De melkveehouderij heeft afgelopen jaar fors minder fosfaat uitgestoten - op papier
© ANP BART MAAT

Frauderend Nederland krijgt nog twee jaar mest-vrijstelling

    Nederland doet in Europees verband graag alsof het het ‘braafste jongetje van de klas’ is. Maar als het om de mestproblematiek gaat, is ons land berucht als fraudeur. Minister Carola Schouten van landbouw heeft in mest een klassiek hoofdpijndossier. Hans Baaij legt uit waar de pijn zit.

    Het is ons land weer gelukt: de Europese Commissie zal Nederland waarschijnlijk voor de jaren 2018 en 2019 opnieuw een uitzonderingspositie voor de productie van mest verlenen, de zogeheten derogatie. Toch ligt Nederland door fraude met de hoeveelheid mest en aantallen dieren zwaar onder vuur. Het feit dat de derogatie niet voor vier jaar, maar voor slechts twee jaar wordt verleend, is een schot voor de boeg van de EC. De boerenlobby (inclusief het ministerie van Landbouw) is blij met de verlenging van twee jaar. Maar deze tweejaarsperiode kon weleens de laatste zijn. Als Nederland, met steun van de overheid, massaal blijft frauderen, dan gaat er in 2020 alsnog een streep door de derogatie.

    Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft nu de keuze tussen:

    • stevig handhaven – met als gevolg een drastische krimp van de intensieve veehouderij, met name de varkenshouderij in Brabant en Limburg, maar ook van koeienboeren zonder veel eigen land;

    • de fraude laten voortbestaan, met als risico het verlies van de derogatie en eveneens een grote krimp van de veehouderij in 2020.

    Hieronder een overzicht van wat minister Schouten allemaal op moet lossen om van Nederland voor wat betreft zijn mestbeleid weer een geloofwaardige lidstaat te maken.

    Mestfraude

    De Nederlandse overheid heeft jarenlang mestfraude gedoogd. In de afgelopen jaren brachten allerlei organisaties hetzelfde nieuws, namelijk dat er in heel Nederland met mest gefraudeerd wordt en dat tot wel 40 procent van de mest in het zuiden van Nederland illegaal wordt geloosd. De berichten kwamen van Cumela, de brancheorganisatie van loonwerkers en mestdistributeurs, boerenbond LTO Nederland, Stichting Mens, Dier & Peel aan de hand van gegevens van het CBS, de Nederlandse Melkveehouders Vakbond, Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en de landelijke politie.

    Pas nadat de berichten over mestfraude ook tot Brussel doordrongen, kwam de Nederlandse overheid in actie

    Pas nadat NRC Handelsblad in november 2017 een onderzoek over de grootschalige mestfraude publiceerde, en berichten hierover ook tot Brussel doordrongen, kwam de Nederlandse overheid in actie. Deze berichten over fraude bedreigden namelijk de derogatie, de uitzonderingspositie die Nederland wilde behouden om (veel) meer mest uit te mogen  rijden dan andere EU lidstaten.

    NRC Handelsblad onthulde onder meer dat tweederde van de onderzochte mesttransporteurs en mestverwerkers beboet, verdacht of veroordeeld is; dat er nog 130 strafrechtelijke onderzoeken naar overtredingen van de meststoffenwet lopen, en dat het Openbaar Ministerie tussen de tien en twintig criminele bendes onderzoekt die zich met mestfraude bezighouden.

    Kortom, de minister heeft heel wat te doen.

    De verwerking van mest is zo georganiseerd dat controle vrijwel onmogelijk is

    ‘Er zijn voldoende gelegenheden voor het plegen van fraude en dienstverleners zijn bereid de fraude mogelijk te maken. Het is daarentegen lastig en arbeidsintensief om mestfraude te ontdekken en aan te tonen, concludeert de politie. Veehouders hoeven de mestboekhouding pas na een afgesloten jaar te verantwoorden. Hierdoor zijn de stikstof- en fosfaatgehaltes van mest niet meer te controleren omdat deze al lang is uitgereden. Bovendien klopt het op papier meestal wel, meldt de politie.’  (Vakblad Boerderijjuni 2017).

    Veehouders hoeven hun mestboekhouding pas te tonen nadat het administratief jaar is afgesloten, dus meestal vele maanden nadat het jaar is afgelopen. Hierdoor zijn de stikstof- en fosfaatgehaltes van mest niet meer te controleren omdat deze mest al lang is uitgereden. Deze wijze van boekhouden is door de overheid ingevoerd op voorstel van de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO), wel wetende dat fraude hierdoor nauwelijks nog aangetoond kan worden.

    Dienst Landelijke Informatieorganisatie van de politie

    "Het plegen van mestfraude is relatief eenvoudig. Er zijn weinig fysieke controles, en controle achteraf is onmogelijk"

    Controle is ook complex bij mesttransporten van boer naar boer. Deze transporten hoeven pas tien dagen na het transport bij de overheid, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) gemeld te worden. Door die tien dagen uitstel is de kans dat fraude uitkomt vrijwel nihil. De Dienst Landelijke Informatieorganisatie van de politie schreef in het rapport Nationaal dreigingsbeeld 2017 Georganiseerde Criminaliteit ‘dat het plegen van mestfraude relatief eenvoudig is. Er zijn weinig fysieke controles, en controle achteraf is onmogelijk.’

    Minister Schouten zal voor gedegen mestadministraties in combinatie met goed werkende opsporingsinstanties moeten zorgen. Gelet op de huidige effectiviteit van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) is dat bijkans een onmogelijke opgave.

    Actieprogramma Nitraatrichtlijn deugt niet

    Met het zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn (2018 – 2021) probeert Nederland de EU te overtuigen dat het allemaal goed komt met de vervuiling door nitraat (een bestanddeel van mest). Op dit moment worden de EU-normen voor nitraat door het uitrijden van mest in een groot aantal Nederlandse gebieden overschreden. Voorafgaand aan de invoering van het Actieprogramma is een beknopte milieueffectrapportage (MER) uitgevoerd, waaruit blijkt dat het programma te veel positieve aannames bevat, niet concreet genoeg is en niet leidt tot het gewenste doel. De MER-commissie adviseert de regering (minister Schouten) dan ook om een nieuw plan te maken.

    Fipronil zit ook in mest

    Het giftige fipronil, bekend van de eieren, zit ook in pluimveemest. Na het fipronil-schandaal moest deze vervuilde mest verbrand worden, maar de mestverwerkers hadden onvoldoende capaciteit. De overheid besloot toen dat pluimveehouders de vervuilde mest mochten mengen met ‘schone’ mest, waardoor het totale volume net onder de risiconorm bleef. De overheid heeft hierop verder niet gecontroleerd en de uitvoering overgelaten aan individuele pluimveehouders. Vraag is of de Europese Commissie dit soort praktijken blijft gedogen.

    Fosfaatreductie: niet zo succesvol als de minister aangeeft

    Naast nitraat en ammoniak komt er bij de productie van mest ook fosfaat vrij. Om het fosfaatoverschot op te lossen, voerde staatssecretaris Sharon Dijksma een fosfaatreductieplan in waardoor het aantal koeien met 160.000 zou dalen. Ook werd het bestanddeel fosfor in rundvee- en varkenskrachtvoer verminderd. De laatste maatregel werd eenvoudig omzeild door aan de koeien fosforpillen te geven, en was daarmee krachteloos.

    In januari 2018 maakte minister Schouten bekend dat het fosfaatreductieplan in 2017 succesvol was geweest. Daar ontstonden echter meteen sterke twijfels over omdat het rekensommetje gewoon niet klopte. De landelijke melkproductie was in 2017 maar 0,2 procent lager dan in 2016. Dat is opmerkelijk: volgens de berekeningen had de melkproductie met zeker 10 procent gedaald moeten zijn. Om het aantal koeien op peil te kunnen houden, hadden melkveeboeren grootschalige fraude gepleegd met het identificatie- en registratiesysteem, waardoor op papier het aantal melkgevende koeien veel lager was dan in werkelijkheid.

    Naar verluidt beschikt de NVWA over een lijst met minstens tien trucs om bestaand vee 'om te katten'

    Om de derogatie niet in gevaar te brengen, was minister Schouten gedwongen keihard in te grijpen: in februari 2018 werden 2100 als ‘verdacht’ aangemerkte bedrijven geblokkeerd wegens vermeende fraude. Inmiddels zijn de maatregelen onder druk van de landbouwlobby al ernstig afgezwakt. Boerenorganisaties in Frankrijk en Vlaanderen hebben intussen stevige maatregelen geëist bij de Europese Commissie.

    I&R Fraude met aantallen dieren

    Er bestaan sterke vermoedens dat er op meer manieren is gefraudeerd om het fosfaat-plafond te omzeilen. Het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM) stelde vast dat er nog zes andere manieren zijn om fosfaatwetgeving te omzeilen. Die hebben de media nog niet gehaald.

    Een aantal trucs zijn: export van kalfjes exporteren en als volwassen dier weer importeren, en hoogproductieve koeien houden. Deze produceren veel meer fosfaat dan waar de wet vanuit gaat en er zijn veel van deze koeien in Nederland. Dieren zogenaamd onderbrengen bij hobbydierhouders. Melkkoeien omkatten tot een ‘afgemeste’ koe die niet meer gemolken wordt. Koeien niet als melkvee, maar als kalfjes registreren. Koeien tijdelijk even laten ‘logeren’ in Duitsland en België, zodat er op papier minder koeien zijn. Meer koeien houden in de stal dan is toegestaan. De pakkans is laag. Koeien uit Duitsland omkatten tot vaars, want een jongvolwassen koe produceert minder fosfaat dan een melkkoe.  

    Naar verluidt beschikt de NVWA over een lijst met minstens tien van deze trucs. Of minister Schouten deze lijst kent, is niet bekend.

    Landjepik – op papier of in het echt – en de overheid wist ervan

    Hoe meer grond een boer heeft, des te meer mest er uitgereden mag worden. Veeboeren die derogatie aanvragen, moeten bij de overheid hun gebied inkleuren op een digitale kaart. Sommige boeren doen dit pas op het laatste moment, zodat ze zeker weten welke percelen op de kaart nog ongebruikt zijn. Aangrenzende bermen, maar ook voetbalvelden of stukken grond van privépersonen of maneges worden ingekleurd als eigen gebied; op papier hebben de boeren dan meer oppervlakte om mest op uit te rijden. De pakkans was tot voor kort vrijwel nihil, want de overheid controleerde niet.

    Totdat in 2017 de bermfraude uitlekte: boeren bleken bermen die in bezit zijn van gemeente of waterschappen aan hun grond toegevoegd te hebben; niet alleen op papier, maar ook daadwerkelijk. Volgens ambtenaren wordt deze vorm van fraude vermoedelijk toegepast door een kwart van de boeren en melkveehouders. De bermfraude levert per ingepikte hectare 1.500 euro voordeel op, door meer gras-, maïs- of gewasopbrengst en minder mestafzetkosten. Daarnaast ontvangen deze boeren voor elke extra hectare een extra EU-subsidie van circa 400 euro.

    Omdat de Europese Commissie ook bekend is met deze vorm van fraude, is minister Schouten van plan deze vorm van fraude te gaan bestrijden. Dat kan vooral voor melkveebedrijven nog wel eens leiden tot ingrijpende aanpassingen en terugbetalen van subsidies.

    Ammoniakemissies verkeerd berekend door de overheid

    Op 14 november 2017 berichtte de NOS dat er in Nederland meer schadelijke ammoniak uit dierlijke mest vrijkomt dan uit de rekenmodellen van de overheid blijkt. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) zijn de ammoniakconcentraties in natuurgebieden het hoogst sinds het begin van de metingen in 2005. Ze overschrijden de door de overheid berekende emissies met 15 tot 20 procent. Dit heeft grote gevolgen voor de veehouderij, aangezien Nederland zich al op het maximaal toegestane niveau bevindt en dat regelmatig overschrijdt. Volgens het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) is de sector landbouw verantwoordelijk voor ruim 85 procent (2015) van de Nederlandse uitstoot van ammoniak. Ook hier een schone taak voor de minister.

    Dit is waarom het mestdossier me zo aan het hart gaat

    Op mijn vorige artikel, ‘Het stinkt in Nederland’, kwamen nogal wat reacties en ook kritiek. Het is gebaseerd op externe bronnen, zoals het PBL, RIVM, de politie, het O.M, op artikelen in vakbladen zoals de Boerderij, op uitlatingen van de minister in de Tweede Kamer, etc..

    Wie een overzicht van de bronnen wil, kan het beste dit rapport van St. Dier en Recht lezen. Het bevat 85 bronvermeldingen.

    De reden om deze artikelen te schrijven, is dat ik pleit voor een aanmerkelijke krimp van de veestapel, in het bijzonder van de varkensstapel in Brabant en Limburg. Weliswaar gaat derogatie over het recht om meer mest uit te rijden op grasland, maar om te beginnen wordt daar ernstig mee gefraudeerd en verder, als de derogatie verdwijnt dan zal de koeienmest die van de varkens verdringen. Minder varkensmest betekent minder varkens, betekent minder vervuiling, minder dierenleed, minder gevaar voor de volksgezondheid, minder klimaatverandering en betere waterkwaliteit. 

    Lees verder Inklappen

    Onrechtmatig verstrekte vergunningen aan varkensboeren

    Terwijl Nederland op meerdere terreinen de EU-normen overtreedt, en fraude alom aanwezig is, werden er – ongelofelijk genoeg – honderden nieuwe vergunningen verleend aan varkensboeren. Deze hebben toegezegd dat hun nieuwe varkenstallen in de buurt van natuurgebieden in de toekomst emissiearm zullen zijn. ‘In de toekomst’... dus voorlopig nog niet. Met het uitgeven van wat de overheid ‘ontwikkelingsruimte’ noemt, werd een voorschot genomen op een innovatie die zich nog moet bewijzen en werd wetgeving maximaal opgerekt. Met andere woorden: er werden vergunningen verleend voor uitbreiding van bedrijfsactiviteiten nú, op basis van verwachtingen voor toekomstige emissiearme bedrijfsvoering. De Raad van State heeft op 9 maart 2018 een aantal van deze vergunningen geschorst. Dat zullen er ongetwijfeld nog meer worden.

    Foodlog.nl schrijft: “Net als het fosfaatdossier is het stikstofdossier een graadmeter voor de Brusselse autoriteiten voor de mate waarin Nederland zich aan de milieu- en natuurwetgeving binnen de EU wil en kan houden. Ons land lijkt genegen meer activiteiten binnen zijn grenzen toe te staan dan mogelijk is op basis van Europese afspraken.’

    Dat emissiearme varkensstallen vooral wishful thinking zijn, was bij de overheid al langer bekend. In het tussenadvies van de bestuurlijke werkgroep evaluatie geurhinder uit 2015 waren er al twijfels. Op 3 april 2018 werden die twijfels bewaarheid toen uit onderzoek van de WUR bleek dat combi luchtwassers aanzienlijk slechter presteren dan waar in de regelgeving van wordt uitgegaan. De gemiddelde geurverwijdering van de combi luchtwassers was met 40 procent de helft van de verwachte reductie van 81%. Voor ammoniak was de gemiddeld gemeten reductie 59 procent, ten opzichte de verwachte reductie van 85 procent.

    Luchtwassers worden met name in de provincies Noord-Brabant, Gelderland en Limburg toegepast, voornamelijk bij varkenshouderijen (ruim 2400). Van alle luchtwassers is de helft van het type combi luchtwasser.

    De minister heeft hier een groot probleem. Ze zit klem tussen EU wetgeving en een rechterlijk vonnis enerzijds en afgegeven vergunningen en de wens tot uitbreiding van de varkenshouderij anderzijds.

    Gerommel bij gemeentelijke overheden

    Veehouderijen zijn niet alleen gehouden aan sectorspecifieke wetgeving (zoals de Mestwet, en het systeem van identificatie- en regelgeving), maar ook aan omgevingsregelgeving (plaatselijke vergunningen waarop gemeenten toezicht moeten houden).

    Bij een steekproef in 2017 onder vijftien gemeenten in Brabant bleek dat het aantal controles door gemeenten veel lager is dan afgesproken en dat er slecht wordt gehandhaafd. In vijf gemeenten vonden de laatste controles zeven tot dertien jaar geleden plaats. In acht gemeenten bleken meer dieren te worden gehouden dan vergund (vooral bij varkensbedrijven). In twaalf gemeenten werden overtredingen geconstateerd waar niet tegen werd opgetreden. Het ging onder andere om te hoge emissies ammoniak en fijnstof.

    Business as usual betekent de maximale hoeveelheid dieren en dus stront

    Als de uitkomsten van de steekproef geëxtrapoleerd worden naar de rest van het land, dan zijn er miljoenen varkens meer in Nederland dan de overheid denkt. De illegaal gehouden dieren kunnen deels de grote mestfraude verklaren.

    Wat nu minister Schouten?

    Het Nederlandse regeringsbeleid is erop gebaseerd dat de landbouwsector zichzelf organiseert en controleert; de overheid blijft op afstand. Dit heeft onder meer geleid tot een afname van inspecties en controles, en een toezichthoudende instantie (NVWA) die van alle kanten bekritiseerd wordt. De sector controleert dus zichzelf. Dat is goedkoper.

    De Europese Commissie heeft meerdere malen laten blijken genoeg te hebben van de Nederlandse neiging tot chicaneren. De hoeveelheid mest, en dus de veestapel, moet drastisch inkrimpen, daar is geen ontkomen aan. Minder dieren dus, al was het maar om de klimaatdoelen van Parijs te halen. Maar de Nederlandse overheid zet nog altijd vol in op business as usual met een maximale hoeveelheid dieren en dus stront.

    We zijn benieuwd wat minister Schouten gaat doen: stevig controleren of blijven zoeken naar mazen in de wet en illegale praktijken negeren.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Hans Baaij

    Hans is fiscaal jurist en oprichter van de Stichtingen Varkens in Nood en Dier & Recht.

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg Hans Baaij
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren