Still uit ‘Modern Times’, 1936
© Charly Chaplin

Laat meningsvorming niet over aan tech-monopolisten

1 Connectie

Onderwerpen

Facebook
38 Bijdragen

Facebook floreert bij ophef: hoe meer reuring, hoe meer data. Maar ook door het tempo van de machinerie raakt het debat snel oververhit; er is amper tijd om op adem te komen, geen ruimte voor reflectie. Maar wat Hans Schnitzler vooral verbaast, is dat mensen vrijheid van meningsuiting claimen in een ruimte waar iedereen digitaal wordt uitgekleed.

Het klimaat op sociale media is onstuimiger en meer gepolariseerd dan ooit. Dat is niet alleen de indruk van deze vrolijk twitterende columnist, die zich de laatste maanden een slag in de rondte mute teneinde zijn tijdlijn zoveel mogelijk te vrijwaren van haatzaaiende trollen en dolgedraaide viruswaanzinnigen, maar blijkt ook uit onderzoek. In een informatieve serie in NRC Handelsblad laat tech-journalist Wouter van Noort verschillende specialisten aan het woord ter duiding van de online ‘woedeporno’.

Deels lopen dergelijke verklaringen langs bekende lijnen: voor wie ronddraait in zijn eigen digitale bubbel, fungeert internet als echoput. Persoonlijke denkbeelden en voorkeuren worden voortdurend teruggekaatst en bevestigd, met als gevolg dat die denkbeelden en voorkeuren obsessieve trekjes krijgen. Sociale media verworden aldus tot een snelkookpan voor het eigen Grote Gelijk.

Dan is er nog de inmiddels triviale constatering dat de algoritmische receptuur van Big Tech een voorkeur heeft voor radicale brouwsels. Immers: hoe groter de onzin of hoe extremer de uitlating, des te meer verkeer lees: data het netwerk genereert. Dat dit verdienmodel in belangrijke mate bijdraagt aan de vergiftiging van het virtuele leefklimaat werd recent weer eens onderstreept. In The Guardian verschenen kort na elkaar twee artikelen waaruit blijkt dat Facebook een katalysator is voor Holocaust-ontkenning en corona-desinformatie.

De Facebook-machinerie is zo afgesteld dat zij blijvend een ‘gezonde’ dosis ophef en verontwaardiging produceert

Dat Mark Zuckerberg stereotype en discriminerende afbeeldingen als Zwarte Piet van zijn mondiale smoelenboek heeft verbannen, doet hier niets aan af. Sterker nog, ik vrees dat zijn politiek-correcte pirouette met blackface gelezen moet worden als de opzichtige poging van een recidivist die strafverzwarende maatregelen denk aan het opbreken van zijn imperium probeert te vermijden, zoals ik onlangs in de Volkskrant betoogde. Door zijn goede wil te tonen, hoopt hij zijn criticasters de wind uit de zeilen te nemen en mogelijk overheidsingrijpen te voorkomen.

Maar laten we elkaar vooral geen zand in de ogen strooien: Zucks prioriteit is groei, en daartoe zal hij zijn Facebook-machinerie dusdanig moeten afstellen dat ze blijvend een ‘gezonde’ dosis ophef en verontwaardiging produceert. Het uitvergroten van tegenstellingen roept nu eenmaal meer belangstelling en reuring op dan het overbruggen ervan.

‘Dichter bij elkaar’

Wat ook niet bijdraagt aan harmonieuze omgangsvormen in sociale media-sferen, is dat Zuckerberg de wereld opzadelde met een medium waarvan het ontwerp gebaseerd is op gemankeerde aannames over de sociale inborst van de mens. Zijn adagium dat hij de wereld ‘dichter bij elkaar wil brengen’ en dat dit ideaal is te bereiken door een vorm van hyper-connectiviteit en voortdurende zichtbaarheid, zou weleens de bron kunnen zijn van toenemende animositeit tussen mensen.

Naarmate we elkaar dichter op de huid zitten, zal de ander meer in de weg staan

Dat heeft alles te maken met wat de Franse wijsgerig antropoloog René Girard mimetische begeerte noemt. Volgens hem begeren we vaak iets omdat een ander het begeert, en naarmate we elkaar dichter op de huid zitten, zal de ander meer in de weg staan van die begeerte en daarmee aanleiding geven tot gevoelens van afgunst of zelfs haat. Voor Girard staat deze dynamiek aan de basis van geweld. Etalages als Facebook of Instagram zijn uiteraard ideale omgevingen om deze mimetische begeerte tot grote hoogten op te stuwen.

In meer algemene zin geldt dat betrokkenheid met en aandacht voor elkaar slechts kunnen gedijen bij enige mate van rust en distantie. Wie zich op een betekenisvolle manier wil verhouden tot de ander, heeft tijd en ruimte nodig om prikkels te verwerken. Deels doen we dat door opgedane indrukken in het handelen te laten afvloeien; actie van de een vraagt om een – als het even kan – bedachtzame reactie van de ander. De info-apocalyps waar Zuck en de zijnen ons aan onderwerpen, maakt dit nagenoeg onmogelijk; ze vernietigt de ruimte om even op adem te komen en ons te bezinnen op mogelijke handelingsalternatieven.

Op hol

De socialemedia-mens wordt blootgesteld aan informatie- en communicatiestromen die hij niet meer kan bijbenen, met als gevolg dat zijn gedrag nog het meest doet denken aan de oververhitting waaraan Charlie Chaplin ten prooi valt in de lopendeband-scène van zijn film Modern Times (1936). Wat die scène op briljante wijze duidelijk maakt, is dat een overdaad aan stimuli en het onvermogen om daar gepast op te kunnen reageren, niet alleen hyperactief maakt, maar er ook voor zorgt dat een mens zomaar op hol kan slaan. Hetzelfde geldt voor de digitale en overprikkelde werkmieren van het informatietijdperk: bij het minste of geringste dreigen we op tilt te slaan.

"Dat is toch een beetje alsof je de brandveiligheid van je huis aan een pyromaan overlaat"

Wat de motivatie van Zuckerberg ook mag zijn om iedereen met iedereen te willen verbinden (puur winstbejag, naïviteit over menselijke relaties of een combinatie daarvan): dat wij het bouwen van het grootste sociale netwerk in de menselijke geschiedenis Facebook telt inmiddels 2,7 miljard actieve gebruikers – hebben uitbesteed aan een man wiens gedrag wordt vergeleken met dat van een robot, mag omineus heten. Het is toch een beetje alsof je de brandveiligheid van je huis aan een pyromaan overlaat.

De overspannen stemming op sociale media heeft uiteraard ook maatschappelijke en sociaaleconomische oorzaken. De komst van Covid-19 gaat gepaard met gevoelens van toenemende eenzaamheid, onmacht en onzekerheid. Dergelijke gevoelens zijn te kanaliseren door op zoek te gaan naar ankers die het bestaan enige houvast geven. Zo kan men zich, bij gebrek aan goddelijke autoriteiten of grote verhalen, bekeren tot de orde der viruswaanzinnigen of zich verliezen in allerhande complottheorieën. Verongelijkt ageren tegen de Black Lives Matter-beweging (#AllLivesMatter) of de firma Bol.com in de ban doen (#BoycotBol), omdat deze weigert nog langer producten aan te bieden die als discriminerend worden ervaren, is eveneens een strategie om meer grip te krijgen in een tijd waarin veel op losse schroeven staat.

‘Mensen zijn niet boos omdat hun onrecht is aangedaan, maar omdat de boosheid hun leven zin geeft,’ schreef Arnon Grunberg ooit. Woede als zingevingsproject is evenwel niet zonder risico, want met de woede komen de wraakgevoelens. Online shaming en het virtueel opjagen van tegenstanders zijn de allerminst onschuldige manifestaties hiervan in zijn indringende boek Dit is vernederend maakt journalist Jon Ronson aanschouwelijk hoe verwoestend de virtuele rancune in de praktijk kan uitpakken.

Uitgeleverd aan tech-entrepreneurs

Wie om zich heen kijkt, ziet dat het zwelgen in veelal imaginaire identiteiten een populaire bezigheid is de mondkapjesweigeraar waant zich vrijheidsstrijder en met een trekker in je Twitterprofiel ben je al snel onderdeel van het verzet tegen klimaatdoemdenkers en boomknuffelaars. In vloeibare tijden is de behoefte aan stamverbanden groot en groeit het tribale bewustzijn. Al met al een explosief mengsel, dat vanuit de vaak anonieme schuttersputjes van internet doorsijpelt naar de fysieke wereld om daar tot ontploffing te komen. Rellende en politici intimiderende aanhangers van #VirusWaarheid zijn daar het meest recente voorbeeld van. Soms lijkt het wel alsof de alledaagse leefervaring behekst is geraakt door het binaire denken: iets is waar of onwaar, je bent voor of tegen, het is goed of fout.

Hoe geloofwaardig zijn de online roeptoeters wanneer zij zich collectief en vrijwillig in een digitale dwangbuis laten duwen?

Bij alle verklaringen over de vergaande polarisering op sociale media blijft één aspect onderbelicht: hoe zit het met de verantwoordelijkheid van de gebruiker zelf? Men schreeuwt moord en brand wanneer Facebook blackface verbant (censuur!), of Linkedin het profiel van Maurice de Hond verwijdert (schande!), terwijl men zich niet lijkt te realiseren dat commerciële platforms niet het algemeen belang dienen, maar dat van hun aandeelhouders. Wie zich voor al zijn informatie- en communicatiebehoeften volledig uitlevert aan tech-entrepreneurs, zou zich best de vraag mogen stellen hoe verstandig dat eigenlijk is.

En wat te denken van de cyberspace-ganger die met veel aplomb zijn recht op zelfbeschikking opeist, terwijl hij er tegelijkertijd geen been in ziet als bouwstof te dienen voor almachtige en datahongerige tech-reuzen, bedrijven die hem categoriseren en standaardiseren en daarmee zijn vrijheid en kritische vermogens juist inperken? Het is een vraag die veel vaker en pregnanter mag worden gesteld: wat is persoonlijke vrijheid nog waard, en hoe geloofwaardig zijn de online ‘vrijheid van meningsuiting’-roeptoeters, wanneer zij zich tezelfdertijd collectief en vrijwillig in een digitale dwangbuis laten duwen? Kortom, beste medegebruikers van al die prachtige toepassingen ter bevordering van de menselijke interactie: iets meer introspectie kan geen kwaad.

Behulpzaam uitgangspunt bij zo’n zelfonderzoek is een wijze les die Friedrich Nietzsche me ooit bijbracht: ‘De mens die niet tot de massa wil behoren, hoeft alleen maar op te houden gemakzuchtig jegens zichzelf te zijn.’ Wat dit in de praktijk kan betekenen? Dat we de filosofische deugd van het opschorten van het oordeel in de wijsgerige traditie ook wel ‘epochè’ genoemd, een vorm van scepsis nieuw leven inblazen, bijvoorbeeld door wat vaker een vraag te stellen en niet te vervallen in het ‘vergelden’ van de ene mening met de andere.

Het is zaak dat we met name jongeren een kritisch digitaal bewustzijn bijbrengen, door hen inzicht te verschaffen in de economische logica van de grote platforms en wat daar de maatschappelijke gevolgen van zijn. Dat we zelf het goede voorbeeld geven, door niet klakkeloos terug te grijpen op de diensten van tech-monopolisten als Facebook of Google, maar actief op zoek gaan naar en gebruik maken van privacy-vriendelijke alternatieven (zoals het Nederlandse Okuna of een browser als Brave). Dat we naast de privacy by design-beweging, waarbij men systemen ontwerpt met privacy als leidraad, eens nadenken over wat het betekent wanneer we public values by design als ontwerpeis stellen. En dat we, last but not least, beseffen dat gemak een groot goed is, maar dat een wereld ingericht op het optimaliseren van gebruiksgemak de gemiddelde gebruiker in een gemakzuchtige en passieve informatieconsument transformeert.

Hans Schnitzler
Hans Schnitzler
Filosoof, publicist, auteur van ‘Het digitale proletariaat’ (2015) en voormalig columnist voor de Volkskrant.
Gevolgd door 730 leden