© JanJaap Rypkema

Landbouwgif van Monsanto geeft chemiereus Bayer gevoelige tik

3 Connecties

Onderwerpen

Monsanto Glyfosaat

Organisaties

Bayer
30 Bijdragen

Het landbouwgif Roundup was ooit Monsanto’s grote succesnummer. Kort nadat concurrent Bayer het bedrijf had overgenomen, keerde het tij: het ene na het andere lijk rolde uit de kast, en in Amerika werd Monsanto tot enorme schadevergoedingen veroordeeld. Monsanto bleek weet te hebben gehad van de mogelijke gevaren van Roundup, maar bracht gelijktijdig wetenschappers in diskrediet die daarop wezen. Vincent Harmsen volgt de perikelen rond glyfosaat al jaren en zet de bewijsstukken op een rij.

Vanavond (12 maart 2020) is Vincent ook te zien in een documentaire van Zembla over de ‘Monsanto Papers’. De uitzending begint om 20:25 op NPO2.

Bayer zal mogelijk bezittingen van de hand  moeten doen, of geld moeten lenen tegen ‘ongunstige voorwaarden’, om de Roundup-schadeclaims in de Verenigde Staten te kunnen betalen. Die erkenning, waarmee het bedrijf nu voor het eerst naar buiten treedt, staat in het jaarverslag 2019 dat recent is gepubliceerd. Inmiddels hebben 48.600 kankerpatiënten een claim ingediend. Zij stellen ziek te zijn geworden door gebruik van de onkruidbestrijder Roundup. In 2018 nam Bayer de Amerikaanse Roundup-maker Monsanto over. 

De koop van Monsanto heeft het chemie- en farmaciebedrijf uit Leverkusen, uitvinder van de aspirine, in een van de zwaarste stormen uit haar 156-jarige bestaan gebracht. Op de beurs verloor het aandeel Bayer sinds de koop meer dan 40 procent van zijn waarde.

Monsanto werd ingelijfd voor 59 miljard euro: de grootste bedrijfsovername uit de Duitse geschiedenis. Lang kon Bayer niet van het succes genieten. Op 10 augustus 2018 – twee maanden nadat de overname was goedgekeurd door mededingingsautoriteiten – oordeelde een Amerikaanse rechtbank dat Monsanto Dewayne Johnson een schadevergoeding van 289 miljoen dollar moest betalen. Johnson heeft lymfklierkanker. Zijn ziekte zou door Roundup zijn veroorzaakt, en Monsanto zou het risico op kanker hebben verborgen. In twee andere zaken die volgden kwamen jury’s tot eenzelfde oordeel. Monsanto kreeg meer dan 2 miljard dollar aan schadevergoedingen en boetes opgelegd. (Dat bedrag is later door rechters weer verlaagd.) Bayer heeft tegen alle uitspraken beroep aangetekend.

Deze maand is een Amerikaanse belegger naar de rechter gestapt; ze eist financiële compensatie voor de ‘rampzalige’ overname van Monsanto

Het management van het bedrijf staat onder toenemende druk van kritische aandeelhouders. Tijdens de aandeelhoudersvergadering vorig jaar in Bonn stemden beleggers tegen een décharge voor ceo Werner Baumann, wat neerkomt op een motie van wantrouwen; zoiets was niet eerder voorgekomen bij een groot beursgenoteerd bedrijf in Duitsland.

Deze maand is een Amerikaanse belegger zelfs naar de rechter gestapt; zij eist financiële compensatie voor de ‘rampzalige’ overname van Monsanto. Volgens haar aanklacht heeft het management van Bayer, door met het ‘zwarte schaap’ van de industrie te fuseren, de beleggers ‘miljarden dollars aan schade berokkend’. De eiser stelt dat de bestuurders destijds geen goed onderzoek hebben verricht naar mogelijke lijken in de kast: ‘Bayer werd het onmogelijk gemaakt om Monsanto’s activiteiten, inclusief juridische zaken, te onderzoeken,’ staat in de aanklacht, ‘inclusief het vernietigende bewijs dat in de archieven van Monsanto verscholen lag’.

‘Met kwade opzet’

In de zaak-Johnson oordeelde de jury dat Monsanto ‘met kwade opzet’ handelde: het bedrijf had gebruikers moeten waarschuwen voor het risico op kanker. Monsanto wist van dat risico, of had dat in elk geval kunnen weten op grond van de ‘algemeen geaccepteerde’ wetenschappelijke kennis. Dit vonnis was deels gebaseerd op Monsanto’s interne bedrijfsdocumenten. In Amerikaanse letselschadezaken kan bewijs worden opgevraagd bij een fabrikant die ervan wordt verdacht de schadelijkheid van een product te hebben verborgen. Een deel van deze interne e-mails, rapporten en andere vertrouwelijke stukken is openbaar gemaakt, en staat nu bekend als de Monsanto Papers.

Juryleden kregen e-mails onder ogen waarin de toxicologen van Monsanto uitspraken doen die in schril contrast staan met de publieke voorstelling van zaken. ‘Je kunt niet zeggen dat Roundup niet kankerverwekkend is,’ schrijft bijvoorbeeld Donna Farmer, leidinggevend toxicoloog binnen Monsanto, in een e-mail op 21 september 2009. Het chemiebedrijf heeft niet de noodzakelijke veiligheidstesten gedaan, zo drukt ze haar collega’s op het hart. Tot op heden heeft Monsanto geen langetermijn-dierstudie gedaan naar de kankerverwekkendheid van Roundup, een product dat het sinds 1974 verkoopt. Voor de markttoelating in de Europese Unie en de Verenigde Staten kijken de toezichthouders voornamelijk naar glyfosaat, het hoofdingrediënt, en in mindere mate naar het mengsel van chemicaliën. ‘Als iemand mij benadert en zegt Roundup te willen testen, dan weet ik hoe ik zou reageren,’ schrijft Mark Martens, een Belgische toxicoloog die voor Monsanto werkte, in 2001: ‘met grote zorg.’

Al in 1999 zijn er meerdere studies bekend die suggereren dat Roundup het dna van cellen kan beschadigen, wat een indicatie is voor een risico op kanker

Onderzoek dat op de mogelijke kankerverwekkendheid van Roundup wijst, zien de toxicologen als probleem voor het bedrijf. ’Hoe bestrijden we dit,’ reageert Donna Farmer op 14 oktober 2008, wanneer zij wordt gewezen op een bevolkingsonderzoek dat concludeert dat boeren die met Roundup werken een verhoogd risico hebben op non-Hodgkin lymfoom.

Al in 1999 zijn er meerdere studies bekend die suggereren dat Roundup het dna van cellen kan beschadigen, wat een indicatie is voor een risico op kanker. Monsanto gaat in dat jaar op zoek naar een expert die het veiligheidsprofiel van Roundup bij de toezichthoudende instanties kan verdedigen. Monsanto komt uit bij James Parry, een Britse hoogleraar genetische toxicologie die als oud-voorzitter van de European Environmental Mutagen Society en adviseur van de Britse overheid veel gezag geniet.

‘Ons werd aangeraden om, voordat we [Parry] zouden vragen om nauwer betrokken te raken (alle literatuur en data beoordelen, ons als consultant vertegenwoordigen bij toezichthouders), we hem eerst een selectie van [wetenschappelijke] artikelen laten beoordelen,’ staat in de notulen van een overleg dat op 15 januari 1999 op het kantoor van Monsanto in St. Louis plaatsvindt. ‘Op basis van zijn analyse van deze genotoxiciteitsstudies [onderzoek naar dna-schade, red.] beslissen we dan of we zijn betrokkenheid zullen uitbreiden of die zullen beëindigen.’

Op 17 april 1999 mailt Farmer Parry’s bevindingen rond: ‘Dr. Parry heeft op basis van de vier studies geconcludeerd dat glyfosaat in staat is om genotoxiciteit te veroorzaken,’ meldt ze. In het rapport dat Parry opstelde – het is  in Monsanto’s archieven teruggevonden – staat dat hij vervolgstudies adviseerde om te kijken of Roundup inderdaad genotoxisch is. ‘We gaan simpelweg geen van de studies uitvoeren die Parry aanbeveelt,’ schrijft William Heydens, Farmers baas, op 16 september 1999. ‘We willen iemand vinden die [..] invloedrijk kan zijn bij overheden wanneer zich problemen met de genotoxiciteit [van Roundup] voordoen. Mijn inschatting is dat Parry niet de juiste persoon is, en dat het veel tijd en geld gaat kosten hem hiertoe te bewegen.’

James Parry overlijdt in 2010. Monsanto heeft zijn rapport nooit openbaar gemaakt.

Opiniestuk aangeleverd door de fabrikant zelf

In 2015 worden Parry’s bevindingen niettemin bevestigd. Het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC) van de Wereldgezondheidsorganisatie publiceert dan een analyse in het medische vakblad The Lancet, dat grote gevolgen voor Monsanto zou hebben. Het IARC schrijft dat er in academische studies ‘sterk bewijs’ is te vinden dat glyfosaat het dna van cellen kan beschadigen. Alle onderzoeken tezamen laten zien dat glyfosaat ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’ is voor mensen, concludeert het internationale WHO-panel.

Monsanto beschouwt het werk van de 17 kankerexperts uit 11 landen die het WHO-onderzoek uitvoerden, van meet af aan als een grote bedreiging, zo blijkt: ‘Ik wilde je even laten weten dat waar we ons al lange tijd zorgen om maken, nu gaat gebeuren,’ schrijft Farmer op 18 september 2014. ‘Glyfosaat zal in maart 2015 door het IARC worden beoordeeld.’ 

‘Henry, ben je geïnteresseerd om te schrijven over het IARC en hun controversiële beslissing?’

Monsanto wil ‘verontwaardiging orchestreren’ over het WHO-onderzoek, schrijft het bedrijf in een intern actieplan. ‘We moeten rekeningen houden met [..] een 2B-classificatie (mogelijk kankerverwekkend),’ staat in een document van 24 februari 2015, een week voordat de WHO-ontmoeting plaatsvindt. ‘2A (waarschijnlijk kankerverwekkend) is mogelijk, maar minder waarschijnlijk.’ Uiteindelijk zal glyfosaat in categorie 2A worden ingedeeld. 

Het document noemt ‘derden’ die namens het bedrijf kunnen optreden. ‘Contacteer Henry Miller,’ staat in het plan. Miller is medisch expert en werkt voor het Hoover Institution, een invloedrijke denktank aan de Stanford universiteit, en is ogenschijnlijk een onafhankelijk wetenschapper. ‘Henry, ben je geïnteresseerd om te schrijven over het IARC en de controversiële beslissing,’ vraagt Eric Sachs van Monsanto hem. ‘Ik heb interesse,’ schrijft Miller terug, ‘als ik kan beginnen met een concept van goede kwaliteit’. 

Monsanto-medewerkers schrijven het opiniestuk voor Miller, zo blijkt. ‘Hier is het concept,’ mailt Sachs op 17 maart 2015 aan Miller, met het artikel in de bijlage, ‘een goede start voor jou om je magie op toe te passen’. Het artikel, dat bij Forbes en op andere websites verschijnt, vermeldt niets over Monsanto’s betrokkenheid bij het schrijven van de tekst.

Interne mails over TNO-studie

Het spoor van de Monsanto Papers leidt ook naar Nederland, onthulde FTM in 2019. In de archieven van het bedrijf werd een ongepubliceerd rapport van 14 juni 2002 aangetroffen, afkomstig van onderzoeksinstituut TNO. Het betreft een verslag van een laboratoriumproef, waarbij is onderzocht in welke mate Roundup door rattenhuid wordt opgenomen. 

De Monsanto Papers bevatten de interne e-mails van Monsanto over de studie: ‘Mijn grootste zorg is dat dit de potentie heeft om de hele risicobeoordeling van glyfosaat op te blazen,’ schrijft William Heydens op 2 april 2002 gealarmeerd over de studie: Roundup, zo concludeert de TNO-onderzoeker, wordt voor 5 tot 10 procent door de rattenhuid opgenomen. Een belangrijk gegeven voor de toezichthoudende instanties, omdat ze daarmee kunnen inschatten of er een risico op vergiftiging bestaat. ‘De EU-rapporteur hanteert voor glyfosaat een factor van 3 procent voor huidabsorptie,’ schrijft Fabrice Broeckaert, die namens Monsanto het contact met het TNO onderhield. Zes dagen later besluit het bedrijf de proef te stoppen, vanwege deze hen onwelgevallige resultaten: ‘We zijn tot de conclusie gekomen dat de huidabsorptie van glyfosaat waarschijnlijk hoger zal liggen dan de 3 procent die door de [..] autoriteiten wordt opgelegd.’

Als de huidabsorptie hoger is dan Monsanto de buitenwereld heeft laten geloven, is het risico op kanker ook groter dan gedacht, stellen de advocaten

Als de huidabsorptie hoger is dan Monsanto de buitenwereld heeft laten geloven, is het risico op kanker ook groter dan gedacht, zo stellen de advocaten die de patiënten in Amerika vertegenwoordigen. Dewayne Johnson sproeide, zo getuigde hij voor de rechtbank, soms wel 500 liter Roundup per dag op schoolpleinen en langs sportvelden. Het reservoir met het onkruidgif lekte regelmatig; in één geval raakte hij zelfs helemaal doordrenkt met Roundup. In 2014, na twee jaar intensief gebruik, kreeg Johnson ernstige huiduitslag en stelden artsen non-Hodgkin lymfoom bij hem vast.

Bayer is resoluut: Roundup veroorzaakt geen kanker. Het bedrijf wijst op onderzoeken die geen verband vonden met kanker, waaronder de Agricultural Health Study, een langlopend bevolkingsonderzoek onder professionele gebruikers in North Carolina en Iowa. De toezichthouders in de EU en VS lieten dit onderzoek zwaarder wegen dan de bevolkingsstudies die een verhoogd risico op non-Hodgkin lymfoom laten zien.

De advocaten van Monsanto hamerden er in de rechtszaken op dat de toezichthouders glyfosaat als veilig zien. De financiële nieuwsdienst Bloomberg schreef op 12 augustus 2019 dat de jury’s het oordeel van de Amerikaanse toezichthouder, de milieudienst EPA, echter terzijde hadden geschoven omdat zij inmiddels overtuigd waren dat het agentschap was bezweken voor Monsanto’s lobby. ‘Regulatory capture’, wordt dat genoemd.

De interne documenten werpen nieuw licht op de relatie tussen Monsanto en de Amerikaanse overheid. In een verslag van lobbybedrijf Hakluyt, de firma die namens Monsanto de stemming peilt in het Witte Huis, wordt een medewerker van de regering-Trump geciteerd die zegt: ‘We have Monsanto’s back on pesticide regulation. [..] Monsanto need not fear any additional regulation from this administration.’ In het verslag staat dat de politieke top van de milieudienst EPA glyfosaat veilig zal bevinden, zelfs als dat tot conflicten met ‘deskundige medewerkers’ leidt.

Voorzichtig optimisme

In januari dit jaar concludeerde de EPA opnieuw dat glyfosaat ‘niet kankerverwekkend’ is voor mensen, een grote steun in de rug voor Bayer. Daarnaast heeft het Amerikaanse ministerie van Justitie in een zogeheten ‘amicus briefin hoger beroep haar steun aan Bayer betuigd. In de brief wordt de rechtbank die het beroep behandelt, opgeroepen het eerdere vonnis, waarin een causaal verband tussen Roundup en kanker werd vastgesteld, teniet te doen.

Deze recente ontwikkelingen leidden tot voorzichtig optimisme bij Bayer, zo tekende Reuters op bij de presentatie van het jaarverslag op 27 februari in Leverkusen. Volgens ceo Werner Baumann maakt Bayer geen haast om schikkingen met de kankerpatienten te treffen. ‘Als we onszelf een deadline opleggen, zouden we waarschijnlijk niet het beste resultaat voor ons bedrijf en de aandeelhouders behalen.’

Bayer onderhandelt al sinds april 2019 met de Amerikaanse letselschadeadvocaten, en houdt wel degelijk rekening met een grote financiële strop

Of dit een onderhandelingsstrategie is, of dat het Duitse bedrijf werkelijk reden voor optimisme heeft, moet blijken. Bayer onderhandelt al sinds april 2019 met de Amerikaanse letselschadeadvocaten, en houdt wel degelijk rekening met een grote financiële strop: ‘We kunnen aanzienlijke financiële nadelen ondervinden door de lopende rechtszaken,’ staat in het jongste jaarverslag. Volgens Reuters schatten analisten dat een schikking het chemiebedrijf 8 tot 12 miljard dollar zal kosten. 

Glyfosaat is in Europa tot december 2022 toegestaan. Bayer is inmiddels begonnen met het proces om een nieuwe licentie aan te vragen. Nederland speelt daarbij een speciale rol: het zal samen met Frankrijk, Hongarije en Zweden de risicoanalyse uitvoeren. Die taak ligt specifiek bij de Nederlandse pesticide-waakhond CTGB. Bayer werkt momenteel aan een dossier waarin het alle studies naar glyfosaat (en de mogelijke kankerverwekkendheid) analyseert. Dat rapport zal de basis vormen waarop over de nieuwe toelating wordt beslist.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Vincent Harmsen
Vincent Harmsen
Schreef over dieselgate en de Monsanto Papers; onderzoekt voor FTM de lobby achter vervuilende en ongezonde industrieën.
Gevolgd door 1243 leden
Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren