In de greep van Monsanto: waarom toezichthouders een 'kankerverwekkende' pesticide niet tegenhielden

Glyfosaat is de meest gebruikte en de meest controversiële onkruidverdelger ter wereld. Nieuw bewijs laat zien dat de Europese toezichthouder genoeg reden had om het middel te verbieden. Dat is niet gebeurd, om één simpele reden: maker Monsanto stond aan de basis van het toelatingsproces. Nederland buigt zich vanaf december over een nieuwe beoordeling van glyfosaat.

Dit stuk in 1 minuut

Waar gaat dit over?

  • Glyfosaat is één van de meest gebruikte bestrijdingsmiddelen wereldwijd. Glyfosaat is het werkzame bestanddeel van onkruidverdelger Roundup, gemaakt door Bayer-Monsanto. Roundup is in Nederland gewoon bij de bouwmarkt te koop. 

  • In 2017 werd glyfosaat in de Europese Unie opnieuw goedgekeurd. Dat kon dankzij steun van de Nederlandse regering. De onkruidverdelger is tot eind 2022 toegelaten.

Waarom moet ik dit lezen?

  • De toelating van deze pesticide op de Amerikaanse en Europese markt deugt niet.

  • Rechtszaken in Amerika hebben blootgelegd hoe incestueus de verhoudingen zijn tussen de producent Bayer-Monsanto en de toezichthoudende autoriteiten die waken over de volksgezondheid.

  • In de Verenigde Staten zijn de eisen voor toelating van pesticiden stukken minder streng dan die van de Europese Unie, waar het ‘voorzorgsprincipe’ geldt.

  • Uit de rapporten van Europese toezichthouders blijkt dat er meer dan genoeg bewijs is om glyfosaat te oormerken als kankerverwekkend. Dat op zich is genoeg om het middel in 28 EU-landen te verbieden. Dat dat niet is gebeurd, is direct te herleiden tot de invloed van de chemische industrie, meer specifiek: Monsanto.

  • In december neemt Nederland samen met Frankrijk, Hongarije en Zweden het voortouw bij de herbeoordeling van glyfosaat voor de Europese markt. Onze nationale toezichthouder CTGB moet dan bekijken of de pesticide kanker kan veroorzaken.

Hoe heeft Follow the Money het onderzoek uitgevoerd?

  • Follow the Money sprak met deskundigen over de markttoelating van de onkruidverdelger in de Verenigde Staten en de Europese Unie. FTM dook in de rapporten van de toezichthouders, en bestudeerde honderden interne documenten van Bayer-Monsanto die als gevolg van de Amerikaanse rechtszaken nu openbaar zijn.   

Lees verder

Wanneer biostatisticus Lianne Sheppard in de winter van 2016 het rapport van het Amerikaanse milieuagentschap Environmental Protection Agency (EPA) doorbladert, bekruipt haar een vreemd gevoel. De evaluatie van het carcinogene potentieel van glyfosaat, zoals het rapport heet, bevat een analyse van alle wetenschappelijke onderzoeken over de onkruidverdelger, die wereldwijd op grote schaal wordt gebruikt in de landbouw. Alleen als de milieuwaakhond EPA ‘geen onredelijke’ gezondheidsrisico’s vindt, krijgt het landbouwgif groen licht. Maar waarom heeft het agentschap bij de studies met muizen gegevens uit oudere dierproeven gehaald, vraagt Sheppard zich af. Op die manier verdwijnt het verband tussen glyfosaat en de waargenomen tumoren. ‘Wat we zagen, beviel ons niet,’ zegt Sheppard, hoogleraar biostatistiek van de Universiteit van Washington.

Sheppard heeft op die dag in december het EPA-rapport voor haar liggen, omdat ze op uitnodiging van het agentschap onafhankelijk advies geeft over de beoordeling van glyfosaat. Dat doet ze niet alleen: een panel van biologen, statistici en toxicologen is speciaal naar het hoofdkantoor van de EPA in Washington DC gevlogen. Tijdens die drie dagen in het statige gebouw aan de Potomac-rivier verdwijnt Sheppards vreemde gevoel niet. ‘EPA stond niet open voor onze kritiek,’ herinnert Sheppard zich. ‘Het leek vastberaden glyfosaat vrij te pleiten.’

Niet iedere genodigde is even onafhankelijk. Ook medewerkers van Monsanto, de chemiereus achter Roundup, de populaire onkruidverdelger waarvan het werkzaam bestanddeel glyfosaat is, schuiven aan bij de EPA. Ze krijgen veel spreektijd, valt Sheppard op, en verdedigen de veiligheid van hun product met hand en tand. Na drie dagen constateert het adviespanel grote onregelmatigheden in het rapport van de Amerikaanse toezichthouder. ‘We vonden unaniem dat de EPA haar eigen interne regels had geschonden,’ zegt Sheppard.

Bijna drie jaar later zit Lianne Sheppard in de lobby van het Beatrixgebouw in Utrecht. Ze is daar vanwege een internationaal congres van milieu-epidemiologen; deskundigen die de gezondheidseffecten van schadelijke stoffen in het milieu onderzoeken. Hier presenteert Sheppard haar eigen publicatie over glyfosaat, het resultaat van drie jaar lang onderzoek in haar vrije uren en zonder financiering. ‘De overheid produceerde gebrekkige wetenschap,’ zegt ze resoluut over het waarom. 

Samen met twee andere leden van het EPA-panel vond zij een ‘overtuigend verband’ tussen glyfosaat en non-hodgkinlymfoom, een agressieve kanker aan de lymfeklieren. Haar onderzoek verscheen in februari van dit jaar in vakblad Mutation Research en werd breed uitgemeten in de internationale pers: ‘Onkruidverdelger verhoogt risico op non-hodgkinlymfoom met 41 procent,’ kopte de Britse krant The Guardian. ‘Fenomenaal hoeveel aandacht ons werk heeft gekregen’, zegt Sheppard. 

Lijken in de Monsanto-kast                            

Ongewild katapulteert haar onderzoek Sheppard, die eerder voornamelijk luchtvervuiling onderzocht, naar de frontlinie van de strijd rond glyfosaat. Bayer, een van ‘s werelds grootste farmacie- en chemiebedrijven, kocht een paar maanden voor Sheppards publicatie de Amerikaanse Roundup-maker Monsanto. Het onderzoek, dat Bayer ‘statistische manipulatie’ noemt, blijkt niet het enige lijk in de kast van de glyfosaat-producent. 

Acht weken na de overname oordeelt een Amerikaanse jury dat Dewayne Johnson, een conciërge uit San Francisco, non-hodgkinlymfoom had opgelopen door Roundup. Monsanto zou het risico op kanker hebben verborgen, oordeelt de jury. De uitspraak is meer recent nog bekrachtigd door twee andere jury’s, in mei in de zaak van Alva en Alberta Pilliod, een echtpaar dat lymfklierkanker kreeg na gebruik van Roundup. Bayer moet honderden miljoenen schadevergoeding betalen. Nog eens 18.400 Amerikaanse kankerpatiënten klagen Bayer-Monsanto aan. Sinds deze uitspraken verloor het aandeel Bayer op de beurs meer dan 25 procent van de waarde. Het bedrijf onderhandelt momenteel in New York met de schadeclaimadvocaten over een mega-schikking. Analisten verwachten, zo schrijft The Wall Street Journal, dat de schikking kan oplopen tot wel 25 miljard dollar.  

In tegenstelling tot deze Amerikaanse gerechtelijke uitspraken stellen overheden wereldwijd nog altijd dat glyfosaat, het werkzame bestanddeel in Roundup, veilig is. Het middel is effectief tegen onkruid, en favoriet bij boeren die naar schatting maar liefst 825 miljoen kilo glyfosaat jaarlijks op hun akkers uitrijden. Voor consumenten is Roundup ook nog gewoon te koop in de bouwmarkt, ook in Nederland. Dit jaar liet de Amerikaanse EPA weten dat er ‘geen bewijs’ bestaat dat de herbicide bij mensen kanker kan veroorzaken. Ook in de Europese Unie vinden de toezichthouders het ‘onwaarschijnlijk’ dat zo’n verband bestaat.

Toxicoloog Marion Copley

"Voor eens in je leven, luister naar me en speel geen politieke spelletjes met wetenschap"

In de Amerikaanse rechtbanken schermen de advocaten van Bayer met de rapporten van deze toezichthouders. Tevergeefs, want jury’s kiezen de kant van de klagers. ‘Dit wijst op groeiende scepsis bij jury’s over de manier waarop toezichthoudende instanties wetenschap bedrijven […]’, schrijft de financiële nieuwsdienst Bloomberg op 12 augustus in een analyse over de rechtszaken. Volgens Bloomberg laten de rechtbanken het oordeel van de EPA links liggen, omdat het agentschap ten prooi zou zijn gevallen aan lobby door de fabrikant. ‘Regulatory capture’ noemen de advocaten die de kankerpatiënten in Amerika vertegenwoordigen dat. 

De Roundup-rechtszaken zijn inmiddels ook al wel het ‘tabaksindustrie-moment’ voor Monsanto genoemd. In de jaren ’90 werden door schadeclaims tegen onder meer Philip Morris de geheime tactieken van de tabaksindustrie voor het eerst voor het grote publiek zichtbaar, omdat interne documenten openbaar werden. Net als toen hebben de Roundup-rechtszaken nu duizenden pagina’s aan interne documenten als bewijsstukken aan het licht gebracht. 

Zo valt in een intern memo te lezen hoe Jess Rowland, hoofd van het Cancer Assessment Review Committee (CARC), dat binnen EPA belast is met het beoordelen van de mogelijke kankerverwekkendheid van glyfosaat, Dan Jenkins, hoofd afdeling Regulatory Affairs van Monsanto geruststelt. ‘Het enige is […] de studie met kwaadaardige tumoren in muizen,’ merkt Jess Rowland op, ‘maar de conclusies daarvan zijn irrelevant […]. Ik ben de voorzitter van het CARC, en mijn mensen zijn verantwoordelijk voor de registratie van glyfosaat.’

Niet iedereen binnen de EPA is gediend van die werkwijze, blijkt uit de rechtbankstukken. Zo mailt toxicoloog Marion Copley op 4 maart 2013 aan Rowland: ‘Voor eens in je leven, luister naar me en speel niet je politieke spelletjes met de wetenschap ten behoeve van de fabrikanten.’ Copley, die binnen de EPA dan al meer dan twintig jaar betrokken is bij de beoordeling van glyfosaat, schrijft aan Rowland dat ze zelf kanker heeft en niet meer lang zal leven. Ze doet een klemmend beroep op hem om de officiële positie van de EPA te wijzigen: ‘Het is zo goed als zeker dat glyfosaat kanker veroorzaakt,’ schrijft Copley.

Copleys pleidooi vindt geen gehoor: de EPA stelt publiek, ook dit jaar nog, dat er ‘geen bewijs’ bestaat dat glyfosaat kankerverwekkend is. 

Kanker in muizen is toeval?

Lianne Sheppard vindt dat de Amerikaanse milieuwaakhond bij de beoordeling van glyfosaat ‘ongebalanceerd’ te werk is gegaan. De EPA schoof meerdere tumor-bevindingen bij muizen terzijde, vertelt ze, op een manier die strijdig is met met de officiële handleidingen van het agentschap. Zo gebruikte de EPA ‘historische controledata’. 

Bij een studie met muizen worden vijftig muizen blootgesteld aan een gifstof. Na achttien of 24 maanden krijgen ze een spuitje en worden ze na autopsie vergeleken met vijftig niet-blootgestelde dieren (‘controles’). De EPA gebruikte echter controles uit oudere studies, waarbij muizen meer tumoren hadden. Met als gevolg dat het effect van glyfosaat niet meer ‘statistisch significant’ is. Anders gezegd: dat muizen kanker krijgen, is toeval. ‘Dit mag alleen in zeer uitzonderlijke gevallen,’ zegt Sheppard. ‘Maar de EPA deed het herhaaldelijk.’

Ook liet EPA na de onderzoeksdata volgens de regels te analyseren. ‘De handleiding schrijft twee statistische methoden voor,’ legt Sheppard uit, ‘de zogeheten pairwise comparison en de trend test’. Maar de EPA liet de trendtest links liggen. 

Sinds 1983 voeren de fabrikanten van glyfosaat zes laboratoriumstudies met muizen uit. Met de trendtest tonen alle zes de muizenstudies dat glyfosaat kanker veroorzaakt. ‘Het bewijs uit dierstudies is in werkelijkheid het sterkst,’ zegt Sheppard. Dat schrijft ze ook met co-auteurs in haar studie, die in februari 2019 in het vakblad Mutation Research verschijnt. ‘We vonden een verband tussen blootstelling aan bestrijdingsmiddelen op basis van glyfosaat, en een verhoogd risico op non-hodgkinlymfoom bij mensen. Bewijs uit in totaal zes studies met aan glyfosaat blootgestelde muizen ondersteunt dit verband [...].’ Sheppard legt uit dat het gaat om een verhoogd risico van 41 procent op lymfklierkanker, bij de hoogst blootgestelde groep boeren

Betere opsporing van zeldzame tumoren

Om te kijken of bij een dierstudie de toename van tumoren bij de proefdieren statistisch significant is, moeten de uitkomsten worden vergeleken met niet-blootgestelde dieren: de ‘controles’. Daarvoor hanteren de toezichthoudende instanties twee verschillende wiskundige methoden: de pairwise comparison en de trendtest. De blootgestelde dieren zijn doorgaans opgedeeld in drie groepen: laag, middel en hoog-blootgesteld. Bij de pairwise comparison wordt gekeken of de individuele groepen een toename aan tumoren boven een bepaalde incidentie tonen ten opzichte van de controles. Bij de trendtest wordt gekeken of het aantal waargenomen tumoren stijgt wanneer de dosis wordt opgevoerd; of er dus een ‘trend’ zichtbaar is tussen de groepen. Die laatste zou krachtiger zijn bij het vaststellen van verbanden.

Zowel in de VS als in de EU schrijven de handleidingen van de toezichthouders de pairwise comparison als ook de trendtest voor. De regels zijn identiek, omdat de handleiding die de EU gebruikt de richtlijn van het Amerikaanse milieuagentschap EPA citeert: ‘De trendtest en de pairwise comparison-test vormen de aanbevolen testen om te bepalen of toeval, in plaats van een dosis-gerelateerd effect, een plausibele verklaring vormt voor een waargenomen toename in de tumor-incidentie,’ luidt die tekst. Simpeler gezegd: als één van de testmethoden een statistisch significant verband toont, dan wordt dit veroorzaakt door de blootstelling (glyfosaat), en is toeval dus uitgesloten.

Lees verder Inklappen

Toezichthouders kijken in eerste instantie niet naar hoe groot het risico op kanker is: zij willen weten of de pesticide de intrinsieke eigenschap heeft dat het kanker kan veroorzaken. In de Verenigde Staten doet de EPA pas een risicobeoordeling wanneer dat is vastgesteld, en kijkt dan of onder ‘realistische omstandigheden’ boeren of consumenten ziek kunnen worden. 

"In Europa worden pesticiden die kanker kunnen veroorzaken altijd verboden"

Maar in de Europese Unie zit de wetgeving heel anders in elkaar. De studie van Sheppard roept de vraag op hoe glyfosaat in de EU, en daarmee ook in Nederland, überhaupt door de toelating kon komen. Want in Europa geldt het ‘voorzorgsprincipe’: pesticiden die kanker kunnen veroorzaken, worden altijd verboden. Europese overheden adopteerden deze ‘gevaarsbenadering’ (doel: het signaleren van gevaren), omdat ernstige gezondheidsrisico’s soms te laat ontdekt zijn. Zoals het verband tussen roken en longkanker, waarvoor in de jaren ’50 van de vorige eeuw al sterke aanwijzingen bestonden, maar hard bewijs nog lange tijd op zich liet wachten. De Europese richtlijn 1107/2009, de wet die in de EU de toelating van pesticiden regelt, moet voorkomen dat mensen ziek worden. Waarschuwingssignalen, zoals effecten bij proefdieren die aan hoge doseringen worden blootgesteld, of onderzoeken onder boeren, vormen de basis van het pesticide-beleid. 

Vanuit dit perspectief wordt het belang duidelijk van een publicatie van het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) van de Wereldgezondheidsorganisatie, op 20 maart 2015 in het medisch tijdschrift The Lancet. Daarin staat dat er ‘voldoende bewijs’ in de openbare literatuur te vinden is dat glyfosaat bij proefdieren kanker veroorzaakt. Dat op zichzelf is volgens de Europese richtlijnen al genoeg voor een verbod op glyfosaat. Daarnaast vindt het IARC ook ‘beperkt bewijs’ onder boeren voor een verband met non-hodgkinlymfoom. 

Kort nadat het IARC haar bevindingen openbaart, maken Amerikaanse schadeclaimadvocaten hun eerste zaken tegen Monsanto aanhangig. In de Europese Unie loopt op dat moment de procedure voor hernieuwde toelating van glyfosaat en zijn de toezichthouders bijna klaar met hun evaluatie. Elf dagen na de publicatie van IARC, verschijnt hun rapport, dat Brusselse insiders beter kennen als het Renewal Assessment Report (RAR). Het document van meer dan vierduizend pagina’s is opgesteld door de Duitse voedselwaakhond: het Bundesinstitut für Risikobewertung (BfR). Op dit Duitse rapport baseert de European Food Safety Authority (EFSA), de uiteindelijke gatekeeper in de EU, haar eindoordeel over glyfosaat.

‘Onwaarschijnlijk’ is het dat glyfosaat kanker kan veroorzaken, oordeelt EFSA op 12 november 2015, want het bewijs ondersteunt ‘classificatie’ volgens de richtlijnen niet. Dat staat diametraal tegenover de conclusie van het internationale agentschap voor kankeronderzoek. Hoe kan dat?

Monsanto zit erbij en schrijft mee

Wat de buitenwacht niet heeft gezien, is de rol die fabrikant Monsanto tijdens deze beoordeling speelt. Bij de IARC-vergaderingen is een vertegenwoordiger van het Amerikaanse chemiebedrijf aanwezig, maar enkel als ‘toeschouwer’. Monsanto stuurt Tom Sorohan, een Britse hoogleraar die als consultant voor de firma werkt, naar de Franse stad Lyon, waar deskundigen op het kantoor van het IARC na een jaar voorbereiding over het lot van glyfosaat zullen beslissen.   

‘Tijdens de vergadering zijn de richtlijnen van IARC goed gevolgd,’ meldt Sorohan op 14 maart 2015 aan zijn bazen bij Monsanto. ‘Dr. Kurt Straif, het hoofd van het IARC Monograph-programma (het onderzoeksprogramma dat gaat over kankerverwekkende stoffen, red.) heeft uitstekende kennis van de regels en staat erop dat deze worden gevolgd.’ 

Het IARC ziet niet alleen streng toe op de regels, maar ook op het vermijden van belangenverstrengeling. Je zou denken dat Europa daar net zo streng op toekijkt, maar nee. Van het Renewal Assessment Report van de Duitse voedselwaakhond, dat tot nu toe aan de basis ligt van de toelating van glyfosaat op de Europese markt, schrijven medewerkers van Monsanto doodleuk de meest cruciale hoofdstukken. 

EU report on weedkiller safety copied text from Monsanto study,’ kopt de Britse krant The Guardian in de herfst van 2017. De hoofdstukken waarin de mogelijke kankerverwekkendheid van de onkruidverdelger is onderzocht, blijken gekopieerd en geplakt uit een ‘dossier’ dat Monsanto in 2012 bij Duitsland heeft ingeleverd, en vrijwel commentaarloos overgenomen. Dat feit komt boven water door analyse van de Oostenrijkse ngo GLOBAL 2000, die speciale software inzet om plagiaat op te sporen. De conclusie dat glyfosaat niet kankerverwekkend is, door Monsanto aangedragen bij de autoriteiten, neemt Duitsland braaf over.

"Via dat copy-paste-werk namen autoriteiten ‘vervalste studiegegevens’ over van de fabrikant"

‘Wetenschappelijk onhoudbaar,’ zegt de hoogleraar Eberhard Greiser op 17 augustus 2019 in het gezaghebbende Handelsblatt over die conclusie van de Duitse toezichthouder. Greiser, epidemioloog aan de Universiteit van Bremen, ontdekte door nader onderzoek dat de autoriteiten via dat copy-paste-werk ‘vervalste studiegegevens’ overnamen van de fabrikant. Specifiek gaat het om het verdoezelen van aanwijzingen dat glyfosaat non-hodgkinlymfoom bij boeren kan veroorzaken.

‘Het Duitse rapport stelt dat deze studies ‘onbetrouwbaar’ zijn,’ licht Greiser per e-mail aan Follow the Money toe. ‘De studies zouden namelijk niet hebben gekeken naar het rookgedrag en de medische voorgeschiedenis van de deelnemers. Deze beoordeling is gekopieerd en geplakt uit het rapport van Monsanto.’ Maar Greiser pakte de oorspronkelijke studie-rapporten erbij. ‘Het klopt echter gewoon niet’, concludeert hij. ‘In vrijwel al deze studies is wél gecorrigeerd voor deze zaken. Het is dus een ordinaire leugen van de fabrikant.’

Greiser zegt in Handelsblatt overtuigd te zijn dat glyfosaat non-hodgkinlymfoom veroorzaakt.

Het rapport van het Duitse BfR bevat een vreemde toevoeging, die als een witte raaf in schril contrast staat met de rest van de tekst. Dit ‘addendum’, werd op 31 augustus 2015 toegevoegd aan het toelatingsrapport in opdracht van de Europese Commissie. De commissie wilde naar aanleiding van de conclusies van het IARC weten waarom de Duitse autoriteit tot zo’n andere beoordeling was gekomen. 

‘We moesten alle onderzoeken [...] opnieuw evalueren,’ deelt Lars Nieman van de afdeling pesticide-veiligheid van het Duitse BfR in 2016 met collega’s van de Amerikaanse EPA, zo blijkt uit notulen die Follow the Money kon inzien. ‘Ons instituut [BfR] besloot dat dit moest worden gedaan door andere mensen dan degenen van de oorspronkelijke evaluatie.’ 

Plots erkent het Duitse BfR, in lijn met het IARC, dat er ‘beperkt’ bewijs is dat de onkruidverdelger non-hodgkinlymfoom bij boeren kan veroorzaken: ‘RMS [rapporterende lidstaat, red.] is het met het IARC eens dat de andere IARC-categorieën niet geschikt zijn om het bewijs uit humane studies mee te classificeren,’ aldus het extra hoofdstuk. Dat is een cryptische manier om toe te geven dat het bewijs er wél is. Dit is in de EU op zichzelf al genoeg om glyfosaat in de categorie ‘vermoedelijk carcinogeen bij de mens’ te plaatsen. 

Dierstudies gefinancierd door Monsanto

Dit addendum verduidelijkt ook waarom Duitsland ‘geen bewijs’ vond in de onderzoeken met proefdieren die zijn blootgesteld aan glyfosaat: ‘Vanwege de toepassing van verschillende statistische methoden, zijn IARC en RMS [rapporterende lidstaat, red.] tot afwijkende conclusies gekomen bij de beoordeling van de kankerincidentie in de dierstudies,’ staat in het op 31 augustus 2015 toegevoegde hoofdstuk. ‘IARC deed ook de trendtest […]. RMS vertrouwde op de statistische analyses zoals deze aanwezig was in de studieverslagen.’ 

Deze studieverslagen zijn de originele rapporten van de dierstudies; onderzoeken gefinancierd door de fabrikanten van glyfosaat waaronder Monsanto. 

Daar klopt niks van, schrijven bijna honderd wetenschappers in 2016 in medisch vakblad BMJ. ‘In vrijwel alle richtsnoeren, wetenschappelijke rapporten en publicaties, is de aanbevolen eerste keus […] de trendtest […], zelfs in de Europese regels die geciteerd worden in de RAR [het rapport van Duitsland, red.].’ Het artikel benadrukt het specifieke belang: ‘De trendtest is krachtiger dan pairwise comparison, met name waar het gaat om zeldzame tumoren [...].’

Banden tussen BfR en Bayer-Monsanto

Het glyfosaat-rapport van het Duitse Bundesinstitut für Risikobewertung (BfR) bevat geen enkele auteursnaam. Wel is bekend dat het rapport is opgesteld door de afdeling ‘Sicherheit von Pestiziden’ van het voedselagentschap. Het hoofd van de afdeling is dr. Roland Solecki, die ook in de Duitse media de BfR-beoordeling van glyfosaat heeft verdedigd. 

Solecki heeft vanaf 2015 (onbekend is tot wanneer) in een werkgroep gezeten van ILSI-HESI, een organisatie gefinancierd door grote farmacie- en chemiebedrijven. In de werkgroep waar Roland Solecki aan deelnam, RISK21, werkte hij samen met wetenschappers van onder meer Syngenta, Monsanto, Bayer en Dow Chemical aan ideeën om de ‘risicobeoordeling’ van chemicaliën te hervormen. Solecki werkte ook onder de koepel van ILSI-HESI met wetenschappers van deze chemiebedrijven aan een wetenschappelijke publicatie waarin wordt bepleit om de markttoelating van pesticiden te versimpelen.

Al in 2012 stelt het Europees Parlement dat er sprake is van een ‘belangenconflict’ wanneer ambtenaren van de Europese voedselautoriteit EFSA deelnemen aan projecten van ILSI. Volgens de Brusselse ngo Corporate Europe Observatory is ILSI een lobbyorganisatie, die erop gericht is om overheidsagentschappen te beïnvloeden door samenwerkingsverbanden tussen overheid en de industrie tot stand te brengen. Eerder opereerde ILSI in het geheim als ‘frontgroep’ van de tabaksindustrie om het anti-rookbeleid te ondermijnen, schreef de Wereldgezondheidsorganisatie in 2001.

Roland Solecki was betrokken bij zowel de risicobeoordeling van glyfosaat waar de huidige toelating op is gebaseerd, als ook bij de allereerste Europese markttoelating van de pesticide in 2002. Dat beschrijft een rapport van de Duitse milieuorganisatie Bund.

Lees verder Inklappen

Zelfs wanneer de toezichthouders vertrouwen op analyses van dierstudies door de fabrikanten zelf, valt er één rapport niet te bagatelliseren: het Kumar-rapport uit 2001 toont een duidelijk verband tussen glyfosaat en kwaadaardige lymfomen bij muizen. 

Toch is de Duitse voedselautoriteit kritisch, zo is te lezen in het Renewal Assessment Report: de effecten zijn alleen bij hoge doseringen waargenomen, en de Zwitserse albinomuis is ‘vatbaar’ voor dit soort tumoren. Ondanks dat, kan ook door het BfR een ‘dosis-gerelateerd effect [van glyfosaat] niet geheel worden uitgesloten.’ 

De Europese voedselautoriteit EFSA, die op basis van het Duitse literatuuroverzicht verantwoordelijk is voor de classificatie van glyfosaat, komt met een reden om de studie terzijde te schuiven. Die reden, zo is goed gedocumenteerd in de rapporten van de Europese voedselautoriteit, komt uit de koker van het Amerikaanse milieuagentschap EPA. ‘De studie werd tijdens de tweede teleconferentie van experts (TC 117) opnieuw beoordeeld,’ staat in het eindrapport van de Europese voedselwaakhond dat op 12 november 2015 verschijnt. ‘De studie werd als niet-acceptabel beschouwd vanwege een virale infectie die invloed kan hebben op de tumor-incidentie […]’. 

"Inmiddels heeft Jess Rowland de EPA verlaten en werkt hij als consultant voor de chemische industrie"

Een virale infectie, daar zouden de muizen last van hebben gehad. Inmiddels is bekend wie tijdens de telefoonconferentie die suggestie aandroeg: EPA-medewerker Jess Rowland, onderwerp in de Amerikaanse Roundup-rechtszaken vanwege zijn nauwe banden met fabrikant Monsanto. EPA heeft een intern onderzoek ingesteld naar Rowland.

De affaire wordt nog vreemder, wanneer ECHA, het EU-agentschap voor chemicaliën in Helsinki, een tweede blik op de Kumar-studie werpt: ‘In het verslag kon geen bewijs worden gevonden van verslechterde gezondheid door een mogelijke virale infectie,’ concludeert ECHA in mei 2016. ‘Om die reden is de onderbouwing voor de beslissing van de EPA onduidelijk.’

Jess Rowland heeft inmiddels de EPA verlaten. Hij werkt als consultant voor de chemische industrie, zo meldt het onderzoeksplatform The Intercept. Ambtenaren zoals Rowland zijn interessant omdat ze hun netwerk binnen de overheidsinstelling meenemen. ‘Jess [Rowland] zal binnen vijf á zes maanden met pensioen gaan bij de EPA,’ schrijft Dan Jenkins, het hoofd Regulatory Affairs van Monsanto, op 3 september 2015 in één van de vrijgegeven e-mails, ‘en is voor ons mogelijk bruikbaar voor de doorlopende verdediging van glyfosaat.’

Wie zich in ieder geval niet laat lenen voor de verdediging van glyfosaat, is biostatisticus Lianne Sheppard. Zij is blij dat het de rechtbanken eindelijk is gelukt licht te schijnen op de incestueuze verhoudingen tussen toezichthouder en pesticidefabrikanten. ‘De uitkomsten van het rechtssysteem zijn bemoedigend, omdat ik als wetenschapper denk dat het bewijs er is.’ 

Wederhoor: reactie Bayer

‘Bij Bayer staan we voor het veilige gebruik van onze glyfosaathoudende formuleringen, en de voordelen die deze producten al meer dan veertig jaar bieden aan consumenten, boeren en andere gebruikers. We zullen deze producten ferm blijven verdedigen. We zijn ervan overtuigd dat jury's en rechtbanken uiteindelijk het bewijs voor het veilige gebruik van glyfosaat zullen onderkennen.

Toonaangevende toezichthouders op het gebied van volksgezondheid hebben over de hele wereld herhaaldelijk vastgesteld dat herbiciden op basis van glyfosaat veilig zijn wanneer gebruikt zoals voorgeschreven, en dat glyfosaat niet carcinogeen is. Dit is gebaseerd op een uitgebreide database van wetenschappelijke gegevens, die meer dan veertig jaar omspant, waaronder meer dan honderd studies die EPA relevant achtte voor de analyse van het risico op kanker [...]. 

De toezichthouders zijn onder meer de Amerikaanse EPA, en de meest recente tussentijdse registratie van glyfosaat in april 2019, evenals beoordelingen van de European Food Safety Authority (EFSA), het European Chemicals Agency (ECHA), het Duitse BfR, de Australisch, Koreaans, Canadese, Nieuw Zeelandse en Japanse toezichthouders en de gezamenlijke FAO/ WHO-vergadering over pesticidenresiduen (JMPR). Bovendien heeft de EPA in 2017 een kankerrisicobeoordeling uitgevoerd op basis van de mening van het IARC en geconcludeerd dat glyfosaat ‘waarschijnlijk niet kankerverwekkend is voor mensen', de meest gunstige beoordeling van het agentschap’.

Lees verder Inklappen

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Vincent Harmsen

Gevolgd door 501 leden

Schreef over dieselgate en de Monsanto Papers; onderzoekt voor FTM de lobby achter vervuilende en ongezonde industrieën.

Volg Vincent Harmsen
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren