© Marten van Dijl / Milieudefensie

Nederland lobbyde om handelsverdag CETA minder groen te maken

    Het CETA-handelsverdrag is officieel van kracht. Volgens Lilianne Ploumen is zo’n verdrag een middel om de wereldhandel te verduurzamen. Maar de handelsregels omtrent mens en milieu in het Europees-Canadese mega-akkoord zijn niet meer dan ‘slappe voornemens’. Mede dankzij verzet uit Nederland zelf.

    Het is voorjaar 2014 als een elitegezelschap van Nederlandse en Canadese zakenlieden zich verzamelt in het Haagse Hilton Hotel. De topontmoeting is belegd door werkgeversorganisatie VNO-NCW en de Canadese ambassade om de voortgang van het Comprehensive Economic and Trade Agreement (CETA) tussen de EU en Canada door te spreken. Niet alleen de voor CETA verantwoordelijke ambtenaren zijn aanwezig in het Hilton, maar ook minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking Lilianne Ploumen schuift aan. Zelfs de Canadese minister-president Stephen Harper is aanwezig. Vanuit een luxe fauteuil op het podium oreert hij hoe belangrijk Nederland is als toegangspoort tot Europa voor de Canadese economie.

    De CETA-onderhandelingen lopen op dat moment langzaam op hun eind – en de resultaten zijn veelbelovend. Brussel en Ottawa spreken af om maar liefst 98 procent van alle importtarieven weg te nemen, handelsbelemmeringen en doublerende regelgeving aan te pakken en producteisen te herzien. Voor de EU betekent dat toegang tot Canadese overheidsaanbestedingen, plus een enorme afzetmarkt voor Europese elektronica, bloemkolen, racefietsen, sierbloemen en heel veel zuivel. In de chique conferentiezaal van het Hilton verduidelijkt Ploumen aan de veertien Nederlandse en dertig Canadese aanwezige topmannen dat CETA Nederland tot 1,2 miljard per jaar kan gaan opleveren. 

    Op 21 september 2017, ruim drie jaar later, wordt het verdrag officieel in werking gesteld. Maar niet zonder toevoeging van een aantal hoofdstukken. Een aantal essentiële onderwerpen bleken namelijk over het hoofd gezien, zoals duurzaamheid en milieu. En dat zijn thema’s waar ook een wereldwijd handelsverdrag niet meer omheen kan.

    Ongekende ambities

    Tegenstanders van CETA en tweelingverdrag TTIP (met de VS) wonnen de afgelopen drie jaar in rap tempo aan momentum. In 2016 kondigde minister Ploumen daarom aan dat CETA niet alleen bedoeld is om economische winst te genereren, maar ook als instrument om wereldhandel te eerlijker te maken. 

    Volgens Ploumen is CETA een instrument om wereldhandel te eerlijker te maken, ‘het progressiefste handelsverdrag ooit’

    Handel, aldus de minister, moet voortaan duurzamer, inclusiever en transparanter. Om die ambities kracht bij te zetten, is afgesproken om hoofdstukken over duurzaamheid, milieu en arbeidsrecht toe te voegen aan CETA. Ongekend voor een groot handelsverdrag. Ook wordt het controversiële arbitragemechanisme ISDS (investor-state dispute settlement) herzien. ‘CETA is een platform om gezamenlijk te werken aan verbetering van de al hoge standaarden op dit gebied,’ benadrukte Ploumen eind 2016 tijdens een handelsoverleg in Den Haag. ‘Een ambitie die ook gedeeld wordt door Canada en iets wat mijn collega minister Freeland en ik al meerdere malen besproken hebben. Mijn missie is om ervoor te zorgen dat alles en iedereen [van CETA] profiteert, zowel mens als milieu, in Nederland, en in de wereld.’

    Niet bindend

    Volgens Ploumen is CETA het progressiefste handelsverdrag ooit. Nooit eerder werden in een handelsovereenkomst afspraken gemaakt over bijvoorbeeld dierenwelzijn, benadrukt een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken desgevraagd: ‘In CETA zien de EU en Canada erop toe de multilaterale milieu-akkoorden waarbij zij partij zijn effectief te implementeren. Het akkoord bevat binnen de context van handelsafspraken bijvoorbeeld de afspraak om handel en investeringen in milieuvriendelijke goederen en diensten te vergemakkelijken en hierbij speciaal aandacht te besteden aan hernieuwbare energie.’


    GroenLinks-europarlementariër Bas Eickhout

    "De duurzaamheidshoofdstukken in CETA zijn niet meer dan een intentieverklaring met goede voornemens"

    Er is echter één probleem: geen van de duurzaamheidsafspraken in CETA is juridisch bindend. ‘Voor handelsambtenaren is milieu per definitie een handelsbarrière,’ licht GroenLinks-europarlementariër Bas Eickhout toe. ‘Daarom zijn de duurzaamheidshoofdstukken in CETA niet meer dan een intentieverklaring met goede voornemens. Terwijl de handelsbepalingen wel juridisch vastgelegd en dus afdwingbaar zijn.’

    Als lid van de Europese Groenen volgt Eickhout het CETA-dossier nauwgezet. Hij betwijfelt of de door Ploumen gewenste economische verduurzaming wel mogelijk is via handelsafspraken. Maar wat kwalijker is voor de minister, is dat in het verleden het Nederlandse kabinet zélf degene is geweest die in Brussel lobbyde om bindende afspraken buiten de CETA-duurzaamheidshoofdstukken te houden, zo blijkt uit door Platform Authentieke Journalistiek opgevraagde documenten. 

    Liever 'positieve prikkels'

    We schrijven 2011 als de Canadese CETA-onderhandelaar een voorstel inbrengt in de gesprekken. Canada wil milieuschendingen in CETA strafbaar stellen via een boetesysteem. Maar Nederland reageert terughoudend. In april 2011 stuurt het ministerie van Buitenlandse Zaken een memo aan het Nederlandse onderhandelingsteam in Brussel en stelt: ‘Nederland is geen voorstander van het door Canada voorgestelde systeem van boetes in het duurzaamheidshoofdstuk. Onze voorkeur gaat uit naar een systeem met positieve prikkels.’

    Marhijn Visser van VNO-NCW: ‘Ik kan me niet herinneren dat we ooit hebben besproken om een voorstel voor een boetesysteem voor CETA af te schieten'

    Als minister Ploumen een jaar later het stokje overneemt, verandert er ogenschijnlijk niets. In eerste instantie betoont de PvdA-bewindsvrouw zich een verdediger van CETA en TTIP. Maar later beginnen de panelen te verschuiven. Ploumen wil hervormen, eist meer transparantie en geeft het startschot voor een Breed Handelsberaad in Nederland. Binnen die nieuwe overleggroep kunnen naast VNO-NCW, Unilever of MKB- Nederland nu ook vakbonden, Milieudefensie, Greenpeace en ontwikkelingsorganisatie Partos meepraten over handelsbeslissingen. Dat Lilianne Ploumen het verzet tegen bindende duurzaamheidsafspraken in CETA proactief heeft voortgezet, lijkt secretaris handelspolitiek Marhijn Visser van VNO-NCW dan ook onwaarschijnlijk. ‘Wij zijn zelf ook geen tegenstander van bindende regelgeving wat betreft duurzaamheid en milieu in grote verdragen als dit. Nederlandse bedrijven lopen internationaal gezien vaak op de troepen vooruit. Afdwingbare afspraken dwingen bedrijven uit andere landen zich eveneens aan die milieuwetten te houden en maken het speelveld zo juist gelijker. Een boetesysteem voor CETA zoals Canada dat heeft voorgesteld, is in het verleden inderdaad ter sprake geweest,’ bevestigt Visser. ‘Al kan ik me niet herinneren dat we ooit hebben besproken om een dergelijk voorstel af te schieten.’

    Canadese teerzanden

    In weerwil van het verzet van haar voorganger zegt minister Ploumen in juni 2016 alsnog toe aan de Tweede Kamer toe te gaan onderzoeken of er een bindend mechanisme voor duurzaamheidsafspraken aan CETA kan worden toegevoegd, benadrukt Buitenlandse Zaken via de woordvoerder: ‘Dat onderzoek is afgerond in februari 2017. Hierop is het ministerie in gesprek gegaan met belanghebbenden om te horen hoe zij aankijken tegen implementatie en afdwinging van de duurzaamheidshoofdstukken in CETA. Daar heeft het kabinet op dit moment nog geen positie over ingenomen. Maar CETA is in tegenstelling tot andere handelsovereenkomsten een levend verdrag; als beide partijen voldoende aanknopingspunten zien voor verbetering, dan blijft dit in de toekomst mogelijk.’

    Freek Bersch van Milieudefensie: ‘Door aan de rem te hangen, heeft Nederland laten zien bepaald geen voorloper te zijn in het duurzamer maken van onze economie'

    Desalniettemin zijn de duurzaamheidsafspraken in de huidige 1598 pagina’s tellende verdragstekst van CETA niet afdwingbaar. Critici zijn dan ook sceptisch over de eindspurt richting handelshervorming aan het einde van Ploumens ministerschap, benadrukt campagneleider Freek Bersch van Milieudefensie: ‘Door aan de rem te hangen, heeft Nederland laten zien bepaald geen voorloper te zijn in het duurzamer en eerlijker maken van onze economie. Het resultaat is een onevenwichtig CETA-verdrag, met royale en afdwingbare rechten voor bedrijven en slappe, vrijblijvende voornemens om mens en milieu bescherming te bieden.’

    Een goed voorbeeld daarvan is de import van olie gewonnen uit Canadese teerzanden, zegt Bas Eickhout. Teerzand bestaat uit een mix van olie, zand en klei en is veel vervuilender dan conventionele olie. Maar als grootste teerzandexporteur ter wereld is het goedje voor Canada van groot economisch belang. Als Europa in 2009 een nieuwe brandstoffenrichtlijn aanneemt (het Fuel Quality Directive) waarin teerzanden als aparte emissiecategorie worden opgevoerd, komt Ottawa dan ook in actie. De Europese Commissie ontkent in alle toonaarden dat er een direct verband bestaat tussen de teerzanddiscussie en CETA. Maar uit door milieuorganisatie Transport & Environment opgevraagde documenten blijkt wel degelijk dat Canada binnen de CETA-context intensief heeft gelobbyd tegen het ‘onwetenschappelijke’ onderscheid tussen teerzandolie en conventionele olie en de daaruit volgende ‘onacceptabele discriminatie’ van Canadese exportproducten, schrijft de Canadese EU-ambassadeur Ross Hornby in 2010 aan het hoofd Milieu van de Europese Commissie. Aan de onderhandelingstafel wordt zelfs gedreigd heel CETA van tafel te vegen over het Europese teerzandstandpunt, meldt persbureau Reuters op basis van opgevraagde documenten. 

    Uiteindelijk geeft de Europese Commissie toe en trekt het voorstel om teerzanden apart te categoriseren in. ‘Officieel is dat voorstel toen gestrand op verzet in de Europese Ministerraad,’ legt Eickhout uit. ‘Nederland was tegen, net als Frankrijk en Groot-Brittanië. Het is natuurlijk heel lastig om dit hard te maken, maar ik zag aan het stemgedrag welke van de lidstaten grote oliebedrijven binnen de grenzen heeft. Tegelijkertijd kon je in CETA-notulen teruglezen hoe Canadese diplomaten ook daar de druk alsmaar opvoerden.’

    Blauwdruk

    Volgens critici als Eickhout is de teerzandkwestie een goed voorbeeld van hoe milieuregels onder druk komen te staan door verdragen als CETA en TTIP. Toch houdt Buitenlandse Zaken al jaren vast aan de lijn dat CETA als progressief verdrag een blauwdruk kan worden voor het toekomstige Europese handelsbeleid. ‘De uitkomsten in dit akkoord kunnen immers een precedent scheppen voor andere akkoorden met ontwikkelde landen,’ schrijft het ministerie in 2013 in een serie memo’s. ‘Afronding van CETA is nodig om met een gerust hart aan de VS-onderhandelingen te beginnen.’ 

    En: ‘als de EU geen ISDS in de FIA's met Canada, VS en Japan zou opnemen, dan zou het voor de EU haast onmogelijk zijn om dit dan wel van China of Rusland te eisen. Dat zou tot een verlaging van het huidige beschermingsniveau voor onze investeerders in China, Rusland en andere opkomende economieën leiden.’


    Peter van Ham, Instituut Clingendael

    "Er is vooral goed geluisterd naar wat bedrijfslobbyisten willen. Daarmee heeft Brussel een gouden kans laten liggen"

    Gouden kans

    Juist met die nadruk op investeringsbelangen heeft Brussel zichzelf in de voet geschoten, concludeert Peter van Ham van het Haagse instituut Clingendael. In 2013 schreef hij een beleidsnotitie over het geopolitieke belang van TTIP om nieuwe handelsregels op te kunnen stellen naar westerse standaarden – inclusief mensenrechten, arbeidswetten en milieustandaarden. 

    Maar sinds hij de inhoudelijke uitwerking van dat ideaal heeft gezien in CETA en TTIP is zijn enthousiasme behoorlijk bekoeld. ‘Er is vooral goed geluisterd naar wat bedrijfslobbyisten willen. Daarmee heeft Brussel een gouden kans laten liggen om daadwerkelijk fatsoenlijke handelsregels op te stellen,’ zegt Van Ham niet zonder boosheid in zijn Haagse werkkamer. ‘Canada kan bijvoorbeeld gewoon die teerzandolie blijven exporteren naar Europa. CETA is veel minder schoon dan men ons wil laten geloven. Die mediagenieke meneer Trudeau is zo gelukt wat zelfs Barack Obama niet voor elkaar kreeg; een controversieel handelsverdrag dat uiteindelijk alleen over geld gaat aan Europa verkopen.’

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Hans Wetzels

    Hans Wetzels (1982) is cultuurwetenschapper en onderzoeksjournalist.

    Volg Hans Wetzels
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren