Met het poldermodel gaan we het klimaat niet redden

    De typisch Nederlandse overlegcultuur werkt niet als er harde beslissingen moeten worden genomen. Voor het realiseren van klimaatdoelen komt polderen dus niet in aanmerking, oordeelt de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) in haar Performance Review van Nederland.

    Nederland, dump het poldermodel, daar komt het advies van de OESO in de Review op neer. Om klimaatdoelen te halen moet de overheid stoppen met overleggen, en maatregelen opleggen, vindt de organisatie. Omdat door het in Nederland gangbare poldermodel de overheid vaak vrijwillige afspraken maakt met het bedrijfsleven, kan diezelfde overheid vervolgens weinig sancties opleggen als het fout gaat en de afspraken niet afdwingen. Daarom moet ons land van de OESO, vooral op het moment dat partijen toch geen direct voordeel hebben bij klimaatvriendelijk handelen, afwijken van het poldermodel. De OESO adviseert om meer met belastingvoordelen te werken als bedrijven klimaatvriendelijk handelen, of bijvoorbeeld naming and shaming toe te passen als bedrijven zich niet aan de afspraken houden.

    Want dat we harde afspraken moeten maken, is volgens het overlegorgaan van overwegend welvarende landen duidelijk. Nederland is, vergeleken met andere OESO-landen, nog steeds relatief afhankelijk van fossiele brandstoffen. Van de 34 landen zijn er maar twee met minder duurzame energie in hun energiemix: Luxemburg en Zuid-Korea. In die berekening is de handel in duurzame energie niet meegenomen.

    CO2-uitstoot

    Naast die grote afhankelijkheid van fossiele energie, daalde de uitstoot van broeikasgassen tussen 2000 en 2012 relatief weinig ten opzichte van andere OESO-landen. Het gaat hierbij om alle broeikasgassen, dus naast CO2 bijvoorbeeld ook methaan. De OESO meet de uitstoot van broeikasgassen door de verhouding te berekenen tussen de uitstoot en het BNP van een land. Die verhouding geeft de intensiteit van de uitstoot weer. In Nederland daalde die tussen 2000 en 2012 met 20 procent. Hoewel dat een forse daling lijkt, ligt het gemiddelde van de OESO hoger.

    Toch is er ook goed nieuws over de CO2-emissies. De Nederlander stoot gemiddeld weinig CO2 uit: in 2012 was dat 0,3 ton per capita, terwijl het OESO-gemiddelde op 0,4 ton per persoon per jaar ligt. Relatief gezien is de grootste uitstoter van de OESO Australië, met een per capita CO2-uitstoot van 0,75 ton per jaar. In Europa staat Luxemburg bovenaan de lijst: daar is de per capita uitstoot 0,65 ton per jaar. Als verklaring noemt de OESO de lage belasting op benzine en diesel in het land. In Luxemburg komt meer dan 65 procent van de totale CO2-uitstoot uit de verbranding van die brandstoffen, terwijl dat percentage gemiddeld rond de 20 procent ligt.

    Belasting

    Waar Luxemburg meer belasting zou kunnen heffen, haalt de Nederlandse staat volgens de OESO juist relatief veel inkomsten uit klimaatgerelateerde belastingen. Van alle OESO-landen innen alleen Slovenië, Turkije en Denemarken meer belasting op het vlak van klimaat. De reden dat Nederland hier zoveel aan verdient, is dat de klimaatgerelateerde belasting hier ieder jaar wordt verhoogd met de inflatie, zodat de belasting altijd effectief is. Daarnaast heft Nederland simpelweg over meer zaken belasting dan veel andere landen. Zo is het redelijk uniek dat we hier belasting betalen over kraanwater en dat de gemeente rioolheffing rekent. Ongeveer 0,5 procent van het BNP komt voort uit dit soort belastingen.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Redactie

    Gevolgd door 243 leden

    Volg Redactie
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren