Van wie is ons geld?

Waarom is de creatie van geld in handen van – particuliere – banken? En moet dat altijd gepaard gaan met schuld? Ofwel: kunnen we ons monetaire systeem op een eerlijkere manier organiseren? Lees meer

Het zijn vragen waar menig econoom zijn tanden op stuk gebeten heeft. Toneelgroep De Verleiders zette een brede discussie in gang door op te roepen tot een burgerinitiatief. Met 120.000 handtekeningen moest de politiek wel reageren en nadenken over de aard en wezen van ons geld en de manier waarop het wordt gecreëerd. Dat leidde tot een opdracht voor Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) om onderzoek naar geldschepping te doen.

Op Follow The Money begon in 2015 het debat toen voormalig bankenlobbyist en auteur Robin Fransman reageerde met een open brief aan het toneelgezelschap, die werd beantwoord door Martijn Jeroen van der Linden, bestuurder van de Stichting Ons Geld. Daarnaast gaven tientallen lezers in het discussieforum hun visie op wat misschien wel dé vraag van het moment is: van wie is ons geld eigenlijk?

69 Artikelen

'Money, Money, Money, it's a confusing world'

De voorstelling 'Door de bank genomen' van toneelgroep De Verleiders en het burgerinitiatief van Stichting Ons Geld brachten een breed gevoerd debat op gang over ons geldsysteem en de rol van de banken. Wat zijn de standpunten en hoe werkt ons geldsysteem eigenlijk? Een samenvatting met uitleg.

Geen onderwerp maakt meer los in de samenleving dan 'geld'. Niet verwonderlijk, geld speelt een belangrijke rol in het dagelijks leven: zonder geld kun je niks kopen. Het onderwerp staat nog meer in de belangstelling door recente boeken en studies over de toenemende ongelijkheid tussen 'arm' en 'rijk', oftewel de rijke één procent die verreweg het grootste deel van de wereldse bezittingen bezit. Dat vinden veel mensen niet 'rechtvaardig'. Ook de banken en het imago van de bancaire sector spelen hierbij een rol. Die beide zouden door hun hebzucht de crisis hebben veroorzaakt om vervolgens gered te worden met belastinggeld, geld van ons allemaal dus. Ook dat wordt als niet rechtvaardig ervaren. Intussen is er - ook op FTM - een discussie op gang gekomen over wat geld precies is, over het functioneren van ons monetaire stelsel, over waar het privilege van geldschepping moet liggen, wat de rol daarin is van overheid en bankensector en zo meer. [Zie hier een overzicht van de discussie op FTM]. Voor de één is geld een 'schuld', voor de ander een ruilmiddel dat 'van ons allemaal is'. De één wil geldcreatie overlaten aan de vrije markt, de ander wil dat dit louter een taak is van de overheid. Kortom, er woedt een heftig debat waarin zich grote tegenstellingen voordoen. Daarom is het wellicht nuttig om uit te leggen hoe geldschepping in ons huidige systeem precies in zijn werk gaat.

Geld is Vertrouwen

De essentie van ons geldsysteem is, dat het een fiduciair systeem is, dat wil zeggen gebaseerd op vertrouwen. De intrinsieke waarde van het huidige geld is verwaarloosbaar en de geldhoeveelheid in omloop wordt niet gedekt door fysieke waarden zoals goud. Het is een 'fiat geld'-systeem, waarbij centrale banken 'geld uit het niets' kunnen creëren. Is dat erg? Niet zolang het publiek vertrouwen heeft in het systeem. Laten we eerst kijken naar wat er precies gebeurt bij de werking van het monetaire stelsel. Daarover bestaan nogal wat misverstanden, niet in de laatste plaats bij de mensen die menen dat de overheid een monopolie zou moeten hebben op geldschepping. In feite is de overheid al 'monopolist', in die zin dat haar centrale bank de geldhoeveelheid in omloop beïnvloedt met beleid. Dat commerciële banken kredieten kunnen verlenen en zo geld kunnen scheppen, kan alleen doordat de centrale bank hen daartoe in staat stelt. Overigens zijn commerciële banken niet altijd privaat bezit, denk aan onze ABN AMRO of SNS Bank, maar dit terzijde. Centrale banken kunnen direct en indirect de geldhoeveelheid in omloop reguleren, dat is hun taak. Onder andere door een meer of minder restrictief rentebeleid te voeren bijvoorbeeld, of door de liquiditeiten die de aangesloten commerciële banken moeten aanhouden aan te passen. Er is echter een belangrijk verschil in de manier waarop de publieke sector en de private sector de geldhoeveelheid beïnvloeden. De publieke sector - de overheid - is de uitgever van het geld, terwijl de private sector dit geld gebruikt voor consumptieve of productieve doeleinden.
obligaties noch belastingen financieren de staatsuitgaven

Financiering overheidsuitgaven

Om maar meteen twee misverstanden weg te nemen: noch de uitgifte van staatsobligaties door een land, noch de inning van belastingen door een rijksoverheid financieren de uitgaven van die overheid. Die twee zijn louter monetaire instrumenten. Belastingen creëren een geldvraag (waar anders zou de belastingplichtige zijn belastingen mee kunnen voldoen?) en de uitgifte van staatspapier wordt met name gebruikt om de rentedoelstelling van een centrale bank te verwezenlijken, de geldontwaarding onder controle te houden en om de private sector in staat te stellen om te sparen (de 'oppot' functie van geld). Ook aankopen van staatspapier vanuit het buitenland financiert overheidsuitgaven niet. Wat dan wel? Geldcreatie. De overheid moet eerst uitgeven (geld creëren) voordat ze belasting kan heffen of staatsobligaties kan uitgeven. Zo niet, dan heeft de private sector geen geld om belastingen te betalen of staatsobligaties te kopen. Dit betekent dus dat de financiën van overheden fundamenteel verschillen van die van de private sector (huishoudens en bedrijven). Overheden creëren geld, huishoudens gebruiken het. In dat opzicht heeft Robin Fransman gelijk als hij zegt dat geld altijd een schuld impliceert. Tegenover elke schuld staat een bezit. Er is echter met die 'schuld' van de overheid iets bijzonders aan de hand. Dat is geen 'gewone' schuld, zoals een consument die kent als hij een lening bij de bank is aangegaan voor het kopen van een huis, auto of wasmachine. De schuld van een overheid is een andere. Om het verschil te begrijpen moeten we kijken naar hoe het geldscheppingsproces in zijn werk gaat.

Geldschepping door de overheid

Als een overheid geld schept, wordt een bankrekening gecrediteerd. Deze transactie wordt vereffend bij haar centrale bank door de rekening van de overheid bij de centrale bank te debiteren (te verminderen) en de reservebalans van de ontvangende bank bij de centrale bank te crediteren (te vermeerderen). Het gevolg hiervan is, is dat er een bankrekening in het bancaire systeem wordt gecrediteerd zonder dat er een corresponderende schuld is gecreëerd.
Wat gebeurt er precies als een bank krediet gaat verlenen?
Stel nu dat die bank een krediet gaat verlenen, wat gebeurt er dan? Dan ontstaat op de balans van de bank zowel een bezitting (het krediet) als een schuld (het met het krediet corresponderende deposito). Er is geld geschapen! De kredietnemende partij (burger of bedrijf) maakt een tegengestelde boeking: het ontvangen krediet boekt hij als een schuld (lening), het ontvangen geld als een bezit (deposito). Op het niveau van de centrale bank heeft een schuld (liability) echter een andere betekenis dan schuld (debt) voor de private sector. Reservebalansen en geld in circulatie zijn een liability voor een centrale bank. Deze schulden zijn de facto een claim op 'niets', want niet gedekt door fysieke waarden. Dit is de essentie van een fiat geld-systeem; in tegenstelling tot bijvoorbeeld een stelsel dat is gebaseerd op een gouddekking, waarin een schuld van de overheid een claim kan zijn op goud dat de overheid in bezit heeft.
Geldcreatie door de overheid leidt niet tot een claim op haar 'bezit'
Met andere woorden: hoewel de geldcreatie als een schuld voor de geconsolideerde overheidssector (dat is de rijksoverheid en centrale bank samen) wordt geregistreerd, is het gecreëerde geld niet een claim op de 'bezittingen' van die sector.

Wanbeheer kost vertrouwen

Kortom, uitgaven door de overheid via de centrale bank leiden tot een toename van geld in bezit van de private sector en geheven belastingen leiden tot een afname van geld in bezit van de private sector. Een goede balans hiertussen zorgt ervoor dat inflatie onder controle blijft, de kerntaak van een centrale bank. Uiteindelijk is geld een medium dat ervoor zorgt dat economische transacties tussen partijen worden vergemakkelijkt. De essentiële functie van geld hangt uiteraard samen met de productiviteit van een economie, waarbij 'vertrouwen' in het gehanteerde geld als ruil/betaalmiddel cruciaal is.
Wanbeheer, misbruik en fraude ondermijnen het vertrouwen in het financiële stelsel
Om vertrouwen te blijven houden in dat geld, moet de uitgifte ervan goed beheerd worden: een overheid dient het privilege dat zij heeft (de sturing van de geldhoeveelheid in omloop door de centrale bank en via commerciële banken) te gebruiken ter bevoordeling van de burgers en bedrijven die zij zegt te vertegenwoordigen. Misbruik, wanbeheer, corruptie en fraude ondermijnen dit vertrouwen en kunnen in extremis leiden tot een verlies van vertrouwen en daarmee tot ernstige geldontwaarding en zelfs hyperinflatie.

Kritiek Stichting Ons Geld op financiële sector

De kritiek van Stichting Ons Geld en anderen betreft nu juist dat zorgvuldige beheer over 'ons geld'. Zij verwijten de bankensector onvoldoende zorgvuldig met ons geld te zijn omgesprongen. Zij vinden dat er veel te veel en veel te gemakkelijk krediet is verleend, dat door zakenbanken veel te grote risico's zijn genomen en ze verwijten die banken het ontwikkelen van fancy producten. 'Zombiebanken' - banken overladen met dubieuze schulden - waren het resultaat. Daarnaast zorgde de enorme toename van het aantal 'schaduwbanken' - niet bancaire financiële instellingen als hedge funds of financieringsmaatschappijen van grote ondernemingen - voor een enorme groei aan afgeleide financiële producten. De omvang van die financiële economie bedraagt maar liefst 600 triljoen en is daarmee groter dan de reële economie. De economische, financiële en maatschappelijke gevolgen van de geconstateerde ontsporing van de financiële sector zijn enorm. Wat dat volgens de initiatiefnemers van Ons Geld des te pijnlijker maakt, is dat de bankensector vervolgens kon worden gered met belastinggeld, terwijl er daarna nauwelijks iets veranderd is in hun gedrag. Wel de lusten, niet de lasten, is het verwijt. Hebben de mensen van Ons Geld hier een punt? Zeker. De vraag of we naar een ander monetair systeem moeten, waar sprake is van een werkbaar evenwicht tussen een volledig vrije markt en een totaal gereguleerde financiële markt, kan niet zinvol worden beantwoord in een internationale wereld waar grote verschillen bestaan. Of zouden we moeten zoeken naar een radicaal nieuw systeem waarin geld en geldverstrekking geen rol meer spelen? Zo'n idee is op zijn minst uitermate ambitieus en, gezien de toenemende internationalisering, gedoemd te mislukken. Tenzij dat nieuwe monetaire systeem wereldwijd zou worden ingevoerd natuurlijk.
Jean Wanningen
Jean Wanningen
Jean Wanningen (Weert, 1957) is een veelkleurige persoonlijkheid. Ging na ‘verkeerde’ studies bij een gerenommeerde investmen...
Gevolgd door 239 leden