© CC0 (Publiek domein)

  • Meer artsen opleiden ja, meer afgestuurden geneeskunde nee, de bottleneck ligt bij de specialisatieplaatsen.

Nederlandse medisch specialisten ontvangen een hoger salaris dan specialisten in andere Europese landen. Dat komt omdat het aanbod van artsen in ons land relatief laag is. Naar aanleiding van eerdere publicaties op FTM plaatst GroenLinks het onderwerp opnieuw op de agenda: zij willen de zorgkosten verlagen door meer artsen op te leiden.

In vergelijking met andere Europese landen werken er in Nederland relatief weinig medisch specialisten. Aan tandartsen is zelfs een nijpend tekort: die moeten uit het buitenland worden gehaald om aan de vraag van patiënten te kunnen voldoen.

De reden daarvoor is dat er voor medische opleidingen een zogeheten numerus fixus geldt: ieder jaar wordt er maar een beperkt aantal studenten toegelaten tot de opleidingen. Zo blijft de aanwas van artsen beperkt. 

In een rapport uit 2012 gaat Onderzoeksinstituut SEO dieper in op de hoeveelheid specialisten en de vergoeding die zij gemiddeld voor hun werk ontvangen. Zo bleken er in Nederland 0,98 medisch specialisten per duizend inwoners te werken; daarvan werkt 57 procent op vrijgevestigde basis. In Engeland lag het aantal specialisten nog lager, met 0,91 specialisten per duizend inwoners. Ter vergelijking: als je alle landen die door onderzoeksinstituut SEO onder de loep zijn genomen samen bekijkt, bedraagt het gemiddelde 1,67.

Nederland en Engeland zijn niet ontoevallig ook de landen waar specialisten de hoogste beloning ontvangen: in 2014 — het jaar met de meest recente cijfers van het CBS — maakten Nederlandse vrijgevestigde medisch specialisten gemiddeld zo’n 194.900 euro winst. Daarmee zijn ze koplopers in Europa. Wel zijn er grote verschillen tussen specialismen: met 167.600 euro winst per jaar brengen dermatologen het er in ons land een stuk bekaaider af dan bijvoorbeeld anesthesisten: die gaan jaarlijks naar huis met gemiddeld 217.500 euro. Ook cardiologen verdienen goed: zij ontvingen in 2014 gemiddeld 210.600 euro aan inkomen.

‘Hoe meer artsen, hoe lager het inkomen’

In het onderzoeksrapport concludeert SEO: ‘Er is een sterke samenhang tussen de bruto-inkomsten en het aantal artsen: hoe meer artsen, hoe lager het inkomen.’ Zo bleken specialisten in Duitsland (2,29 per duizend inwoners) gemiddeld 160.253 euro bruto per jaar verdienen. Dit terwijl zij voor dat geld evenveel uren werken en net zo productief zijn als hun Nederlandse collega’s.

De inkomsten van specialisten in loondienst liggen meer in lijn met die van artsen in andere landen. In Groot-Brittannië, waar de gezondheidszorg is genationaliseerd, ontvangen specialisten in loondienst veruit het hoogste salaris. Nederland staat op een tweede plek. Het verschil met andere landen is evenwel maar enkele duizenden euro’s.

De discussie over de numerus fixus voor medische opleidingen keert met enige regelmaat terug op de politieke agenda. In 2009 overwoog toenmalig minister van Volksgezondheid Ab Klink om de toelating tot de medische studies te versoepelen of zelfs volledig vrij te geven. Door een toename van medisch specialisten hoopte Klink de hoge inkomens te reduceren.

Een jaar later, in 2010, adviseerde de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) om de numerus fixus binnen vijf jaar af te schaffen: dat zou ‘nodig zijn voor de toekomst van de zorg’. Ook de inspraak van de beroepsgroep inzake het aantal nieuwe medisch specialisten dat wordt opgeleid, bleek de Raad een doorn in het oog: ‘De beroepsgroep zou wat de Raad betreft nog wel een stem moeten hebben in het bepalen van de kwaliteit van de opleiding, maar niet meer in het bepalen van de hoeveelheid medische specialisten die nodig zijn.’

Zo ver wilde Edith Schippers, de opvolger van Ab Klink, echter niet gaan. Sterker: Schippers besloot om de numerus fixus niet af te schaffen. Wel kwam ze in 2012 met een aanpassing: er bleef weliswaar een limiet bestaan op het aantal nieuwe studenten, maar de loting werd vervangen door een selectie op basis van motivatie en eindexamencijfers.

Hoe bepaalt de beroepsgroep mee over de aantallen die worden opgeleid?

Vertegenwoordigers van de medische beroepsvereniging hebben zitting in het zogenoemd Capaciteitsorgaan. Dat brengt eens in de drie jaar advies uit aan de minister over het aantal benodigde opleidingsplekken. Hoewel dit advies zwaar weegt, hebben de ministers wel de beleidsvrijheid om dit naast zich neer te leggen.

De besluitvorming over het advies van het Capaciteitsorgaan is versnipperd: zo beslist het ministerie van Onderwijs over de toelating tot de bacheloropleiding geneeskunde. Het ministerie van Volksgezondheid moet een besluit nemen over het aantal plekken voor de vervolgopleiding tot huisarts of medisch specialist. 

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving wil niet dat vertegenwoordigers van de medische beroepsgroep meebeslissen over het aantal nieuwe medisch specialisten dat wordt opgeleid. In 2010 schreef de RVS hierover het volgende: ‘de minister van VWS [moet] de samenstelling en de positie van het Capaciteitsorgaan – die op dit moment de benodigde aantallen artsen en medisch specialisten raamt – heroverwegen.’

Het Capaciteitsorgaan adviseerde in 2016 om het aantal plaatsen voor zowel de bacheloropleiding als de vervolgopleiding te verlagen. Dat advies werd door het ministerie van Volksgezondheid wél opgevolgd, maar door het ministerie van Onderwijs niet. In 2016 was er daarom voor 5102 basisartsen geen plaats in de vervolgopleiding tot medisch specialist. 

Lees verder Inklappen

GroenLinks probeert het onderwerp — mede door publicaties op FTM — op de agenda te houden. Daarom stellen Kamerleden Corinne Ellemeet en Zihni Özdil Kamervragen over dit onderwerp aan de ministers van Onderwijs en Medische Zorg. GroenLinks onderstreept hierbij dat de numerus fixus bijdraagt aan ‘het zeer hoge salaris van artsen en andere medisch specialisten en daarmee aan onze collectieve zorgkosten’.

Özdil: ‘Op dit moment verdienen Nederlandse artsen een vrij hoog salaris omdat de toestroom van nieuwe artsen laag wordt gehouden. Als we meer studenten toelaten tot de opleiding, dan kunnen de zorgkosten omlaag. Natuurlijk duurt het wel even voordat die studenten de arbeidsmarkt zullen betreden, daarom is dit een investering voor de langere termijn. Ik zou graag zien dat de minister laat onderzoeken hoeveel extra opleidingsplaatsen er nodig zijn om de investering te laten dekken door de daarmee bereikte lagere zorgkosten.’

"Van alle nieuwe tandartsen die ons land in 2016 telde, had 54 procent het diploma behaald in een ander land"

De discussie gaat verder dan alleen de hoogte van het salaris. Ook om de kwaliteit van zorg te waarborgen, is het nodig dat het aanbod op peil wordt gehouden — een probleem dat vooral voorkomt in de mondzorg. Wegens de numerus fixus voor de opleiding tandheelkunde worden er slechts 239 studenten per jaar opgeleid. Dat is onvoldoende om aan de vraag van patiënten te voldoen: ons land is sterk afhankelijk van buitenlandse tandartsen. Van alle nieuwe tandartsen die ons land in 2016 telde, had 54 procent het diploma behaald in een ander land dan Nederland — bij andere medische beroepsgroepen is het gebruikelijk dat slechts 5 tot 6 procent een buitenlands diploma heeft. In totaal zijn er in Nederland ongeveer negenduizend tandartsen werkzaam, waarvan er ongeveer drieduizend uit het buitenland komen.

Antwoord van de minister

Bruno Bruins, de minister van Medische Zorg en Sport, heeft inmiddels geantwoord op de Kamervragen van GroenLinks. De minister is van mening dat de numerus fixus voldoende ruim wordt vastgesteld: ‘Net als de afgelopen jaren is het uitgangspunt een maximale inzet op opleiden van professionals, waarbij het maximumadvies van het Capaciteitsorgaan wordt gevolgd. In een aantal gevallen worden meer plaatsen beschikbaar gesteld dan het maximumadvies. Het beleid van de afgelopen jaren heeft voor relatief veel nieuwe artsen in opleiding gezorgd waardoor het aantal specialisten de komende jaren nog toeneemt.’ Op de vraag of hij het eens is met de stelling dat de numerus fixus bijdraagt aan de hoge salarissen van artsen, geeft Bruins geen antwoord. 

De salarissen van bestuurders in de zorg zijn de afgelopen jaren flink gekort door de invoering van de Wet normering topinkomens. Die wet regelt dat bestuurders niet meer dan 100 procent van een ministerssalaris mogen verdienen. Voor een dergelijke ingreep hoeven medisch specialisten echter niet te vrezen, want als het aan Bruins ligt blijven ze voorlopig buiten schot. Zo schrijft hij in antwoord op de Kamervragen: ‘Zorg van goede kwaliteit in combinatie met beperking van de zorgkosten is een breed thema. De Commissie Meurs heeft hierover opgemerkt dat de oplossing van dit vraagstuk niet alleen kan worden gevonden bij ingrepen in de bezoldigingen van medisch specialisten of hun arbeidsverhouding.’

‘Niet alleen’ impliceert nog altijd dat de oplossing ten minste deels wel in de bezoldiging van medisch specialisten kan worden gevonden – maar daarover schrijft Bruins geen woord. En zo ligt de bal weer terug in de politieke arena.

Over de auteur

Jeffrey Stevens

Gevolgd door 262 leden

Jaagt op mensen en systemen die de Nederlandse zorg schade toebrengen.

Lees meer

Volg deze auteur
Dit artikel zit in het dossier

Wat maakt onze zorg zo duur?

Gevolgd door 842 leden

In het dossier 'wat maakt onze zorg zo duur?' doen wij onderzoek naar de zorgkosten. Ieder jaar geven we met z'n allen weer m...

Lees meer

Volg dossier

Dit artikel krijg je cadeau van Follow the Money.

Diepgravende onderzoeksjournalistiek kost tijd en geld. Steun ons en

word lid