'Lobbyen op andermans kosten'

Column
3

    Senator Kees de Lange rekent af met het prijzige lobbyorgaan Pensioenfederatie.

    In de media wordt tot vervelens toe betoogd dat Nederland het beste pensioenstelsel ter  wereld zou hebben. Dat is ongetwijfeld waar als je de zaak bekijkt vanuit de riante positie van pensioenfondsbestuurder. Alle zeggenschap berust bij jou en je houdt er een buitengewoon leuk salaris aan over. Alle risico’s belanden op het bord van de deelnemers en die hebben gelukkig niks te zeggen. En dat moet vooral zo blijven. Vanuit het perspectief van de deelnemers ziet de pensioenwereld er enigszins anders uit. Die beginnen te beseffen dat ze niet meer zijn dan de spreekwoordelijk pion op het schaakbord van de pensioenfondsbesturen, pionnen bovendien die zonder scrupules geofferd worden. 

    Pensioenfondsen hebben hun belangen, of liever die van hun besturen, gebundeld in een overkoepelende organisatie die Pensioenfederatie heet. Deze club is een samenwerkingsverband van de drie koepels voor ondernemings- (OPF), beroeps- (UvB) en bedrijfstakpensioenfondsen (VB). Totaal gaat het om meer dan driehonderd pensioenfondsen met 5,6 miljoen deelnemers, 2,9 miljoen gepensioneerden en 8,3 miljoen gewezen deelnemers. Circa 80 procent van alle werkenden is verplicht aangesloten bij een collectief pensioenfonds. De pensioenfondsen van de Pensioenfederatie gaan over circa 900 miljard euro. Dit is een bedrag waar de schoorsteen van de Staat der Nederlanden meer dan een jaar van kan roken.?
     
    Niet transparant?
    In deze wereld van het grote geld worden de bedrijfstakpensioenfondsen, waarbij 80 procent van alle deelnemers in een pensioenfonds verplicht is aangesloten, paritair bestuurd door werkgevers en vakbonden. In een moderne organisatie ligt volgens moderne inzichten de zeggenschap in handen van hen die alle risico’s lopen. Bij de pensioenfondsen heersen nog steeds middeleeuwse verhoudingen: werkgevers hebben de helft van alle zeggenschap maar lopen geen risico, vakbonden lopen evenmin risico en vertegenwoordigen samen slechts 17 procent van alle werkenden. Dat over de belangen van zo’n 3 miljoen gepensioneerden in Nederland bedisseld wordt uitsluitend door ‘sociale’ partners in de Stichting van de Arbeid is voor mensen die per definitie geen arbeid meer verrichten onbegrijpelijk en onaanvaardbaar.
     
    De belangen van pensioenfondsbestuurders en de verplichte deelnemers in de fondsen staan dus haaks op elkaar. De activiteiten van de Pensioenfederatie illustreren die stelling in elk geval overtuigend. Deze kostbare lobbyclub voor de belangen van pensioenfondsbesturen wordt bekostigd uit bijdragen van de afzonderlijke fondsen, met geld dus dat door de deelnemers is opgebracht. En het gaat bepaald niet om kattenpis. In een tijd van de zelfs door pensioenfondsen beleden mantra van transparantie blijkt het helaas niet mogelijk inzicht te krijgen in de wijze waarop de Pensioenfederatie zich laat bekostigen. We zouden eens kunnen gaan mopperen. Maar de lange lijst van medewerkers alleen al (zie hun website) geeft aan dat het jaarlijks om zeer veel miljoenen gaat. Met Gerard Riemen als mediaorakel en spraakmakend directeur die graag halve waarheden, zoals bekend erger dan hele leugens, de publiciteit in slingert.
     
    Misleidende campagne
    Wat voor activiteiten ontplooit onze koepel zo al? Om te beginnen heeft men tot de dag van de stemming in de Eerste Kamer in 2012, een lobby gevoerd tegen het initiatiefwetsvoorstel Koser Kaya / Blok dat op uitermate bescheiden wijze na veertig jaar (!) discussie eindelijk een minimale bestuursdeelname van gepensioneerden toestaat. De belangen van gepensioneerden, die zo’n 40 procent van de pensioenkassen gevuld hebben door hun levenslange premiebetalingen werden op hun eigen kosten opgeofferd aan de belangen van bestuurders. De Pensioenfederatie is voorstander van het door de sociale partners met veel moeite overeengekomen en nu gelukkig alweer achterhaalde pensioenakkoord. Dat de betiteling ‘akkoord’ een gotspe is, is helder. Niettemin heeft de Pensioenfederatie onze deelnemersgelden besteed aan een miljoenen verslindende advertentiecampagne 'Samen sta jij sterk' om de burger het pensioenakkoord door de strot te duwen. In april 2012 heeft overigens de Reclame Code Commissie beweringen van de Pensioenfederatie waarin de financiële problemen van pensioenfondsen gebagatelliseerd werden, veroordeeld als ‘misleidend’ en ‘oneerlijk’. Verheugend om te lezen waar je goede geld aan besteed is.
     
    Grootverdieners
    Momenteel wordt achter de schermen tussen regering en Pensioenfederatie uitgebreid gesteggeld over de vraag hoe je het beste gepensioneerden hun verworven rechten kunt ontnemen. Beide partijen proberen op dit punt elkaar de zwarte piet toe te spelen. Want wie de verantwoordelijkheid neemt om het proces van ‘invaren van oude rechten’ in gang te zetten, roept ongetwijfeld een lange reeks van juridische procedures over zichzelf af. Wie verzint overigens een dergelijke terminologie die slechts probeert te verhullen dat de oudjes moeten bloeden?
     
    Opvallend is voorts dat op de recente lijst van minister Plasterk van grootverdieners in de semipublieke sector pensioenfondsbestuurders ontbreken. In een sector waarin deelnemers aan pensioenfondsen gedurende hun werkzame leven verplicht zeer aanzienlijke premiebetalingen storten, kan het niet zo zijn dat bestuurders veel meer dan de Balkenende-norm verdienen. Een beloning van meer dan 6 eurotonnen per jaar die Dick Sluimers, bestuursvoorzitter van APG en medeauteur van het VVD verkiezingsprogramma opstrijkt (ja, opnieuw op kosten van de deelnemers) gaat dan ook alle perken te buiten. Maar daar zul je de Pensioenfederatie nooit over horen.
     
    [Correctie: Kees de lang gaf eerder in zijn column aan dat Peter Borgdorff 4 ton verdient. Dat is niet correct. De illustrerende rol van Borgdorff werd door De Lange vervangen door die van Dick Sluimers]
     
    Ziehier de verantwoording van De Lange voor de keuze van Sluimers: 
     
    'In het verleden was Dick Sluimers opperhoofd van ABP. Sinds bestuur en uitvoering in gescheiden organisaties zijn ondergebracht, is de beloning van Sluimers omhoog geschoten. Men zou formeel kunnen tegenwerpen dat hij niet in dienst van het ABP is en in die zin geen pensioenfondsbestuurder. Maar dat is vooral semantiek in mijn ogen. Ook gaat zijn beloning jaarlijks omhoog, in schrille tegenstelling tot wat gewone deelnemers in het ABP overkomt.'
     
    Prof. Dr. C.A. (Kees) de Lange                                                                                                      
    Lid Eerste Kamer OSF
    Over de auteur

    Gastauteur

    FTM.nl biedt opiniemakers de gelegenheid om – op uitnodiging – een bijdrage aan maatschappelijke discussies te leveren.

    Lees meer

    Volg deze columnist

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid