In de vorige aflevering vertelde Niko Roorda over de toren van schuld en vertrouwen waar onze economie op drijft, en waarom die toren eigenlijk een moker is. Het slot van dat verhaal had u nog van hem tegoed. Bij deze.

    CDO, CDO-kwadraat en synthetische CDO. Dat is waar het in de vorige aflevering over ging, net als over andere derivaten die samen de stenen vormen van een krankzinnig bouwwerk. Een bouwwerk met een dusdanige complexiteit, dat niemand de inhoudelijke details ervan nog kan zien. Door herhaaldelijk derivaten in tranches te snijden en ze op een andere manier weer aan elkaar te plakken, ontstaat een mengsel waarin je de oorspronkelijke bestanddelen niet meer kunt onderscheiden.

    Ik vergelijk het graag met het werk van een bakker die brooddeeg kneedt: door het mengsel plat te maken, dubbel te slaan, weer plat te maken en nog eens dubbel te vouwen, en dat nog dertig keren, komen er steeds meer laagjes in het deeg. Daardoor raken moleculen die oorspronkelijk vlak naast elkaar lagen op een onvoorspelbare, letterlijk chaotische manier op afstand van elkaar, totdat niemand de oorspronkelijke ontmengde toestand nog kan terugvinden. Als je maar vaak genoeg trancheert en structureert, gebeurt zoiets ook met de oorspronkelijke leningen (zoals hypotheken en persoonlijke kredieten).

    Doordat alle eventuele zwakten op die manier onherkenbaar worden, kan niemand nog met enige mate van zekerheid vaststellen hoe betrouwbaar het uiteindelijke resultaat is. Voeg daar ook nog eens de hefbomen bij van de naakte CDS’en, en je hoeft je niet te verbazen dat het zo nu en dan vreselijk fout gaat.

    Met dat alles kan ik dat hele derivatenspul niet anders zien dan als een onverantwoordelijk gokspel, waarbij hoofdspelers er bewust op uit zijn om zo veel mogelijk verwarring te zaaien. Enfin, dat is het punt waar ik twee weken geleden even moest onderbreken om de tekst niet te lang te maken, en waar ik de draad nu oppak met de rest van paragraaf 2.7.

    2.7, tweede helft. De Moker van Vertrouwen (vervolg)

    Ja, bij poker loont het om verwarring te zaaien, schijnbewegingen te maken en ingewikkelde constructies te bedenken. Maar beleggen is een véél interessanter spel — als je voldoende startvermogen hebt. Verlies je bij poker, dan heb je zelf een probleem, en misschien ook je levenspartner en je kinderen. Verlies je bij beleggen, dan kunnen zomaar honderdduizenden mensen uit hun huis gezet worden. Terwijl daarnaast duizenden bedrijven failliet gaan, banken omvallen, miljoenen mensen werkeloos worden, regeringen zich gedwongen voelen tot reusachtige bezuinigingen en pensioenfondsen jarenlang hun premies verhogen en hun uitkeringen niet kunnen indexeren of zelfs moeten verlagen.

    Als dat voor jouw pensioenfonds geldt, dan ben je zo’n verliezer van andermans spel. De voornaamste gokkers zelf, de systeembanken, zijn ‘too big to fail’ en worden gered met belastinggeld betaald door mensen die niet gokken (beleggen), waarna hun topmedewerkers na enkele jaren opnieuw bonussen ontvangen. Want dat is de les van 2008.

    Heeft het spel van de derivaten ook een naam? Jazeker: Jenga, het Spel van de Omvallende Torens. Zie figuur 2.26. Of zou je de Toren van Vertrouwen eerder moeten zien als een moderne Toren van Babylon?

    Veel geld

    In de loop van het spel dat bankjenga heet, worden enorm veel financiële producten gecreëerd en verplichtingen aangegaan. Zoveel, dat de financiële economie, waarin uitsluitend een soort van virtueel schuldengeld heen en weer wordt geschoven, heel veel groter is geworden dan de reële economie, waarin echte dingen als kaas en woningen worden verhandeld.

    Dat betekent dat als je de financiële wereld met zijn superzware bovenste verdieping van derivaten als een toren wilt voorstellen, dat dan toch niet om een gewone toren gaat, maar om een watertoren met een zeer groot waterhoofd.

    Dat roept de vraag op: hoeveel geld is er eigenlijk in de wereld, en hoe groot is daarbij de verhouding tussen reële en financiële economie?

    Het antwoord is niet zo eenvoudig te geven, omdat het afhangt van hoe je geld definieert. Economen onderscheiden vier verschillende grootheden, genaamd M0 tot en met M3 (met de ‘M’ van money). M0 is de kleinste: die bevat alleen het zogenaamde ‘basisgeld’, bestaande uit chartaal geld (munten en bankbiljetten) plus de reserves die de banken hebben gestald bij hun centrale banken.

    De manier waarop de vier M’en worden gedefinieerd en gebruikt, verschilt nogal, van land tot land en van auteur tot auteur. Daarom is het niet mogelijk om ze eenduidig vast te leggen. Ziehier desondanks een kort overzicht van de namen en meest gangbare definities (met als geheugensteuntje eerst twee andere, al eerder genoemde termen):

    M0, M1, M2, ...

    Chartaal geld

    =

    munten en bankbiljetten

    Giraal geld

    =

    tegoeden op betaalrekeningen, die direct in chartaal geld kunnen worden omgezet

    M0

    =

    ‘monetaire basis’ (Engels: ‘monetary base’)

     

    =

    ‘basisgeld’

     

    =

    alle chartale geld + alle reserves van banken bij centrale banken

    M1

    =

    ‘enge geldhoeveelheid’ (Engels: ‘narrow money’) 

     

    =

    ‘maatschappelijke geldhoeveelheid’

     

    =

    M0 + alle girale geld + direct opvraagbare spaartegoeden + travelers checks

    M2

    =

    ‘tussenliggende geldhoeveelheid’

     

    =

    M1 + ‘bijna-geld’ (Engels: ‘near money’ = ‘quasi money’)

     

    =

    M1 + redelijk snel opneembare tegoeden: kortlopende deposito's (looptijd tot 2 jaar); deposito's met een opzegtermijn tot 3 maanden

    M3

    =

    ‘ruime geldhoeveelheid’ (Engels: ‘broad money’)

     

    =

    M2 + ‘bijna bijna-geld’ (Engels: ‘near, near money’)

     

    =

    M2 + aandelen in geldmarktfondsen, lang vastgelegde spaartegoeden, etc.

    Lees verder Inklappen

    Dus: hoeveel geld is er nu uiteindelijk in de wereld?

    Vanwege de definitieverschillen is dat antwoord niet exact te geven. Bovendien is niet alles nauwkeurig bekend, dus op zijn best zijn schattingen van de hoeveelheden te geven. 

    Naast de diverse geldsoorten is er bovendien nog het vermogen dat is vastgelegd in de vorm van derivaten. Is dat ook geld? Dat is discutabel, maar Stiglitz en Walsh schrijven: “Geld is alles wat algemeen wordt aanvaard als een rekeneenheid, een ruilmiddel of een opslagplaats van [financiële] waarde”, en dat is beslist van toepassing op derivaten. De totale geldwaarde daarvan is nog veel minder goed vast te stellen. 

    Bij elkaar zijn de bedragen ruwweg als volgt:

     Tabel 2.1. Geldhoeveelheden van de gehele wereld

     Geldhoeveelheid

     Wereldvoorraad 

     (in biljoenen US dollars)

     Bron

     Chartaal geld

     5

     1

     M1

     30

     2

     M2

     60

     3

     M3

     80

     2

     Derivaten

     630 tot 1200

     1

     Ter vergelijking:

     Dollarwaarde van alle goud van de wereld

     8

     1

     Alle aandelen van de wereld (eind 2015)

     67

     2

     Bruto nationaal product van de wereld (2016)

     76

     2

     Alle schulden in de wereld…

     199

     2

     … waarvan overheidsschulden (eind 2016)

     76

     2

     Bronnen: 1. Jeff Desjardins; 2. CIA; 3. Quora

    Herinner je je het Torentje van Vertrouwen uit de aflevering van 16 februari? Vóór de Nixon Shock bestond deze toren uit vier verdiepingen. De onderste was van goud. De tweede bestond uit Amerikaanse dollars, de derde uit valuta uit je eigen omgeving. De toplaag werd gevormd door dingen die echte waarde hebben, doordat je ze bijvoorbeeld kunt eten of erin wonen. Nixon trok het goud weg uit de onderste laag en verving dat door geloof in de (Amerikaanse) overheid

    Dat torentje, dat is het torentje van de reële economie. Van de echte dingen op de vierde verdieping dus, ook al steunen die op drie verdiepingen waarvan de sterkte niet erg vaststaat.

    Dankzij de avonturen van systeembanken en beleggers kan zo’n toren ook getekend worden voor de financiële economie: De onderste laag wordt gevormd door ‘echt’ geld: munten en bankbiljetten. Zij vormen het oorspronkelijke fundament: het is geld dat je kunt vasthouden. Waar je in kunt bijten (om de echtheid van gouden munten te beproeven). Dat je met je handen kunt tellen.

    De tweede laag bestaat uit giraal geld en direct opvraagbare spaartegoeden. M1 dus, verminderd met het chartale geld, want dat zit al in de grondlaag. Aangezien M2 tegenwoordig zelden gebruikt wordt, bestaat de derde laag uit de ruime geldhoeveelheid: M3, verminderd met M1 (want die zit al in de lagen eronder). De toplaag, zwaar leunend op alle munten, bankbiljetten, bank- en spaarrekeningen en langlopende tegoeden, bestaat uit derivaten. 

    De Toren van Financieel Vertrouwen ziet eruit als een watertoren, maar dan met een monsterlijk waterhoofd. Welbeschouwd heeft hij eerder de gedaante van een bovenmenselijk grote ronde moker.

    Figuur 2.27 laat hem zien, deze Moker van Vertrouwen. De oppervlaktes van de vier schijven corresponderen met hun geldwaarden.

    Het is die topzware Moker van Vertrouwen die elke paar decennia omvalt, soms lokaal, soms wereldwijd, en daarbij enorme schade veroorzaakt. Althans – elke paar decennia? Het is erger, zoals je in hoofdstuk 3 zult zien. Veel erger.

    Dus nu nogmaals. Als je wellicht in de dollar gelooft: waar geloof je dan precies in?

    Tenslotte

    Die slotvraag, ‘waar geloof je precies in?’, die ga ik niet voor je beantwoorden. Dat laat ik aan jezelf over. En misschien wel aan de discussie op het forum, waar in dat geval wel wat onenigheid zal ontstaan.

    Ook verwacht ik protesten tegen mijn bewering dat derivaten te beschouwen zijn als een vorm van geld. Ik heb mijn argument daarvoor al gegeven, dus als je dit wilt bestrijden, neem dat argument dan alsjeblieft gelijk mee, anders praten we langs elkaar heen.

    Of je de vergelijking van derivaten met geld nu terecht vindt of niet, het lijkt me onwaarschijnlijk dat je zult menen dat alle derivatenhandelaren voortdurend op een verantwoorde manier te werk gaan. Mocht je dat werkelijk vinden, dan nodig ik je uit om het schitterende, prijswinnende boekje van Joris Luyendijk te lezen: ‘Dit kan niet waar zijn’. 

    Ah, maar de complexe derivaten zijn nog lang niet de enige manier waarop handelaren in de financiële wereld gokspelletjes spelen. Volgende keer gaan we ‘naakt shorten’. En meer van die spannende spellen. Ik hoop dat je meedoet.

    Nadat ik je wederom wijs op de plek waar je de groeiende literatuurlijst en de concept inhoudsopgave kunt downloaden, wens ik je een fijne Koningsdag. Over twee weken ben ik weer terug. 

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Niko Roorda

    Gevolgd door 374 leden

    Niko Roorda is spreker, schrijver en consultant. Hij promoveerde in sociale wetenschappen en is specialist in duurzaamheid.

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg Niko Roorda
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren
    Dit artikel zit in het dossier

    Een duurzame economie

    Gevolgd door 543 leden

    Onze economie is in zijn wezen niet duurzaam. Was ze dat wel, dan zou de wereld er een stuk beter uitzien. Het goede nieuws i...

    Lees meer

    Volg dit dossier en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg dossier