Manipulatie met Europese cijfers; hoe correct is dan die naheffing?

    Blijkens een rapport uit 2013 van de Europese Rekenkamer is het een zooitje bij Eurostat, het EU statistiek bureau. Zowel qua betrouwbaarheid, juistheid en volledigheid kunnen serieuze vraagtekens worden geplaatst bij de aangeleverde data. Dat roept natuurlijk vragen op over die naheffing van € 642 miljoen.

    Het is allemaal nog veel erger dan we dachten. Eurostat heeft in opdracht van de Europese Commissie de cijfers van Griekenland gemanipuleerd, de directeur van het statistiek bureau mag niet onafhankelijk opereren van de Commissie en ook data uit wetenschappelijk onderzoek worden door de Commissie gemanipuleerd voor politieke doeleinden.

    Vernietigend rapport Europese Rekenkamer

    Tot overmaat van ramp blijkt uit genoemd rapport van de Rekenkamer dat de aangeleverde data van de lidstaten niet op een voor alle landen gelijke wijze wordt aangeleverd. Het is op zijn Hollands gezegd 'een zooitje' bij het statistiekbureau. De EU afdrachten van de landen hangen voor 70% af van het BNI. Dus het goed meten van het BNI is van essentieel belang. Een herziening van het Nederlandse BNI leidde deze maand tot een extra afdracht van € 642,7 miljoen aan de Europese Unie. Maar misschien is nog wel het ergste dat dit al lang bekend was en er niets aan gedaan is. Ook niet door de Nederlandse regering. De kritiek van de Rekenkamer op Eurostat is niet mals. De verificatie van de BNI-gegevens (BNI = BBP - saldo primaire inkomensstromen uit het buitenland (loon, pacht, winst, etc) red.) door de Commissie is onvoldoende gestructureerd en gericht. Dat komt onder meer, doordat Eurostat haar werk niet naar behoren plande en prioriteerde. Daarnaast heeft Eurostat de risico-beoordeling van diverse BNI componenten niet naar behoren uitgevoerd, waardoor er vervolgens een ondeugdelijke kosten-baten analyse wordt gepresenteerd. Maar dat is nog niet alles. Eurostat paste evenmin een consistente verificatie-aanpak toe op alle landen. Zo werden controles op de BNI vragenlijsten niet op dezelfde wijze behandeld, werden verificaties gebrekkig uitgevoerd, ontbraken er criteria voor het vaststellen van de landenspecifieke voorbehouden en werden transversale specifieke voorbehouden onjuist vastgesteld. Maar ook dat was nog niet alles. Eurostat verrichtte ook onvoldoende werkzaamheden op het niveau van de lidstaten. Logisch gevolg hiervan is, dat de betekenis van de verificatie van de BNI gegevens een beperkte reikwijdte hebben. Een ander gevolg is, dat de kwaliteit van de schattingen van de nationale rekeningen in het kader van het ESR95 (een Europees systeem voor nationale en regionale rekeningen, red.) gebrekkig is wegens niet door Eurostat opgespoorde problemen. Het is zonneklaar dat beter gerichte verificaties natuurlijk direct effect hebben op de relatieve bijdragen van de lidstaten.
    Ontluisterend rapport wekt geen vertrouwen over de betrouwbaarheid van de cijfers
    Maar ook dit is nog niet alles. Door een slechte planning van werkzaamheden door Eurostat duurde de verificatiecyclus te lang en zijn ingrijpende herzieningen onvoldoende onderzocht. Bovendien werden die verificaties door Eurostat niet adequaat gerapporteerd. Beoordelingsverslagen over het BNI van lidstaten waren niet steeds transparant, volledig en consistent; adviezen van het BNI comité waren niet informatief en niet in overeenstemming met de wetgeving; de jaarlijkse activiteitenverslagen van de Directoraten Generaal bevatten slechts gedeeltelijke beoordelingen; en hetzelfde gold voor de activiteitenverslagen van Eurostat zelf. U begrijpt, waarde lezer, dat het beeld dat uit dit rapport van de Europese Rekenkamer naar voren komt, allesbehalve vertrouwen geeft over de betrouwbaarheid van de cijfers.

    Kamervragen van het lid Omtzigt

    En dat brengt ons bij die naheffing. Want als niet gegarandeerd kan worden dat de cijfers kloppen en als blijkt dat er verschillen zijn tussen de diverse landen, hoe terecht is die naheffing dan? Dat vroeg CDA-kamerlid Pieter Omtzigt zich ook af. Hij stelt vandaag dan ook de volgende vragen aan de regering over deze kwestie: 1. Wanneer heeft u kennis genomen van het rapport Op weg naar correcte gegevens over het bruto nationaal inkomen (BN): een meer gestructureerde en gerichte aanpak zou de doeltreffendheid van de verificatie door de commissie verbeteren, dat is uitgebracht door de Europese Rekenkamer? (Speciaal verslag nr. 11/2013) Bron. 2. Welke acties heeft de Europese Unie naar aanleiding van dit rapport ondernomen? 3. Welke acties heeft de Nederlandse regering naar aanleiding van dit rapport ondernomen? 4. Wat vindt u van de conclusie (nummer VII): 'De Rekenkamer heeft bij haar controle gevallen van materiele niet-naleving van het ESR-95 of van de gebrekkige kwaliteit van de bni-schattingen vanuit het oogpunt van betrouwbaarheid, vergelijkbaarheid en volledigheid aangetroffen die de commissie niet had ontdekt'? 5. Betekent dit dat de BNI afdrachten in de jaren dat dit betrof, waarschijnlijk niet accuraat zijn gedaan en dat sommige landen teveel en sommige landen te weinig betaald hebben? 6. Wat vindt u van de conclusie (V) dat '.. de ingrijpende herzieningen die de Lidstaten tussen 2008 en 2011 hebben doorgevoerd, zijn door de Commissie onvoldoende onderzocht.'? 7. Op welke wijze is de ingrijpende herziening die Nederland net afgerond heeft onderzocht en is dat in de ogen van de Nederlandse regering voldoende gebeurd? 8. Heeft u kennis genomen van aanbeveling C: 'De beoordelingsverslagen inzake het bni van de lidstaten een vollediger, transparanter en een consistenter overzicht bieden van de resultaten van de verificaties door de commissies; dat de jaarlijkse adviezen van het BNI-comité i) een duidelijke beoordeling bevatten van de vraag of de bn-gegevens van de lidstaten geschikt zijn voor de vaststelling van de eigen middelen, ii) voldoen aan de eisen van de bni-verordening, en iii) naar behoren in de begrotingsprocedures worden gebruikt overeenkomstig de verordening eigen middelen; dat de jaarlijkse activiteitenverslagen van DG Begroting en Eurostat een getrouw beeld geven van de verificatie van de bni-gegevens van de lidstaten en van het beheer van de eigen middelen die op het bni zijn gebaseerd.' 9. Kunt u aangeven welke kwaliteitsrapporten en verificaties nu openbaar zijn? 10. Acht u de BNI cijfers op dit moment voldoende vergelijkbaar dat Nederland het hele bedrag dient over te maken, zonder aanvullende actie van andere landen of van de commissie te eisen? 11. Op welke wijze zult u ervoor zorgen dat de verbeterslag die Nederland gemaakt heeft in de statistieken ook door andere landen wordt uitgevoerd, zodat de cijfers vergelijkbaar zijn en de contributie eerlijk?

    Nederlandse regering nalatig

    Dit zijn natuurlijk heel terechte vragen. Tenslotte gaat het om zeer veel geld, niet alleen om de naheffing van € 642,7 miljoen; het is ook volstrekt onduidelijk waarom we opeens € 372 miljard (!) armer schijnen te zijn geworden vanwege minder bezittingen in het buitenland. Zoals Omtzigt zich terecht afvraagt: 'Hoe komt het dat een land dat tientallen jaren overschotten met het buitenland boekt, nu bijna niets in het buitenland bezit? Dit is echt een enorme economische puzzel, want hier verdwijnt een bedrag van de orde van de grootte van de hele Nederlandse staatsschuld in het niets.'. Ja regering, hoe zit dit? Verder is het ook uiterst merkwaardig, dat zowel Rutte als Dijsselbloem 'onaangenaam verrast' waren over de hoogte van de naheffing. Niet alleen waren de cijfers (het bekende lijstje uit de Financial Times) allang bekend, in het licht van bovenstaande had men een vermoeden kunnen hebben dat er weleens met de cijfers gemanipuleerd zou kunnen worden.
    Het motto in Brussel is 'oogjes dicht en snaveltjes toe'
    Elke uitkomst had gekund. Daarnaast kan de Nederlandse regering nalatigheid verweten worden, aangezien zij verzuimd heeft om te vragen hoe het eigenlijk zat met de data van die andere landen. Waarom heeft Dijsselbloem dat eigenlijk niet gevraagd toen de gelegenheid daar was? Speelt diens voorzitterschap van de Eurogroep hier wellicht een rol? De geveindse verbazing van Dijsselbloem moet dan ook naar het rijk der fabelen worden verwezen. Maar dat verrast intussen niemand meer gelet op de vele fabeltjeskrant verhalen die ons vanuit Brussel worden verteld. 'Snaveltjes toe en oogjes dicht' is het motto van de eurocraten uit Brussel, Luxemburg en Frankfurt. Klik hier om mij te volgen op twitter Klik hier voor een overzicht van mijn stukken

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jean Wanningen

    Gevolgd door 231 leden

    Jean Wanningen (Weert, 1957) is een veelkleurige persoonlijkheid. Ging na ‘verkeerde’ studies bij een gerenommeerde investmen...

    Volg Jean Wanningen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren