© Follow the Money

Ministerie hield risico van staatssteun aan Amerikaanse multinationals onder de pet

Door Amerikaanse multinationals gebruik te laten maken van een omstreden fiscale constructie heeft Nederland willens en wetens het risico gelopen ongeoorloofde staatssteun te verlenen. Actie ondernemen zou ongewenste publiciteit genereren en opgevat kunnen worden als erkenning van verlening van staatssteun. Dit blijkt uit een recent geopenbaarde beleidsnotitie van het ministerie van Financiën.

Dit stuk in 1 minuut
  • Het ministerie van Financiën openbaarde eind juni een beleidsnotitie uit 2016 waarin ambtenaren erkennen dat Nederland het risico liep ongeoorloofde staatssteun te verlenen aan Amerikaanse multinationals door hen gebruik te laten maken van een controversiële maar gunstige fiscale constructie: de zogeheten cv/bv-structuur die twee rechtsvormen combineert, de besloten en de commanditaire vennootschap.
  • Op grond van deze inmiddels afgeschafte constructie betaalden concerns als Nike, Pfizer en Starbucks geen belasting over dividenden en royalty’s. Dat is in strijd met Europese staatssteunregels, betoogde hoogleraar Belastingrecht Jan Vleggeert in een wetenschappelijk artikel. 
  • In de notitie van Financiën – die werd geschreven als reactie op Vleggeerts artikel – wordt de toenmalige staatssecretaris Eric Wiebes geadviseerd de kwestie niet voor te leggen aan de Europese Commissie, zich te onthouden van actie om het staatssteunrisico weg te nemen en hierover niet in de publiciteit te treden. 
  • Het ministerie was zich ervan bewust dat ingrijpen zou stuiten op grote weerstand van lobbyclubs als de American Chamber of Commerce en de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs. Voor die partijen was de cv/bv-structuur een kroonjuweel van het Nederlandse vestigingsklimaat. 
  • Mocht de Europese Commissie op basis van de vrijgegeven notitie oordelen dat er inderdaad sprake was van onrechtmatige staatssteun, dan zou zij van Nederland kunnen verlangen dat het met terugwerkende kracht alsnog belasting gaat heffen bij honderden Amerikaanse bedrijven. Aangezien het om duizelingwekkend hoge bedragen zou gaan, lijkt die kans echter niet zo groot.
Lees verder

Het ministerie van Financiën beijverde zich langdurig voor het behoud van een kroonjuweel van het Nederlandse vestigingsklimaat. Een omstreden fiscale constructie – een combinatie van de besloten en de commanditaire vennootschap – moest zo lang mogelijk behouden blijven om Belastingparadijs Nederland niet te schaden. Zelfs wanneer die constructie mogelijk leidde tot onrechtmatige staatssteun aan Amerikaanse multinationals. 

In een recent geopenbaarde notitie erkennen ambtenaren dat Nederland het risico liep staatssteun te verlenen, maar ze adviseren Eric Wiebes (VVD), de toenmalige staatssecretaris van Financiën, om geen actie te ondernemen. Niet alleen om ongewenste publiciteit en onrust onder het Amerikaanse bedrijfsleven te voorkomen. Ook omdat handelen kon worden opgevat als erkenning van het verlenen van staatssteun, en kon leiden tot onderzoek van de Europese Commissie.

De bewuste notitie uit februari 2016 is eind juni door het ministerie vrijgegeven. Tweede Kamerlid Bart Snels (GroenLinks) had erom gevraagd in het kader van de nieuwe, opener bestuurscultuur in Den Haag. 

Snels kreeg de notitie als bijlage bij de beantwoording van zijn Kamervragen aan Hans Vijlbrief (D66), de huidige, demissionaire staatssecretaris van Financiën, over belastingontwijking door geneesmiddelenfabrikant Pfizer. In de notitie geven ambtenaren van Financiën hun reactie op een artikel dat Jan Vleggeert, hoogleraar Belastingrecht aan de Universiteit Leiden, in februari 2016 publiceerde in het Bulletin for International Taxation

Vleggeert betoogt daarin dat de Nederlandse Belastingdienst Amerikaanse multinationals bevoordeelde met de zogeheten cv/bv-structuur, een belastingconstructie die twee rechtsvormen combineert: de commanditaire vennootschap en de besloten vennootschap (zie uitleg in het kader).

Het ministerie geeft nu schoorvoetend toe dat er mogelijk wel degelijk sprake was van staatssteun aan Amerikaanse bedrijven

Op basis van deze constructie kregen Amerikaanse concerns als General Electric, Heinz, Nike, Pfizer en Starbucks destijds een vrijstelling van belastingheffing op onder meer royalty’s en dividenden. Dit was, schreef Vleggeert, in strijd met Europese staatssteunregels.  

Irritatie op de Zuidas

Zijn publicatie leidde onder fiscalisten op de Zuidas tot grote onrust en irritatie: hoe haalde de wetenschapper het in zijn hoofd om deze, tot dan toe alleen in kleine kring bekende fiscale loophole aan de grote klok te hangen? En waar haalde hij het lef vandaan om ook nog eens te beweren dat Amerikaanse bedrijven daarmee werden voorgetrokken?

‘Ik heb via-via wel begrepen dat niet iedereen er blij mee was, om het eufemistisch uit te drukken,’ zegt Vleggeert koeltjes. In de fiscale literatuur werd zijn artikel gewoonweg genegeerd. Nu, vijf jaar later, voelt hij zich erkend door de vijf pagina’s tellende notitie. Het ministerie geeft daarin schoorvoetend toe dat er mogelijk wel degelijk sprake was van staatssteun aan Amerikaanse bedrijven. Vleggeert: ‘Laat ik zeggen dat ik het niet onprettig vond om te lezen, al was ik er wel van overtuigd dat ik het bij het rechte eind had.’ 

Hij noemt de notitie ‘al met al een tamelijk opmerkelijk stuk’ – niet in de laatste plaats omdat Financiën heeft getracht zijn eigen bedenkingen bij de belastingconstructie richting Brussel onder de pet te houden. 

Klaarblijkelijk zat het ministerie er ook mee in zijn maag om dit document in zijn geheel naar buiten te moeten brengen. In een eerder stadium werd het – met veel omissies – ‘geopenbaard’ als gevolg van een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) van Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO). Toen, in mei 2020, was veel tekst onleesbaar gemaakt vanwege ‘persoonlijke beleidsopvattingen’. Nu in de recente pdf-versie alle digitale Tipp-Ex achterwege is gelaten, zijn er overigens ook enkele met pen genoteerde opmerkingen tevoorschijn gekomen – die zijn van Eric Wiebes zelf. 

Maar ook nu is er geen volledige openheid van zaken: de notitie is eigenlijk slechts de samenvatting van een omvangrijkere analyse die wordt aangeduid als ‘bijlage 2’ en die ontbreekt nog altijd. Vleggeert: ‘Wat we nu hebben is eigenlijk een opgeschoond stuk zonder de gedetailleerde argumentatie, dus er lijkt mij genoeg reden om hier in de Tweede Kamer over door te vragen.’

Wat is de cv/bv-structuur?

De inmiddels niet langer courante cv/bv-structuur was wat in jargon te boek staat als een hybride mismatch: een tegenstrijdigheid tussen twee rechtsstelsels op basis waarvan internationaal opererende ondernemingen een belastingvoordeel weten te behalen. 

De meest veelvoorkomende hybride mismatch in Nederland was de cv/bv-structuur, een belastingconstructie waarmee – waarschijnlijk al sinds midden jaren ’90 van de vorige eeuw – Amerikaanse multinationals boven hun besloten vennootschap met werknemers (bv) een commanditaire vennootschap (cv) optuigden. Hierbij was de cv een lege huls. Maar dankzij de constructie konden winsten als aftrekbare rente of royaltybetalingen doorstromen uit de bv naar de cv.  

Nederland belastte niet de commanditaire vennootschap zelf maar de participanten – tenzij die in het buitenland zaten, in dit geval in de VS. De Belastingdienst ging er om die reden van uit dat de vennoten in de VS werden belast. De Amerikaanse fiscus zag de cv niet als ‘transparant’ maar als een ‘lichaam’, en vertrouwde erop dat de belastingheffing hier zou plaatsvinden. Uiteindelijk vond er helemaal geen heffing plaats en bleef de winst in een ‘spaarpot op zee’ hangen tussen de twee landen. 

Dat was te danken aan Joop Wijn (CDA), staatssecretaris van Financiën in het Kabinet-Balkenende II. Wijn stelde in 2005 – mede op aandringen van Economische Zaken – een antimisbruikbepaling die de hybride mismatch moest tegengaan welbewust buiten werking. 

Dankbetuiging

Als gevolg daarvan werden Amerikaanse multinationals in Nederland met een cv/bv-constructie vrijgesteld van dividendbelasting. Tot grote tevredenheid van de American Chamber of Commerce (AmCham), de lobbyclub van het Amerikaanse bedrijfsleven, die destijds vurig voor deze fiscale douceur had gepleit ter voorkoming van schade aan het vestigingsklimaat. Als dankbetuiging ontving Wijn de AmCham Medal of Honor

Afhankelijk van het perspectief zijn verschillende landen door deze constructie vele miljarden euro aan belastinginkomsten misgelopen. Het effect van de structuur is dat de winst van dochtermaatschappijen buiten de VS wordt afgeroomd en naar de cv wordt gesluisd. Zo bezien werd vooral het betalen van belastingen ontweken in landen waar die dochtermaatschappijen zijn gevestigd.

Zolang de cv het geld niet repatrieerde naar het Amerikaanse hoofdkantoor, liepen ook de VS inkomsten mis. Totdat de regels daar in 2018 werden aangescherpt vond men dat overigens prima. Zo kon het Amerikaanse bedrijfsleven goed concurreren buiten de eigen landsgrenzen. Puur juridisch gezien, en uitgaande van Vleggeerts staatssteunanalyse, ging het om Nederlandse belasting die ten onrechte niet is geheven.

Onder druk van AmCham spande Nederland zich in Brussel in om afschaffing van de cv/bv-constructie te voorkomen

Zo’n 80 procent van AmChams leden (rond de 320 multinationals) en nog veel meer Amerikaanse bedrijven in Nederland die geen lid zijn van AmCham, maakten vermoedelijk al langer dan 20 jaar gebruik van de cv/bv-structuur en betaalden daardoor geen belasting over de winst die zij buiten Nederland en de VS behaalden. Winst die wel naar en door Nederland stroomde, vanwege de vele regionale hoofdkantoren van Amerikaanse multinationals die zich hier onder gunstige fiscale voorwaarden hebben gevestigd.  

Als gevolg van de tweede Europese antibelastingontwijkingsrichtlijn kwamen ‘hybride mismatches’ met derde (d.w.z. niet-Europese) landen op de helling te staan. Onder grote druk van AmCham heeft Nederland – onder meer in de hoedanigheid van Jeroen Dijsselbloem als voorzitter van de Eurogroep – zich in Brussel ingespannen om afschaffing van de cv/bv-constructie te dwarsbomen of ten minste te rekken tot 2024. 

Toch kwamen de Europese ministers van Financiën overeen om haar per 1 januari 2020 in de ban te doen. Een kleine maand daarvoor maakte de Nederlandse regering inderdaad een einde aan het feest door het cv/bv-besluit van Joop Wijn in te trekken.

Lees verder Inklappen

De beleidsambtenaren stellen in de notitie dat er ‘ten aanzien van dividenden mogelijk een risico is op staatssteun’ en geven daarmee toe dat Vleggeert een punt heeft. Bij royalty’s is dat volgens hen niet het geval.

‘De Belastingdienst past het verdrag met de VS op een juiste manier toe,’ schrijven ze. Maar de stelling waarmee ze dat onderbouwen is – volgens henzelf – ‘niet helemaal zonder risico’: de Europese Commissie en het Hof van Justitie in Luxemburg zouden daar anders over kunnen denken, al achten de ambtenaren die kans klein. Volgens Vleggeert erkennen zij daarmee dat het risico op het verlenen van staatssteun er dus eigenlijk óók op dat gebied was. 

Hun argumentatie kan de hoogleraar in ieder geval maar moeilijk volgen: ‘Over royalty’s beweren ze dat die niet afhankelijk zijn van de winst die een bedrijf maakt, maar ik snap eerlijk gezegd niet hoe ze dat kunnen zeggen.’ 

Vleggeert legt uit dat in zijn optiek de commerciële winst gelijk is aan de fiscale winst na aftrek van de winstafhankelijke royalty. ‘Om de omvang van de royalty te berekenen wordt uitgegaan van de ‘winst’ voor aftrek van de royalty. Daar gaat dan de vergoeding vanaf die wordt bepaald op basis van de fiscale ruling. Wat resteert is de royalty. Die is daarmee volgens mij in feite afhankelijk van de winst. De ambtenaren maken zich er wel heel makkelijk van af door te stellen dat dat niet zo is. Dus ik ben geneigd om gewoon bij mijn stelling uit mijn artikel te blijven.’ 

‘De ambtenaren houden er rekening mee dat Brussel komt aankloppen voor het naadje van de kous’ 

Aan het einde van de notitie staat daarnaast dat ‘de meningen verdeeld zijn’ over Vleggeerts opvatting dat het besluit van Joop Wijn om cv/bv-structuren te behouden (zie kader hierboven) sowieso van toepassing is op royalty’s. ‘Nou, als het hun claim is dat royalty’s niks met dat besluit van doen hebben,’ becommentarieert Vleggeert met stijgende verbazing, ‘dan is het belastingverdrag met de VS sowieso niet van toepassing. Dan is het enige dat ertoe doet het nationale recht, en ook dan is er een risico op staatssteun ten aanzien van royalty’s.’ 

De notitie maakt duidelijk dat de ambtenaren vrezen dat Vleggeert de Europese Commissie op de hoogte heeft gesteld van de gang van zaken in Nederland. Ze houden er rekening mee dat Brussel komt aankloppen voor het naadje van de kous. 

De cv/bv-constructie is nooit ter goedkeuring aan de Commissie voorgelegd, daarom ‘moeten we in eerste instantie het standpunt innemen dat er geen sprake is van staatssteun’, staat er. Ze adviseren de staatssecretaris ‘om summier op het artikel van Vleggeert te reageren’ om onrust bij Amerikaanse ondernemingen en negatieve gevolgen voor het vestigingsklimaat te voorkomen. Wiebes wordt ontraden direct actie te ondernemen, dat zou ‘ongewenste publiciteit opleveren en opgevat kunnen worden als erkenning dat er sprake is van staatssteun,’ aldus de notitie. 

Ze adviseren de staatssecretaris om summier te reageren – om onrust bij Amerikaanse ondernemingen te voorkomen

De ambtenaren formuleren enkele opties in het geval de staatssecretaris toch wil handelen. Ze noemen bijvoorbeeld het terugdraaien van het besluit dat de hybride mismatch in het belastingverdrag met de VS mogelijk maakte. In dat geval had er 15 procent dividendbelasting moeten worden ingehouden op geldstromen van de bv naar de cv, hoewel ‘dat naar verwachting op grote weerstand zal stuiten van onder andere NOB [de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs, red.] en AmCham’. Hoe langer Nederland het gebruik van de constructie weet te rekken, hoe langer het Amerikaanse bedrijfsleven er hier van weet te profiteren, lees je tussen de regels door. 

Onder het kopje ‘opties om staatssteunrisico te beperken’ krijgt Wiebes het advies om te wachten tot Nederland onverdacht onder de situatie uit kan komen: ‘Het lijkt logischer deze problematiek op te lossen door gecoördineerde [internationale] actie op het gebied van hybrides. Het BEPS-project voorziet daarin en mogelijk straks ook de Europese richtlijn met maatregelen tegen belastingontwijking (ATAD).’ 

Met andere woorden: maak geen slapende honden wakker. Laat de cv/bv-structuur stilletjes voortbestaan totdat Nederland geruisloos kan meeliften op het EU-breed ten grave dragen van de fiscale constructie. 

Het ministerie benadrukt in een reactie op de gang van zaken dat 'niet ieder risico ook tot de conclusie leidt dat er daadwerkelijk sprake is van staatssteun. Alle risico’s komen bij de staatssteunbeoordeling in beeld, maar de weging van die risico’s is iets anders.’ 

Terugbetalen?

Als de Europese Commissie op basis van de notitie van Financiën en eigen onderzoek zou besluiten de staatssteun door Nederland te laten invorderen, dan kan zij dat met terugwerkende kracht tot tien jaar terug laten doen (vanaf het moment dat zij actie onderneemt). De cv/bv-structuur is immers pas anderhalf jaar afgeschaft. Amerikaanse multinationals zouden over die jaren dan alsnog dividendbelasting moeten terugbetalen, mét rente. De verwachting is dat betrokken bedrijven en overkoepelende organisaties als AmCham, de NOB en ook VNO-NCW hier geheid tegen in verweer komen. 

Vleggeert overweegt de notitie in Brussel onder de aandacht te brengen: er loopt nog een staatssteunzaak tegen Nike

Om te beoordelen of er staatssteun is verleend, kijkt de Commissie of een belastingplichtige een (selectief) belastingvoordeel heeft genoten ten opzichte van andere belastingplichtigen in een feitelijk en juridisch vergelijkbare positie. In dit geval is het dan de vraag of andere buitenlandse bedrijven in Nederland benadeeld zijn ten opzichte van hun Amerikaanse concurrenten. 

Hoogleraar Jan Vleggeert zegt te overwegen de notitie van Financiën – liefst inclusief de nog ontbrekende ‘bijlage 2’ – in Brussel onder de aandacht te brengen. Maar of dat wat uithaalt? ‘Ik kan me voorstellen dat de Europese Commissie nu andere prioriteiten heeft, ze zullen het daar erg druk hebben met alle coronasteun. En nu de cv/bv-structuur is afgeschaft, vinden ze het misschien wel oud bier.’

Aan de andere kant, zegt Vleggeert, loopt er nog een staatssteunzaak van de Europese Commissie tegen sportkledingfabrikant Nike. ‘Die had in Nederland ook een cv/bv-structuur. Daarvoor zouden ze deze notitie eventueel nog in stelling kunnen brengen.’  

Paradox

Als de Commissie besluit op te treden, leidt dat tot de paradox dat Nederland dankzij een ferme tik op de vingers zijn schatkist ziet volstromen. Maar mede gezien de trans-Atlantische spanningen die dat teweeg zou brengen, valt bijna niet te verwachten dat de Europese Commissie Nederland er daadwerkelijk toe aanzet om bij honderden Amerikaanse multinationals alsnog belasting te gaan heffen. En een eventuele rechtszaak hierover, zo mogelijk bij het Europese Hof van Justitie in Luxemburg, kan zo vijf à tien jaar duren.

AmCham: cv/bv-structuur overboord? ‘Dan de winstbelasting naar 15 procent’

Over het verdwijnen van de cv/bv-structuur schreeuwde AmCham jarenlang moord en brand. Tot op het laatste moment stuurde ze de ene na de andere brandbrief naar het ministerie van Financiën: gaat de cv/bv-structuur verloren, dan staan er in Nederland vele tienduizenden banen op de tocht, gaat de welvaart achteruit, en verslechtert het vestigingsklimaat in ernstige mate. 

In de praktijk blijkt dit alleszins mee te vallen: van een exodus van Amerikaanse bedrijven uit de polder is geen sprake, van massaal verlies van banen evenmin. ‘Getroffen’ bedrijven als Uber hebben op tijd hun fiscale inrichting gewijzigd – voordat de cv/bv-structuur in 2020 teloor ging. 

Alternatieven voor de ‘huidige mismatch’

De fiscale snelweg kent vele afritten. In plaats van de cv kunnen Amerikaanse multinationals tussen hun bv en hun hoofdkantoor in de VS een brievenbusvennootschap opzetten op bijvoorbeeld Bermuda. Dan staat de ‘spaarpot’ daar, niet op zee. 

Een andere mogelijkheid is het optuigen van een commanditaire vennootschap in Singapore of Hong Kong. Die hebben allebei een territoriaal systeem: royalty’s uit Nederland worden er gezien als ‘extraterritoriaal’ en blijven onbelast. 

Pikant genoeg was het ministerie van Financiën graag bereid AmCham bij te staan in de zoektocht naar alternatieve rechtsvormen, en dat al in een vroeg stadium. Dit blijkt uit documenten die onder meer door Follow the Money zijn opgevraagd met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). 

Financiën was graag bereid AmCham bij te staan in de zoektocht naar alternatieve rechtsvormen

Zo valt in een notitie waarmee de staatssecretaris van Financiën werd voorbereid op een overleg met AmCham op 4 juni 2014 het volgende te lezen: ‘In informele gesprekken tussen FIN en AmCham is al afgesproken dat AmCham suggesties gaat doen voor alternatieven voor de huidige mismatch structuur, om achter de hand te houden. AmCham zal deze alternatieven aanleveren en bespreken met ambtelijk FIN.’ 

Iets meer dan een jaar later (10 juni 2015) meldt AmCham per brief dat zij het ministerie ‘zeer erkentelijk’ is voor een ‘advance warning’ voor het verdwijnen van de cv/bv-structuur, en ‘voor de uitnodiging om mee te denken over volwaardige alternatieven’. 

‘Meedenken’ kan er in deze zin op duiden dat het ministerie zelf ook op alternatieven aan het broeden was. Welke alternatieven er geopperd zijn en ook effectief in de praktijk gebracht, wordt uit de Wob-stukken niet duidelijk. 

‘Compensatie elders in het belastingstelsel’

Wel duidelijk wordt dat vier lobbyisten van AmCham het tijdens een bespreking met Eric Wiebes en zijn beleidsmedewerkers in september 2015 over een andere boeg proberen te gooien. Ze vragen elders in het belastingstelsel om compensatie.

Los van een royale overgangstermijn voor bestaande cv/bv-structuren van minimaal vijf jaar, schrijven zij: ‘Na veel beraad en overleg komen wij tot de conclusie dat slechts een verlaging van het tarief in de vennootschapsbelasting tot maximaal 15 procent voor operationele winst, in combinatie met een notionele vermogensaftrek, voldoende aantrekkelijk zal zijn om ook in de toekomst nieuwe investeringen te blijven aantrekken. Dit tarief is immers (weldra of bijna) beschikbaar in landen als het VK, Ierland, Zwitserland en Luxemburg.’

Deze wensen van AmCham zijn niet gehonoreerd. 

Het ministerie verklaart desgevraagd dat het ‘bedrijven niet faciliteert om belastingontwijkende structuren te zoeken’. Het spreekt over ‘een waardevolle, open dialoog’ met onder meer het bedrijfsleven om ‘praktijksignalen over het vestigingsklimaat’ op te vangen. 

Onderaan dit artikel staat een uitgebreidere reactie van Financiën.

Lees verder Inklappen

Dat het om duizelingwekkend hoge bedragen aan gederfde belastinginkomsten voor met name de Verenigde Staten gaat, valt onder meer af te leiden uit een ándere notitie waarin staatssecretaris Wiebes een maand later (in maart 2016) nogmaals van de cv/bv-structuur op de hoogte wordt gesteld. 

In dat document valt te lezen: ‘...[het] is van belang te melden dat nagenoeg alle Nederlandse bv’s in die structuren een weliswaar niet heel hoge maar wel degelijk wezenlijke positieve belastbare winst rapporteren. De omvang is niet specifiek in kaart te brengen maar in de Belastingdienst wordt er geschat dat er zeker sprake is van enkele honderden miljoenen aan belastbare winst per jaar tegen 25 procent vennootschapsbelasting.’

Arnold Merkies, coördinator bij Tax Justice Nederland, zegt dat je hier wel een en ander uit kunt concluderen: ‘Als je zegt dat de cv/bv-structuur enkele honderden miljoenen aan belastbare winst oplevert, dan moet dat afkomstig zijn uit het kleine percentage van de omzet dat de Belastingdienst aanmerkt als ‘belastbaar inkomen’. Bij het Amerikaanse mediabedrijf ViacomCBS zijn we er onlangs achter gekomen dat het ging om slechts 0,8 procent over alle rechten die het bedrijf via Nederland laat lopen. Je ziet vaker dat de Belastingdienst zulke lage percentages afgeeft in rulings.’

Arnold Merkies,Tax Justice Network

Er stroomden op basis van cv/bv-structuren per jaar tientallen miljarden door Nederland

Merkies: ‘De Belastingdienst zegt dat in het geval van ViacomCBS op basis van de zogeheten regels voor transfer pricing belasting mag worden geheven over 0,8 procent van de omzet. Ze kijkt daarbij niet zozeer naar de transacties tussen partijen, maar naar hoeveel winst de Belastingdienst denkt dat een bedrijf hier in Nederland maakt.’  

Misgelopen belastinginkomsten

‘Laten we het belastingpercentage voor het gemak afronden op 1 procent en veronderstellen dat dit bij de meeste bedrijven wordt afgesproken. Als 1 procent van de omzet van de cv/bv-structuren enkele honderden miljoenen oplevert aan belastbare winst, dan stroomden er op basis van die structuren per jaar tientallen miljarden door Nederland.’

Merkies is boos over het gegeven dat de cv/bv-constructie andere overheden miljarden aan misgelopen belastinginkomsten heeft gekost. ‘Dat is gewoon bekend. Gewoonlijk zou je over dit soort dingen parlementaire enquêtes krijgen, maar het is te ingewikkeld, men begrijpt het niet. Ik zie het echter als gelegaliseerde fraude, die op een gigantische schaal heeft plaatsgevonden.’

Bart Snels, het Kamerlid dat de notitie had opgevraagd, laat in een reactie weten aanleiding te zien voor aanvullende vragen.  

Reactie ministerie van Financiën

Waarom heeft het ministerie getracht het door de ambtenaren erkende staatssteunrisico zoveel mogelijk onder de pet te houden? Was het niet verstandiger om zowel de Europese Commissie als de Tweede Kamer hier eerlijk over in te lichten? En het gesprek hierover aan te gaan met hoogleraar Belastingrecht Jan Vleggeert? 

  • In 2005 heeft de Eerste Kamer bij de behandeling van het belastingverdrag met de VS afgedwongen dat de nadelige effecten van de hybride-bepaling verzacht moesten worden en juridisch gezien mogelijk toekomstige dubbele heffing moest worden weggenomen (dit staat ook in de geopenbaarde notitie).
  • Bij het maken van de regelgeving hierover, heeft geen staatssteunbeoordeling plaatsgevonden.
  • Tegenwoordig vindt al bij de vormgeving van de nieuwe wet- en regelgeving een staatssteunbeoordeling plaats en wordt sneller contact gezocht met de Europese Commissie om meer zekerheid en duidelijkheid hierover te krijgen.
  • Naar aanleiding van het artikel van Vleggeert, heeft in 2016 alsnog een staatssteunbeoordeling plaatsgevonden. Hierbij zijn alle risico’s rondom staatssteun bekeken.
  • Niet ieder risico leidt ook tot de conclusie dat er daadwerkelijk sprake is van staatssteun. Alle risico’s komen dan in beeld, maar de weging van die risico’s is iets anders.
  • Geadviseerd werd om deze mogelijke problematiek op te lossen via gecoördineerde actie samen met andere landen, wat ook al in gang was gezet (BEPS-project).

Waarom heeft het ministerie de zoektocht naar alternatieve belastingontwijkingsconstructies van het bedrijfsleven gefaciliteerd?

  • Het Ministerie van Financiën is verantwoordelijk voor beleid en wetgeving op fiscaal gebied. Hiervoor vinden regelmatig contacten plaats tussen ambtenaren van het Ministerie van Financiën en maatschappelijke organisaties, belangenorganisaties of bedrijven om beleidsopties te verkennen en de kwaliteit van wetgeving te verbeteren. Een open dialoog tussen de overheid en maatschappelijke organisaties, belangenorganisaties en bedrijven is waardevol. Het logisch is om – net als we bij belastingen richting burgers goed moeten kijken hoe iets uitpakt – dit ook bij bedrijven goed doen.
  • Het Ministerie van Financiën heeft in het verleden contact onderhouden met AmCham, zodat zij in de gelegenheid zijn praktijksignalen over het vestigingsklimaat door te geven.
  • Het ministerie faciliteert bedrijven niet om belastingontwijkende structuren te zoeken. Bij de uitvoering van wet- en regelgeving signaleert de Belastingdienst gevallen van belastingontwijking die in voorkomende gevallen kunnen leiden tot aanscherping van bestaande wetgeving.
  • AmCham heeft het signaal doorgegeven dat door de naderende voorstellen van de Europese Commissie een aantal bij hen aangesloten bedrijven hun wereldwijde structuur zou gaan aanpassen.
  • Het kabinet maakt te allen tijde haar eigen afweging en keuzes.
  • De uitkomst van de afweging is geweest dat nationaal maatregelen genomen zijn waardoor het fiscale voordeel van de cv/bv is weggenomen.
  • Per 1 januari 2020 heeft dit kabinet namelijk de tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking (ATAD2) in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd.
  • Dit is een belangrijk instrument om belastingontwijking door middel van hybride mismatches en ook de beschreven cv/bv-structuur te voorkomen.
  • Hiermee is het fiscale voordeel van de cv/bv-structuur weggenomen. Uit signalen uit de praktijk blijkt dat na de aankondiging van deze wetgeving in 2016 vrijwel geen nieuwe cv/bv-structuren zijn opgezet en de huidige structuren worden verlaten.
  • Bovendien heeft Nederland ATAD1 en ATAD2 strenger geïmplementeerd dan andere EU-lidstaten en dan op basis van de minimumnorm noodzakelijk is.
  • Het ministerie vindt het van belang om transparant te zijn over externe contacten, zodat de Kamer inzage heeft in de belangenafweging die het kabinet heeft gemaakt naar aanleiding daarvan. Daarom neemt het ministerie van Financiën bij wetgevingsvoorstellen een lobbyparagraaf op. Deze paragraaf bevat een verslag van de internetconsultatie en andere contacten met externen, inclusief een reactie en inzage in de belangenafweging op hoofdlijnen. De lobbyparagrafen bij de Wet implementatie tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking (ATAD2) is daar een voorbeeld van. Daarin staat onder meer dat AmCham aandacht heeft gevraagd voor een specifieke casus en hoe het ministerie daarmee is omgegaan (p.35). Ook heeft AmCham gevraagd of de maatregelen uit ATAD2 nog nodig zijn in het licht van internationale ontwikkelingen zoals het door de VS ingevoerde CFC-regime. Het kabinet heeft geconstateerd dat met de invoering van een CFC-regime in de VS nog steeds fiscaal voordeel te behalen is met de cv/bv-structuur. Het kabinet heeft het wetsvoorstel of de memorie van toelichting niet aangepast naar aanleiding van die opmerkingen van AmCham (p.35).

'Meedenken' in de laatste zin van het laatste citaat bij vraag 2 duidt erop dat het ministerie zelf ook broedde op alternatieven voor de cv/bv-structuur. Kun je aangeven welke alternatieven er door het ministerie en AmCham zijn aangedragen en welke hiervan uiteindelijk in de praktijk zijn gebracht?  

  • Zoals in antwoord 2 aangegeven heeft het ministerie contact met maatschappelijke organisaties, belangenorganisaties of bedrijven om beleidsopties te verkennen en de kwaliteit van wetgeving te verbeteren. Het kabinet maakt uiteindelijk daarin een eigen afweging. Het ministerie faciliteert bedrijven niet om belastingontwijkende structuren te zoeken. Bij de uitvoering van wet- en regelgeving signaleert de Belastingdienst gevallen van belastingontwijking die in voorkomende gevallen kunnen leiden tot aanscherping van bestaande wetgeving.
  • Zoals in de Wob-documenten ook te lezen is, heeft AmCham in een brief van 10 juni wel voorgesteld om in Brussel voor te stellen om uitstel te pleiten van de maatregel.
  • ATAD2 is door Nederland op tijd geïmplementeerd: de wetgeving moest op 31 december 2019 geïmplementeerd te zijn en per 1 januari 2020 te worden toegepast.
  • In de onderhandelingen rondom de ingangsdatum heeft Nederland gepleit voor een snel akkoord, en een keer om een latere implementatiedatum, dit is in deze Kamerbrief ook terug te lezen:
  • ‘Tijdens de Ecofin Raad van 6 december jl. is geen overeenstemming bereikt over de ATAD2-richtlijn. Naast de hierboven omschreven wensen van het VK staat ook de implementatiedatum nog open. In het laatste voorstel van het voorzitterschap staat nog altijd 2019 als implementatiedatum. Zoals eerder in het verslag over deze Ecofin Raad en in de brief aan de Tweede Kamer van 14 december jl. is aangegeven, is overeenkomstig de motie-Merkies c.s. door Nederland in de Ecofin Raad niet gepleit voor langdurig uitstel van de implementatiedatum tot 1 januari 2024. Wel heb ik om een latere implementatiedatum gevraagd dan nu in het voorstel staat gezien de impact van de voorstellen voor Nederland, maar ik heb geen specifieke datum genoemd. Ik heb aangegeven dat Nederland gecommitteerd is ook deze vormen van belastingontwijking aan te pakken. Tevens heb ik aangegeven bereid te zijn tot een compromis en aangedrongen op snelle afronding. De implementatiedatum is tijdens de Ecofin Raad niet verder besproken noch heeft het voorzitterschap met betrekking tot de implementatiedatum nieuwe voorstellen gedaan. De aandacht ging uit naar de discussiepunten rond de positie van het VK. Het is nu aan het Maltese Voorzitterschap om te bezien hoe verder te gaan met dit dossier. Zoals al eerder is aangegeven zet het kabinet in op een snel akkoord over ATAD2.’
Lees verder Inklappen