Bremen, ik meen in 1978, afgesproken dat er een wisselkoersmechanisme moest komen voor de belangrijkste Europese valuta, het EMS, dat in 1979 van start is gegaan. Politiek interessant daaraan was, dat het EMS ontwerp een symmetrisch wisselkoerssysteem wilde zijn. Als een land een overschot had, moest je de munt van dat land revalueren en bij een tekort devalueren. Als dergelijke re- en devaluaties aan de orde waren, spoedde iedereen zich vervolgens naar Brussel om over mogelijke interventies te praten.' JW: Speelde de Europese Commissie daar toen ook al een rol bij? Hoogduin: 'De Commissie zat daar inderdaad bij, maar met marginale invloed. Het EMS-systeem heeft zich heel snel ontwikkeld naar een D-mark standaard. De Duitsers zeiden: wij gaan niet steeds accomoderen als Italië teveel inflatie heeft. Dus eigenlijk was het EMS van het begin af aan een asymmetrisch systeem in plaats van het bedoelde symmetrische.
Het EMS was van begin af aan een asymmetrisch systeem
Nederland heeft in feite steeds de Duitsers gevolgd met één uitzondering: toen Lubbers in 1983 besloot om dat niet te doen en twee procent achter bleef, omdat hij wilde dat Nederland uit de toenmalige recessie zou groeien. Of dat verstandig is geweest, weet ik niet. DNB was tegen dat besluit en ook ik vond het niet verstandig dat Nederland toen de gulden heeft laten achterblijven bij de Duitse mark. Het zette de geloofwaardigheid van de koppeling van de gulden aan de DM op het spel.' 'In die periode stond ook de Franse franc onder druk. Op dat moment dreigde het EMS uit elkaar te vallen. Men heeft toen "tijdelijk" de marges aanzienlijk verbreed tot 15 procent. Maar het was duidelijk dat in een wereld van vrij kapitaalverkeer een systeem à la het EMS inherent instabiel is. Dat gaf het concept van de euro extra wind in de zeilen.' 'Frankrijk zat meer in het kamp van Zuid-Europa en voerde meer een Keynesiaans beleid. In die periode, in de jaren tachtig, besloten de Fransen dat het anders moest. In 1989 deed zich een unieke gelegenheid voor: de val van de Berlijnse Muur en de Duitse eenwording.'

Vaste wisselkoersen in een wereld van vrij kapitaalverkeer

JW: Hoe reageerden de andere lidstaten op dat Frans-Duitse onderonsje? Hoogduin: 'Er speelde natuurlijk meer dan alleen een Frans-Duits onderonsje. De invloed van de Amerikanen moet niet onderschat worden. Zeker met betrekking tot Oost-Europa hebben zij echt de leiding genomen. De Amerikanen pompten er flink wat geld in, met name in Polen. Kohl wilde die hereniging uiteraard, maar hij trok niet onmiddellijk de portemonnee. Het hielp natuurlijk dat de Duitse economie toen booming was, die liep als een trein. Ook toen was er sprake van een asymmetrische schok, niet zo erg als nu, maar niettemin.
De Duitse hereniging bood Frankrijk een unieke gelegenheid af te rekenen met het EMS
Deze hereniging bood de Fransen dus de mogelijkheid om het EMS ter discussie te stellen. De druk op de Franse franc, de tweede economie van Europa, leidde ertoe dat men begon te beseffen dat het toenmalige EMS geen permanente oplossing kon zijn. Dat zie je ook terug in de aanloop naar het Verdrag van Maastricht (1992, red.) waar in feite de basis voor de muntunie werd gelegd.' 'Vaste wisselkoersen in een wereld van vrij kapitaalverkeer is bijna niet te doen. Ook het IMF kwam tot die conclusie. De beleidsmakers stonden voor de keuze: terug naar een systeem met grote flexibiliteit, wat Europa in feite nooit gekend heeft, of een sprong naar voren. Men heeft voor dat laatste gekozen.' 'De Duitsers wilden dat in fasen doen, want zij vonden dat je pas één munt kon hebben aan het eind van een economisch convergentieproces. De Fransen wilden sneller. Er werd uiteindelijk een politiek compromis gesloten: één munt, maar wel met duidelijke convergentiecriteria zoals de no bail out-clausule en de bekende begrotingscriteria. Dat Griekenland erbij kwam was louter een politiek besluit.' 'Maar de EU is zowel politiek als economisch een groot succes. Politiek, omdat Duitsland en Frankrijk weer met elkaar door één deur konden, maar ook economisch, want Europa heeft na de Tweede Wereldoorlog een enorme welvaartsexplosie doorgemaakt.'

Verschillen én overeenkomsten Europese landen

JW: Je kunt nu toch niet spreken van een enorm economisch succes, als je kijkt naar de sociale ellende in de zuidelijke periferie? Hoogduin: 'Je moet wel de volledige analyse maken. Het gaat niet alleen om de vraag of de eurozone wel of niet een optimaal valutagebied is. De "Europese integratie" is een proces om het continent van een bepaalde, stabiele orde te voorzien. En als je dan kiest voor vrij kapitaalverkeer, dan kan dat onmogelijk in een EMS systeem.' 'Flexibele wisselkoersen heeft Europa nooit gekend, dus die keuze lag niet voor de hand. Intussen is wel bereikt dat Duitsland en Frankrijk zich met elkaar verzoend hebben, zonder dat er ook maar één schot gelost is. En integratie gaat nu eenmaal met horten en stoten, je moet af en toe zaken bijstellen en opnieuw de balans opmaken.' 'En inderdaad is de eurozone geen optimaal valutagebied, hetgeen een oplossing voor de crisis waarin we zitten bemoeilijkt. Maar je moet ook voorzichtig zijn met overhaaste stappen. Wat moet de conclusie zijn?
Terugkeer naar de tijd vóór de euro houdt grote risico's in
Teruggaan naar de situatie van vóór de euro? Dat houdt ook grote risico's in, omdat niemand weet wat de gevolgen daarvan zullen zijn.' JW: Maar er zijn toch - naast de economische - ook grote culturele verschillen tussen de eurolanden? Hoogduin: 'Ja, maar ook veel overeenkomsten. Als je naar Afrika of Azië reist zie je veel grotere verschillen. Je moet ook werken aan het versterken van die convergentie.' JW: Als je ziet dat het niet werkt en de volken van Europa geen politieke integratie willen, moet je er dan niet gewoon mee ophouden? Hoogduin: 'Het is maar de vraag of de volken van Europa met de euro willen stoppen.' JW: Dan kies je dus voor het doormodderscenario. Hoogduin: 'Ik denk inderdaad dat voortzetting van het huidige beleid de enige manier is om de Europese integratie succesvol te laten verlopen. Je moet het wel uitleggen aan de burger. We moeten ook niet de illusie hebben dat dit lukt zonder dat het ons een cent kost.'
De Europese integratie mag best wat kosten
'Die integratie mag best wat kosten, we hebben wat op te offeren. Vergeet niet dat het Europese integratietraject ons 70 jaar vrede heeft opgeleverd! Er is 70 jaar lang geen schot gelost, dat is uniek in de Europese geschiedenis. En als je aan die orde gaat rommelen of morrelen weet je niet waar je terecht komt.' JW: Heeft de euro niet juist eerder als een splijtzwam gefungeerd? Hoogduin: 'Ik denk niet dat de euro daarvan de oorzaak is, maar dat is meer een politiek probleem. De regeringen van de landen beseffen onvoldoende dat we dit samen moeten oplossen.'

Landen moeten zich beter aan de spelregels houden

JW: Dan kies je dus voor een permanente transferunie van Noord naar Zuid? Hoogduin: 'Nee, ik denk dat je onderscheid moet maken tussen landen die met een onhoudbare schuldenproblematiek zitten, zoals Griekenland, en landen die moeten hervormen. Het is mijn persoonlijke inschatting dat een deel van de Griekse schulden kwijtgescholden zal moeten worden. Dat betekent geen permanente transferunie, maar wel moeten landen zich beter aan de spelregels houden.'
De spelregels moeten wel afdwingbaar zijn, anders hebben ze geen zin.
'En dat moet afdwingbaar zijn. Het is daarnaast eigenlijk een godswonder dat de euro, die nog maar 15 jaar bestaat, zo'n enorme asymmetrische schok heeft overleefd.' JW: Wel ten koste van de hele zuidelijke periferie. En zelfs al integreer je de al die  economieën, dan nog blijven de economische verschillen in concurrentiekracht bestaan. Hoogduin: 'Ik zeg ook niet dat het makkelijk is om die economieën te laten convergeren. In elk geval geef je Zuid-Europa op als je stopt met de euro. Ook koppel je Frankrijk los van Duitsland, met alle risico's van dien, ook voor ons land. Het is een lastige situatie. Wat nodig is, is een stabiele Europese orde, maar het probleem is het gebrek aan politieke steun daarvoor.' JW: Het gaat economisch wel ronduit slecht met de eurozone. De groeiverwachtingen zijn afgelopen week weer naar beneden bijgesteld. Dit kan zo toch niet doorgaan? Hoogduin: 'Ook zonder de euro zouden we nu geen drie procent of meer groei hebben gekend. Het probleem is dat landen als Italië niet moderniseren en hervormen. En het is in ons eigen belang om de Italianen te overtuigen dat ze dat wel moeten doen, ook al kost het ons geld." JW: Wie zijn wij om andere staten de les te spellen? Dat moet toch vanuit die landen zelf komen? Hoogduin: 'Absoluut, op de eerste, tweede, derde en vierde plaats. En er is ook een grens wat je andere mensen kunt opleggen. Neem Griekenland. Ik was laatst in New York en daarna in Athene. De Griekse infrastructuur is veel beter dan die van New York, toch leeft de helft van de mensen op een bestaansminimum en is de echte werkloosheid geen 25 procent, maar veertig.'
Men valt in Zuid-Europa nu terug op familiestructuren
'Men valt in Griekenland terug op familiestructuren. In dergelijke landen kun je niet meer verlangen van de zittende regering. Maar deze ellende komt niet alleen door de euro. Ik ben er van overtuigd dat de Spaanse vastgoedboom er ook geweest zou zijn zonder euro. Begrijp me niet verkeerd, ik wil ook een oplossing, maar een afscheid van de euro houdt grote risico's in.'

Zwakke landen willen niet uit de euro of EU

JW: Wat vindt u dan van The Matheo Solution? Die handhaaft de euro als enig wettig betaalmiddel, maar zorgt wel voor de nodige monetaire flexibiliteit. Hoogduin: Aarzelt even. 'Ik wil toch nog even terug in de geschiedenis. Laat ik voorop stellen dat ik sympathie heb voor de drijfveren achter deze oplossing. Ook ik ben van mening dat we deze crisis moeten oplossen. Maar ik geloof, op basis van de historie, niet zo in een wisselkoersmechanisme als oplossing van deze crisis. De echte oplossing is modernisering en hervorming van verouderde industriële structuren, zoals in Italië bijvoorbeeld.' JW: Maar als de Italianen daar nu gelukkig mee zijn, waar bemoeien we ons dan eigenlijk mee? Hoogduin: 'Ja, dat kun je je afvragen. Maar dan zouden die landen zelf moeten aangeven uit de euro of EU te willen treden, maar dat willen ze ook niet.' JW: Wij betalen de rekening. Hoogduin: 'Inderdaad. Maar die landen hebben zelf ook grote offers gebracht." JW: De gewone man, ja, maar de verantwoordelijken ontspringen de dans. Hoogduin: 'Moeten we dan tegen die landen zeggen: zoek het voortaan maar lekker zelf uit? Bovendien is het maar de vraag of flexibele rente en wisselkoersen de oplossing brengen. Een aantal landen heeft in het verleden de loonkosten gewoon teveel laten oplopen, waardoor hun economieën niet concurrerend genoeg meer waren. Daar kwam ook nog eens een wereldwijde crisis overheen. Die landen moeten dus hun loonkosten drastisch terugbrengen. Laten we een gedachte-experiment uitvoeren: stel dat Spanje niet had meegedaan aan de euro.'
Spanje had zonder euro ook een vastgoedbubbel gehad
'Denk je dan dat de Spaanse centrale bank de rente niet óók had verlaagd, net als de hele wereld om hen heen? In een omgeving van wereldwijde monetaire verruiming zou zich in Spanje óók een vastgoedbubbel hebben gevormd en zou de crash óók gekomen zijn, alleen de timing zou anders zijn geweest.' André ten Dam: 'Maar als je landen de mogelijkheid biedt monetair te devalueren en een eigen rentebeleid te voeren, herstel je de concurrentiekracht en creëer je veel meer draagvlak om hervormingen door te voeren. Als we, zoals nu, telkens de rekening van die zwakke landen betalen, creëer je een moral hazard en blijven de noodzakelijke hervormingen uit.' Hoogduin: 'Dat is waar, maar de praktijk leert dat landen meer tijd geven tot uitstel van het nemen van de nodige maatregelen leidt. Ook ik ben erg voor een oplossing gerichte aanpak. Laten we deze discussie in een volgend gesprek voortzetten en focussen op de beste oplossing.'   Klik hier om mij te volgen op twitter Klik hier voor een overzicht van de artikelen van deze auteur op FTM

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Jean Wanningen

Gevolgd door 224 leden

Jean Wanningen (Weert, 1957) is een veelkleurige persoonlijkheid. Ging na ‘verkeerde’ studies bij een gerenommeerde investmen...

Volg Jean Wanningen
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren