Beeld door Jakub Kapusnak via Unsplash
© CC0 (Publiek domein)

Moeten we wel alles wíllen weten over onze voeding?

  • Ivo Opstelten, Ard van der Steur, Rita Verdonk, etc. Sinds wanneer kunnen wij een minister op hun woord geloven?

Het fipronil-drama is een echo van het paardenvleesschandaal, zo betoogt columnist Herman Lelieveldt. Opnieuw is een relatief klein probleem voor de voedselagentschappen opgeblazen tot een politieke crisis van formaat. Moet ons voedseltoezicht nu op de schop? Of is er meer aan de hand?

Beleven we met het fipronil-drama een herhaling van het paardenvleesschandaal, dat nog maar vier jaar geleden Europa in zijn greep hield? En is dit het definitieve bewijs dat het voedseltoezicht in Europa een farce is?

Wie de twee zaken naast elkaar legt, ziet op het eerste gezicht treffende gelijkenissen. Wat een lokaal incident lijkt te zijn, steekt binnen de kortste keren de landsgrenzen over. De leveranciers van verboden middelen zijn Belgisch, Duitse supermarkten doen Nederlandse eieren in de ban.

En net als met het paardenvleesschandaal blijken gezondheidsrisico’s bij nader inzien minimaal, zodat niets meer resteert dan strafbaar gedrag. Last but not least: wat in eerste instantie prima afgehandeld had kunnen worden door de voedselagentschappen, is nu uitgegroeid tot een politieke kwestie waarvoor ministers hun vakantie moeten onderbreken en de Europese Commissie een crisistop van de ministers van landbouw belegt. 

Moet ons huidige voedseltoezicht nu dus op de schop? Of is er meer aan de hand? Anders dan de vele commentaren — die net als bij het paardenvleesschandaal wijzen naar slecht functionerende voedselcontroleurs en een gebrekkige aansturing van de politiek — denk ik dat een groot deel van het probleem deze keer ook bij ons ligt. Wij, burgers, hebben stilletjes aan de eisen die wij aan ons voedsel en de informatievoorziening daarover stellen zo opgeschroefd, dat we ons moeten afvragen of we daar voedselautoriteiten en producenten niet mee overvragen.

"Hoe ver moeten we de voedselketen induiken voordat onze transparantiehonger gestild is?"

Allereerst lijkt het erop dat onze behoefte aan informatie en transparantie extreme vormen aanneemt. Dat betekent dat we vandaag de dag de minister niet meer op zijn woord geloven, maar zelf willen meekijken met het werk dat de uitvoerende instanties doen. Die voelen zich op hun beurt verplicht de deuren te openen en tekst en uitleg te geven, maar zijn daar niet altijd even bedreven in — zeker niet als hijgerige journalisten op zoek zijn naar een eenvoudig antwoord (‘kunnen we de eieren nu wel of niet eten?’).

Die behoefte aan transparantie vertaalt zich ook in allerlei maatregelen waarmee we de voedselketen beter in de gaten willen houden. Het ophangen van camera’s in slachthuizen bijvoorbeeld. Of de eis om voedsel steeds beter traceerbaar te maken. Maar hoe ver moeten we de voedselketen induiken voordat onze transparantiehonger gestild is?

Die honger gaat namelijk ook gepaard met een steeds grotere behoefte om risico’s te mijden — hoe miniem ze ook zijn. In Europa heeft het ertoe geleid dat voedselautoriteiten nu normen hanteren die zelfs volgens veel toxicologen te streng zijn. 

Dat betekent niet dat de NVWA niks had moeten doen. Het betekent wél dat het vernietigen van eieren en het doden van honderdduizenden kippen een veel te drastische maatregel is. Voor de eierboeren moet het voelen als de inbeslagname van je auto omdat je 10 kilometer te hard hebt gereden. Misschien was een boete meer op zijn plaats geweest.

De NVWA is teveel een brandweerman die alleen uitrukt wanneer de vlammen uit een huis slaan

Paracelsus, de beschermheilige van de toxicologen, verkondigde al in de middeleeuwen dat niet de stof, maar de dosis bepaalt of iets giftig is. Die wijsheid zou ook moeten doordringen tot de regelmakers in Brussel en de uitvoerders in Den Haag. Dat zal echter pas gebeuren wanneer wij bereid zijn hen meer vertrouwen te geven in het afwegen van risico’s.

Nu het probleem de politieke arena bereikt heeft, kunnen we de vervolgstappen uittekenen. De Tweede Kamer is er als de kippen bij om te klagen over de gebrekkige informatievoorziening door de verantwoordelijke bewindslieden. De bewindslieden zullen antwoorden dat de politiek er zelf voor koos om het toezicht op afstand te plaatsen. En de toezichthouder zal binnenskamers mompelen dat het een politieke keuze is geweest om de NVWA om te vormen tot een meta-toezichthouder die steeds minder in staat is om zelf inspecties te doen. 

Volgens mij wringt hem de schoen vooral bij dat laatste. De NVWA is teveel de brandweerman die alleen uitrukt wanneer de vlammen uit een huis slaan en iemand 112 belt. Maar wat we ook nodig hebben, zijn surveillerende agenten die er zelf op uittrekken en hun rondjes door de wijk maken om te zien of alles nog pluis is.

Het zou goed zijn als het fipronil-drama er voor zorgt dat we flink investeren in het uitbreiden van deze politie-taak van de NVWA. Maar laten we, als we straks weer onder het genot van een biertje die slecht doorbakken drumstick van de barbecue halen, ook eens nadenken over de steeds onrealistischere eisen die we stellen aan de veiligheid van en informatievoorziening over ons voedsel.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Herman Lelieveldt

Gevolgd door 297 leden

Auteur van 'De Voedselparadox’. Onderzoekt voor FTM de machten en krachten die bepalen wat er op ons bord komt.

Volg Herman Lelieveldt
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren