De vleesindustrie

Van stikstofcrisis tot dierenwelzijn: Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness. Lees meer

De intensieve veehouderij speelt in veel hedendaagse vraagstukken een centrale rol: de stikstofcrisis, de uitstoot van broeikasgassen, de opkomst van zoönosen. Follow the Money onderzoekt de belangen in de dierenbusiness.

Nederland heeft de ambitie de wereld te voeden met vlees, eieren en zuivelproducten. Jaarlijks exporteren we voor ruim 16 miljard euro aan vlees (8,7 miljard) en zuivel (8,2 miljard). Daar staat tegenover dat we granen en soja moeten importeren (ter waarde van zo’n 3 miljard euro) om al onze koeien, varkens, geiten en kippen te kunnen voeden.

Intussen wordt de grootschalige vleesindustrie een steeds groter probleem. Ze legt meer en meer beslag op de schaarse ruimte, vergiftigt de bodem en het (drink)water, en staat aan de wieg van dierziekten die soms ook mensen kunnen treffen (Q-koorts). En dan de dieren zelf. Steeds minder mensen vinden het acceptabel dat ze louter omwille van onze honger naar vlees worden geboren, vetgemest en geslacht.

In dit dossier onderzoekt Follow the Money de belangen achter de vleesindustrie, of en hoe er veranderingen mogelijk zijn, en welke krachten een omwenteling in de weg staan.

6 Artikelen

Beeld © Sabine Grootendorst

Een hypermodern Belgisch mestverwerkingsconcern – met de pretentie dé oplossing voor milieuvervuiling te bieden – is volgens justitie juist de spil in grensoverschrijdende fraude met mest. Mestfraude blijkt lastig uit te bannen, en in Nederland wil het met de berechting van sjoemelaars niet erg vlotten. ‘Het grootste probleem met mestfraude is dat er een cultuur bestaat waarin die kan plaatsvinden.’ Vandaag deel 2 van een serie over de zondvloed aan mest die schade toebrengt aan de natuur en aan de economie.

Dit stuk in 1 minuut
  • Nederland is een fabriek die jaarlijks voor zo’n 16 miljard euro aan vlees, melk en eieren exporteert. Er blijft 150 miljoen kilo mest over. Een hoeveelheid die je met goed fatsoen niet op het land kwijt kunt, omdat de waterkwaliteit daar ernstig onder lijdt. Ongeveer een vijfde van de mest moet daarom worden verwerkt of geëxporteerd.
  • Voor veehouders, vooral in vee-intensieve gebieden als Oost-Brabant, is overtollige mest een grote kostenpost. Het loont daarom om te sjoemelen: door bijvoorbeeld minder mest af te voeren dan je op papier doet. En door de mest die je overhoudt illegaal uit te rijden op eigen of andermans land. 
  • In België heeft justitie het vizier op een zuivel- en mestverwerkingsconcern dat de spil lijkt te zijn in een omvangrijke fraudezaak met vertakkingen over de Nederlandse grens. De publieke verontwaardiging is er groot, evenals de politieke druk om de verdachten voor het gerecht te brengen. 
  • In Nederland was er veel opwinding nadat NRC Handelsblad in 2017 publiceerde over grootschalige mestfraude in Brabant en Limburg. Desondanks duurt het lang voor mogelijke fraudeurs worden berecht. Zal dat in deze nieuwe zaak – waarin ook Nederlanders een rol spelen – anders zijn?
  • Dit is deel 2 van een serie over mest. Deel 1, De stinkende achterkant van vleesfabriek Nederland, verscheen op 8 mei.
Lees verder

Voor de familie Quirynen in het Belgische Merksplas was het ‘een mokerslag’. Donderdag 11 februari worden de broers Frank en Bart en hun neef Jimmy om zes uur ’s ochtends van hun bed gelicht, op verdenking van grootschalige zwendel met mest.

‘Mijn cliënten zijn ontdaan,’ zegt hun advocaat Tom Hermans daags erna in de Vlaamse pers, ‘de impact van de inval is gigantisch. Mijn cliënten zitten in het verhaal van de circulaire economie, zij zijn hierin voortrekkers en zetten zwaar in op de moeilijke sector van het biogas.’

Het leven van de Quirynens draait rond de familie, landbouw en energie, zegt de advocaat. ‘Zij wilden in familieverband hun droom realiseren om hun landbouwareaal van versnippering te behoeden en op die manier leefbaar te houden.’

Het persbericht van het Antwerpse Parket spreekt op die bewuste donderdag een heel andere taal: dat gaat over mestfraude en ‘bendevorming’.

In twee grootschalige, en aan elkaar gelinkte, onderzoeken voerde de federale gerechtelijke politie Antwerpen 24 huiszoekingen uit in België. Daarnaast zijn samen met de Nederlandse autoriteiten nog eens acht invallen gedaan in Noord-Brabant, Utrecht en Limburg, waarbij onder meer banktegoeden, voertuigen en onroerend goederen in beslag zijn genomen. In totaal zeventien mensen zijn opgepakt. 

De hele keten in handen

Een van de onderzoeken richt zich op een groep bedrijven in akkerbouw, veeteelt, zuivelproductie en mestvergisting met een hoofdkwartier in Merksplas, in de Vlaamse Kempen. Het Parket: ‘Zij hebben met andere woorden de hele keten van A tot Z in handen en dat maakt de groep erg fraudegevoelig.’ Het Vlaamse dagblad De Tijd weet meteen de naam: de Quirynen Groep.

Het tweede onderzoek heeft betrekking op een bedrijf dat in de Antwerpse haven een van de grootste mestverwerkers van Europa exploiteert, en dat nauw verweven is met de Quirynen Groep. Dit bedrijf heet Fertikal. Het heeft de Nederlandse melkveehouder Peet Willemse als een van zijn bestuurders en twee vestigingen in Nederland: de voormalige mestvergister Biomoer in het West-Brabantse Moerstraten en het nog actieve vergistingsbedrijf Clean Minerals Bio Energy in Esbeek, in de Brabantse gemeente Hilvarenbeek. 

Bij Clean Minerals doen de Nederlandse politie en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een huiszoeking. ‘Wij denken dat Nederlandse en Belgische bedrijven samenwerken om fraude te plegen, en daarom komen we nu gezamenlijk in actie,’ zegt een woordvoerder tijdens de inval voor de eigen camera’s. De NVWA voelt zich blijkbaar zeker van haar zaak.

In zijn persbericht duidt het Antwerpse Parket het probleem áchter het gesjoemel met mest: het grote overschot in Vlaanderen en Nederland.

Vanuit criminologisch perspectief wordt mest gelijk aan afval

Om natuur, grond- en oppervlaktewater te beschermen, mag mest maar in beperkte hoeveelheden op het land worden uitgereden. Omdat veehouders veel moeten betalen om van hun overtollige mest af te komen, en akkerbouwers voor de groei van hun gewassen best meer willen ontvangen dan wettelijk is toegestaan, ‘wordt mest vanuit criminologisch perspectief gelijk aan afval’.

Leeuw van de export

In Vlaanderen is Fertikal, producent van mestkorrels die wereldwijd worden afgezet, een grote naam met een omzet van zo’n 20 miljoen euro. Vorig jaar was het bedrijf nog in de race voor de ‘Leeuw van de export’, de belangrijkste Vlaamse prijs voor de uitvoerhandel. Een maand voor de inval van 11 februari werd Fertikal nog onderscheiden als ‘Verdienstelijke Oost-Vlaming’. Maar die reputatie lijkt nu al aan diggelen.

‘In beide onderzoeken zijn tot nu aanwijzingen gevonden van grootschalige fraude met mest,’ aldus het Parket, ‘onder meer door het uitvoeren van grote aantallen niet-geregistreerde mesttransporten en het manipuleren van analyseresultaten van staalnames van mest.’ 

De publieke verontwaardiging in België is groot. ‘Deze grove inbreuken op onze milieuwetgeving raken iedereen,’ reageert de Vlaams minister van Justitie, Zuhal Demir (N­-VA). ‘Het is laf, grotesk, asociaal en een aanslag op ons milieu en de gezondheid van alle Vlamingen. Mensen die sjoemelen met mest hebben geen enkel excuus. Aan de praktijken van deze criminelen moet paal en perk gesteld worden.’ 

In Nederland blijft het publieke rumoer beperkt, al stelt de Partij voor de Dieren Kamervragen over het grensoverschrijdende netwerk van mestfraudeurs.

Waar wordt dit netwerk dan precies van verdacht? Belgische en Nederlandse opsporingsdocumenten die Follow The Money heeft kunnen inzien, schetsen een beeld van levendig grensverkeer van niet-geregistreerde en van gemanipuleerde mesttransporten. 

Vanuit het Vlaamse Koekhoven, waar het mestvergistingsbedrijf van de Quirynen Groep is gevestigd, vertrokken volgens de documenten tankwagens met mest (of met ‘digestaat’, het restproduct van vergiste mest) naar Baarle-Nassau en het nabijgelegen Alphen – maar net over de Nederlandse grens dus. 

Over die transporten werden geen gegevens doorgegeven aan de Vlaamse Mestbank of de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO), de instanties die de verwerking van mest moeten controleren. En vaak eindigden ze bij melkveehouder Peet Willemse, in zijn straat Baarle-Nassau. Willemse zorgde vermoedelijk voor verdere verspreiding, zodat de mest elders illegaal over akkers en weilanden kon worden uitgereden.

Dossier

De vleesindustrie

Volg dit dossier

De opsporingsdiensten constateerden nog meer overtredingen. Zo zag de Voedsel- en Warenautoriteit bij de vergister van Fertikal in Esbeek, 20 kilometer oostwaarts, tankwagens die niet gelost werden – hoewel dat wel bij de RVO werd gemeld. En er vertrokken volle wagens naar de mestverwerker Fertimass, in het Belgische Maaseik, die ook weer vol terugkwamen – ze waren hun lading dus niet kwijt. Of de NVWA zag lege wagens arriveren die niet werden geladen. 

Ook naar de mestverwerkingsinstallatie van Fertikal in de Antwerpse haven reden tankwagens met andere inhoud dan bij de RVO werd opgegeven. 

Het doel was het optrekken van een rookgordijn voor de toezichthouders, menen de onderzoekers. Op die manier werd er op papier veel meer dikke, fosfaatrijke ‘fractie’ afgevoerd en verwerkt dan in werkelijkheid. 

Wat niet aan fosfaat en stikstof werd afgevoerd, kwam op het land terecht – met alle risico’s van dien voor met name het oppervlaktewater. Het is een ‘truc’ die al langer uit Nederlands onderzoek naar mestfraude naar voren kwam, maar nu ook in België werd toegepast. 

In België is sjoemelen met mest veel gemakkelijker omdat mestverwerkende bedrijven hun eigen ‘staalnemer’ mogen inschakelen. In Nederland bestaat een rotatiesysteem. Een bedrijf kan dus niet telkens dezelfde monster-afnemer of hetzelfde laboratorium bellen.

Wake-upcall

Dat rotatiesysteem is ingevoerd na uitgebreid onderzoek van de journalisten Joep Dohmen en Esther Rosenberg, dat werkte als een wake-upcall voor de opsporing. In ‘Het Mestcomplot’ in NRC Handelsblad legden zij in 2017 grootschalige mestfraude bloot in Oost-Brabant en Noord-Limburg. 64 procent van de mestbedrijven in die regio, becijferde NRC, was in de loop der jaren meermaals beboet door de NVWA, verdacht van strafbare feiten of veroordeeld door de straf- of bestuursrechter. 

Het NRC-onderzoek sloot aan bij de Evaluatie van de Meststoffenwet uit 2016, waarin het Planbureau voor de Leefomgeving op basis van gegevens van de NVWA en RVO schatte dat 30 tot 40 procent van de mest ‘in het zwarte circuit zit’.

Ondanks het toegenomen bewustzijn, de grotere opsporingscapaciteit en de invoering van het rotatiesysteem wordt er nog volop fraude gepleegd. Behalve de ‘gewone’ mest die zo goedkoop mogelijk afgezet moet worden, is er nog het digestaat uit de mestvergister – de resten plus bijproducten die overblijven na vergisting. Dat moet de uitbater van de vergister ook weer kwijt zien te raken.

Heel wat landbouwers staan wat afkerig tegenover het ontvangen van digestaat op hun akkers. Al langer zijn er geruchten dat er stoffen worden bijgemengd die schadelijk kunnen zijn. Dan is het de vraag of je als landbouwer dat risico wilt nemen of toch maar kiest voor ‘ouderwetse’ dierlijke mest. 

Die zorgen blijken niet ongegrond. In 2019 waren er al vermoedens van onoorbare praktijken bij het vergistingsbedrijf van Quirynen in Koekhoven, zo schrijft onder meer de Gazet van Antwerpen na een ontploffing in een tank gevuld met biogas. ‘Hoe meer energie, hoe meer subsidies zo’n biogasinstallatie krijgt van de overheid,’ aldus een bron van de krant.

Brigitte Borgmans, woordvoerder van het Vlaamse departement Omgeving, waaronder de Milieu-inspectie valt, bevestigt dat die dienst bij de familie Quirynen verboden materialen aantrof. ‘Wij hebben stoffen gevonden uit de categorie 1 van de Europese Dierlijke Bijproducten-verordening. Dat zijn zeer gevaarlijke stoffen die nooit in een vergister mogen worden gebruikt.’ 

De vergistingsinstallaties van Quirynen in Merksplas en Herselt, en het mestverwerkingsbedrijf Fertikal in de Antwerpse haven, zijn na 11 februari direct stilgelegd. Ze ontvangen ook geen subsidies meer voor het opwekken van groene stroom. 

De Clean Minerals-vergister in Esbeek is niet stilgelegd. Onduidelijk is nog wat er gebeurt met de subsidie die de Nederlandse vergister van Fertikal in 2017 kreeg toegekend: in totaal 24 miljoen euro in het kader van de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie (SDE) over een looptijd van twaalf jaar, gemiddeld 2 miljoen euro per jaar. De RVO doet geen uitspraak over deze subsidie omdat de Rijksdienst niet ingaat op individuele gevallen.

‘Het was vreemd, dat vonden we allemaal, die tankwagens die ‘s nachts heen en weer reden tussen België en Nederland’

Het aan te vergisten mest toevoegen van verboden producten kan driedubbel gunstig zijn: de ene partij raakt goedkoop van z’n afval af, de eigenaar van de vergister beurt er geld voor, en – als het even meezit – vangt hij ook nog eens subsidies voor het door hem opgewekte biogas of elektriciteit. 

Gevoegd bij de vermeden kosten van mestafzet door fictieve transporten, zorgt dat voor een interessant verdienmodel. Al gebruikten de hoofdrolspelers hun verdiensten prudent, zeggen de onderzoekers tegen de Gazet van Antwerpen: ‘Wel is het zo dat de verdachten hun zwart geld terug in de bedrijven investeerden en niet gebruikten om er in luxe mee te leven.’

Al die mestverplaatsingen tussen Nederland en België bleven in de buurt ook niet onopgemerkt, zegt Frans De Bont, burgemeester van Baarle-Hertog, een Belgische enclave naast het Nederlandse Baarle-Nassau. 

‘Een halfjaar geleden kregen we meldingen van nachtelijke transporten van de Quirynen Groep in onze gemeente, burgers klaagden daarover. Het was vreemd, dat vonden we allemaal, die tankwagens die ‘s nachts heen en weer reden tussen België en Nederland. Midden in de winter ook, als je het niet zou verwachten. Er moeten bepaalde voordelen aan kleven om van België en Nederland te rijden met de mest, dat is inmiddels ook wel duidelijk geworden. Ik heb de zaak aan de politie overgedragen, die heeft dat verder onderzocht. Wat er verder mee gebeurt, is aan de rechterlijke macht.’

De man op de achtergrond

Wie is de verdachte aan Nederlandse kant? De rol van Nederlander Peet Willemse, melkveehouder van origine, lijkt die van de man op de achtergrond in het van mestfraude betichte netwerk. 

Willemse heeft een minder uitgesproken profiel dan de extraverte leider van de Quirynen Groep, Jimmy Quirynen. Die zocht regelmatig de publiciteit met pleidooien voor megastallen (‘Tot spijt van wie het benijdt, maar grootschaligheid is nodig om aan alle milieu- en dierenwelzijnsnormen te kunnen voldoen’) en zette zijn agrarische visie uiteen in een gelikte bedrijfsfilm (‘duurzaam, economisch en circulair’). ‘Open communicatie over bedrijfsvoering en verwerkingsprocessen’ is volgens Jimmy Quirynen de sleutel tot het succes van het bedrijf. 

Melkveehouder Peet Willemse, inwoner van de Brabantse gemeente Baarle-Nassau, vlak bij de Belgische grens, is een van de drie bestuurders van het overkoepelende QLW Invest (Quirynen, Laeremans, Willemse). Deze financiële holding is gevestigd in Esbeek, en omvat de werkmaatschappijen Fertikal, Fertimass, Clean Minerals en de Quirynen Groep. In die hoedanigheid is Willemse hoofdverdachte, naast Jimmy Quirynen. 

De derde bestuurder – en tevens verdachte – is Wim Laeremans uit het Belgische Herselt, die daar ook een vergistingsinstallatie uitbaat.

Twee jaar geleden verwierf Willemse namens Fertikal het failliete mestvergistingsbedrijf Biomoer in Moerstraten met de bijbehorende grond. Hij wilde toen ‘om strategische redenen’ niet zeggen wat zijn plannen waren met terrein en vergister. Een jaar later bleek waarom: hij gebruikte de silo’s van de vergister voor – illegale – opslag van rundvee- en nertsenmest en ‘digestaat van derden’, zo bleek bij bezoeken van medewerkers van de milieudienst. De gemeente dreigde daarop met dwangsommen. Sindsdien ligt Biomoer stil.

In de buurt had Willemse het aan de stok met natuurbeschermers over de historische zandweg de Strontbaan die hij volgens hen aantast. ‘Hij stort er afval van zijn bedrijf in de bermen, haalt de ondergroei weg en kapt bomen,’ zegt een van hen. ‘Allemaal zaken die je niet verwacht van een jonge, gestudeerde boer.’ 

Transporteur Ad van Dommelen daarentegen, de man van wie Willemse de Clean Minerals-vergister overnam, omschrijft hem als ‘een zeer correcte en hardwerkende man, geen fraudeur’. Van Dommelen zelf is overigens meermaals beboet voor overtredingen, volgens NRC voor in totaal 83.000 euro

Snel geld verdienen

De KvK-gegevens van Willemse Investment (opgericht in 2016) verwijzen naar de website van agrarisch adviesbureau PPP-Agro. ‘Dat is vreemd,’ zegt adviseur Jan van Middelaar van PPP-Agro Advies, ‘want hij is al hier al zo’n acht jaar weg.’

Van Middelaar schetst Peet Willemse, toentertijd franchisenemer bij PPP-Agro, als iemand met ‘absoluut kennis van de melkveehouderij, van koeien en van de bedrijfsvoering’. 

Maar, zegt Van Middelaar, onze wegen liepen steeds meer uit elkaar. ‘Wij verkopen advies, en bij Peet was er altijd een contrast tussen wat hij voorspiegelde en uiteindelijk realiseerde. Daar spraken we hem ook op aan. En onze visies op het advieswerk verschilden steeds meer. Wij gingen voor de lange termijn, hij voor de korte termijn – snel geld verdienen met onder meer vastgoed, daar was hij van gecharmeerd. Als je in onze branche gewoon je uurtjes schrijft, word je niet snel rijk.’

Maar waar Willemse nu mee wordt geassocieerd, was toen niet aan de orde, zegt Van Middelaar. ‘Als dat het geval was geweest, was het meteen einde oefening geworden. Daar willen we absoluut niks mee te maken hebben.’ 

‘Als je in onze branche gewoon je uurtjes schrijft, word je niet snel rijk’

Wekt het verbazing dat Willemse van mestfraude wordt verdacht? Van Middelaar: ‘Ik loop al een tijd mee in het veld. De eerste keer ben je verbaasd als je dit soort verhalen hoort. Hoor je ze vaker, dan denk je: er zal wel een kern van waarheid inzitten.’

Peet Willemse zelf wil niet reageren op de aantijgingen, zoals die ook in de regionale media zijn gekomen, meldt hij Follow the Money tot tweemaal toe aan de telefoon. ‘Journalisten schrijven toch wat ze willen. Ik zie er de waarde niet van om mijn kant van het verhaal te vertellen.’

Advocaat Joost de Rooij van Linssen Advocaten, die Willemse eerder vertegenwoordigde, kan de vraag of hij dat nu weer doet ook na herhaaldelijk aandringen niet beantwoorden.

De zaak roept veel vragen op. Zoals die over de rol van de Rabobank, huisfinancier van de Quirynens. Had zij geen vermoedens? In een door NRC Handelsblad eerder aan het licht gebrachte fraudezaak bleef de bank transporteurs en handelaren in mest financieren terwijl ze wist dat ze ‘sjoemelden’. 

De bank ‘volgt het onderzoek met belangstelling,’ zegt een woordvoerder, maar doet geen mededelingen over individuele klanten. De financiering door de Rabobank blijft pikant. Twee jaar geleden stelde de bank samen met onder andere LTO Nederland, de brancheorganisatie van boeren en tuinders, een Plan van Aanpak op voor een ‘eerlijke mestketen’. 

Rapport in de la

‘Hoe moet je grootschalige mestfraude aanpakken? Ik heb dat met een oud-FIOD-directeur besproken en hij zegt: zorgen voor duidelijk zichtbare opsporing en berechting.’ 

Aan het woord is Marco Korff, fraudedeskundige en voorheen bestuursvoorzitter van het in de agrarische sector gespecialiseerde Alfa Accountants. In opdracht van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) schreef Korff in 2016 samen met Piet Blauw, akkerbouwer en voormalig Kamerlid voor de VVD, het rapport ‘Mest onder de loep genomen, onderzoek fraudepraktijken’. 

De conclusie was niet mals: agrarische ondernemers, intermediairs, adviseurs en mestverwerkers fraudeerden ‘in gezamenlijkheid’ – althans in een deel van de sector. Korff en Blauw stelden ook vast dat de fraudebestrijders – het Openbaar Ministerie en de Voedsel- en Warenautoriteit – te weinig zicht hadden op die praktijken en ‘onvoldoende effectief’ zijn.

De conclusie was niet mals: agrarische ondernemers, intermediairs, adviseurs en mestverwerkers fraudeerden ‘in gezamenlijkheid’

Het rapport leidde niet meteen tot actie of zelfs bewustzijn van het probleem. Eind 2017 reageerde minister Schouten nog met boze verrassing op de onthullingen van grootschalige fraude in NRC Handelsblad. Het werk van Korff en Blauw leek in de spreekwoordelijke ministeriële lade beland. 

Ruim drie jaar later ziet Korff toch verbeteringen. ‘In de tijd dat wij het rapport schreven, was het OM redelijk passief en was er weinig afstemming met het ministerie. Nu zijn ze, ongetwijfeld geprikkeld door NRC, wel actief aan het ingrijpen. Er waren invallen bij Berg Advies in Heythuysen (Limburg), waarover NRC berichtte, bij mesttransporteur Jan Bakker in Oldebroek – ook geen kleine jongen – en vrij recent bij Peet Willemse in een omvangrijke zaak met de Belgen.’  

Ook de Voedsel- en Warenautoriteit is actiever, door een versterking van de opsporingscapaciteit. Nog altijd wordt maar 0,1 procent van de 1 miljoen Nederlandse mesttransporten gecontroleerd.

Maar wat Korff en andere insiders echt zorgen baart: er komt nog weinig voor de rechter. ‘Piet Blauw en ik constateerden dat er sprake was van grootschalige mestfraude. We trokken graag de vergelijking met de snelheidsmeting in het dorp: die pikt wel de automobilist die in de bebouwde kom 60 rijdt eruit, maar niet die 200 rijdt. Dat was in feite aan de hand.’

Korff: ‘Het grootste probleem met mestfraude is dat er een cultuur bestaat waarin die plaats kan vinden. Er leeft een enorme weerstand tegen “Den Haag, dat de sector kapot wil maken”. Dan word je er niet meteen op aangekeken als je rommelt met mest.’

De rotte appels

Ook brancheorganisatie Cumela klaagt dat de opsporing en berechting van mestfraude traag verloopt en weinig effectief lijkt, zegt medewerker Hans Verkerk. ‘De opsporing van de NVWA heeft er mensen bijgekregen, het OM lijkt er meer op gespitst. En de sector werd door het ministerie gevraagd zelf verdachte zaken te melden. Vorig jaar werden Kamervragen gesteld over de resultaten ervan. Er bleken 70 meldingen gedaan, waarvan 68 terzijde zijn gelegd en twee tot een bestuurlijke boete hebben geleid. Daar krijg ik echt buikpijn van.’ 

Cumela is er juist veel aan gelegen fraude uit te bannen, zegt Verkerk. ‘Het imago van de sector wordt erdoor bezoedeld, en het is oneerlijke concurrentie voor de bedrijven die het volgens de regels doen.’ 

Volgens Verkerk gaat het over een ‘paar procent’ binnen de sector die echt kwaad wil. ‘Dat lijkt het geval bij het Vlaams-Nederlandse onderzoek dat nu gaande is. Dan heb je het bijvoorbeeld over gemanipuleerde gewichten van mesttransporten, waarbij een chauffeur mest gelost lijkt te hebben, maar in feite alleen op en neer rijdt. Dat is nog steeds mogelijk. In Nederland hebben we wel winst geboekt door onafhankelijke monsterafnames, dat heeft de fraude daarmee aanzienlijk verminderd.’ 

Achter dit criminele deel van de sector zit een ‘grijs’ deel waar men ‘geen sterke knieën heeft, en de rug niet altijd recht houdt’. Het zijn de ondernemers die de ‘zwarte’ mest afnemen. 

‘Ik praat dat niet goed, maar het houdt wel verband met de aanscherping van de gebruiksnormen voor dierlijke mest. De normen voor stikstof zitten 10 tot 20 procent onder het economisch optimum waarbij de gewassen het beste groeien. Dus dan heb je boeren die het aantrekkelijk vinden wat mest achter de hand te hebben. Zolang de gewassen die mest kunnen opnemen, heb je ook niet het gevaar van uitspoeling.’

En dan is er nog de grote massa, die hooguit af en toe een fout maakt bij de weging van de mest bijvoorbeeld. ‘De regelgeving is enorm ingewikkeld geworden, waardoor je al snel in de fout gaat. Als er een verkeerde routine ingeslopen is, krijg je een opeenstapeling van boetes – met al je goede bedoelingen.’

‘De regelgeving is enorm ingewikkeld geworden, waardoor je al snel in de fout gaat’

Bij rotte appels in de eigen organisatie hanteert Cumela duidelijke sancties, zegt Verkerk. Eind april kwam het bericht naar buiten dat Cumela een lid had geschorst vanwege aanhoudende signalen van ‘mestfraude, overtreding van de meststoffenwet en het stelselmatig overtreden van de verkeersregels en de omgevingswetgeving’. Het bedrijf vormt ‘een gevaar voor de volksgezondheid’ omdat dat impact had op de waterwinning. 

Cumela vermeldt de naam van het bedrijf niet, maar navraag van Follow The Money leert dat het gaat om loonwerker en mesttransporteur Bekkers uit Erp. ‘Ik heb een brief gekregen dat ik ben geschorst, maar ik ben me van geen kwaad bewust,’ zegt directeur Thijs Bekkers in reactie. ‘Ik heb alleen ooit zaken gedaan met een bedrijf waarnaar het OM onderzoek heeft gedaan.’ 

Brancheorganisatie Cumela heeft een andere lezing: ‘Er zijn verschillende gesprekken gevoerd met dit bedrijf en ze hebben de kans gehad hun leven te beteren. Op een gegeven moment kun je niet anders meer,’ zegt Hans Verkerk.

Lees verder Inklappen

Fraudedeskundige Marco Korff: ‘De cultuur doorbreek je alleen met een duidelijk signaal. Dus op heterdaad betrappen, chauffeurs van verdachte transporten vastzetten, de verantwoordelijken vervolgen en veroordelen.’ 

Aan dat laatste schort het nog steeds, zegt hij. ‘De inval bij mesttransporteur Jan Bakker is twee en een half jaar geleden en er is nog steeds geen rechtszaak. Soms worden zaken ook geseponeerd of komen daders er met een lichte boete vanaf. Dat helpt niet. Er moet publicitaire druk op het OM blijven, zodat er ook echt verdachten voor de rechter komen. En als de verdenkingen ongegrond blijken, wat natuurlijk ook mogelijk is, moet zo’n zaak snel afgewikkeld worden.’ 

Mestfraude in het nieuws

Een interessante zaak is die rond mesttransporteur W. Daas uit het Brabantse Wintelre. Hij werd eind 2019 veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf voor grootschalige mestfraude. Hij zou een half miljoen tot een miljoen kilo fosfaat hebben laten verdwijnen. Hij ging in beroep, maar schikte recent met het OM met een boete - daarmee impliciet schuld bekennend.

Verder:

Lees verder Inklappen

Er zijn sterke aanwijzingen dat mestfraude wijdverbreid is, stelt Marco Korff. ‘In elke sector waarin je er baat bij kunt hebben zaken op papier anders voor te stellen dan in werkelijkheid, wordt gefraudeerd. Maar financiële fraude schaadt mensen, en hier is het milieu – en de volksgezondheid – de dupe.’

‘Als iedereen zijn land bemest volgens de normen zou je jaarlijks een geleidelijke verbetering van de waterkwaliteit moeten zien. Op het moment dat je in plaats daarvan een verslechtering constateert, wijst dat al naar fraude. De waterleidingmaatschappijen hebben dat ook in de gaten.’ En het beperkt zich niet tot Brabant. ‘De fraudeschandalen die we nu kennen, strekken zich ook uit tot Friesland, Overijssel en Limburg, dat zegt genoeg.’

‘Het grootste probleem met mestfraude is dat er een cultuur bestaat waarin die plaats kan vinden’

Korff waarschuwt ook voor een te eenzijdige nadruk op het gesjoemel met mestmonsters. ‘Het onderzoek van NRC concentreerde zich op mestverwerking. Maar ons rapport wijst ook op andere fraudemogelijkheden: Aan je eigen bedrijf meer grond toerekenen dan je in feite bezit en zo minder mest af hoeven voeren. En meer dieren houden dan je op papier mag, waardoor je ook weer minder mest hoeft af te zetten. Dus bij een verkleining van de veestapel ben je zeker nog niet van de fraude af.’

Het Openbaar Ministerie wil niet specifiek reageren op de stelling van Korff dat er te weinig zaken voor de rechter komen. Het OM zegt wel dat bij een aantal recente grote onderzoeken is gebleken ‘dat er in de hele keten wordt samengewerkt, wat ontdekking van fraude moeilijker maakt’. Volgens een woordvoerder zijn de ‘signalen over fraude met mest onverminderd. We krijgen meer dan we op kunnen pakken.’ 

Het OM verwijst naar de brief die Rob de Rijck, landelijk coördinerend milieuofficier van justitie, eind vorig jaar aan de Tweede Kamer stuurde. Daarin schrijft De Rijck dat er in de contouren van het nieuwe mestbeleid van minister Carola Schouten ‘twee essentiële vragen onbeantwoord blijven’: de vraag hoe de handhaving ‘adequater’ aangepakt kan worden en hoe de prikkel om te frauderen minder kan worden. 

Zolang het ‘totale aanbod van mest’ niet wordt teruggedrongen, zal mest ‘als afval’ behandeld worden en zal het economisch aantrekkelijk zijn om de wet te ontwijken, schrijft De Rijck.

Politiek geladen

In Nederland lijken opsporing en berechting van mestsjoemelaars lastiger dan in Vlaanderen. ‘Financiële fraude zie je vaak zwart op wit,’ zegt Marco Korff, ‘maar het is moeilijk vast te stellen met hoeveel mest er precies gefraudeerd is. Soms kunnen er ook in legale partijen extreme fosfaatwaarden voorkomen.’  

In Vlaanderen zit er stevige politieke druk achter de zaak tegen de Quirynen Groep en Fertikal. Minister van Justitie Zuhal Demir profileert zich als ‘flink’ in de aanpak van milieucriminaliteit en toont geen ontzag voor de agrarische lobby die de traditionele bestuurspartij Christen-Democratisch en Vlaams (CDV) tot nu toe in haar greep had. 

De aanpak van de stikstofcrisis, die ook in Vlaanderen hoog op de politieke agenda staat, is een van Demirs topprioriteiten. Ze dringt daarom ook aan op een snelle rechtsgang en heeft aangekondigd de bemestingsnormen aan te scherpen – ook met het oog op de belabberde waterkwaliteit in Vlaanderen. 

‘Hier speelt een groter belang: de landbouw uit de markt spelen en zo de stikstofcrisis oplossen’

De Vlaamse pers zit er bovenop en besteedde eveneens ruime aandacht aan de grensoverschrijdende mestzaak. ‘Dit dossier is politiek geladen’, klaagt Tom Hermans, advocaat van de Quirynen-familie. ‘Er gebeurt in dit onderzoek zo veel waar juristen van fronsen. Hier speelt een veel groter belang: de landbouw uit de markt spelen en zó de stikstofcrisis oplossen.’

Bekentenissen

Hoe het ook zij, het grensoverschrijdende fraudeonderzoek lijkt voorspoedig te vorderen. De in beslag genomen servers en andere informatiebronnen worden bestudeerd, de tweede ronde verhoren staat op punt van beginnen.

De verwachting is dat minister van Justitie Demir haar zin krijgt en een rechtszaak volgend jaar al zou kunnen aanvangen. Justitie in Vlaanderen is zelfverzekerd, ook omdat – naar verluidt – medewerkers lager in de rangorde (chauffeurs en andere medewerkers) al bekentenissen hebben afgelegd. 

Veroordeling van de verdachten kan bijna niet uitblijven, denkt justitie in België. Of politie en justitie in Nederland gelijke tred kunnen houden, valt nog te bezien.

Met medewerking van Bram Wissink.

In het volgende artikel in deze serie onderzoekt Follow the Money de business van de mestvergisting – de op miljoenen subsidie draaiende industrie om mest om te zetten in duurzame energie en zo bij te dragen aan de klimaatdoelen.