Wat betekent de opmars van China voor Nederland en Europa? Lees meer

China neemt nadrukkelijk zijn plaats op het wereldtoneel in. Naar verwachting streeft het de Verenigde Staten binnenkort voorbij als de grootste economie. Op allerlei manieren is China bezig kennis en hoogwaardige technologie in handen te krijgen; het wil in 2025 een onafhankelijke technologische grootmacht zijn. Wat betekent dit voor Nederland, dat al innig met China is verbonden?

43 artikelen

Beeld © Michael Brusch

Econoom Max Zenglein: ‘In feite doet het Chinese regime wat elk democratisch land ook doet’

Econoom Max Zenglein woonde en werkte jarenlang in China. Tegenwoordig onderzoekt hij bij de Duitse denktank MERICS de ontwikkelingen in China, en adviseert tal van Europese overheden, bedrijven en instellingen. ‘China wil meer zijn dan de fabriek van de wereld. Westerse bedrijven die dat nog niet doorhebben, moeten dringend terug naar de tekentafel.’

De Chinese metropool Shenzhen is meer dan een stad. Het is een zinsbegoocheling die in waanzinnig tempo voortraast, een plek zonder historie – en een van de snelst groeiende steden ter wereld. Shenzen is geobsedeerd door de toekomst. Het is geen toeval dat hier, dichtbij de grens met Hong Kong, de grootste elektronicamarkt ter wereld is gehuisvest.

Voor de verliezers van het meedogenloze productiviteitsideaal is de stad een dystopie. In 2010 was Shenzhen het decor van een zelfmoordgolf onder werknemers van de grootste elektronicafabriek ter wereld: het Taiwanese Foxconn, leverancier aan onder meer Apple en Nokia. Het is ook de stad waar miniaturen van het Louvre, de Acropolis en Buckingham Palace hutje mutje bij elkaar staan in een populair attractiepark.

‘Dertig jaar lang heeft het internationale bedrijfsleven in China kunnen profiteren van de lage lonen’

Eind jaren zeventig lag op de plek waar nu 17 miljoen inwoners van talloze nationaliteiten door elkaar leven, alleen een onbeduidend vissersdorpje. In 1979 benoemde Deng Xiaoping, de toenmalige leider van de Chinese Communistische Partij (CCP), het gebied  tot de allereerste Speciale Economische Zone (SEZ) van het land. De regering wilde buitenlandse investeerders lokken en Shenzhen moest daarvoor het laboratorium worden. 

Sindsdien is communistisch China veranderd in een grote werkplaats. de kurk waarop het mondiale kapitalisme drijft. ‘Dertig jaar lang heeft het internationale bedrijfsleven in China kunnen profiteren van de lage lonen en een oneindige groeimarkt van steeds rijker wordende consumenten,’ stelt econoom Max Zenglein van het Duitse Mercator Instituut voor Chinastudies (MERICS). ‘Maar dat China bestaat niet meer. China wil meer worden dan alleen de fabriek van de wereld. Westerse bedrijven die dat nog niet doorhebben, moeten dringend terug naar de tekentafel.’

Boodschap 

Het MERICS is een gerenommeerd onderzoeksinstituut, gespecialiseerd in alles wat met China heeft te maken. Het brengt advies uit aan diverse Europese regeringen, organiseert briefings en seminars, analyseert Chinese beleidsdocumenten en verzorgt trainingen voor ambtenaren en zakenmensen. 

Voor hij bij het MERICS aan de slag ging, woonde en werkte Zenglein tien jaar lang als analist voor de Duitse Kamer van Koophandel in Shenzhen en in Beijing. Volgens de Duitse econoom hebben de eindeloze metrolijnen en vierbaans snelwegen die Shenzhen doorkruisen, de tot ’s avonds laat uitpuilende sportclubs en de felgele karakters geprojecteerd tegen een vierhonderd meter hoge wolkenkrabber samen dezelfde eenduidige boodschap voor de wereld: China is terug als wereldmacht.

‘Omdat Shenzhen zo dicht bij Hong Kong ligt, is het altijd een innovatiehub geweest,’ legt Zenglein uit. ‘Techbedrijven, universiteiten en grote fabrieksterreinen liggen er op een steenworp afstand van elkaar en, ook belangrijk, ver van de traditionele machtscentra Beijing en Shanghai. Lokale politici hadden in Shenzhen de vrije hand om te experimenteren met de markt om innovatie en bedrijvigheid te stimuleren. Pas de laatste tien jaar zie je er sluipenderwijs de sturende hand van de centrale overheid. Tegenwoordig zie je overal partijslogans op de muren. Dat was vroeger niet zo.’

"Tien jaar geleden kende de gemiddelde Europeaan geen enkel groot Chinees merk. Nu hebben we allemaal laptops en een telefoon van Lenovo of Huawei in huis."

Jarenlang was China binnen de wereldeconomie weinig meer dan een leverancier van goedkope arbeid voor internationale bedrijven. Shenzhen speelde daarin een sleutelrol, vertelt Zenglein. Maar nu het land rijker is geworden, wil China opklimmen binnen de mondiale economische waardeketen.

Concreet: Chinese fabrikanten zullen steeds vaker eigen treinen bouwen, computers ontwerpen en chemische of landbouwtechnologie ontwikkelen en die zelf op de wereldmarkt verkopen. Zenglein: ‘Tien jaar geleden kende de gemiddelde Europeaan geen enkel groot Chinees merk. Nu hebben we allemaal laptops en een telefoon van Lenovo of Huawei in huis. Dat is precies waar de Chinese regering naartoe wil.’

Directe concurrent

Het hoofdkantoor van het MERICS ligt in hartje Berlijn, op een steenworp afstand van het centrale Alexanderplatz. Als hoofdeconoom volgt Zenglein er de Chinese industrie- en economische politiek op de voet en adviseert hij de Europese politiek daarover. Begin 2022 werkte hij in opdracht van de grote Duitse mijnbouw- en energievakbond IGBCE mee aan een analyse van het veertiende Chinese Vijfjarenplan (2021-2025). 

‘In dat meest recente Vijfjarenplan zet de regering glashelder uiteen wat we van China kunnen verwachten. Vervolgens is dat allemaal tot in de kleinste details uitgewerkt in honderden sectorplannen,’ zegt Zenglein. ‘De sturende capaciteit van de Chinese staat is enorm. Jaren geleden had je nog grootschalige mondiale productie van elektronica in het hart van Shenzhen. Dat is nu allemaal weg. Ik heb Duitse bedrijven geassisteerd die zes maanden kregen om hun volledige productiecapaciteit te verplaatsen.’

Hij vervolgt: ‘In Beijing bepaalt het leiderschap welke sectoren er ontwikkeld moeten worden, waar bedrijven in moeten investeren, en waarin niet ze dat vooral niet moeten doen. De staat bestraft topmensen die al te machtig worden en heeft via staatsbanken genoeg kapitaal om Chinese bedrijven actief te kunnen ondersteunen in hun ontwikkeling.’

Dat plaatst Europa voor een groot probleem, waarschuwt Zenglein: ‘Nu China eigen merken ontwikkelt, is het land niet langer slechts een bruikbare toeleverancier in handelsketens gedomineerd door westerse bedrijven. China is een directe concurrent geworden, die de industriële fundamenten van landen als Duitsland aantast.’

Hightech supermacht

In 2049 wil China een mondiale hightech supermacht zijn. Daartoe heeft de Chinese staat de laatste jaren een ingewikkeld web geweven van allerlei master plans, strategieën en instituties.

De in 2016 gestarte ontwikkelingsbank AIIB (Asian Infrastructure and Investment Bank) moet gaan concurreren met de door de Verenigde Staten gedomineerde Wereldbank, Chinese staatsbanken lenen grote sommen geld aan landen als Kazachstan, Pakistan, Servië of Kenia om daar snelwegen, spoorlijnen, bruggen en overslagterminals te bouwen. Die moeten tezamen de Nieuwe Zijderoute gaan vormen, het Belt & Road Initiative: een internationaal handelsnetwerk waarmee China wereldwijd zijn toegang tot grondstoffen en afzetmarkten zeker wil stellen.

In de megastrategie Made in China 2025 (中国智造2025) worden de politieke ambities bovendien verknoopt met vergaande duurzaamheidsdoelstellingen. ‘Europa en China concurreren op het vlak van de ontwikkeling van cruciale groene technologieën als elektromobiliteit, innovatieve materialen of waterstoftoepassingen,’ schreef Zenglein in zijn IGBCE-analyse.

‘Europa is van China afhankelijk wat betreft essentiële materialen en grondstoffen voor de ontwikkeling van schone technologie’

‘China werkt er hard aan om zijn innovatiecapaciteit te verhogen en op deze gebieden doorbraken te forceren. Dat Europa afhankelijk is van China wat betreft essentiële materialen en grondstoffen voor de ontwikkeling van schone technologie, biedt Beijing de gelegenheid om direct of indirect druk op Europese regeringen uit te oefenen.’

In Made in China 2025 heeft de CCP tien topsectoren aangewezen waarin China in 2025 een leidende positie wil innemen: informatietechnologie, robotica, groene energie, luchtvaart, scheepsbouw, treinbouw, gereedschappen, materiaalontwikkeling, biotechnologie en landbouwapparatuur.

Volgens Zenglein is het in 2015 gelanceerde plan gebaseerd op het Duitse industriële leiderschapsdocument Industrie 4.0 (I40) uit 2011. Met dat plan wilde de Bondsregering Duitsland in de voorhoede van de nieuwe digitale economie houden, door honderden miljoenen te investeren in digitalisering.

‘In feite doet het Chinese regime wat elk democratisch land ook doet,’ benadrukt Zenglein daarom. ‘De CCP probeert het landsbelang en de welvaart van haar burgers zo goed mogelijk te borgen. Staatsbemoeienis met de economie is in opkomende economieën helemaal niet ongewoon. Het probleem is dat China op veel gebieden niet doet wat wij graag zouden zien. Het blijft zijn eigen markt afschermen en wordt onder het bewind van Xi Jinping autocratischer. Dat creëert steeds meer frictie nu China wil opschuiven van goedkope naar hoogwaardige productie.’

Technologietransfer

Een van de Chinese strategieën om de technologie in handen te krijgen die het nodig heeft om een kennisgrootmacht te worden, is het opkopen van bedrijven die daarover al beschikken. Ook Europese universiteiten werken regelmatig samen met Chinese onderzoekers die zelfs banden hebben met het leger, zo blijkt uit het door Follow the Money gecoördineerde onderzoeksproject China Science Investigation

‘Hoe problematisch dat overnamebeleid is, hangt af van de sector,’ nuanceert Zenglein. ‘Als een Chinees bedrijf een Nederlandse witgoedfabrikant opkoopt, is er niet veel reden om ongerust te zijn. We moeten niet opeens moeilijk gaan doen over een overnamebod alleen omdat de beoogd koper een Chinees bedrijf is en niet Amerikaans.’

Maar, zegt hij met nadruk: ‘Het wordt natuurlijk een ander verhaal als er achter zo’n overnamepoging een technologietransfer steekt, in een sector die door de Chinese staat als strategisch belangrijk is aangeduid.’

"Chinese bedrijven stampen in Europa dochterondernemingen uit de grond, als springplank om hier het innovatiesysteem te kunnen aanboren"

Om meer zicht te krijgen op de koers die we van de Chinese staat kunnen verwachten, bestudeerde het MERICS recente Chinese beleidsdocumenten. Daarin waarschuwt het ministerie van Industrie & Informatietechnologie dat de ontwikkeling van hun eigen technologie in sleutelsectoren als robotica en software te langzaam gaat.

Eind april publiceerde het Duitse onderzoeksinstituut een analyse van Chinese investeringen in Europa in 2021. Nederland speelde dat jaar een hoofdrol vanwege de verkoop van de huishoudapparatuur-divisie van Philips aan de in Hong Kong gevestigde vermogensinvesteerder Hillhouse Capital. 

Belangrijker: de afgelopen twee jaar signaleerde het MERICS een structurele verschuiving van directe bedrijfsovernames naar Chinese bedrijven die dochterondernemingen in Europa uit de grond stampen. Die omslag zou gedreven worden door ‘de noodzaak om te integreren in Europese toeleverketens’, omdat ‘batterijen, bijvoorbeeld, duur zijn om te verschepen’ – maar vooral als ‘springplank om het Europese innovatiesysteem te kunnen aanboren’.

Een wake-up call van 43 miljard 

Het grootste probleem waarmee Europa zich nu geconfronteerd ziet, is dat onze liberale markteconomieën niet geschikt zijn om te concurreren met een diffuus netwerk van staats- en private bedrijven, aan de overheid gelieerde banken en de verstrengeling van economische en politieke doelen die voor Beijing doodnormaal is, waarschuwt Zenglein: ‘Onze economische verdedigingsmiddelen zijn niet toegerust om zulke vormen van staatskapitalisme te lijf te kunnen.’

Gelukkig, zegt Zenglein, begint de Europese politiek langzaamaan wakker te worden. In Duitsland blokkeerde de toenmalige minister van Economie Sigmar Gabriel (SPD) in 2016 de verkoop van de strategisch belangrijke robotbouwer Kuka aan een Chinees koelkastbedrijf. Wat moest een witgoedfabrikant immers met complexe Duitse robottechnologie?

Maar cruciaal voor Europa’s wake-up call was de overname van de Zwitserse chemie-multinational Syngenta in 2015. Dat kwam in handen van de in Beijing gevestigde China National Chemical Corporation (ChemChina): een groot staatsbedrijf dat chemicaliën, rubber, landbouwmiddelen en autobanden produceert. Dat was met 43 miljard euro de grootste Chinese bedrijfsovername ooit. De koop werd gefinancierd door Chinese staatsbanken, op voorwaarde dat het nieuwe fusiebedrijf dan weer zou samensmelten met het eveneens door de staat gerunde olieconglomeraat Sinochem Group. 

Zo wist China het grootste olie- en chemicaliënbedrijf ter wereld te creëren, en had het in een klap de beschikking gekregen over een waaier aan moderne Europese landbouwtechnologie, genetisch gemanipuleerde zaden, gewasbestrijdingsmiddelen en moderne kunstmest. Volgens Zenglein was deze fusiestrategie al glashelder aangekondigd in Made in China 2025.

‘China gebruikt ons liberale handelssysteem tegen ons. Je lijkt zaken te doen met een privaat bedrijf, maar zit met de staat aan tafel’

Desondanks werd het Chinese overnamebod door maar liefst 95 procent van de aandeelhoudersvergadering van Syngenta geaccepteerd.

Zenglein: ‘China gebruikt ons liberale handelssysteem tegen ons. Ze weten donders goed dat aandeelhouders een bod dat ver boven de marktwaarde ligt, nooit zullen weigeren. We weten eveneens dat die overnames op de achtergrond vaak worden gesteund door de overheid in Beijing. Vanuit Europees gezichtspunt is het uiterst moeilijk geworden om te bepalen met wie je nu eigenlijk te maken hebt. Je lijkt zaken te doen met een privaat bedrijf, maar je zit in feite met de staat aan tafel.’

Zenglein is daarom blij dat de Europese Commissie eindelijk politieke actie heeft ondernomen: sinds oktober 2020 is het EU Foreign Direct Investment (FDI) Screening Mechanism van kracht. Daarmee kunnen alle buitenlandse investeringen in EU-lidstaten aan vergaand onderzoek worden onderwerpen en getoetst.

"Onze economische verdedigingsmiddelen zijn niet toegerust om zulke vormen van staatskapitalisme te lijf te kunnen"

Het mechanisme is nog verre van perfect, meent hij. Europese landen hebben immers altijd het laatste woord inzake veiligheidskwesties en de Europese Commissie kan verdachte investeringen niet zelf blokkeren. Wetgeving als deze geeft echter een belangrijk signaal: het laat China zien dat het in Europa geen vrij spel meer heeft.

‘Zo’n screeningmechanisme op Europees niveau is een erg slimme zet,’ stelt de Duitse econoom. ‘De Chinezen geven er de voorkeur aan om bilateraal afspraken te maken met de regeringen van de lidstaten. Als blok staat de EU veel sterker. De gelaagde complexiteit van onze instituties en alle belangen die elkaar in evenwicht houden, werken dan in ons voordeel.’

Zenglein denkt na, kiest zijn woorden zorgvuldig. In maart 2021 plaatste de Chinese regering ook het MERICS op een sanctielijst, als wraak voor Europese acties tegen mensenrechtenschendingen in de semi-autonome provincie Xinjiang. ‘China is niet van plan om onze normen en waarden te omarmen,’ besluit Zenglein. ‘Het is een land dat handelt vanuit eigenbelang en dat is niet per definitie slecht. Maar dan moet Europa wel weer leren om hetzelfde te doen.’