© ANP / Bart Maat

    Ook jouw gemeente krijgt steeds meer taken en dus macht. Lokale journalisten zijn steeds minder in staat om deze macht te controleren. Daarom gaat Follow the Money lokaal.

    Veel boeren en burgers in het Groningse aardbevingsgebied wachten op actie van de Nederlandse staat, wat de vergoeding van hun aardbevingsschade betreft. Waarschijnlijk kunnen ze beter zelf in actie komen.

    Het gaat goed met de Nederlandse landbouw. Volgens onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek en Wageningen Economic Research bereikten exporten in 2017 een recordniveau van bijna 92 miljard euro: een ongelofelijke toename van zo’n 40 procent in de afgelopen tien jaar. Zo’n twintig procent van die export komt voor rekening van de Nederlandse zuivel- en vleessector.

    Er staat wel iets tegenover al die rijkdom: er zijn steeds minder boeren. Door schaalvergroting is het aantal boerderijen al jaren gestaag aan het dalen. In de periode 1950-2014 ging dat met gemiddeld 15 bedrijven per dag; in de afgelopen tien jaar is dat iets minder, zo’n 10 bedrijven per dag.

    Feitelijk kun je constateren dat de ruilverkaveling nooit is opgehouden: percelen worden steeds groter, de boeren die overblijven zijn steeds meer managers van enorme, technisch hoogstaande bedrijven geworden.  

    Van die enorme boerenbedrijven is eenderde te vinden in Noord-Nederland. Zo waren er in Groningen in 2016 zo’n 3.000 boerderijen. Tezamen namen die dat jaar een kleine 10 procent van de totale exportwaarde van de Nederlandse landbouw voor hun rekening. Wie rond rijdt in Groningen, ziet dan ook vooral akkers en velden: de provincie is voor tachtig procent agrarisch en wordt bevolkt door aardappelboeren en rundveehouders.

    Klijn heeft ruim 100.000 euro geïnvesteerd in het weer vlak leggen van zijn landerijen

    Maar die laatsten hebben te maken met een structureel probleem — dat steeds groter wordt.

    De veehouderij in het noorden is sowieso kwetsbaar. Het gemiddeld inkomen over 2011-2015 was laag; de solvabiliteit van melkveebedrijven is er met 64 procent lager dan in de rest van Nederland. Dat komt onder meer doordat melkveehouders in het noorden minder koeien per hectare hebben lopen.

    In principe zou dat nog wel te rooien moeten zijn, maar in Groningen hebben de boeren een extra probleem: het rommelt onder de grond. Bijna alle veehouders hebben last van verzakkende percelen en lekkende mestkelders. En er is niemand die weet wat je daar aan moet doen.

    Hoe Leon Klijn het opnam tegen de aarde

    Laat ik als voorbeeld Leon Klijn (42) uit Godlinze nemen. Deze agrariër bouwde in het jaar 2000 een nieuwe melkveehouderij. Klijn had nagedacht over de bevende grond en scheurende fundamenten in het Groningse. Hij zette zijn mestkelders daarom in overleg met architecten op met muren van 25 centimeter dikke, dubbel bewapende betonwanden.

    Maar tevergeefs. Het grondwater en de gier sijpelen er nu al door. De gehele onderbouw van het bedrijf van Klijn is aan het scheuren, zowel door directe als indirecte aardbevingsschade. Het Centrum Veilig Wonen is langs geweest om de schade te bekijken, heeft hier en daar wat geplamuurd, en dat was het dan. De scheuren piepen nu alweer door de plamuur heen.

    En dan heb je nog de bodemdaling: door de aanhoudende aardbevingen, met als klapper de aardbeving van Huizinge in 2012, is de boel stelselmatig aan het verzakken. Klijn heeft met de jaren ruim 100.000 euro geïnvesteerd in het weer vlak leggen van zijn landerijen en het op orde brengen van afwateringspijpen. Het CVW betaalde geen cent aan deze reparaties mee: het zou geen aardbevingsschade betreffen. De investering biedt daarnaast slechts tijdelijk soelaas, want Klijns landerijen verzakken iedere dag een stukje verder. Zijn nieuwe drainage-systeem functioneert nu al voor een groot deel niet meer.

    Aardbevingsbestendig bouwen is voor boeren in Groningen niet te doen

    Het experiment van boer Leon Klijn uit Godlinze bevestigt: aardbevingsbestendig bouwen is niet te doen voor boeren in Groningen. Als de extra verstevigde mestkelders van Klijn nu al breken en scheuren, laat het zich raden hoe de rest van de mestkelders in het aardbevingsgebied er aan toe is. 

    Stinkende stallen

    Volgens de stichting Boerenbelang Mijnbouwschade zijn er honderden boerenbedrijven met vergelijkbare of ergere schade dan het bedrijf van Klijn. De stichting heeft geen precieze cijfers, maar schat in dat het meerendeel van de mestkelders van veehouders lekt. De totale schade aan fundamenten, mestkelders etcetera loopt voor veebedrijven in het aardbevingsgebied in de tientallen miljoenen, misschien wel honderden miljoenen. Schade waar de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) verantwoordelijk voor is. Want of het nu bemalingsschade, bodemdalingsschade of rechtstreekse aardbevingsschade is, uiteindelijk is alles terug te voeren op de gaswinning uit het steeds onrustiger Slochteren-gasveld. 

    De aardbevingsschade heeft de op het oog gezonde, goed draaiende Groningse melkveehouderij doodziek gemaakt. Maar dat is niet alles. Varkensbedrijven zijn in het noorden in de minderheid, maar daar is de situatie nog ernstiger. Koeienmest is vezelig en wil lekkende kelders nog wel eens dichten; varkensmest is vloeibaar, rijk aan ammoniak en loopt overal doorheen.

    Ik bezocht de prijswinnende biggenfokkerij van de gebroeders Hoving in het aardbevingsgebied, waarvan de stal overdwars doormidden gespleten is. De ammoniakdampen waren er bijna te snijden: het klimaatsysteem, dat voor frisse lucht moet zorgen, kan de dampen uit de gescheurde mestkelder niet aan. Ook de ondersteuning van de roosters, waar de varkens op rondlopen, is ernstig beschadigd. Mens en dier lopen het risico om in de mestkelder terecht te komen. Het is een kwestie van tijd voor er biggen gaan verdrinken in de vloeibare mest. 

    Het lukt maar nauwelijks om de stal leefbaar te houden: alle investeringen gaan door aardbevingsschade verloren.

    "De Groningse veehouders wíllen de schade wel repareren, maar dat kán niet"

    Boeren houden niet van overdrijven

    De Groningse veehouders wíllen de schade aan hun mestkelders wel repareren, maar dat kán niet. Het stoppen van de bedrijfsvoering en tijdelijk elders onderbrengen van hun dieren zou immers leiden tot enorme gevolgschade. En voor dergelijke schade is de NAM op dit moment helemaal niet aansprakelijk te stellen.

    Ondanks deze reusachtige problemen heeft het heel lang geduurd voor Groningse boeren uit het aardbevingsgebied zich verenigden en met hun verhaal naar buiten kwamen. Boeren zijn harde werkers, met een hekel aan overdrijven. Als een Groningse boer je vertelt dat het ‘niet best’ is met zijn bedrijf, bedoelt hij dat er flinke schade is. Dat hij al tienduizenden euro’s, zo geen tonnen aan reparatiekosten kwijt is. Aangezien ‘Randstadjers’ heel anders omgaan met drama om aan te geven dat ze een probleem hebben, heeft Den Haag de geluiden uit Groningen heel lang geïnterpreteerd als ‘er is weinig aan de hand’.

    De Haagse ambtenarij keek dan ook vreemd op toen de maat vol was en Groningse boeren aan het begin van dit jaar met hun trekkers Den Haag bezochten. Dit gebeurde tijdens de hoorzitting over de afhandeling van de aardbevingsschade, waarbij Shell, NAM en ExxonMobil door Kamerleden gehoord werden.

    Boer Ate Hylke Kuipers (64) van de stichting Boerenbelang Mijnbouwschade eiste toen, dat de schade zo snel mogelijk en zo ruim mogelijk zou worden vergoed. Hij sprak van een Deltaplan van 60 miljard, vooral om aan te geven hoe groot het probleem is.

     Shell en ExxonMobil zijn oliereuzen, geen liefdadigheidsinstellingen

    Natuurlijk weten de boeren ook wel dat de staat geen geld heeft voor zo’n Deltaplan. De staat is immers in de jaren vijftig naar olie gaan zoeken, om de Zeeuwse Deltawerken te kunnen betalen; toen werd er gas gevonden. De opbrengsten van dat gas heeft de staat niet meer, want de gaskraan gaat dicht. En Shell en ExxonMobil zijn oliereuzen, geen liefdadigheidsinstellingen. Ook al zijn ze verantwoordelijk voor de schade, de multinationals zullen alles in het werk stellen om onder vergoeding uit te komen.

    De grootste wanbetaler van Nederland

    Begin dit jaar waren akkerbouwers Wiard Kraak (36) en Margreet Kadijk (29) even nieuws. Het koppel woont al anderhalf jaar met hun zoontjes in een container van 140 vierkante meter, op het erf van hun rijksmonumentale boerderij in Garrelsweer. De reden: het huis is onbewoonbaar verklaard. De boerderij van het gezin ziet er keurig netjes uit en wordt al generaties lang met liefde onderhouden, maar nu wordt het waarschijnlijk opgegeven.

    Kraak en Kadijk zijn niet de eerste boeren die dit overkomt: de NAM speelt al decennia dit spelletje met Groningse agrariërs. Veel kapitale boerderijen in het aardbevingsgebied zijn ‘op staal’ gebouwd. Dat betekent dat ze op traditionele, gemetselde bakstenen fundamenten in de Groningse klei staan. Dat was een prima, duurzame oplossing, tot de aardbevingen begonnen. Door cumulatieve schade worden juist deze boerderijen steeds gevaarlijker.

    De NAM weet dit. Onze nationale gasboer weet ook hoeveel het gaat kosten om een traditionele, kapitale boerderij als die in Garrelsweer aardbevingsveilig te maken, en wat het kost om een mestkelder lekdicht te maken. Dan ben je met één of twee miljoen niet klaar. De NAM heeft hier een oplossing voor bedacht: gewoon niet betalen en tijd rekken.

    Boerengezinnen met aardbevingsschade worden niet geholpen tot hun boerderij zo onveilig wordt, dat de gemeente gedwongen is het pand onbewoonbaar te verklaren. Het boerengezin kan in een keet gaan wonen op het eigen erf, tot het ten einde raad maar de tent voor een habbekrats verkoopt aan de NAM. Waarna de grootste wanbetaler van Nederland de boel sloopt. Of het een rijksmonument is of niet, maakt ze niet uit.

    De klokt tikt voor de Groningse boeren

    De NAM heeft de tijd; boeren niet. De boerenpopulatie is landelijk aan het vergrijzen. Volgens het CBS is van de kleine 51.000 bedrijfshoofden in de agrarische sector, meer dan 26.000 boven de 55 jaar. Iets meer dan de helft dus. Één op de vijf bedrijfshoofden is een 65-plusser; bijna duizend boerenbedrijven in Nederland worden zelfs gerund door een 80-plusser.

    Daar staat tegenover dat er steeds minder jonge bedrijfshoofden zijn. Minder dan vier procent van de Nederlandse boeren is jonger dan 35 jaar. Dat komt aan de ene kant doordat er een steeds langere aanloop is naar daadwerkelijke bedrijfsovername: een reusachtig hi-tech bedrijf overnemen is immers begrotelijker en lastiger dan een boerderij met twintig koeien. Aan de andere kant: steeds minder boerenzonen en -dochters hebben zin om het vak van hun ouders in te gaan. 

    De staat kan een vuist maken tegen de NAM

    Ook de Groningse boeren worden oud; de klok tikt. Er zijn er veel die willen stoppen, maar ze kunnen hun doodzieke bedrijf aan de straatstenen niet kwijt. In hun hoofd hebben veel agrariërs daarom al afscheid van hun kapitale boerderij genomen. Ze maken zich op om hun bedrijf voor ver onder de prijs te verkopen aan de buurman. Versnelde schaalvergroting dus.

    De laatste hoop voor de Groningse boeren op enige financiële compensatie die in verhouding staat tot de schade, is een megaclaim tegen de NAM. De stichting Boerenbelang Mijnbouwschade bereidt deze al enige tijd voor; bij voldoende aanmeldingen en deelname hoopt de stichting deze ook daadwerkelijk in te dienen. De Nederlandse staat kan de claim vervolgens inzetten om een vuist tegen de NAM te maken.

    De meest eenvoudige, doeltreffende maatregel die minister Eric Wiebes van Economische Zaken op dit moment kan treffen: hij kan weigeren de aardgasbaten aan de NAM uit te keren, en het geld reserveren voor Groningen in een Deltafonds. Daarmee zou een reusachtige slag gemaakt kunnen worden, ook voor de Groningse boeren. Maar dat levert de Staat een ongemakkelijke spagaat op: ze is immers ook mede-eigenaar van de Russische Nordstream-gaspijpleiding, die Shell wil gaan helpen verbreden.

    Eric Wiebes staat dus voor een tweesprong. Hij kan laten zien dat hij het lot van de Groningers daadwerkelijk belangrijker acht dan de winst van twee oliereuzen, óf tegen beter weten in blijven marchanderen met de NAM, in de hoop dat het bedrijf een socialer gezicht laat zien.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Sam Gerrits

    Gevolgd door 295 leden

    Journalist en geochemicus. Deed meer dan tien jaar onderzoek in Afrika, Zuid-Amerika en op de Noordzee.

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg Sam Gerrits
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Aardgas in Groningen

    Gevolgd door 504 leden

    Naar aanleiding van tips van lezers is Follow the Money gedoken in de ondoorzichtige wereld van de Groningse gaswinning en de...

    Lees meer

    Volg dit dossier en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg dossier