Limburgse blondine ontrafelt Lehman

Angelique Paulissen vecht met haar adviesbedrijf Montesquieu tegen bancaire arrogantie.

Ze helpt klanten met vinden van goedkoop geld. 'Hoeveel kletsverhalen ik soms hoor...’ Wat hoort er in het volgende rijtje niet thuis? Roda JC, bastrombone spelen in de harmonie, een blondine die praat met een g die zachter smaakt dan een Limburgse vlaai of Lehman Brothers? Niet zo’n moeilijk toch? Lehman Brothers! En toch komen al deze woorden in één mens samen: Angelique Paulissen. ‘Ik heb een keer mijn haar bruin geverfd, maar dat hielp niet echt bij salesgesprekken. Ineens hield ik een stofzuigerverkooppraatje omdat ik niet mezelf was’, lacht ze. En dan om haar Zuid-Nederlandse identiteit nog even te benadrukken: ‘En ik ga ook nooit meer weg uit Limburg.’ De bedrijfseconome, die donderdag met haar bedrijf Montesquieu een prijs won voor innovatieve zakenvrouwen, is de meest a-typische financiële wizzkid van de lage landen. De voormalige ABN Amro-producten-ontwikkelaar, die een tijdje in een hotel in Amsterdam leefde, omdat ze niet uit Kerkrade wilde verhuizen, is ook de meest fascinerende. De 39-jarige geldkenner adviseert sinds acht jaar 280 bedrijven en non-profitinstellingen bij het aanvragen van risicokapitaal, en is daarnaast mede-oprichter van NewMont, een onderneming die risicomanagement uitvoert van vaak cryptische financiële producten als derivaten voor pensioenfondsen. Jarenlang werkte ze aan de ‘andere kant’, zoals ze zelf zegt, en moest ze voor onder meer Rabo en ABN ‘gestructureerde producten’ verzinnen om een ‘hogere marge’ te verdienen voor de bank. ‘Dan kreeg ik de opdracht om de concurrentie te slim af te zijn met een product waarop we 20 basispunten marge moesten maken. Ik was Tom Poes die een list moest verzinnen, en die ervoor moest zorgen om in offertes risico’s te verstoppen in hybride producten. Daar had ik het na een tijd best moeilijk mee.’  

Derivaten-spaghetti

Nu helpt ze zeehavens aan de Waddenzee, academische medisch centra in het land en voetbalclubs uit de regio (PSV en natuurlijk thuisclub Roda) met het vinden van goedkoop geld. ‘Veel van die instellingen hebben weinig kapitaal en geen ervaring met het aangaan van grote leningen. Als je tegenover een bankier komt te zitten en je hebt er geen verstand van, ga je snel nat. Hoeveel kletsverhalen ik soms niet hoor...’ Met Montesquieu wil ze een onafhankelijke derde partij worden, een beetje als de rechterlijke macht in het systeem van de gelijknamige Franse politieke denker uit de achttiende eeuw. Montesquieu sprak over de trias politica, waarbij de rechters scheidsrechtertje speelden tussen de volksvertegenwoordigers (klanten) en regering (de geldverstrekkers). ‘Natuurlijk vragen wij ook geld voor ons werk, maar daarbij doen we alleen waar wij goed in zijn: de eerste onderhandelingen en het opstellen van een overeenkomst. Daarna kan de klant op basis van onze deal verder aan de slag. We zijn dus geen klassieke urenschrijvers, maar leveren een echte dienst.’ Paulissen, die met Montesquieu vier jaar op rij een prijs won voor snelstgroeiende onderneming, is nu dus ook gelauwerd voor haar innovatieve ondernemerschap. Heeft de crisis haar tot winnaar gemaakt nu duivelse derivaten als een van de veroorzakers worden gezien voor recessie? Bescheiden: ‘Ik denk dat wij heel specifieke kennis aanbieden waar nu markt voor is.’ Ze merkt op dat vooral het gebrek aan concurrentie bij het verstrekken van bancaire kredieten de prijzen kunstmatig hooghoudt. ‘Mega-leningen, zoals laatst voor een groot ziekenhuis, van bijvoorbeeld 200 miljoen euro, worden nooit door één bank verstrekt, maar door een consortium om de risico’s te spreiden. Gevolg daarvan is dat je aanloopt tegen een oligopolie van een paar partijen.’ Zelf zou ze wel een kredietbank voor haar klanten willen opzetten om de machtspositie van de banken te kraken, maar dat is iets voor over vijf jaar. Eerst moeten Montesquieu en NewMont, haar andere negotie, nog verder groeien. Met NewMont sleepte ze een opdracht binnen om uit ?te zoeken hoeveel waarde er nog zit in de omgevallen boedel van Lehman. ‘Of het tegenvalt of meevalt, ga ik niet zeggen. Daar is het nog te vroeg voor.’ Ze werkt met ‘echte freaks’ van de universiteiten van Maastricht en Tilburg, die de derivaten-spaghetti ontrafelen en op marktwaarde inschatten. Dan nuchter: ‘Begrijp je nu waarom ik niet wegga? Ik heb behoefte aan loyale werknemers en die zijn er in regio veel te vinden, nu grote financiële partijen naar de Randstad zijn getrokken.’ Komt nog iets bij. Op zondag moet ze spelen met de harmonie en vaak gaat ze daarna nog even naar Roda JC. ‘Zo heb ik geleerd met die mannen om te gaan.’