Lokale Rabobanken profiteren van Libor-schandaal [Update: Opnieuw exit Rabo-kopstuk]

    Het Libor-schandaal sloeg weliswaar een deuk in de reputatie van Rabobank, maar de lokale Rabobanken hebben het in hun voordeel weten te gebruiken. Ze lieten van zich horen en lijken nu hun zelfstandigheid en zeggenschap weer terug te gaan winnen.

    Libor lijkt een geluk bij een ongeluk te zijn geweest voor de lokale Rabobanken, die een groot deel van hun zelfstandigheid kwijt dreigden te raken. De macht van het hoofdkantoor werd vergroot, het aantal lokale banken en kantoren teruggebracht, het toezicht aangescherpt. Centralisatie ging de boventoon te voeren, een strategie ingezet onder druk van de toezichthouders DNB en AFM, tot groot ongenoegen van de lokale Rabobanken. Lange tijd leek Utrecht de strijd te gaan winnen, en de coöperatieve raakten ondergesneeuwd. 'De kerktoren raakt definitief uit zicht', schreven we. Tot Libor. Hoewel het schandaal de reputatie van de bank een ongekende klap gaf, lijken de lokale banken de situatie in hun eigen voordeel om te kunnen zetten. Gesteund door bestuurslid Bert Bruggink, die radicaal afstand neemt van de koers ingezet door Piet Moerland en zich een voorvechter toont van de coöperatiestructuur. Afgelopen weekeinde zei de financiële topman in de Leeuwarder Courant: ‘Het coöperatieve model is voor ons het superieure model. Laat daarover geen enkele twijfel zijn. Het zou volstrekt onjuist zijn om er afscheid van te nemen.’ Een kleine twee maanden na Libor lijken de lokale Rabobanken weer een serieuze vuist te kunnen maken.

    Lokale Rabobanken slaan terug

    Het vertrek van Sipko Schat was de eerste slag die gewonnen werd door de lokale Rabobanken. In november moest Schat per direct zijn spullen pakken. Het bestuurslid leek aanvankelijk te mogen blijven zitten, ondanks het feit dat hij verantwoordelijk was voor de grootzakelijke en internationale activiteiten van de bank, de afdeling waar de Libor-fraude plaatsvond. Hij kreeg het vertrouwen van de Raad van Commissarissen en DNB, maar niet van de lokale banken. Daar was ‘onvoldoende draagkracht voor zijn aanblijven.’ Exit Sipko Schat.
    ‘Het coöperatieve model is voor ons het superieure model. Laat daarover geen enkele twijfel zijn.'
    De lokale banken lieten van zich horen, na lange tijd op achterstand te hebben gestaan. In juni dit jaar kondigde Moerland in een interview met Het Financieele Dagblad aan dat het coöperatieve model van Rabobank zou veranderen. ‘We gaan nu stappen zetten in uniformering en standaardisering,’ aldus de inmiddels vertrokken bestuursvoorzitter. De invloed van het hoofdkantoor werd groter. Van de 136 lokale banken zouden er in 2016 nog maar 100 overblijven en ook zouden er veel kantoren verdwijnen. In augustus werd duidelijk hoe Utrecht haar greep versterkte. De NOS berichtte dat 43 lokale banken onder licht of verscherpt toezicht waren geplaatst van het hoofdkantoor, omdat ze hun financiën en/of administratie niet op orde hadden, te hoge kosten maakten of een te lage winst behaalden.

    Toezichthouder zet druk

    De hervormingen kwamen tot stand onder druk van de toezichthouder. Het bijzondere aan het coöperatieve model is dat niet DNB, maar Rabobank zelf, toezicht uitoefent op de zelfstandige banken. En juist hier ging het mis. In 2010 kreeg Rabobank enkele boetes van de AFM, omdat de hypotheekdossiers bij lokale banken niet op orde waren. Maar Rabo wist dit niet te verbeteren. Uit intern onderzoek bleek dat de dossiers nog steeds niet aan de toezicht eisen voldoen en in 2012 escaleert de situatie. DNB dreigt met aanwijzing. Rabobank loopt de kans het eigen toezicht over te moeten dragen aan DNB, wat direct het einde van het coöperatieve model zou betekenen. Utrecht hakt de knoop door. Vanaf dat moment worden de dossiers centraal behandeld. Kredieten worden niet langer lokaal afgehandeld, de essentie van het lokale bankieren, maar in Utrecht. Een klap in het gezicht van lokale Rabobanken, die het persoonlijke contact met klanten dreigen te verliezen. Bestuurslid Gerlinde Silvis, verantwoordelijk voor de naleving van regels op het gebied van klantintegriteit door lokale banken, wordt persoonlijk door Moerland uit de Raad van Bestuur gezet. Moerland zet de nieuwe strategie in en het begint er definitief op te lijken dat het coöperatieve model in andere, meer gecentraliseerde vorm zal voortbestaan.

    Friese banken verenigen zich

    Toen kwam het Libor-schandaal. Bij het ontslag van Schat laten de lokale banken voor het eerst hun slagkracht zien en de afgelopen tijd maakten Friese Rabobanken zich hard voor het behoud van hun zelfstandigheid en invloed. En met succes. Het geluid is inmiddels doorgedrongen tot de Raad van Bestuur. In de Leeuwarder Courant toont Bruggink zich een absolute voorvechter van het coöperatieve model. ‘De bestuurlijke vrijheid van de lokale banken willen we nadrukkelijk bevestigen’, aldus Bruggink. In de komende tijd wordt er daarom gewerkt aan een andere Rabobank, ‘met meer zeggenschap voor de lokale banken en leden.’ Bruggink neemt hiermee nadrukkelijk afstand van de strategie die onder Moerland werd ingezet. Het is niet voor het eerst dat Bruggink afstand neemt van Moerland. Bruggink verscheen begin dit jaar minstens zes keer niet op bestuursvergaderingen. Aanleiding: het ontslag van Gerlinde Silvis. Bruggink was volgens bronnen van Het Financieele Dagblad woedend dat hij niet door Moerland gekend was in dit besluit, dat hij niet langer met de voorzitter in een ruimte wenste te verkeren.

    Luctor et emergo?

    De uitspraken van Bruggink in Leeuwarder Courant lijken een omkering van het centralisatieproces van Rabobank in te luiden. Volgens Sjoerd Galema, directeur bij Rabobank Sneek-Zijdwest heeft Libor hier zeker mee geholpen. ‘Het is nu de tijd om de leden veel meer bij de bank te betrekken. In die zin zet de Libor-zaak de zaak in beweging. De leden moeten bijvoorbeeld ook kunnen meeprofiteren, aangezien ze al veel jaren trouw zijn aan Rabobank. Hierin hebben wij veel te lang stilgestaan.’ Maar eerder berichtte het Financieele Dagblad ook al dat Rabobank de top reorganiseert en haar internationale tak integreert in Rabobank Nederland. De takenpakketten van bestuursleden gaan er anders uitzien en vooral Bruggink krijgt meer invloed volgens de krant. Bruggink is al verantwoordelijk voor het financiële management van het hoofdkantoor, maar daar komen nu vanwege de integratie van Rabobank International ook de internationale activiteiten bij. En dat van lokale banken. Lokale directeuren krijgen vanaf nu rechtstreeks te maken met Bruggink als het over kredietrisico, controle en andere financiële zaken gaat. Volgens het FD vergroten de wijzigingen de macht van de raad van bestuur, aangezien die als geheel verantwoordelijk wordt voor het aansturen van de bank. Hoe de beloftes en toezeggingen van Bruggink daarom in de praktijk uitpakken, is nog moeilijk te zeggen. De strijd tussen centraal en lokaal lijkt daarmee nog niet ten einde. Maar een ding is inmiddels zonneklaar; de lokale Rabobanken geven zich niet zo makkelijk gewonnen.   --Update-- Vandaag werd bekend dat er opnieuw een topman van Rabobank moet vertrekken. Na Gerlinde Silvis en Rik op den Brouw, beide ook verantwoordelijk voor de relatie met en het toezicht op lokale banken, vertrekt nu Pim Mol als directeur Private Banking bij Rabobank, zo meldt de Rabobank. Mol ondersteunde in deze functie alle lokale banken en hun klanten op het gebied van Private Banking. Volgens verschillende bronnen van IEXprofs zou Mol niet langer de 'juiste man op de juiste plaats' zijn en wordt er daarom gezocht naar een opvolger.  Wel is Mol vanaf 1 januari benoemd tot directeur corporate affairs, waar hij zich bezig zal houden met het reputatiemanagement van de bank.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jessica de Vlieger

    Er zijn maar weinig meisjes die een voorliefde voor prosecco en jurkjes weten te combineren met een passie voor rekenkundige...

    Volg Jessica de Vlieger
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren