'Met de euro zijn we het gezonde verstand ver voorbij' [interview]

    Euro-researcher André ten Dam had al in 2010 een volledig geïntegreerd ontwerp klaar voor een oplossing van de huidige euromalaise. Bevlogen en zeer bezorgd analyseert Ten Dam vandaag de achtergronden van de eurocrisis, om in een volgend gesprek alternatieven voor de huidige euro te bespreken.

    Omdat de eurocrisis al weer vijf jaar voortduurt, wordt het de vraag hoe slim het is voor Europa om vast te houden aan haar eenheidsmunt. De analyses van de critici van het eerste uur zijn bewaarheid. Reden waarom ze nu ook meer en meer aandacht krijgen. Euroresearcher André ten Dam beperkte zich sinds 2010 echter niet tot het uiten van kritiek op de euro maar kwam, als enige Nederlander, daadwerkelijk met een oplossing, een voorstel onder de titel ‘The Matheo Solution (TMS).

    Op initiatief van de Duitse econoom Hans-Werner Sinn heeft het IFO-instituut uit München in 2011 TMS in het internationale economisch-wetenschappelijke debat gebracht over alternatieven voor de ‘one-size-fits-all/none’ euro. Zou Ten Dam na Nobellaureaten Jan Tinbergen (1969) en Tjalling Koopmans (1975), de Nederlandse economische wetenschap weer internationaal op de kaart zetten?  Ten Dam stemde in met een exclusief uitgebreid gesprek met FTM over zijn voorstel. Twee gesprekken in feite. Vandaag analyseert hij vooral de achtergronden van de crisis. Een volgend gesprek zal gaan over oplossingen. U vindt eindelijk gehoor voor uw inzicht, begin 2010, dat het doorgaan met de euro tot een economisch en maatschappelijk drama zou leiden. Bent u tevreden? 'Nee, juist integendeel. Ik had veel liever gezien dat ik er naast gezeten zou hebben, want dan zou de situatie voor het bedrijfsleven in de eurozone, vooral in het MKB, er niet zo beroerd voor gestaan hebben en dan zouden miljoenen mensen nu niet werkloos en in ellende thuis zitten. Dat de voedselbanken in Nederland de laatste jaren de enige groeisector zijn gebleken is in-en-in triest. Vooral het sociale drama met massawerkloosheid, verloren jongere generaties en bittere armoede in Zuid-Europa is hemeltergend en hartverscheurend.' Waar knelt de schoen precies? 'De eurozone-problematiek bevat op hoofdlijnen drie aspecten. Ten eerste de economische en sociale problematiek. De euro is gaandeweg te goedkoop geworden voor de Noordelijke landen -met name voor Duitsland en Nederland- maar tegelijkertijd veel te duur voor de Zuid-Europese. Een voor ieder land evenwichtige en dienstbare wisselkoers van de euro is echter onmogelijk, omdat de interne onderlinge economische verhoudingen tussen de eurolanden volledig uit het lood zijn geslagen. Omdat dit verstoorde evenwicht met de euro niet meer hersteld kan worden door aanpassingen in de onderlinge wisselkoers en nationaal gericht rentebeleid, is de boel volledig vastgelopen. Gevolg is een tweezijdige vraaguitval, de eerste in Zuid-Europa waar de economieën en werkgelegenheid door de daar te dure euro zijn vernietigd. Tegelijkertijd heeft, vooral in Duitsland en Nederland, de voor deze landen juist te goedkope euro een gezonde koopkracht ontwikkeling ernstig aangetast. Het tweede aspect is de schuldencrisis. Als gevolg van doorgeslagen overcreditering van landen en particulieren en een verkeerde risico-inschatting daarbij, wegen de schulden te zwaar. Deze schulden zullen tot een houdbaar niveau teruggebracht moeten worden. Of men het nu leuk vindt of niet. Dat brengt ons direct bij het derde aspect: de bankencrisis. Door de financiële crisis waren de banken al ernstig verzwakt, op de beleggingsproducten die zij gekocht hadden, moest flink worden afgeboekt. Als er op de uitstaande leningen aan landen en particulieren nu ook nog eens fors afgeschreven moet worden zullen de nodige Europese banken dat zonder een vangnet niet overleven. Is de euro de oorzaak van de ellende? Om duidelijk te maken in hoeverre de euro hier de oorzaak van is, neem ik u graag mee naar de theorie en de praktijk van elementaire economie.
    De eerste en de belangrijkste voorwaarde voor een monetaire unie is, dat de economieën van de deelnemende landen met elkaar dienen te convergeren
    Als meerdere landen met elkaar succesvol een monetaire unie willen aangaan, waarbij alle deelnemende nationale munten tegen een onomkeerbare vaste wisselkoers worden omgezet in de nieuwe gemeenschappelijke eenheidsmunt, en waarbij er voor ieder deelnemend land hetzelfde rentebeleid gevoerd gaat worden, moet er eerst aan een aantal stringente voorwaarden voldaan zijn. De eerste en de belangrijkste voorwaarde is dat de economieën van die deelnemende landen met elkaar dienen te convergeren, zowel qua kracht als ontwikkelingssnelheid.

    André ten Dam André ten Dam

    Tweede voorwaarde: in de deelnemende landen moet een eenduidig economisch beleid gevoerd worden - denk aan loonontwikkeling en pensioenbeleid - en er ook een gemeenschappelijk budget moet zijn om de gevolgen van een zogenoemde asymmetrische schok in een deelnemend land op te kunnen vangen. Voor een succesvolle monetaire unie is dus ook een economische en een politieke unie noodzakelijk. Tevens dient er een gemeenschappelijke ‘demos’, een onderling eenheidsgevoel te zijn onder de burgers van de deelnemende landen. Denk aan een gemeenschappelijke taal en cultuur, dat faciliteert de arbeidsmigratie die nodig is indien het economisch in een aan de monetaire unie deelnemend land even wat slechter gaat en de werkloosheid aldaar oploopt, terwijl er in andere deelnemende landen een overvloed aan werk is. Maar bij het Europact werd aan geen enkele van deze voorwaarden in voldoende mate voldaan. De landen zijn gewoon op hoop van zegen in het euro-huwelijksbootje gestapt.
    Door hun deelname aan de euro heeft ieder euroland afstand gedaan van alle monetaire instrumenten
    Wel werd het Stabilteits- en Groeipact in het leven geroepen met voorschriften betreffende staatsschulden en begrotingstekorten. Besef wel dat door deelname aan de euro elk euroland afstand heeft gedaan van alle monetaire instrumenten en mogelijkheden voor een begrotingsbeleid om hun nationale economie in goede en slechte tijden te kunnen sturen. De macro-economische onevenwichtigheden die er tussen de eurolanden ontstaan zijn daardoor niet meer eenvoudig en snel te corrigeren. En dat terwijl de nationale economieën van de deelnemende landen zo verschillend waren - en zijn. Verschillen die je niet alleen ziet tussen de noordelijke en de zuidelijke landen maar ook tussen de noordelijke landen onderling en de zuidelijke landen onderling. Dan is het wachten op de eerste grote economische teruggang en ‘the shit hits the fan’. Een Europese politieke unie als voorwaarde voor een succesvolle Europese monetaire unie? In het eurodebat horen we van de zijde van de euro-enthousiastelingen keer op keer dat met een federaal Europa de problemen opgelost zouden zijn, maar dat is helaas een misvatting. Het standpunt dat de eurocrisis in een federaal Europa snel opgelost zou zijn rammelt aan alle kanten. Ter onderbouwing van dat standpunt wordt vaak genoemd dat in Nederland de zwakkere regio’s als Groningen en Limburg toch ook financieel overeind gehouden worden door de sterkere regio’s, en dat dat dus ook op Europees niveau zou moeten kunnen. Dat standpunt rammelt omdat er, net als binnen elk land, in de zwakkere Zuid-Europese landen van oudsher ook economisch sterkere en zwakkere regio’s zijn. Denk daarbij eens aan de Noord-Italiaanse regio’s, met een traditioneel ijzersterk MKB, waar altijd het geld voor het hele land werd verdiend. Sinds de euro voor Italië veel te duur is geworden, hebben echter veel bloeiende Noord-Italiaanse MKB-bedrijven nu het loodje gelegd en heeft bijvoorbeeld Fiat belangrijke delen van haar productie verplaatst van Turijn naar Oost-Europa. Ook van de fameuze Italiaanse kledingindustrie is er nauwelijks nog productie in eigen land te vinden. Wat ik hiermee dus wil zeggen is, dat in het geval van een Europese politieke unie, een Federaal Europa, de sterkere regio’s in Duitsland en Nederland niet alleen de zwakkere regio’s in eigen land moeten financieren maar, in extremis, ook heel Zuid-Europa. Zelfs een kind begrijpt dat dat niet kan. Een politiek federaal Europa zorgt er uitsluitend voor dat de transferbetalingen van Noord naar Zuid efficiënt kunnen verlopen en dat de steeds verder toenemende armoede in Europa eerlijk wordt verdeeld. Zou een politieke unie de problemen verergeren? 'Zeker. Nogmaals, de eerste en belangrijkste voorwaarde voor een monetaire unie met een eenheidsmunt en één rente is dus economische convergentie tussen de deelnemende landen. Is die convergentie er niet, dan moet je niet aan een monetaire unie beginnen, en ben je er al mee begonnen en is er geen reëel uitzicht op afzienbare termijn op die convergentie, dan moet je er a.s.a.p mee stoppen. Dat is een kwestie van gezond verstand. Als je dan ziet dat de euro sinds 2010 - eigenlijk al sinds de financiële crisis in 2008 - een vernietigende uitwerking heeft op de economische ontwikkeling en sociale situatie in de eurozone, en je gaat er desondanks vrolijk mee door, dan zijn we het gezonde verstand dus al ver voorbij. Bovendien, de Europese burgers willen helemaal geen federaal Europa. Persoonlijk vind ik het ook onverstandig om van de diverse prachtige Europese landen een eenheidsworst te willen maken, want de kracht van Europa als continent ligt juist in de verscheidenheid van de landen die dat mooie continent vormen. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat je niet samen zou moeten werken. Kortom, je zou kunnen zeggen “Eenheid zonder verscheidenheid is verstikkend, maar verscheidenheid zonder eenheid is als los zand”, oftewel: Europese samenwerking vanzelfsprekend, maar dan wel graag met gezond verstand.' Hoe hebben de beleidsmakers volgens u de eurocrisis sinds 2010 aangepakt? 'De Europese politici hebben zich vanaf 2010, na enige aarzeling, vierkant achter het redden en continueren van de eenheidseuro gesteld. Angela Merkel bracht dat prachtig onder woorden met haar fameuze uitspraak in mei 2010: “Wenn der Euro scheitert, dann scheitert Europa”. ECB-baas Mario Draghi deed twee jaar later hetzelfde met zijn uitspraak “We do whatever it takes to save the euro, and believe me, it will be enough”. Dat zijn natuurlijk allemaal mooie woorden en met name de woorden van Draghi hebben de nationale financiële stelsels voor zolang dat duurt goed gestabiliseerd in de gegeven omstandigheden, en daarmee bedoel ik de onderlinge economische divergentie tussen de eurolanden en de toenemende economische en sociale ellende als gevolg daarvan, maar we zijn natuurlijk niet helemaal compos mentis te noemen of op zijn minst wereldvreemd, wanneer we deze woorden in die gegeven omstandigheden tot continu staand beleid verheffen. Zeker als we zien dat overal in de wereld men al lang weer op of boven het prefinanciële crisis-niveau zit, behalve bij ons in de eurozone. Want we hebben het natuurlijk niet over een tijdelijke asymmetrische schok in Zuid-Europa waarvan de sociale ellende van beperkt tijdelijke aard is en die aldaar dan ook met beperkt met tijdelijke solidariteitssteun uit het Noorden opgevangen zou kunnen worden, maar over een voortdurende tsunami.
    De geschiedenis zal geen mild oordeel vellen over deze lichting Europese beleidsmakers
    Het is mijns inziens, behalve een kwestie van gezond verstand, ook een kwestie van moraal en ethiek. Want hoe kan je nu met droge ogen landen zoals Portugal en Griekenland dwingen tot zeer drastische bezuinigingen en daarmee in armoede dompelen, terwijl je die landen vast laat houden aan een voor hen veel te dure munt? Een munt die dan alle broodnodige zuurstof voor het noodzakelijke krachtige herstel wegneemt en je dan dus bij voorbaat weet dat zo’n opgelegd beleid zal uitmonden in een sociaal en humanitair drama van minstens een decennium en mogelijk nog veel langer. Ik ben bang dat de geschiedenis geen mild oordeel zal gaan vellen over deze lichting Europese beleidsmakers. Verder hebben de beleidsmakers met hun euro-stelligheid zichzelf wat betreft hun eigen geloofwaardigheid op een doodlopende weg klem gezet. Daarmee is de euro voor hen inmiddels verworden van een middel tot een doel op zich. Ik roep hierbij graag nog even in herinnering dat onze politici ons bij de invoering hebben beloofd dat we met de euro als middel in 2010 een veel hogere welvaart zouden hebben bereikt met min-of-meer volledige werkgelegenheid, terwijl de ironie wil dat de euro juist in 2010 is overleden en sindsdien met peperdure medicamenten kunstmatig in leven wordt gehouden.' De euro is er toch nog steeds? 'Praktisch alle sinds 2010 genomen maatregelen, ik bedoel de noodfondsen en het ECB-beleid, zijn maatregelen van symptoombestrijding. We dweilen al jaren met de kraan open.
    We dweilen al jaren met de kraan vol open
    Bovendien hebben die maatregelen ook allerlei vervelende bijwerkingen, waarvan we met zijn allen later de rekening nog gepresenteerd zullen krijgen. Denk daarbij aan het vroeger of later moeten bloeden voor het afboeken van de solidariteitsleningen aan Griekenland en aan het te zijner tijd klappen van de door het ECB-beleid opgeblazen bubbles op de aandelenmarkten. Hiermee wil ik overigens niet zeggen dat er de laatste vijf jaar helemaal niets goeds in gebeurd. Het bankentoezicht op Europees niveau is natuurlijk een stap vooruit, hoewel de ECB in verband met belangenverstrengeling dat overigens niet naar zich toe had moeten trekken, maar goed, het is een stap vooruit. Hetzelfde geldt voor de kapitaalversterking bij de Europese banken. Maar of al deze maatregelen er democratisch, rechtstatelijk en verdragsrechtelijk wel zo netjes doorheen zijn gedrukt valt ernstig te betwijfelen. De politiek blijkt in ieder geval na vijf jaar eurocrisis toch onmachtig om de oorzaken van de ellende effectief te adresseren; de onderlinge economische divergentie is er alleen maar groter op geworden, van de noodzakelijke hervormingen ter versterking van de nationale concurrentieposities in Zuid-Europa is veel te weinig terecht gekomen. Gelukkig heeft men in Spanje wel iets bereikt, maar vooral in Italië en Frankrijk zijn er na vijf jaar dienaangaande niet tot nauwelijks resultaten geboekt. Let wel, het is een illusie dat het wel overal succesvol doorvoeren van hervormingen de zalig makende oplossing gebracht zou hebben, daar zijn de onderlinge macro-economische verschillen gewoonweg veel te groot voor. Als de onderlinge wisselkoersen zich dan niet meer kunnen aanpassen, krijg je vroeger of later destructieve processen van interne devaluatie (loonsverlagingen met deflatie), zoals nu in de Zuid-Europese landen voor wie de euro te duur is en/of van interne revaluatie in de landen waarvoor de euro te goedkoop is. In het eerste geval wordt de welvaart aangetast door economische malaise en torenhoge werkloosheid en in het tweede geval wordt de welvaart aangetast door een te lage koopkracht met het risico van koopkracht aantastende import van inflatie uit het buitenland met loon- en prijsspiralen. Al met al is het Europact en de redding daarvan verworden tot een gedrocht van ongekende proporties.' Ondanks dit scenario gaan beleidsmakers voor op de ingeslagen weg. Hoe komt dat? 'Dat heeft onmiskenbaar te maken met de Europese geschiedenis, ik bedoel natuurlijk de Eerste en vooral de Tweede Wereldoorlog. Het Duitse schuldgevoel als gevolg daarvan en de Franse zucht naar macht en invloed. Die hebben geresulteerd in een verstikkende omstrengeling van deze twee landen in de Duits-Franse As. Na de twee verwoestende oorlogen moest terecht de vrede bewaard worden. In Europa moesten Duitsland en Frankrijk niet meer met elkaar vechten maar vreedzaam met elkaar samenleven en handelen waarvan dan ook de andere Europese landen zouden profiteren. Daarom werd de weg ingeslagen van Europese samenwerking als een project van Vrede & Welvaart. Dat ging ook geweldig goed, met het doorslaande succes van de Europese Interne Markt die de Europese welvaart een belangrijke impuls heeft gegeven. Maar ondanks waarschuwingen van economen wereldwijd, in Nederland bijvoorbeeld van de Rotterdamse hoogleraar Arjo Klamer, wilde de politiek meer. En wel de euro als sluitstuk van en als kroon op het Europese project. Dat was een stap te vroeg en in zijn algemeenheid ook een stap te ver. Zoals gezegd, economisch gezien waren en zijn de aan de euro deelnemende landen nog niet zo ver, en de kracht van Europa ligt mijns inziens juist in de verscheidenheid van de landen.
    Duitsland durft de stekker niet uit de euro te trekken want dan krijgt het, gelijk na WO I en II wederom de Zwarte Piet toegespeeld
    De macht in Europa ligt bij Duitsland en Frankrijk. Duitsland durft de stekker niet uit de euro te trekken want dan krijgt het, gelijk na WO I en II wederom de zwarte piet toegespeeld, en Frankrijk weet dat haar invloed bij het opbreken van de euro en het herinvoeren van nationale munten zal tanen, en dat vinden de Fransen nu eenmaal niet zo prettig. En de rest van de aan de euro deelnemende landen is dus ernstig de dupe van deze verstikkende Duits-Franse omhelzing en geen van hen durft kennelijk het initiatief te nemen om deze impasse te doorbreken. Gaandeweg zien we in toenemende mate ook politieke wrijvingen in de Europese kern tussen enerzijds Duitsland en anderzijds Frankrijk en Italië, maar meer dan dat, de europroblematiek is ook een vruchtbare voedingsbodem voor meer rechts en links radicale politieke groeperingen binnen alle eurolanden.
    De euro is verworden van kroon op het project van ‘Vrede & Welvaart’ tot welvaartsvernietiger en een enorme politieke splijtzwam
    En omdat de ECB de laatste vijf jaar al haar Duitse en Nederlandse uitgangspunten - behorende bij een sterke munt-beleid - inmiddels wel over boord heeft gegooid, zijn de verhoudingen aldaar ook op scherp komen te staan. Naar verluidt wisselen Mario Draghi en Jens Weidmann (ECB-bestuurslid en President van de Duitse Centrale Bank, red.) al twee jaar geen woord meer met elkaar. Dat gaat allemaal lekker zo, lang leve de euro! De ironie is dus, dat de euro, die de kroon op het Europese project van ‘Vrede & Welvaart’ had moeten worden, de Europese welvaart ernstig heeft aangetast en tegelijkertijd een eerste klas splijtzwam is gebleken voor de zo belangrijke Europese politieke stabiliteit. Als dat niet zo in-en-in treurig en dramatisch zou zijn, kon je daar tenminste nog hard om lachen. Waarom doorgaan met deze waanzin? Want na WO I en II is er met de Europese samenwerking, maar zonder de euro tussen Duitsland en Frankrijk, om met Lex Hoogduin te spreken, toch ook geen schot gelost?! We zitten dus nog wel even  met de euro? 'Ik heb natuurlijk geen glazen bol. Maar wat ik net zei, verklaart mijns inziens deels waarom we de euro nog steeds hebben.
    Zonder de Europese geschiedenis zou de euro al lang en breed zijn opgedoekt
    Zonder deze specifieke Europese geschiedenis zou de euro natuurlijk al lang en breed zijn opgedoekt. Wat in mijn ogen ook een rol speelt is stijfkoppigheid, angst voor gezichtsverlies, tunnelvisie en ook intellectuele armoede. Afgelopen najaar werd er door kringen binnen MinFin (het ministerie van Financiën, red.) bevestigd dat Nederland een ‘Plan B’ heeft klaarliggen voor het geval de euro onverhoopt mocht stranden en dat dat ‘Plan B’ simpelweg inhoudt dat ons land dan een nieuwe Nederlandse munt zal gaan invoeren, maar ook dat dit noodplan in nauw overleg met Duitsland is opgesteld, hetgeen dus betekent dat er in Duitsland dan een nieuwe D-mark zal komen. Tja, als men in alle wijsheid en gegeven de omstandigheden zo een Plan B heeft uitgedacht, dan kan ik een beetje begrijpen dat de politieke elite maar zo lang mogelijk met de euro doorgaat ter voorkoming van gezichtsverlies en een rondje Europa met pek en veren. En bij de monetaire elite zou de gedachte dan zomaar kunnen zijn dat we met dit Plan B dan sinds het uiteenvallen van Bretton Woods, monetair gezien, helemaal niets zijn opgeschoten.' Kunnen de financiële markten de euro niet ten val brengen? 'Inderdaad, dat ligt dan meer voor de hand, want als een groot land financieel leeg loopt, ik bedoel als internationale investeerders zich uit dat land gaan terugtrekken en inwoners hun geld over de grens gaan stallen, is Leiden in last en is er misschien geen houden meer aan. Kijk wat betreft eens naar Italië waar sinds afgelopen zomer geloof ik een kleine 100 miljard euro is uitgevloeid. Terzijde, twee jaar geleden heb ik voor Instituut Clingendael een artikel geschreven met de strekking dat het op de weg van Nederland ligt om het initiatief te nemen voor het opbreken van de euro, nu Duitsland en Frankrijk dat niet zo snel zullen doen.
    Euro-kritiek krijgt, natuurlijk niet zonder reden en zelfs in Nederland, steeds meer ruimte in de main stream-media
    Ik heb later wel eens begrepen dat, gelet op het never ending euro-taboe, die publicatie toen in overheidskringen niet zo goed is ontvangen. Maar intussen, omdat de euro-ellende twee jaar later nog onverminderd voortduurt, krijgen euro-kritische geluiden zelfs in Nederland steeds meer ruimte in de main stream-media en beginnen de eerste moedige prominente main-stream journalisten en commentatoren openlijk te twijfelen aan het nut en voorbestaan van de euro, zoals Martin Visser van DFT vorige maand. Of zij concluderen dat we er maar beter mee kunnen stoppen, zoals Bernard Hammelburg van BNR deze maand. Dat heeft natuurlijk invloed op de meningsvorming van de mensen en bedrijven in het land waarvoor de euro toch is bedoeld. Dat de mening over de euro onder het volk in alle eurolanden aan het schuiven is, blijkt ook uit de populariteit van euro-kritische politieke bewegingen in alle eurolanden. Zoals veel analisten zeggen, zou 2015 wel eens een onvoorspelbaar jaar kunnen worden.' Wat vindt u van de recente suggestie van ambtenaren dichtbij de Duitse regering dat zij, anders dan de afgelopen vijf jaar, het nu niet meer erg zouden vinden als Griekenland uit de euro zou stappen? 'Vijf jaar lang heeft zowel de Europese, de Brusselse als de Griekse elite het Griekse volk voorgehouden dat het in het belang van het Griekse volk is dat Griekenland eurolid zou blijven en daarvoor de aan hen opgelegde buitensporige bezuinigingen onontkoombaar zijn. Ook Angela Merkel is nog een paar keer naar Griekenland gereisd om de Grieken dat op hun hart te drukken.
    Als Griek zou ik mij nogal in het pak genaaid voelen
    En als nu de Duitsers opeens ventileren dat het geen ramp zou zijn als Griekenland nu wel uit de euro zou treden, bijvoorbeeld omdat de Europese banken inmiddels wat stabieler zouden zijn, dan zou ik mij als gewone Griek nogal in het pak genaaid voelen. Dat Jean-Claude Juncker (voorzitter van de Europese Commissie, red.) zich onlangs in de Griekse verkiezingsstrijd heeft gemengd is ronduit ongepast want een inmenging in Griekse binnenlandse aangelegenheden. De Grieken moeten zelf beslissen wat goed voor hen is, volgens mij is de democratie in Griekenland uitgevonden. Desondanks denk ik dat een ongecontroleerde Grexit (Griekse uittreding uit de euro, red.) zonder steun van de overige eurolanden eerst tot chaos en een verdere verdieping van de ellende aldaar zal leiden, maar met een dan evenwichtig gedevalueerde drachme en een verstandig beleid geeft dat Griekenland vervolgens weer wel de noodzakelijke zuurstof en dus een betere mogelijkheid tot herstel.' Is monetaire devaluatie altijd het zaligmakende recept? 'Nee natuurlijk niet, als je je munt maar steeds devalueert om internationaal concurrerend te blijven, verlaag je stap-voor-stap het nationale algemene welvaartsniveau, terwijl een sterke munt-beleid het welvaartsniveau juist verhoogt, kijk maar naar de Zwitsers. Daarom is het continu doorvoeren van hervormingen ook zo belangrijk. Maar wanneer je economie en werkgelegenheid op apegapen liggen en je munt internationaal veel te duur is, zoals nu in Zuid-Europa, moét je wel monetair devalueren om de boel weer op gang te brengen, dat kan niet anders.
    Over het traditionele Nederlandse sterke muntbeleid, waarom horen we daar niemand meer over?
    Jelle Zijlstra (voormalig president van DNB, red.) hamerde overigens ook altijd op het sterke muntbeleid. Dat verhoogt de koopkracht en dus de welvaart, dat houdt de exporterende bedrijven alert, efficiënt, effectief en innovatief. Dat traditionele Nederlandse sterke muntbeleid, waarom horen we daar eigenlijk niemand meer over? Als de wisselkoers van de euro weer is gedaald, lees ik daarover in de financiële media alleen maar juichverhalen. Ben ik nou gek of hoe zit dat? Natuurlijk, een lage muntkoers is goed voor de export, maar dat maakt de bedrijven in die sector lui. Duitsland en Nederland krijgen hun exportkracht al jarenlang in de schoot geworpen door de voor ons de veel te lage eurokoers, met uit het lood geslagen exportoverschotten voor Nederland, terwijl onze binnenlandse economie stagneert. Dat is natuurlijk een ongezonde situatie.' Wat vindt u van de Zwitsese ontkoppeling van de frank van de euro? 'Met de koppeling van de frank aan de euro in 2011 heeft Zwitserland de euro moreel en financieel gesteund. Sindsdien is de balans van de Zwitserse centrale bank, meen ik, meer dan dubbel zo groot opgeblazen door euro-steunaankopen. Dat was natuurlijk ook niet veel langer vol te houden. Want door het voortdurende zwakke munt-beleid van de ECB gaat de wisselkoers van de euro in toenemende mate onderuit zonder dat er enig uitzicht is op herstel. Juist integendeel, Draghi c.s. hebben te kennen gegeven dat we als gevolg van het ECB beleid rekening moeten houden met een structureel lage wisselkoers van de euro. Wellicht dat het advies, vorige week, een dag eerder, van de advocaat-generaal van het Europese Hof van Justitie dat de OMT plannen van de ECB niet illegaal zouden zijn, de druppel is geweest voor de Zwitsers om dit besluit te nemen. Want daardoor zou de ECB zich gelegitimeerd kunnen voelen om nu de QE-geldsluizen open te zetten. Door de koppeling met de euro los te laten voorkomen de Zwitsers dat de frank in die neergaande euro-spiraal wordt meegezogen en daarmee dus ook de koopkracht van de Zwitsers. Voor de Zwitserse export is dat natuurlijk vervelend.
    Zwitserland heeft het vertrouwen in de euro opgezegd
    Zwitserland streeft kennelijk nu een evenwichtige wisselkoers van de frank na waarin zowel de koopkracht van de Zwitsers als de exportpositie van het Zwitserse bedrijfsleven op evenwichtige wijze worden gediend. Op de langere termijn is dat natuurlijk een gezonde situatie. Al met al heeft Zwitserland met deze move feitelijk wel het vertrouwen opgezegd in de euro en in het uitzicht op het economische herstel in de eurozone, en dat heeft de overlevingskansen van de euro er in ieder geval niet groter op gemaakt.' Wat vindt u van de plannen van de ECB om staatsobligaties te gaan opkopen? Ik geloof daar niet zo in, omdat ik ook niet zo geloof in de maakbare samenleving. Verbeteringen moeten toch vooral komen uit de economieën zelf. Niet de ECB is aan zet maar de politiek.
    We leven toch in een democratische rechtsstaat en niet in een bananenrepubliek?
    En ‘baat-het-niet-dan-schaadt-het-niet’, daar kan ik niet zo veel mee, zeker als dit ECB-beleid op zijn minst op gespannen voet staat met het Verdrag en de statuten van de ECB. We leven toch in een democratische rechtsstaat en niet in een bananenrepubliek? De uitspraken van Klaas Knot (president DNB, red.) van eind vorige week waren wat dat betreft veelzeggend. Ook hij suggereerde dat QE in strijd is met de democratie en dat niet de ECB maar de politiek dergelijke beslissingen moet nemen. Maar Klaas Knot, natuurlijk net als zijn voorganger Nout Wellink een verstandig man, zei nog iets, iets wat mij intrigeerde. Hij zei dat niet de ECB de staatsobligaties op moest gaan kopen maar de nationale centrale banken. En dat is natuurlijk interessant, want dat zou dan de eerste forse scheur in het Europact geven. Als je het positief wil zeggen, zou dit de eerste stap zijn naar ‘flexibilisering’ van het Europact, zoals u weet denk ik dat dat ook de juiste weg is uit de ellende. Nu de Europese politiek daartoe onmachtig is gebleken, moeten de centrale bankiers wellicht achter de schermen maar eens het voortouw nemen en met verstandige voorstellen komen om de structuur van het Europact in de kern te flexibiliseren? Misschien zit daar wel het gezonde verstand? De expertise is daar natuurlijk wel aanwezig! Want nu het zo zoetjes aan begint door te dringen dat het zo niet verder kan moeten we, ook in Nederland, eens gaan beginnen met een oplossingsgericht debat, een debat over alternatieven voor de eenheidseuro, toch? Volgende week, na de belangrijke ECB-vergadering van komende donderdag en ná de Griekse verkiezingen, deel twee van het gesprek met André ten Dam, dat zal gaan over alternatieven voor de eenheids-euro.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jean Wanningen

    Gevolgd door 228 leden

    Jean Wanningen (Weert, 1957) is een veelkleurige persoonlijkheid. Ging na ‘verkeerde’ studies bij een gerenommeerde investmen...

    Volg Jean Wanningen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren