© ANP EVERT-JAN DANIELS

Bom onder marinierskazerne Vlissingen: grond ernstig vervuild, belofte Karla Peijs blijkt loos

  • Het verschil kan ook verklaart worden door de gekozen saneringsvariant. Ontgraven of isoleren bijvoorbeeld.
  • De DVD en dus Defensie wisten dus waar ze aan begonnen. Van afschuiven door Zeeland of Vlissingen lijkt dan ook geen sprake.
  • er wordt meerdere malen gesproken over vervuiling waar het in vakjargon om verontreinigingen gaat.
  • Ik weet niet wat de activiteiten zijn geweest, maar metingen voor koper of zink boven de interventiewaarden kunnen algemeen zijn aldaar.
  • Welk onderdeel van de overheid ook betaalt, het is altijd op kosten van de burgers

De mariniers moeten van Doorn naar Vlissingen verhuizen, maar er zal nog flink wat werk moeten worden verzet voordat de kazerne daar kan worden gebouwd. Uit tal van rapporten – en interne documenten van Defensie – blijkt dat de grond ernstig is vervuild, en verspreid over het terrein liggen niet-ontplofte explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Dat maakt de verhuizing nóg duurder dan oorspronkelijk begroot. Wie zal dit betalen?

Geboren en getogen Vlissinger Fred Groen (55) ziet de voormalige stortplaats aan de Oostelijke Bermweg in Vlissingen nog levendig voor zich. Hij speelde er als kind met zijn vriendjes. ‘Op het terrein waar nu die nudistencamping is, kwamen ’s nachts vrachtwagens aangereden. Er was geen bewaking aanwezig, de poorten stonden gewoon open. Wij verstopten ons, we vonden dat wel spannend. Ze dumpten er illegaal vaten fosfor, metalen en ander afval. De volgende dag kwam er een bulldozer en die reed er dan overheen. Het was een grote chemische afvalput.’

Groen schrok daarom toen hij hoorde dat dit terrein onderdeel zou uitmaken van de nieuwe marinierskazerne, net als een andere voormalige stortplaats. Die mariniers willen vast niet trainen op een vervuild terrein, dacht hij. En wie zou ervoor opdraaien als het gesaneerd moest worden? Hij zucht. ‘Ik ben bang dat de kosten bij ons neergelegd worden.’

En dat was eigenlijk wel de bedoeling. Het besluit om de mariniers van Doorn naar Vlissingen te verhuizen, is immers mede gebaseerd op de toezegging van Commissaris van de Koningin Karla Peijs dat Zeeland en Vlissingen de grond bouwrijp zouden opleveren. En dat betekent: eerst saneren, op kosten van de burgers.

Want saneren is hard nodig, zo blijkt uit diverse bodemonderzoeken die tussen 1997 en 2016 op het terrein zijn uitgevoerd. Er is op verschillende locaties van het beoogde mariniersterrein ernstige bodemvervuiling aangetroffen: zware metalen zoals koper en lood, PCB’s, PAK’s, minerale olie en asbest. Ook het grondwater is op sommige plaatsen ernstig vervuild, onder meer met koper en zink. In een beschikking uit maart 2016 waarschuwde RUD Zeeland voor het perceel waar nu de naturistencamping Zeelandia gesitueerd is (nummer 18 op de kaart) en dat deel uitmaakt van het beoogde kazerneterrein: het is er verboden om er grondwater te onttrekken ‘voor consumptieve-, beregenings- of ander doeleinden’. De reden: plaatselijk sterke vervuiling van het grondwater met koper en zink, en matige vervuiling met stoffen als cyanide.

De vervuiling op het terrein van het voormalige woonwagencentrum Windhoek (nummer 9 op de kaart) is zelfs zo ernstig, dat er in 2011 door door het Woonwagenschap Midden- en Noord Zeeland aangestuurd werd op onmiddellijke sanering om ecologische schade te voorkomen. Bij het terrein van een voormalige stortplaats (nummer 18 op de kaart) wordt melding gemaakt van ‘ernstige bodemverontreiniging’. In 1980 schreef de Provinciale Zeeuwse Courant al over die locatie dat ‘in de watergangen en slootjes rondom de stortplaats Oostelijke Bermweg regelmatig kleurveranderingen optreden’. Al deze percelen maken deel uit van het terrein voor de nieuwe marinierskazerne.

Wie draait op voor de rekening?

Het Rijksvastgoedbedrijf (RVB) laat FTM weten dat zij – en niet de provincie of de gemeente – dit najaar wil beginnen met het saneren van de grond. De provincie en gemeente schuiven, ondanks de eerdere belofte van voormalig commissaris Peijs, ook in andere gevallen kosten en verantwoordelijkheden door naar Defensie. Dat blijkt uit documenten van de provincie Zeeland, het RVB en het ministerie van Defensie die in handen zijn van FTM.

Zo schuift de provincie onder meer de kosten door van archeologisch bodemonderzoek dat – naast het saneren – nodig is om de grond bouwrijp op te leveren. In februari 2015 besloot Defensie ‘om het onderzoek zelf uit te voeren, omdat de provincie hiertoe niet bereid was,’ meldt het RVB op 6 mei 2015 in een intern rapport. ‘Hiermee zijn naar schatting 200 duizend euro aan kosten gemoeid.’

Bij een Brits bombardement op 7 oktober 1944 werd er 700 ton aan bommen afgeworpen

Ook de kosten voor het opruimen van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog schuiven provincie en gemeente naar Defensie door. Vlissingen is in de periode 1940-1944 door zowel Duitse als Britse bommenwerpers bestookt. Alleen al bij een Brits bombardement op 7 oktober 1944 werd er 700 ton aan bommen afgeworpen. De Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) schreef op 13 januari 2014 in een intern rapport, dat er ten gevolge van dijkdoorbraken door bombardementen bovendien honderden Duitse mijnen vermist zijn. Het terrein voor de beoogde marinierskazerne ligt in een gebied met ‘verhoogd risico’.

Inmiddels zijn er niet-ontplofte explosieven gevonden, zo blijkt naar aanleiding van vragen die Statenlid Gerwi Temmink (GroenLinks) op 13 juni 2016 aan de provincie Zeeland stelde. Voor onderzoek en ruiming van ‘niet gesprongen explosieven’ stuurden Vlissingen en Zeeland de rekening naar Defensie, blijkens een verslag van de collegevergadering van 28 juni 2016 van de gemeente Vlissingen. De gemeente noemt in dat verslag geen bedrag en wil op vragen van FTM hieromtrent geen antwoord geven, maar in lokale media circuleren bedragen van 400 tot 500 duizend euro.

Voorts hebben provincie en gemeente kosten afgewenteld op Defensie, door werkzaamheden voor het bouwrijp maken van de grond, gunstig af te kopen bij Defensie. In openbare stukken zetten Defensie, de provincie Zeeland en de gemeente Vlissingen niet helder uiteen welke kosten zijn gemaakt, noch wat precies is afgekocht, en voor welk bedrag. De provincie heeft de Statenleden wel geïnformeerd over de overeenkomst die zij in juni 2015 met Defensie sloot over de afkoopsom, zo staat in een brief van de huidige Commissaris van de Koning, Han Polman. Uit die brief blijkt tevens dat de provincie de Statenleden met betrekking tot die overeenkomst een ‘geheimhoudingsplicht’ heeft opgelegd. Op basis van interne documenten van de Dienst Vastgoed Defensie (DVD) en de provincie kunnen we wel opmaken dat er een flink gat zit tussen de geraamde kosten van het bouwrijp maken van het terrein, en wat Zeeland daarvoor wil betalen. Het betreft een tekort van minstens 11 miljoen euro, mogelijk zelfs van 27 miljoen euro.

Grote verschillen tussen ramingen

Een berekening van de Dienst Vastgoed Defensie (DVD) waarover wij beschikken, stelt dat het 29,7 miljoen euro kost om het terrein bouwrijp te maken. In 2013 berekende Zeeland echter in een intern memo dat 2,3 miljoen genoeg zou zijn voor het bouwrijp maken van het terrein. Dit is waarschijnlijk ook het bedrag waarvoor Zeeland en Vlissingen het bouwrijp maken bij Defensie hebben afgekocht.

Zeeland en Vlissingen hebben gezamenlijk 18 miljoen euro voor het project uitgetrokken. De afkoopsom is daar maar een deel van, zo blijkt uit beantwoording van Kamervragen door staatssecretaris van Defensie Barbara Visser, en uit voortgangsrapportages van de provincie Zeeland over reeds gemaakte kosten. Visser: ‘De provincie en de gemeente hebben tot nu toe €13,8 miljoen besteed aan onderzoek en planvorming, grondverwerving, sloopkosten, explosievenruiming, engineering en aanleg van nutsvoorzieningen, een afkoopsom voor bouwrijp maken, communicatie en promotie.’ De lokale overheden geven niet aan welke bedragen zij precies hebben uitgegeven voor welke werkzaamheden, en delen niet mee hoe hoog de afkoopsom is die Defensie ontvangen heeft.

De belofte die Peijs namens Zeeland Hillen deed om de grond bouwrijp op te leveren, blijkt achteraf gezien loos

Het grote verschil tussen de raming van DVD (29,7 mln) en die van de lokale overheden (2,3 mln) valt voor een deel te verklaren door verschillende definities van bouwrijp maken. DVD gebruikte een ruimere (ISO-gecertificeerde) Stabu-methodiek. Daarnaast heeft de provincie op verschillende posten de kosten lager berekend, blijkens een intern memo van de DVD (10 april 2013). Zo nam de provincie aan dat Defensie om de saneringslocaties en de vuilstort heen kon werken. De provincie stelde aan 35 duizend euro genoeg te hebben om de grond te saneren. Ook zijn de sloopkosten van bestaande gebouwen laag ingeschat, omdat er geen rekening is gehouden met de verwijdering van asbest. Voorts wilde de provincie alleen explosieven ruimen op grond waar gebouwd zou worden. De DVD volgt richtlijnen van de Explosievenopruimingsdienst, die voorschrijven het gehele terrein waar in de grond ‘geroerd’ wordt te ontdoen van explosieven, dus ook sportvelden, parkeerplaatsen en exercitieterreinen. Duidelijk is dat er een aanzienlijk gat tussen de twee ramingen bestaat: €27,4 miljoen. Er is gerede kans dat het ministerie van Defensie voor dat gat opdraait.

Zelfs wanneer de volledige 18 miljoen die de lokale overheden voor het project hebben uitgetrokken aan de afkoopsom zou worden besteed, resteert voor Defensie een fors gat, te weten van €11,7 miljoen (29,7 mln min 18 mln).

Lees verder Inklappen

Het is begrijpelijk dat Zeeland en Vlissingen de kosten willen drukken: ze verkeren allebei financieel in zwaar weer. Vlissingen is sinds 2016 een artikel 12-gemeente, en de provincie Zeeland is zowat failliet na onder meer het debacle rond Thermphos, een ander Zeeuws hoofdpijndossier. De regio is daarom blij met de komst van de kazerne: die zorgt voor extra werkgelegenheid en economische ontwikkeling.

In dat licht bezien is het navrant dat Commissaris van de Koningin Karla Peijs (CDA) en minister Hans Hillen (CDA) van Defensie de toestand van de bodem onvolledig en veel te rooskleurig hebben voorgesteld aan de Tweede Kamer. De belofte die Peijs namens Zeeland aan Hillen deed om de grond bouwrijp op te leveren, blijkt achteraf gezien loos. FTM heeft Karla Peijs geconfronteerd met de bevindingen, maar zij wil niet reageren.

Een gezamenlijke werkgroep, ingesteld door Peijs en Hillen, onderzocht of er ‘milieuaspecten’ waren ‘die beperkingen kunnen opleggen aan de ontwikkeling van een kazerne aan de Buitenhaven of anderszins van invloed zijn’. De werkgroep – bestaande uit de provincie Zeeland, de gemeente Vlissingen en de DVD – schreef in haar rapport van 1 maart 2012 dat zij onder meer gekeken had naar de ‘bodemkwaliteit’ en concludeerde ‘dat hier geen belemmering ligt voor de ontwikkeling van een kazerne’.

 De belofte van Peijs aan Hillen om de grond bouwrijp op te leveren, blijkt achteraf gezien loos

Een jaar na de rapportage van de werkgroep maakte een DVD-medewerker in een memo gehakt van de onderzoeken die de gemeente Vlissingen had aangeleverd, en waarop de werkgroep haar conclusies baseerde. ‘Een groot gedeelte, circa 50 procent van het plangebied, is niet milieu hygiënisch onderzocht door middel van een bodemonderzoek,’ meldt de medewerker op basis van historisch bodemonderzoek, dat ingenieursbureau Oranjewoud in 2013 voor Defensie uitvoerde. ‘Tevens is gebleken dat vrijwel alle uitgevoerde bodemonderzoeken gedateerd zijn (meer dan 10 jaar oud en niet meer actueel). Hierdoor is vrijwel niets te zeggen over de huidige algemene bodemkwaliteit van de locatie.’ Wat volgens de DVD-medewerker en het onderzoek van Oranjewoud wel duidelijk is: ‘Uit de uitgevoerde bodemonderzoeken kan geconcludeerd worden dat ter plaatse van vier locaties de grond matig tot sterk verontreinigd is.’

Maar toen was het al te laat. Minister Hillen stuurde het rapport van de werkgroep op 10 april 2012 naar de Tweede Kamer, die mede op basis van dit rooskleurige rapport akkoord ging met zijn voorstel om de mariniers naar Vlissingen te laten verhuizen. In diezelfde periode lichtte Hillen de Tweede Kamer bovendien onvolledig in over de kosten van de nieuwe marinierskazerne in Vlissingen, zoals Follow the Money in juni van dit jaar al meldde.

Tot nu toe heeft Defensie geen openheid gegeven over de totale kosten van de nieuwe marinierskazerne in Vlissingen. Terwijl Zeeland en Vlissingen gaandeweg meer kosten en verantwoordelijkheden naar Defensie doorschuiven, houdt het ministerie voor zover bekend vast aan de raming van 100 tot 200 miljoen die Hillen in 2012 aan de Kamer presenteerde, op grond van een rapport dat nu omstreden blijkt te zijn. Insiders vertelden FTM dat de totale investeringskosten eerder uitkomen op 300 tot 400 miljoen euro, onder meer vanwege de deplorabele toestand van de grond.

Verborgen kosten

Defensie laat FTM in een reactie weten dat zij ‘vanwege het commercieel vertrouwelijke karakter over bedragen geen uitspraak’ doet over de kosten. Wel laat het ministerie weten dat de kosten van het bouwrijp van het terrein géén onderdeel uitmaken van de eerder geraamde 100 tot 200 miljoen euro. Kortom: deze kosten komen er bovenop.

Defensie rekent deze kosten niet tot de totale investeringskosten, omdat ze geen onderdeel zouden zijn van de aanbesteding. Wie exact waarvoor betaalt, laat Defensie ook nu in het midden. ‘Over de kostenverdeling van de bodemsanering, niet gesprongen explosieven en archeologie zijn in overeenkomsten tussen de provincie Zeeland en het ministerie van Defensie afspraken gemaakt.’ In een gezamenlijke reactie laten de provincie Zeeland en de gemeente Vlissingen weten dat zij de kosten met Defensie delen.

Waarom is Defensie akkoord gegaan met het afkopen van het bouwrijp maken, terwijl de provincie beloofde de grond bouwrijp op te leveren? ‘Omdat het qua uitvoering efficiënter is, naast de gronden van de provincie, ook de eigen in het plangebied liggende gronden (Marinekazerne Vlissingen & Mobcomplex Vlissingen) in samenhang bouwrijp te maken – en niet separaat,’ laat Defensie aan FTM weten. Dat is vreemd: de gronden van Defensie waar de oude marinekazerne is gevestigd beslaan maar een klein deel van het totaal. Efficiency als argument zou eerder leiden tot bouwrijp maken door de provincie. Waarom Defensie de kosten deelt voor het bouwrijp maken, terwijl eerder overeen was gekomen dat de provincie die voor haar rekening zou nemen, is onduidelijk.

Lees verder Inklappen

Het is de vraag wat Defensie nu zal doen. Neem de explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. De provincie wilde het gebied – waar ook een aantal schietbanen en sportvelden moeten worden aangelegd – daar slechts in beperkte mate op onderzoeken, blijkt uit haar memo van 4 februari 2013. Dat lijkt onverstandig. In zijn onderzoeksrapport adviseerde de Explosieven Opruimingsdienst met klem ‘om het hele onderzoeksgebied te onderzoeken’. ‘Onbedoelde beroering kan leiden tot een ongewilde detonatie. Dit kan (...) desastreuze gevolgen hebben voor mens, omgeving en materieel. Tevens bestaat het risico van een ondergrondse explosie als gevolg van trillingen veroorzaakt door heien.’ Inmiddels is er veel werk verricht, zo laat Defensie aan FTM weten, maar ‘het terrein is nog niet volledig vrij gemaakt van niet gesprongen explosieven’. Op ‘plaatsen waar bestaande verhardingen en bebouwingen aanwezig zijn’ moet nog onderzoek worden gedaan.

Doordat de vervuiling nog steeds niet volledig in beeld is, staan ook de kosten van de sanering niet vast. De saneringsplannen die nu klaarliggen, betreffen drie hectare van het kazerneterrein (dat in totaal een kleine zeventig hectare beslaat), maar na het aanvullende onderzoek kunnen die kosten dus nog oplopen.

Een eerlijke onderlinge verdeling wordt op die manier nog verder ondermijnd

Het Rijksvastgoedbedrijf laat weten dat de kosten van de sanering gelijk gedeeld worden door de provincie Zeeland en het ministerie van Defensie. Toch nam Defensie hier al extra kosten op zich, namelijk die voor de sanering van het woonwagenterrein Windhoek. De provincie achtte het niet nodig die uit te voeren, blijkt uit een intern document, aangezien het ‘immobiele vervuiling’ betreft. Een eerlijke onderlinge verdeling wordt op die manier nog verder ondermijnd.

Als Defensie de sanering van de vervuilde gronden en het ruimen van explosieven op z’n beloop laat, leidt dat tot extra financieel risico. Dit omdat Defensie het project via een publiek-private samenwerking wil aanbesteden. Wanneer Defensie heeft besloten welk consortium de opdracht krijgt, mag die de kazerne bouwen en exploiteren. Mocht de grond dan niet volledig bouwrijp blijken, dan belanden de kosten voor extra werkzaamheden alsnog bij Defensie, maar dan waarschijnlijk met een commercieel prijskaartje eraan.

Extra werkzaamheden na ondertekening van het contract met het consortium zullen bovendien de ingebruikname van de kazerne vertragen, terwijl Defensie dan wel contractueel gebonden is aan de gebruikersvergoeding van ongeveer 15 miljoen euro die het ministerie jaarlijks aan de marktpartij moet betalen. Hoe langer Defensie de problematiek voor zich uit duwt, hoe duurder het project wordt.

Aanvulling 11 juli 2018

Ons artikel over de bodemverontreiniging van de beoogde marinierskazerne in Vlissingen heeft het nodige stof doen opwaaien. In enkele media die melding maakten van het FTM-onderzoek werd – ten onrechte – gesuggereerd dat wij beweerden dat Defensie de verontreiniging geheim probeerde te houden. Het ministerie van Defensie en de Provincie Zeeland reageerden daar verontwaardigd op: de informatie zou al lang bekend zijn bij de belanghebbende partijen; de rapporten die daarover zijn verschenen zijn volgens hen openbaar.

De verwarring over wat nu wel en niet bekend was,  is ontstaan doordat in de intro van het artikel werd gesproken over ‘vertrouwelijke’ rapporten. Dat is feitelijk juist: het onderzoek voor dit artikel is gebaseerd op een reeks rapporten en interne documenten waarvan een deel als vertrouwelijk is gekwalificeerd. Andere rapporten en documenten die zijn gebruikt zijn daarentegen wel openbaar. Toen in de ochtend van publicatie bleek dat het woord ‘vertrouwelijke’ bij enkele lezers en andere media tot verwarring leidde, is dat woord om ca 10:30 verwijderd.

Desondanks zou het in enkele (sociale) media nog terugkeren en een prominente rol spelen in de communicatie van de provincie Zeeland en Defensie. Daarbij probeerden zij de conclusies van het FTM-onderzoek te bagatelliseren en de publieke aandacht af te leiden van waar het hier werkelijk om gaat:

  1. Zowel de mate van verontreiniging als de kosten die zijn verbonden aan het saneren van het terrein zijn door de provincie Zeeland en voormalig minister van Defensie Hans Hillen gebagatelliseerd. Die blijken hoger te zijn dan oorspronkelijk begroot en voorgesteld;
  2. Er is nog steeds geen duidelijkheid over de kosten van de sanering, wie die betaalt en in welk stadium de sanering zich bevindt. Dat bleek ook uit de elkaar tegensprekende reacties van de provincie en Defensie. Waar volgens het ministerie reeds een aanvang is gemaakt met de sanering, zou volgens VVD-gedeputeerde Carla Schönknecht het saneringsplan ‘nog in de maak’ zijn.
Lees verder Inklappen

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Krijn Schramade

Gevolgd door 140 leden

Krijn Schramade (1980) krijgt een jaar na de val van Lehman Brothers (2008) de tegenwoordigheid van geest om zijn veilige lev...

Volg Krijn Schramade
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Over de auteur

Mira Sys

Houdt van Belgenmoppen; schrijft voor FTM over fosforfabriek Thermphos.

Volg Mira Sys
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren