Inkomensongelijkheid en monetaire politiek

    Sinds het boek van Piketty in het Engels is vertaald is 'ongelijkheid' een allesoverheersend thema geworden in de internationale politiek. Zelfs bestuurders van de grootste centrale banken, de FED en de ECB, buigen zich over de kwestie.

    Afgelopen vrijdag 17 oktober hielden zowel de baas van de FED, Janet Yellen, als ECB-bestuurder Yves Mersch -onafhankelijk van elkaar- een lezing, waarin het begrip 'ongelijkheid' centraal stond. Yellen's speech was getiteld 'Perspectives on Inequality and Opportunity from the Survey of Consumer Finances', uitgesproken op een conferentie van de federale bank in Boston over economische ongelijkheid; de toespraak van Mersch was tijdens een conferentie in Zürich en ging over 'Monetary policy and economic inequality'. Sinds Thomas Piketty er in diens boek 'Kapitaal in de 21e eeuw' op wees dat rijken steeds rijker worden en de (inkomens-)ongelijkheid steeds groter, is dit een 'hot' geopolitiek thema geworden. Nu houden zelfs centrale bankiers zich ermee bezig.

    Gelijke kansen voor iedereen belangrijker

    Laten we eens met Yellen beginnen. Wat had die allemaal te vertellen? Om te beginnen constateerde ook zij, dat de inkomens- en vermogensverschillen tussen de 'happy few' en de rest ook in de VS enorm waren toegenomen. Ze verwees daarbij naar de niet onomstreden 'Great Gatsby Curve', die de (positieve) correlatie beschrijft tussen inkomensongelijkheid en intergenerationele sociale immobiliteit.
    Hoe groter de inkomensverschillen, hoe lastiger 'struggling for highlife'
    In gewoon Nederlands: hoe groter de inkomensverschillen in een land, des te moeilijker wordt het om op te klimmen op de sociale ladder. Yellen ontkent de inkomensverschillen in de VS niet, maar wijst er op dat die al enige decennia ongeveer hetzelfde gebleven zijn. Ze benadrukt liever de Amerikaanse waarde van 'gelijke kansen voor iedereen' : "Research also indicates that economic mobility in the United States has not changed much in the last several decades; that mobility is lower in the United States than in most other advanced countries; and, as I noted earlier, that economic mobility and income inequality among advanced countries are negatively correlated." Die 'gelijke kansen voor iedereen' worden in sterke mate beïnvloed door een viertal 'building blocks':
    1.  De mate waarin kinderen, vooral in hun vormende jaren, toegang hebben tot hulpmiddelen;
    2.  De mate waarin mensen toegang hebben tot betaalbaar hoger onderwijs;
    3.  Het hebben van een eigen bedrijf;
    4.  Erfenissen.
    De eerste twee 'blokken' zijn min of meer algemeen bekend, nieuwer is dat inkomens- en vermogensverschillen in toenemende mate worden gevormd door generaties met een eigen bedrijf en door erfenissen. Yellen tekent hierbij aan bezorgd te zijn over de sterke afname van het aantal startende bedrijven in de VS. Sinds de jaren negentig daalt het aantal starters (met name de periode tussen 2006 en 2009 liet een zeer forse daling zien) en is nu op het laagste punt in meer dan 25 jaar. Dit noemt Yellen zorgelijk, omdat minder starters minder productiviteitsgroei betekent, en er dus minder werkgelegenheid en inkomen gegenereerd wordt.

    Inkomensverschillen VS flink toegenomen

    Niettemin nemen de inkomens- en vermogensverschillen ook in de VS behoorlijk toe. Tussen 1989 en 2013 steeg het inkomen van de rijkste vijf procent met maar liefst 38% tegen 10% voor de rest. De vermogensongelijkheid was nog groter. Bezat in 1989 de top vijf procent 'slechts' 54% van alle rijkdom, in 2013 was dat gestegen naar 63%. Aan de onderkant van de inkomens is de situatie nog nijpender: maar liefst 62 miljoen Amerikaanse huishoudens hebben een vermogen van $ 11.000 of lager. Een kwart daarvan heeft zelfs nul of een negatief vermogen (dat wil zeggen een netto schuldpositie). Vooral na de financiële crisis in 2007 is die groep sterk gestegen. De top vijf daarentegen verdubbelde haar vermogen juist bijna: van gemiddeld $ 3,6 miljoen in 1989 naar $ 6,8 in 2013.
    Yellen: Ik bied geen oplossingen voor inkomensongelijkheid
    Yellen's conclusie is dan wel weer uitermate teleurstellend: "I cannot offer any conclusions about how much these factors (die 4 'building blocks', red.) influence income and wealth inequality. I do believe that these are important questions, and I hope that further research will help answer them."

    ECB: bewaken prijsstabiliteit enige mandaat

    Dan was ECB-bestuurder Yves Merch in Zürich een stuk minder vaag. Hij begon ermee te zeggen dat het wel heel ongewoon is voor een centraal bankier om zich te mengen in de 'Piketty discussie', aangezien dat meer een politieke dan een monetaire aangelegenheid is. De reden waarom de ECB zich nu dan toch in die politieke discussie heeft gemengd is, omdat sommigen menen dat te grote inkomensongelijkheid de financiële stabiliteit kan bedreigen (Mersch betwist dat overigens, zich beroepend op diverse studies, onder andere die van Bordo en Meisner uit 2012). De ECB heeft volgens Mersch maar één mandaat: het bewaken van de prijsstabiliteit op middellange termijn (sic!).  Niettemin is er een meer algemene reden voor centrale bankiers om zich druk te maken over de groeiende inkomensongelijkheid. Mersch: "More generally, inequality is of interest to central banking discussions because monetary policy itself has distributional consequences which in turn influence the monetary transmission mechanism. For example, the impact of changes in interest rates on the consumer spending of an individual household depend crucially on that household’s overall financial position – whether it is a net debtor or a net creditor; and whether the interest rates on its assets and liabilities are fixed or variable." Daarbij onderscheidt Merch vijf verschillende factoren die van invloed kunnen zijn op de verdeling van welvaart, inkomen en consumptie:
    1. 'Income composition channel', daarmee bedoelt hij de verschillen tussen mensen die hoofdzakelijk zijn aangewezen op hun loon als inkomstenbron en zij, die ook inkomen uit andere bronnen hebben, zoals aandelen of obligaties;
    2. 'Financial segmentation channel': mensen die sneller en veelvuldiger toegang tot de financiële markten hebben vergroten hun kans op vermogensaanwas;
    3. 'Portfolio channel': inflatoire maatregelen van een centrale bank hebben meer invloed op mensen met een laag inkomen dan op mensen die inkomen uit meerdere bronnen genieten;
    4. 'Savings redistribution channel': lage rentetarieven spelen leners in de kaart en zijn nadelig voor spaarders;
    5. 'Earnings heterogenity channel': lagere inkomensgroepen worden onevenredig vaak getroffen door werkloosheid.
    De eerste drie factoren kunnen leiden tot een grotere inkomensongelijkheid, de laatste twee juist tot een lagere. Bijvoorbeeld als het monetaire beleid van de centrale bank meer werkgelegenheid schept, aldus Mersch.
    Expansieve geldverruiming leidt tot grotere inkomensongelijkheid
    Tegelijkertijd waarschuwt hij dat een te expansief monetair beleid kan leiden tot een (sterke) verhoging van de inkomensongelijkheid, terwijl omgekeerd een sterk restrictief beleid ook significante (negatieve) lange termijn effecten kan hebben op inkomensongelijkheid. Het blijft dus voor een centraal bankier schipperen. Mersch haalt een studie aan van McKinsey waaruit zou blijken, dat door het lage rentebeleid van de FED en ECB vooral de oudere spaarder is getroffen, terwijl jonge gezinnen juist profiteerden (die hebben doorgaans weinig spaargeld en hun hypotheek nog niet afgelost, red.). Het (negatieve) saldo bedroeg volgens het McKinsey rapport maar liefst $ 630 miljard ten nadele van de spaarder (VS, UK, eurozone).

    Agressief monetair beleid leidt tot ongelijkheid

    Een ander nadeel van het lage rentebeleid is, dat mensen de neiging hebben meer en hogere risico's te nemen teneinde toch nog een reëel rendement te halen op hun spaargeld. Mersch haalde vervolgens een onderzoek van DNB aan over het agressieve monetaire beleid van Japan, dat tot gevolg had gehad dat de inkomensongelijkheid daar juist verder door toegenomen was: "The researchers conclude that their study holds lessons for other countries undertaking unconventional monetary policy. While preventing deflation and repairing the monetary transmission mechanism at the zero-bound is inherently a difficult undertaking, Japan’s experience provides a cautionary tale on the potential side-effects. It is possible that the portfolio channel will be even larger in the US, the UK and many euro area economies, where households hold a larger portion of their savings in equities and bonds." Mersch maakte wel onderscheid tussen 'standaard' monetair beleid en 'non-conventioneel' monetair beleid (zoals dat nu plaatsheeft met de opkoop van Asset Backed Securities, red.).
    Waarom dan toch doorgaan met dat beleid? They dont have any clue
    Volgens hem leidt 'standaard' monetair beleid niet tot een verhoging van de inkomensongelijkheid, maar 'non-conventioneel' beleid wel. Waarom dan toch doorgaan met dat beleid? Daar komt geen echt antwoord op helaas. Mersch concludeert: "Non-conventional monetary policy however, in particular large scale asset purchases, seem to widen income inequality, although this is challenging to quantify. Still, a central bank with a clear mandate to safeguard price stability needs to act forcefully when push comes to shove. These distributional side-effects then need to be tolerated. But they clearly should not last too long. They are one more reason to recognise that the non-standard measures we have introduced have to be temporary."

    Conclusie

    Mijn conclusie: 'they do not even have any clue how to solve this crisis'. Rente is de belangrijkste prijs in een economie. Staat de rente niet goed, dan creëer je allerlei economische onevenwichtigheden. In de eurozone kan geen goed rentebeleid worden gevoerd door de ECB, omdat de economische verschillen tussen de diverse lidstaten te groot zijn. Dát is het probleem. Men heeft in Frankfurt gewoon geen (monetaire) oplossing die werkt voor alle lidstaten. En dat kan ook niet. (Inkomens-)ongelijkheid is natuurlijk een belangrijk thema, maar de manier waarop daar door de centrale bankiers mee wordt omgesprongen is verkeerd. Hét probleem is de (mondiale) schuldenberg. Zonder een (gedeeltelijke) reset zal geen enkel Plan B soelaas bieden, ook TMS (The Matheo Solution) niet. Daarbij: arme mensen lijden niet aan ongelijkheid, maar aan armoede, en armoede los je niet structureel op door enkel een vermogenstransfer van rijk naar arm te organiseren. Je creëert daarmee enkel staatsafhankelijkheid, terwijl een verstandig beleid er op gericht zou moeten zijn om armen zelfvoorzienend te maken. En ja, dan speelt (toegang tot) goed onderwijs wel weer een uitermate belangrijke rol. U kunt mij hier volgen op twitter.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Jean Wanningen

    Gevolgd door 229 leden

    Jean Wanningen (Weert, 1957) is een veelkleurige persoonlijkheid. Ging na ‘verkeerde’ studies bij een gerenommeerde investmen...

    Volg Jean Wanningen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren