Marktwerking in de zorg: even kiezen uit deze 5940 opties, graag!

    Het overstapseizoen voor de zorgverzekering staat weer voor de deur. Wordt u overdonderd door de keuzemogelijkheden? Dat is niet zo gek, want staat u bij een discount-supermarkt al te aarzelen bij 900 producten, de zorgverzekeraars hebben wel 5940 opties voor u. Het aanbod is zo groot dat de toezichthouder zich zorgen begint te maken.

    De marktwerking in de zorg moest leiden tot meer keuzevrijheid. Maar wanneer slaat die vrijheid om in apathie, omdat de gemiddelde verzekerde door de bomen het bos niet meer ziet? Dat is de vraag die de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) dinsdag heeft opgeworpen. De toezichthouder in de zorg berekende dat een verzekerde tijdens het vorige overstapseizoen de keuze had uit duizenden opties. Je zou verwachten dat met de consolidatie in de zorgverzekeringssector ook de keuzemogelijkheden afnamen, maar dat blijkt niet het geval. De negen concerns die zijn overgebleven weten u een duizelingwekkende hoeveelheid keuzes te bieden. De concerns bestaan in totaal uit 25 merknamen, die soms ook nog eens deel-labels hebben, zoals de Hema-polis van Menzis. In totaal bieden deze 25 merken 71 verschillende basisverzekeringen aan - in 2006 waren dat er nog zo'n 45 - en nog 276 verschillende aanvullende verzekeringen (waaronder bijna honderd tandartsverzekeringen).

    Nog meer keuze door opkomst budgetpolis

    Niet alleen is het aantal polissen toegenomen, ook is er inhoudelijk meer verschil daartussen door de opkomst van de budgetpolis, waarbij verzekerden vaak maar uit een beperkt aantal ziekenhuizen en andere zorgaanbieders mogen kiezen. En dan, geachte verzekerde, mag u ook nog kiezen of u een aanvullend eigen risico wilt. Moet u trouwens niet met de collectieve verzekering van uw werkgever meedoen? Al die opties bij elkaar leiden ertoe dat er nu 5940 mogelijkheden voor u klaarliggen. Ter vergelijking, als u winkelt bij Aldi, zijn de keuzes beperkt tot 900 producten (bij Albert Heijn zijn dat er overigens wel veel meer: 8.000 tot 22.000).
    'Bezopen dat mensen de feestdagen doorbrengen met het vergelijken van polissen'
    Chris Oomen, de voorman van de dwarse zorgverzekeraar DSW, hekelde begin dit jaar tegenover Follow The Money al de mist die ontstaat door al die keuzemogelijkheden. 'Het mooie van de basisverzekering is dat die nu voor iedereen hetzelfde is. Dan kun je die dus goed vergelijken op basis van bijvoorbeeld kosten of goede service. Maar de zorgverzekeraars zijn gebaat bij intransparantie, want dan kun je als verzekerde de verschillende polissen niet goed vergelijken en kunnen de verzekeraars doen wat ze willen. Daarom hebben verzekeraars aanvullende polissen die allemaal van elkaar verschillen. Ik vind het bezopen dat mensen nu de feestdagen doorbrengen met het vergelijken van polissen.' Nu begint de NZa zich dus ook zorgen te maken. 'Er zijn inderdaad erg veel keuzemogelijkheden,' schrijft de toezichthouder in het tweede deel van de Marktscan van de Zorgverzekeringsmarkt 2015, die dinsdag naar de Tweede Kamer werd gestuurd. 'De NZa krijgt vanuit verschillende hoeken het signaal dat het aanbod en de diversiteit van zorgverzekeringen mogelijk té groot aan het worden is. De zorg is daarbij dat consumenten door de bomen het bos niet meer kunnen zien. En dat zij hierdoor niet overstappen. Daarmee zou de concurrentie worden beperkt, terwijl juist die concurrentie een belangrijk uitgangspunt is van het huidige verzekeringsstelsel.'

    Toezichthouder start onderzoek

    De NZa is daarom een onderzoek gestart naar aanleiding van de de vraag of het grote aanbod aan polissen niet leidt tot prijsdiscriminatie voor bepaalde groepen. Er is bijvoorbeeld al langere tijd kritiek op de zorgverzekeraars die zich met een scherpe premie voornamelijk op hogeropgeleiden richten, omdat die doelgroep gemiddeld minder kosten maakt.
    'Minder opties is niet de oplossing'
    Tegelijkertijd stelt de toezichthouder dat het beperken van het aantal polissen waarschijnlijk niet zal helpen. 'Stel, alle zorgverzekeraars mogen nog maar twee polissen aanbieden. Dan zijn er 50 polissen in plaats van de huidige 71. Dat is nog steeds veel. Ten tweede is het de vraag of de concurrentie hierdoor toeneemt. Verzekeraars worden beperkt in hun mogelijkheid om voor alle doelgroepen polissen aan te bieden. Dit betekent dat er voor polissen voor specifieke doelgroepen minder alternatieven voorhanden zijn.' De oplossing ligt volgens de NZa in meer transparantie. 'We willen […] dat zorgverzekeraars investeren in de vergelijkbaarheid en inzichtelijkheid van hun aanbod. […] Het is volgens de NZa essentieel dat verzekerden duidelijk inzicht hebben in hun keuzemogelijkheden en eventuele gevolgen van hun keuzes.' De toezichthouder steekt de loftrompet over vergelijkingssites, die 'het keuzeproces aanzienlijk vereenvoudigen', maar waarschuwt tegelijkertijd dat dan wel duidelijker moet worden gemaakt hoe de vergelijkingssites hun resultaten ordenen en hoe zij betaald krijgen.

    Winst of verlies door overstapcircus?

    Als consumenten nu al de bomen niet meer zien door het bos, is het de vraag of het uitvergroten van de verschillen tussen de diverse verzekeringen het bos niet alleen maar groter doet lijken. Wat krijgt de consument nu eigenlijk terug voor het rusteloze gevoel dat het jaarlijkse overstapcircus met 5940 keuzes brengt? De NZa berekende dat de 1,2 miljoen mensen die vorig jaar zijn overgestapt, daar in totaal 69 miljoen euro mee hebben bespaard. Die winst - voor een relatief beperkte groep - wordt deels teniet gedaan door het feit dat de
    verzekeraars maakten vorig jaar 40 miljoen euro reclamekosten en 196 miljoen bemiddelingskosten, die alle verzekerden samen betalen
    verzekeraars vorig jaar 40 miljoen euro aan reclamekosten hebben gemaakt om die nieuwe klanten binnen te harken, iets wat alle verzekerden tezamen betalen (gemiddeld drie euro per verzekerde). Tel daar de zogeheten acquisitiekosten van 196 miljoen euro bij op, die verzekeraars betalen aan onder meer tussenpersonen en vergelijkingssites, en de winst lijkt om te slaan in verlies. De NZa stelt dat er 600 mensen zijn die vorig jaar de laagst mogelijke premie hebben weten te betalen: 957 euro per jaar voor een budgetpolis. Zo'n 20.000 mensen betaalden vorig jaar daarentegen de hoofdprijs van 1367 euro voor een vrije keuze-polis. Dat is 40 procent duurder, voor een polis die inhoudelijk het verst afstaat van de budgetpolis. Dat zijn verschillen die consumenten nog wel begrijpen, maar of alle 5938 opties daartussenin duidelijk zijn is de vraag.
    Over de auteur

    Joris Heijn

    Joris Heijn (1985) studeerde Internationale Betrekkingen in Groningen, maar wilde eigenlijk liever journalist worden. Deed da...

    Lees meer

    Volg deze auteur

    Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

    Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

    word lid