© ANP / Koen Suyk

Bedrijven lamleggen met beslag is kinderspel

    Een bedrijf het leven flink zuur maken en aan de onderhandelingstafel dwingen? Dat kan — gemakkelijk zelfs. U verzoekt de rechter ‘conservatoir’ beslag te mogen leggen en dezelfde dag nog is het spel op de wagen. Erg bang voor tegenmaatregelen of schadeclaims hoeft u niet te zijn, blijkt uit onderzoek van FTM.

    Nooit had Erik Snijder gedacht dat de verkoop van zijn bedrijfspand zou ontaarden in een veldslag van 14 maanden. 

    Voordat de schermutselingen begonnen, was de vastgoedondernemer – zoals wel vaker – in onderhandeling met een mogelijke koper. Dat duurde al ruim een jaar, maar veel schot zat er niet in. Over de verkoopprijs van rond de vier miljoen euro werden ze het maar niet eens. 

    Dus toen voorjaar 2017 een nieuwe gegadigde zich meldde, hakte Snijder snel de knoop door. Per e-mail liet hij de eerste belangstellende weten dat hij het pand aan een ander verkocht, iemand die wel de juiste prijs op tafel legde. Opgelucht zette hij zijn handtekening onder het contract.    

    Toen begon de ellende.

    Daags na het e-mailtje legde de aspirant-koper 'conservatoir beslag' op de aandelen van de BV waarin het pand is ondergebracht. De koper beweerde dat Snijder al had ingestemd met de verkoop: op deze manier wilde hij de levering van het pand zekerstellen. Een netelig probleem diende zich aan: Snijder had met een ander getekend voor verkoop, maar kon niet leveren. Hoe nu verder? 

    Zure smaak

    Dan druk je op speed dial voor je advocaat, in dit geval Georg van Daal. Die legde zijn cliënt uit dat een ‘opheffingskortgeding’ – een snelle procedure om het beslag eraf te krijgen – in de regel kansloos is; toch besloot Snijder, mede onder druk van de beoogd koper, het kort geding aan te spannen.

    Van Daal betoogde in de rechtszaal uitvoerig dat partijen nog volop in onderhandeling waren en dat er daarom nog geen enkele verplichting tot levering was ontstaan. Van Daal: ‘Dit beslag was zo evident onterecht, dat we dachten een kans te maken.’

    ‘De tegenpartij produceert 90 pagina’s onzin en dat moet je allemaal weerleggen’

    Maar de rechtbank oordeelde dat het beslag in stand bleef. Er was volgens de rechter namelijk een kans dat er wél een koopovereenkomst was. Snijder restte niets anders dan het afwachten van de reguliere procedure die de beslaglegger moet opstarten om zijn zin te krijgen. Om er maar vanaf te zijn, bood Snijder nog aan te schikken tegen betaling van 65 duizend euro — zonder resultaat. 

    Veertien maanden later spint de fax: de langverwachte uitspraak van de rechtbank vindt zijn weg naar het kantoor van Van Daal. Het oordeel is niet mals: de rechter wijst alle vorderingen resoluut af en heft het beslag op. Natuurlijk is Snijder blij met de uitkomst, maar de stress en de hoge kosten van het geschil laten een zure smaak na in zijn mond: ‘De tegenpartij produceert 90 pagina’s onzin en dat moet je allemaal weerleggen. Dit heeft me meer dan 50 duizend euro gekost.’

    Kortom: ook een onterecht beslag krijg je er niet gemakkelijk vanaf. Je moet als beslagene een kort geding aanspannen, met alle kosten van dien — 5.000 euro is zo ongeveer het minimumtarief, blijkt uit navraag bij advocaten. Dan zou je misschien verwachten dat in zo’n kort geding de beslaglegger moet aantonen dat er een gegronde claim is. Maar zo werkt het niet: in kort geding rust de bewijslast op de eiser, op de beslagene dus. Die moet stellen dat er onterecht beslag is gelegd.

    Wie advocaten hierover spreekt, hoort nagenoeg unaniem dat het opheffingskortgeding als een no go wordt gezien. Advocaat Arnold Croiset van Uchelen (Allen & Overy), die decennia proceservaring heeft: ‘Dat eindigt te vaak in het voordeel van de beslaglegger. Als je verliest, sta je helemaal met de rug tegen de muur.’ En Diana Mensinga (Westland Partners): ‘Een opheffingskortgeding ben ik nog nooit tegengekomen.’

    Dat zie je dan ook terug in de cijfers van de Raad voor de Rechtspraak: vorig jaar volgde er in slechts 6 procent van de beslagen een kort geding — ruim 400 procedures. 

    100 keer beslag gelegd, 99 keer toegewezen

    Hoe lastig het is beslag eraf krijgen, zo makkelijk is het om het erop te leggen. In de la van Mensinga ligt een sjabloon voor het opstellen van een beslagrekest; daar is ze meestal een half uurtje mee bezig. Een afwijzing van een verzoekschrift heeft de raadsvrouw nog niet ontvangen: ‘De eisen zijn niet hoog. Als de rechtbank wat aan te merken heeft, krijg je een griffiemedewerker aan de lijn. Dan heb je altijd de mogelijkheid het verzoekschrift aan te passen.’ Reinier-John Koopman (Koopman Van Steijn Advocaten) treft ook altijd doel: ‘Ik heb 100 keer beslag gelegd en het is 99 keer toegewezen. Stelt niks voor; zo is het systeem.’ 

    Hoe leg je conservatoir beslag?

    Als je vindt dat je nog iets te vorderen hebt, zoals een geldbedrag, en je krijgt ondanks aanmaningen niet betaald, dan kun je je tot een advocaat wenden. Die kan een verzoekschrift (beslagrekest) indienen bij de rechtbank, waarin staat om welke vordering het gaat en waarop je beslag wil leggen. Beslag is onder meer mogelijk op bankrekeningen, roerende zaken als de inventaris / voorraad, vastgoed en aandelen of effecten. 

    Ook moet de advocaat bewijzen meesturen, zoals facturen. Sinds 2011 moet de advocaat in het verzoekschrift ook de eventuele verweren van de beslagene vermelden, dat wil zeggen de betwisting van de vordering. Daarnaast moet de advocaat uitleggen waarom het be­slag nodig is, waarom is gekozen voor beslag op genoemde goederen en waarom niet een minder bezwarend beslagobject mogelijk is (bijvoorbeeld beslag op een onroerende zaak in plaats van op een bankrekening). Zo zou de rechter moeten kunnen toetsen of het beslag niet te ver gaat.

    Let op: dit is een éénzijdige, schriftelijke procedure, waarin de beslagene in de regel niet wordt gehoord. De rechter beslist op grond van de informatie die de beslaglegger aanlevert. De beslagene kan niet zijn zegje doen. Meestal dezelfde dag nog krijg je verlof tot het leggen van conservatoir beslag. 

    Het meest voorkomende beslag is bankbeslag. Het beslag ligt dan op het saldo vanaf het moment van beslaglegging, ook al is dat saldo veel hoger dan de vordering. Geld dat nadien wordt gestort, valt er niet onder. Voor een beslagene is er een snelle manier om daarvan af te komen, namelijk het stellen van zekerheid in de vorm van een bankgarantie. Dat kost doorgaans een paar honderd euro. Een beslag op vastgoed krijg je op deze manier er niet af.    

    Na beslaglegging moet de beslaglegger binnen veertien dagen een 'gewone' procedure starten bij de rechtbank, waarin de vordering die aan het beslag ten grondslag ligt, kan worden getoetst. Doet de beslaglegger dat niet, dan vervalt het beslag.

    Lees verder Inklappen

    Hoe kan het dat rechters zo makkelijk verlof verlenen voor iets dat zo ingrijpend kan zijn? Navraag bij de Raad voor de Rechtspraak leert dat voor het beoordelen van een beslagrekest door de rechter negen minuten staat (en 28 minuten voorbereiding door een griffiemedewerker), wat zij zelf ‘summierlijk onderzoek’ noemen. In die negen minuten bekijkt de rechter of het verzoek voldoende onderbouwd is. Vervolgens zet deze een stempel. Het is het gevolg van iets dat ‘outputfinanciering op basis van de gemiddelde behandeltijd’ heet.

    Minister Dekker kondigde deze maand aan dat deze omstreden wijze van bekostiging van de rechtspraak op de schop gaat. Voorlopig blijft beslag voor schuldeisers en hun advocaten echter feest, want je kunt je (vermeende) debiteur snel in de hoek drijven en advocaten verdienen er goed aan. 'Als een vordering geïncasseerd moet worden', vertelt Mensinga, ‘geeft het druk – zoveel druk dat er snel een oplossing moet komen.' 

    'Meestal ga je maar wat regelen. Onder dwang doe je dus concessies die je eigenlijk niet moet doen,’ beaamt Van Uchelen. Met andere woorden: de beslagene wordt gedwongen een schikking te treffen, terwijl verre van zeker is dat de beslaglegger wel in zijn recht staat. Daarom is beslag zo’n populair pressiemiddel. De beslagene kan er weinig tegen ondernemen: als je niet schikt met de beslaglegger, moet je een procedure afwachten die zo twee jaar kan duren. Ondertussen blijft het beslag gewoon liggen. Veel bedrijven kunnen zich dat vanzelfsprekend niet permitteren. Als je wagenpark in bewaring wordt genomen, dan heb je als transporteur geen andere keuze dan in allerijl het hoofd te buigen.

    Beslaglegger krijgt voordeel van de twijfel

    Het zijn conclusies die acht jaar geleden ook al getrokken zijn in een (extern) onderzoek in opdracht van de Raad voor de Rechtspraak. De positie van de beslagene is verzwakt, concludeerden de auteurs, omdat ‘de beslaglegger het voordeel van de twijfel krijgt totdat het tegendeel – vaak jaren later – bewezen is.’ 

    Belangrijkste oorzaak van de verzwakte positie, stelde het onderzoek, is dat er onvoldoende waarborgen zijn voor de beslagene. Die heeft namelijk alleen een weinig kansrijk kort geding tot zijn beschikking. De procedure om schadevergoeding te krijgen voor een onterecht beslag bestempelden de auteurs tot 'papieren tijger'. Opmerkelijk ook was de constatering dat het beslag in tweederde van de gevallen (mede) wordt gelegd als pressiemiddel, dus om de schuldenaar tot betaling of levering te dwingen. 

    ‘Advocaten realiseren zich nu dat het wel enig hout moet snijden’

    Maar alleen voor het uitoefenen van druk is conservatoir beslag niet bedoeld, zegt hoogleraar executie- en beslagrecht Ton Jongbloed (Universiteit Utrecht), mede-auteur van het onderzoek en een van de grootste kenners op dit gebied. 'Het is bedoeld voor de situatie waarin een schuldeiser vreest dat zijn schuldenaar verhaal of levering onmogelijk zal maken voordat hij zijn vordering kan verhalen of het goed geleverd krijgt.' Ergo: beslag is niet in het leven geroepen om partijen aan de onderhandelingstafel te dwingen. Er moet gerede angst zijn dat iemand geld of andere bezittingen wegsluist tot buiten het zicht van de schuldeiser. 

    Vreemd genoeg speelt dat nog altijd nauwelijks een rol in de huidige praktijk. Je hoeft vrees voor verduistering niet eens te betogen in een beslagrekest.       

    Buitenland gelooft zijn ogen niet 

    Nederland is hiermee een buitenbeentje: ‘Ik ken geen land In Europa dat ook maar in de buurt komt', zegt Jongbloed. 'In Duitsland bijvoorbeeld moet je een spijkerharde vordering hebben en aantonen dat er risico is op verduistering.’ Advocaat Koopman vertelt dat hij heeft gewerkt bij een financiële dienstverlener: ‘Daar kwam ik wel eens vertellen aan buitenlandse aandeelhouders hoe beslag hier werkt. Die snappen er niks van dat je een bedrijf zomaar lam kunt leggen. Ik kreeg het niet uitgelegd.’

    Nu zou je wellicht denken dat het onderzoek en het grote contrast met het buitenland zouden leiden tot een grondige herbezinning, niet in de laatste plaats omdat er zoveel onterechte beslagen werden gelegd met zoveel collateral damage. Dat roept fundamentele vragen op, zoals: 

    • Waarom weegt het recht van de schuldeiser op verhaal zoveel zwaarder dan het grondrecht om vrijelijk over je eigendom te beschikken? Waarom krijgt de schuldeiser het voordeel van de twijfel? 
    • Welke ideologische keuzes gaan schuil achter de wijze waarop rechters verlof voor beslag verlenen? 
    • Waarom is er voor beslagenen geen recht om snel gehoord te worden door de rechter als de impact van (onterecht) beslag zo groot kan zijn?
    • Waarom staan rechter toe dat beslag hoofdzakelijk verworden is tot pressiemiddel? 

    Maar tot grote wijzigingen kwam het niet, ondanks dat er in 2010 voor het eerst in tijden publicitaire aandacht kwam voor misbruik van het beslagrecht. Aanleiding voor het tumult was het juridisch geweld van Nina Brink (inmiddels Nina Storms) jegens Eric Smit, hoofdredacteur van dit medium. Storms, verbolgen over Smits publicaties, wist destijds vanwege onbewezen 'reputatieschade' beslag te leggen op Smits rekeningen, woonhuis en toekomstige royalty’s van de biografie die Smit over de zakenvrouw schreef. ‘Ons beslagrecht beloont degene die het brutaalst is’, zo schreef Van Uchelen in een opinieartikel in NRC Handelsblad. ‘Het wordt tijd dat de wetgever dit oppakt en ons recht meer in overeenstemming brengt met dat van de ons omringende landen.’   

    Na kamervragen over de kwestie schoof Minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin het probleem af op de rechters. In 2011 besloten zij de regels in de zogenoemde beslagsyllabus — een soort leidraad voor de rechterlijke macht — wat aan te scherpen. Een schuldeiser moet nu beter bewijzen dat hij of zij een vordering heeft (bijvoorbeeld met facturen), het eventuele verweer van de schuldenaar opnemen en aantonen dat het middel in juiste verhouding staat tot het doel (eis van proportionaliteit). ‘Zo kan je niet meer beslag leggen op een huis met een vordering van 100 euro’, laat een woordvoerder van de Raad van de Rechtspraak weten.

    ‘Het standaard formuliertje werkt nog steeds goed’

    Mede door de wijzigingen is het aantal beslagen sinds 2011 stevig gedaald, hoewel lastig is vast te stellen in welke mate de aangescherpte regels daar precies de oorzaak van zijn. Van 15.444 beslagen in 2010, zijn we terug naar 5.986 beslagen in 2017. Ook de conjunctuur speelt bij de daling een rol: dankzij de aantrekkende economische groei na 2011 liep het aantal wanbetalingen en failissementen sterk terug. Daarmee stokte ook een belangrijke motor achter beslaglegging.    

    Aannemelijk is dus dat de scherpste kantjes er nu vanaf zijn. 'Een totaal uit de lucht gegrepen verhaal was vroeger genoeg voor de rechter', zegt Van Daal hierover. ‘Advocaten realiseren zich nu dat het wel enig hout moet snijden. Als het maar netjes Nederlands is en je doet er wat bewijsstukken bij, dan krijg je het gewoon.’

    Schandvlek

    Hoogleraar Jongbloed erkent dat zijn onderzoek impact heeft gehad, maar hij blijft kritisch. 'Veel is er niet veranderd, want de rechter toetst marginaal: is het een beetje onderbouwd? Het standaard formuliertje werkt nog steeds goed.' Hij pleit voor een veel strengere bewijsplicht en een standaard mogelijkheid gehoord te worden als je daarom verzoekt. Maar daar is binnen de rechterlijke macht volgens Jongbloed  'weinig prioriteit' voor. 

    Zo kon het dus gebeuren dat vastgoedman Snijder onverwacht met de beslaghamer op het hoofd kreeg geslagen, zonder dat hij kans heeft gekregen zijn eigen kant van het verhaal te vertellen. Een beoordeling van nog geen tien minuten was genoeg om iemand het recht te geven de tegenpartij het leven jarenlang zuur te maken. Advocaat Van Daal noemt het Nederlandse beslagsysteem daarom 'een schandvlek'.

    Er is één rechter in Nederland die onlangs aan de bel heeft getrokken. Begin dit jaar wees de voorzieningenrechter Noord-Holland een verzoekschrift tot beslaglegging af en publiceerde de afwijzing — een zeldzaamheid. Leendert Saarloos oordeelde dat terughoudendheid past ‘door toenemende kritiek in de vakliteratuur op de wijze van verlofverlening in Nederland, zeker indien die wordt vergeleken met de wijze van verlofverlening in de ons omringende landen.’ 

    Vooralsnog is Saarloos een roepende in de woestijn. 

    De naam Erik Snijder is gefingeerd om privacyredenen. De echte naam is bekend bij de redactie. 

    Dit is het eerste artikel in een serie over Nederland als paradijs voor schuldeisers. Wil je op de hoogte blijven? Volg Jan-Hein en krijg een seintje zogauw er een nieuw artikel van zijn hand verschijnt.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jan-Hein Strop

    Gevolgd door 202 leden

    Freelance financieel-economisch journalist met grote belangstelling voor de werking, macht en gedrag van bank & verzekeraar.

    Volg Jan-Hein Strop
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren