ECB-president Mario Draghi arriveert op de persconferentie in Frankfurt, geflankeerd door vicepresident Luis de Guindos en communicatiedirecteur Christine Graeff.
© EPA Armando Babani

    Mario Draghi leidde het grootste monetaire experiment in de geschiedenis van de euro. Met zijn ‘whatever it takes’-beleid wist hij de eurozone bij elkaar te houden, maar pakte hij de onderliggende instabiliteit van het Europese bankwezen niet aan. Is Draghi in het jaar dat hij afzwaait bereid opnieuw te experimenteren, maar dan met nieuwe technologieën en ideeën voor fundamentele geldhervorming?

    Artikel beluisteren

    Lichtjes voorovergebogen, maar met ferme pas loopt hij de zaal met journalisten binnen. Camera’s klikken, zijn beveiligers maken ruimte en speuren naar onraad. Het is 24 januari en de 71-jarige Mario Draghi houdt zijn 71ste persconferentie. Dit is zijn laatste jaar als president van de Europese Centrale Bank (ECB). Na acht dienstjaren treedt de Italiaanse bankier eind oktober af als hoogste functionaris van het machtigste instituut van Europa. Zijn laatste persconferenties lijken daardoor op een afscheidstournee.

    Draghi oogt ontspannen. Grijnzend breekt hij het ijs: ‘We zijn een minuut te laat, maar die krijgen jullie terug op het eind.’ Er klinkt gelach uit de zaal. Communicatiedirecteur Christine Graeff schuift haar stoel naar achteren, maakt aanstalten om te gaan zitten, bedenkt zich en blijft staan totdat Draghi is gezeteld. Dan nemen ook zij en vicepresident Luis de Guindos plaats achter hun eigen naamkaartje aan weerszijden van de president. De stoelindeling voor de zeventig journalisten in de zaal is even streng als op het podium: op elke stoel ligt een kaart met voornaam, achternaam en medium. Op de eerste twee rijen zitten de vaste bezoekers, afkomstig van grote internationale media als Reuters, Bloomberg en the Financial Times.  

    Draghi vertrekt geen spier als hij in zijn openingsrede vertelt dat de ECB haar beleid niet verandert: de rente blijft nul procent en zal waarschijnlijk tot na de zomer worden gehandhaafd op dat uitzonderlijk lage niveau. Voor Draghi is die lage rente echter de normaalste zaak van de wereld geworden. Na zijn aantreden brak hij noodgedwongen met het beleid van voorganger Jean-Claude Trichet en verlaagde hij de rente stapsgewijs totdat die in 2016 stokte op nul procent. Sindsdien heeft Draghi de rente niet meer veranderd. Onconventioneel beleid is tijdens zijn bewind de norm geworden.

    Variaties op zijn toedracht

    Na de openingsrede van Draghi hanteert communicatiedirecteur Graeff met ijzeren discipline haar afvinklijst. Wie zij de beurt geeft, mag maximaal twee vragen stellen. Als eerste krijgen de journalisten op de eerste twee rijen de microfoon. Deze vaste klanten vragen voornamelijk naar technische details van het rentebeleid. Draghi antwoordt op de automatische piloot met variaties op zijn eerdere voordracht. Tegen het einde van het vragenuurtje lukt het Follow the Money zowaar om vanaf de vijfde rij (de één na achterste) Graeffs aandacht te trekken. Mijn kans dient zich aan om Draghi een vraag te stellen die niet over het huidige beleid gaat, maar over de toekomst: is de ECB bereid om te experimenteren met nieuwe technologieën? Bijvoorbeeld met de uitgifte van een digitale publieke munt?

    Even is het doodstil in het zaaltje.

    Mijn vraag komt niet uit de lucht vallen. In Nederland onderzocht de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) drie jaar lang de werking van ons geldstelsel, om in januari de resultaten te presenteren. De WRR constateert dat contant geld langzaam verdwijnt uit onze samenleving. Burgers verliezen daardoor de toegang tot een publieke munt; alleen commerciële banken creëren giraal geld op een bankrekening. De WRR pleit daarom voor een digitale vorm van contant geld en adviseert de oprichting van een ‘betaalbank die alleen centralebankreserves aanhoudt’: een veilige bank die alleen spaargeld aanneemt en geen leningen verstrekt (daarom ook wel depositobank genoemd). Zo’n bank vergroot de diversiteit in het bankenlandschap. De WRR verwacht een disciplinerend effect op bestaande banken: ‘Het zal banken dwingen zich verantwoordelijker te financieren.’  

    Staat Draghi open voor de oprichting van zo’n depositobank of een experiment met een Central Bank Digital Currency (CBDC), een digitale euro uitgegeven door de centrale bank zelf? De ECB zou daarmee in de voetsporen kunnen treden van de Riksbank, de Zweedse centrale bank, die in 2018 aankondigde te gaan experimenteren met zo'n CBDC: de e-Krona.

    Wat zijn centralebankreserves, een depositobank en Central Bank Digital Currency?

    De enige publieke euro’s die gewone stervelingen kunnen gebruiken, zijn munten en briefjes. Dat contante geld vormt nog maar 7 procent van de totale geldhoeveelheid. De centrale bank geeft alleen contant geld en centralebankreserves uit. Momenteel hebben personen geen toegang tot digitale centralebankreserves – niet direct en ook niet via een tussenpartij; alleen partijen met een bankvergunning mogen een rekening bij de centrale bank openen.

    Centrale banken hebben contant geld niet geüpdatet naar het digitale tijdperk, terwijl het betalingsverkeer wel grotendeels is gedigitaliseerd. Daardoor zijn burgers volledig aangewezen op giraal geld, banktegoeden bij commerciële banken, voor hun digitale betalingen. Inmiddels bestaat 93 procent van de totale geldhoeveelheid uit giraal geld. Dat is uitzonderlijk: nooit eerder waren we zo afhankelijk van private partijen voor de geldcreatie. 100 procent van onze digitale euro’s zijn vorderingen (claims) op commerciële banken en daarom niet vrij van risico’s: een commerciële bank kan immers failliet gaan en op dat moment verliest ook jouw vordering op de bank (een deel van) zijn waarde. Omdat de centrale bank niet failliet kan gaan, zijn centralebankreserves wel vrij van kredietrisico.

    Om mensen een digitaal alternatief te geven voor contant geld, adviseert de WRR om hen toegang te geven tot centralebankreserves. Ze kunnen dan (een deel van) hun geld stallen bij de centrale bank en lopen daarop geen risico. Tegelijkertijd hoeven ze niet te rekenen op rendement: het geld wordt immers niet geïnvesteerd maar ligt in de digitale centralebankkluis.

    Mensen toegang geven tot centralebankreserves kan op verschillende manieren. De eenvoudigste is de oprichting van een depositobank, een bank die (alle) deposito’s van klanten één-op-één stalt bij de centrale bank. De ontwikkeling van een Central Bank Digital Currency (CBDC) gaat nog een stapje verder: de centrale bank geeft in dat geval zelf een digitale munt uit die mensen kunnen aanhouden op een rekening en waarmee ze kunnen betalen. Deze digitale munt heeft hetzelfde (krediet-)risicovrije karakter als contant geld: het is de digitale variant op de sok onder het matras. CBDC is het digitale equivalent van cash geld: een risicovrije munt uitgegeven door een publieke instantie. Dat zou in het geval van de ECB de ontwikkeling van een digitale versie van de euro betekenen.

    Lees verder Inklappen

    Draghi had deze vraag over innovatie niet verwacht, maar na een moment van overpeinzing kijkt hij me aan en geeft een helder antwoord: ‘Nee. Wij overwegen geen experimenten op dit gebied.’ Draghi wijst een CBDC-experiment resoluut van de hand en zegt ook niet te wachten op depositobanken die de concurrentie met bestaande banken aangaan: ‘Dat is riskant voor monetair beleid, de bancaire sector en financiële stabiliteit.’

    Mario Draghi herlaadt zijn big bazooka maandelijks

    Zegt de man die in 2012 het grootste monetaire experiment in de historie van de euro initieerde met zijn renteverlagingen en opkoopbeleid; maatregelen waarvan niemand met zekerheid wist wat het effect zou zijn, laat staan hoe groot de risico’s waren. Draghi kreeg al snel de pakkende bijnaam ‘Super Mario’ die met zijn ‘big bazooka’ op de economie schoot. Die big bazooka wordt maandelijks herladen: tien jaar na de crisis, in een groeiende economie, zijn de noodmaatregelen nog altijd van kracht.

    In één ding heeft Draghi gelijk. Die aanhoudende voortzetting van zijn onconventioneel monetair beleid is onvermijdelijk omdat het fragiele Europese bankwezen – en daarmee de eurozone als geheel – normalisering niet zou overleven.

    Veilige haven maakt instabiel

    Draghi en de zijnen claimen dat hun beleid effectief is. Maar ze zijn blind voor aanvullende beleidsopties, nieuwe technologieën en innovatieve ideeën. Draghi wijst bij voorbaat een experiment met een depositobank of een CBDC van de hand en voert risico’s voor de financiële stabiliteit als reden aan. Het is evident dat verandering risico’s met zich meebrengt. Maar zijn experimenten er niet juist om innovaties op gecontroleerde schaal te testen, zodat je die risico’s ondervangt? En wat zijn de risico’s als je die experimenten niet doet?

    De WRR verwoordt het als volgt: ‘Dat het financieel systeem instabiel kan worden door het creëren van een veilige haven, zegt meer over het huidige systeem dan over het alternatief als zodanig. Het is eerder een indicatie van de weeffouten in het huidige systeem.’ De echte risico’s voor onze financiële stabiliteit schuilen juist in het bij voorbaat afwijzen van experiment. Wanneer veelbelovende hervormingen ongetest op de plank blijven liggen, heeft de ECB bij een volgende crisis alleen de overtreffende trap van het huidige arsenaal aan beleidsopties ter beschikking. Welk wapen zet je in als een bazooka niet meer toereikend is?

    Monetaire monocultuur

    Ook in zijn nadagen houdt Super Mario de deur voor experimenten op slot. Daarmee kiest hij impliciet voor de status quo van een instabiel geldstelsel. De Belgische econoom Bernard Lietaer, die maandag 4 februari op 76-jarige leeftijd overleed, bestempelde die toestand als een ‘monetaire monocultuur’: ‘Om de stabiliteit van het systeem te verbeteren, zouden we innovaties moeten verwelkomen, maar we zien het tegenovergestelde gebeuren.’ Lietaer was een van de grondleggers van de ecu, de voorloper van de euro, en een pionier op het gebied van complementaire munten. Hij streed een halve eeuw lang voor monetaire diversiteit, schreef verscheidene boeken en wees op de belangenverstrengeling tussen centraalbankiers en bankiers als oorzaak voor de monocultuur: ‘Het bestaansrecht van centraalbankiers is het in stand houden van het geldmonopolie van de banken.’

    Tien jaar onconventioneel beleid betekent dat marktverstoring in Europa de norm is geworden

    De ECB zal het zeker niet eens zijn met die boude stelling. Zij ziet zichzelf als belangenbehartiger van het volk. Maar dat banken niet kunnen overleven zonder permanente steun van de centrale bank zou zelfs Draghi bedenkelijk moeten vinden. Tien jaar onconventioneel beleid betekent de facto dat marktverstoring in Europa de norm is geworden. Met haar beleid manipuleert de ECB immers de prijsvorming van schuldpapier in de financiële markten. Tel daar Draghi’s vrees voor financiële stabiliteit wanneer bestaande banken ook maar de minste of geringste concurrentie krijgen van een depositobank bij op, en je kunt de monopolistische trekken van de bankensector niet langer ontkennen. Een blik op de cv’s van de twee centraalbankiers op de persconferentie ontkracht evenmin hun innige verstrengeling met de bankiers-elite: Draghi was oud-Goldman Sachs-bankier en De Guindos was het Europese hoofd van Lehman Brothers totdat die bank in 2008 failliet ging.  

    Bernard Lietaer was lange tijd een roepende in de woestijn, maar met de opkomst van bitcoin en cryptocurrencies bereikte zijn werk over complementaire munten een groter publiek. Hij moedigde anderen aan zijn werk over te nemen: ‘Monetaire hervorming is een enorme klus die ook na mijn dood moet worden voortgezet.’ In Nederland is dat stokje inmiddels lang en breed opgepakt: burgerinitiatief Stichting Ons Geld dwong met 120 duizend handtekeningen een Kamerdebat af, wat leidde tot de onderzoeksopdracht voor de WRR.

    Dat wil echter niet zeggen dat het onderwerp inmiddels ook in het centrum van de politieke aandacht staat. Zolang centrale banken geen politieke druk voelen, hangt het verkennen van mogelijke hervormingen onderaan hun agenda. Wanneer Draghi verder antwoordt op mijn vraag, refereert hij aan de burgerinitiatieven, maar bagatelliseert hij de mogelijke impact ervan: ‘Zeggen dat dit binnen afzienbare tijd zal leiden tot een verandering van groot belang zou verkeerd zijn – een overschatting. Dat is een snapshot van hoe de zaken er op dit moment voor staan.’

    Change is good, no change is better

    Zoals beloofd blijft Draghi een minuutje langer zitten. Na exact een uur schuift hij zijn paperassen bij elkaar en staat op. Met zijn volgelingen verlaat hij de zaal via dezelfde weg als hij binnenkwam. Over anderhalve maand voert hij hetzelfde toneelstuk op en beantwoordt hij met dezelfde medespelers bijna dezelfde vragen. Ook de boodschap blijft dezelfde: change is good, no change is better.

    De inherente instabiliteit van het bankwezen en de digitale ontwikkelingen schreeuwen om hervorming van het monetaire stelsel. Dat zou bijdragen aan een stabielere economie en is in het belang van de Europese bevolking. Die urgentie voelen de machthebbers in Frankfurt alleen nog niet. In de volgende artikelen in deze reeks duik ik dieper in de problematiek binnen het monetair stelsel en de voorgestelde oplossingen. Welke overtuigingen en machtsstructuren staan hervorming in de weg en wat kunnen experimenten concreet opleveren?

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Thomas Bollen

    Gevolgd door 1516 leden

    Onderzoekt als financieel econoom de 'economische religie' om nuttige inzichten van dogma's te scheiden.

    Volg Thomas Bollen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Van wie is ons geld?

    Gevolgd door 1657 leden

    Waarom is de creatie van geld in handen van – particuliere – banken? En moet dat altijd gepaard gaan met schuld? Ofwel: kunne...

    Volg dossier