© Follow the Money

Wie luistert, is nooit alleen

Spreken en kijken zijn dominant in onze cultuur, constateert filosoof Miriam Rasch. Vandaar dat ze zich voor de verandering wil toeleggen op luisteren – maar dan niet op de makkelijke manier, met de stethoscoop gericht op de ‘gewone man’ en zijn onderbuik, maar gewoon: ergens zijn, en dan aandachtig luisteren wat er allemaal te horen valt. Wat ze nu al leerde: wie luistert, zit altijd middenin, en is nooit alleen.

‘Weet je zeker dat je het redt, schat, drie weken zonder Twitter?’

‘Pas maar op,’ zeg ik, ‘jij moet het drie weken zonder je krant stellen.’

We gaan op vakantie naar een oord dat schijnbaar zo oninteressant is voor big tech dat Google Maps de route tussen bezienswaardigheid A en natuurfenomeen B ‘niet kan berekenen’. Perfect! Ik kijk uit naar drie weken leegte – om me heen en in mijn hoofd.

Tegelijk vraag ik me af hoe lang de effecten van drie schermloze weken zullen aanhouden. Ik vermoed dat het zal lonen deze tijd niet alleen te gebruiken om achterover te leunen, maar ook om iets anders te oefenen. Juist omdat er zo weinig te horen zal zijn, besluit ik me te richten op het luisteren. Kijken doen we toch wel. Zelfs de telefoon zal als fotocamera een belangrijke rol in het dagelijks vakantieleven spelen. Maar daarnaast wil ik mijn oren spitsen en op die manier een andere relatie met mijn omgeving proberen aan te gaan.

De ervaring van het luisteren, las ik ergens, is een vorm van zoeken. Niet zoeken als in googelen, met de zekerheid dat je een antwoord krijgt, maar zoeken als een reis die altijd onverwacht zal zijn, hoeveel gidsen je er van tevoren ook op naslaat.

Luisteren als wondermiddel

Luisteren wordt steeds vaker voorgesteld als oplossing voor allerlei problemen waar smartphones en sociale media ons in hebben gestort: polarisatie en complotdenken, afleiding en information overload. Als we maar goed leren luisteren (wat vaak wordt gezien als weer een taak op het bordje van het onderwijs, al verwijst luisteren daar vooralsnog vooral naar gehoorzaamheid), zullen we aardig voor elkaar zijn, niet meer vallen voor nepnieuws, ons niet meer laten meeslepen door ophef, ja, zullen de trollen en misogyne haattweets vanzelf verdwijnen. Maar hoe doe je dat dan?

Zelfs al is de ander diep het konijnenhol in getuimeld, is het nog steeds belangrijk om te luisteren

Geconfronteerd met polarisatie zou je je, in plaats van te oordelen, eens moeten openstellen voor de andere kant, klinkt het. Niet meteen met argumenten komen, niet de overtuiging van de ander willen factchecken, en zeker niet direct een moreel oordeel koppelen aan een visie waar je het niet mee eens bent.

Er verschijnen talloze boeken en artikelen met tips hoe je een goede luisteraar wordt. De belangrijkste: goede vragen leren stellen. Reageer niet met een retorische sneer maar zeg bijvoorbeeld ‘Kun je me daar meer over vertellen?’ Zelfs al is de ander diep het konijnenhol in getuimeld, is het nog steeds belangrijk om te luisteren. Complotdenken komt immers voort uit reële problemen of misstanden, die aandacht verdienen. Zo vraagt de blurb van het boek The Truth is Out There, een sociologische studie naar complotdenkers: ‘als je bereid bent om te luisteren, wat vertellen zij ons dan, en wat kunnen we van hen leren?’

Meer dan uitvergroten en doorgeven

Luisteren als panacee voor maatschappelijke ontrafeling gaat natuurlijk al langer mee. Het zal inmiddels een decennium of twee zijn dat de stethoscoop gericht is op de ‘gewone man’ en zijn onderbuik, om daarvandaan de rechtse volksstem op te tekenen die de media jarenlang zouden hebben gemist. (En nóg wordt er beweerd dat die stem ‘ongehoord’ blijft.)

Je kunt je afvragen of deze vorm van luisteren polarisatie niet vooral in de hand heeft gewerkt. In elk geval valt uit deze race to the bottom te concluderen dat luisteren meer moet zijn dan ‘een stem geven aan’. Ironisch genoeg leert juist de postkoloniale theorie dat als meer mensen van zich kunnen laten horen, het onverminderd relevant is om te vragen wie er eigenlijk luistert.

Op verschillende manieren wordt ons het luisteren echter moeilijk gemaakt. Allereerst is er de techno-logica die is ingesteld op zichtbaarheid en zenden, sterker nog: op uitvergroten en versterken. Polarisatie zit als het ware in de software ingebakken. Op z’n best levert dat de hanengevechten op die tegenwoordig doorgaan voor ‘debat’: het innemen van een standpunt en dat verdedigen, desnoods door een frontale aanval op degene die aan de andere kant staat. Een beetje zoals de politieke arena (daar ga je al) ook werkt.

Zonder luisteren hoor je alleen van alles – eerste aanwijzing dat luisteren misschien in het nadeel is van wie de touwtjes in handen heeft

Marleen Stikker zegt daarover: ‘Dat debat is er niet om gezamenlijk tot iets nieuws te komen, maar om je eigen gelijk te krijgen. Sociale media versterken dat, want die zijn er niet op gericht om ons vermogen om te luisteren te vergroten, maar om onze behoefte om gehoord en gezien te worden te bevredigen. Hoe meer likes, hoe beter je je voelt. Zoals sociale media platforms nu werken, werken ze dialoog tegen. Je bent vooral met jezelf bezig.’ 

De constante afleiding en de oneindige hoeveelheid informatie die de schermen over je uitstorten helpen ook niet mee. Luisteren is verwant aan aandacht: zonder dat hoor je alleen van alles. Dat is een eerste aanwijzing dat luisteren misschien wel in het nadeel kan werken van wie de touwtjes in handen heeft, en dat aandachtig luisteren daarom soms actief wordt tegengewerkt, ook van hogerhand.

‘The Great Tsimtsum’

In This is not Propaganda, beschrijft Peter Pomerantsev hoe post-Sovjet machthebbers welbewust een stortvloed aan informatie de wereld in stuurden, zodat kritische stemmen onhoorbaar werden. Het is te zien als omgekeerde censuur, waarin waardevolle informatie verdrinkt in een oceaan van ruis (sindsdien zijn de Russen dubbel en dwars teruggekeerd naar de ouderwetse censuur waarin het gebruik van bepaalde woorden gewoonweg verboden is). In de overvloed aan zinloze informatie rest paradoxaal genoeg alleen nog leegte.

Met een begrip geleend van Boris Groys noemt Pomerantsev dit ‘The Great Tsimtsum’: een oneindige ruimte van tekens zonder betekenis. Even stil en onbegrijpelijk als de foto’s van de kosmos gemaakt door de James Webb ruimtetelescoop, waarop we miljarden jaren terug de tijd in kijken, volkomen teruggeworpen op onszelf. Zo eindigen we uiteindelijk eenzaam en alleen, gekluisterd aan onze schermen en met niemand die naar ons luistert, vatbaar voor complotdenkers.

Maar de vraag blijft wat luisteren nu eigenlijk is. Wat behelst het? Hoe doe je het? In plaats van te wachten tot iemand anders naar mij begint te luisteren, of iemand anders naar iemand anders, kan ik misschien ook zelf het voortouw nemen. Daarvoor laat ik de grote tsimtsum even voor wat hij is en neem ik de filosofenweg.

Je kunt luisteren afzetten tegen kijken én tegen spreken, die beide dominant zijn in onze cultuur

Waarom is luisteren filosofisch van belang? Je kunt luisteren afzetten tegen kijken én tegen spreken. Beide zijn dominant: het visuele van onze beeldcultuur, en het zenden van het gesproken woord. Geluid is daarbinnen een onderstroom, die ons verregaand kan beïnvloeden maar waar we toch niet veel aandacht voor hebben.

 Je aandacht daar juist wel op richten, betekent tegen het dominante ingaan. De muzikant en schrijver David Toop noemt dat in Sinister Resonance zelfs een ‘afwijzing van de culturele norm.’ En dat is nodig om weg te komen van al die problemen hierboven, die juist zo goed functioneren binnen de dominante norm van zichtbaarheid en zenden.

Het luisteren naar die onderstroom heeft trouwens niet per se iets te maken met het luisteren naar de onderbuik. Het betekent vooral een heel andere manier van kennis opdoen, een stap buiten het gebruikelijke, lineaire model van communicatie waarin heldere informatieoverdracht centraal staat – een berekenbare route van A naar B.

Communicatiewetenschapper Lisbeth Lipari beschrijft luisteren als een ethische relatie en dat wil zeggen dat er ruimte moet zijn voor een daadwerkelijke ontmoeting, die niet gericht is op een duidelijke uitkomst. Geen uitwisseling van respectievelijke standpunten, en ook niet van gevoelens die moeten leiden tot wederzijdse empathie. Zulk belangeloos luisteren is geen ethische handeling die bij uitvoering automatisch een goed mens van je maakt. Nee, het is een heel fundamentele houding, eentje die rust op onwetendheid, openheid, bescheidenheid.

In een geluidslandschap ben je altijd samen

Om zo’n houding te oefenen heb je niet per se andere mensen nodig. De sonisch filosoof Salomé Voegelin wijst er in een podcast op dat geluid altijd al gedeeld is. In een geluidslandschap ben je altijd samen, en je staat er altijd middenin. Het lineaire model van communicatie houdt daar geen stand, je kunt niet zomaar iets komen halen of brengen, maar bent zelf onmiskenbaar onderdeel van het geheel. Het erkennen en begrijpen van je eigen rol in het geheel is van het grootste belang. Je hoeft maar een kwartslag te draaien en de wereld van het geluid klinkt anders. Het zand knerpt onder je voeten, een zucht ontsnapt aan je longen, een vogel schrikt op uit een struik.

...een houding van oprechte onwetendheid, naar jezelf onderdeel weten van het landschap, dat je deelt met zovele anderen

Dit luisteren los van inhoud en communicatie is een belichaamd luisteren dat meer zintuigen betrekt dan alleen het gehoor. Maar wat heeft dat nog te maken met het luisteren als oplossing voor onze hedendaagse tech-geïnduceerde problemen? Dat is iets waar ik niet direct een antwoord op kan geven, wil ik niet alsnog vervallen in een zoektocht naar iets wat ik al denk te weten.

Het zal moeten blijken uit het luisteren zelf, de weg die loopt via de afwijzing van de culturele norm van beeldcultuur en spraak, naar een houding van oprechte onwetendheid, naar jezelf onderdeel weten van het landschap, dat je deelt met zovele anderen, mensen evengoed als niet-mensen. Het eerste inzicht: een landschap is nooit leeg (ik knoop het in mijn oren). In plaats van de grote tsimtsum de rug toe te keren, zal ik me er dan ook middenin plaatsen.

Zal dat me leren om ook op een andere manier te luisteren naar het scherm, dat gladde object dat van zichzelf eigenlijk merkwaardig stil is? Vertel het me maar. Mijn oren zijn gespitst.