© Boomerang, i.s.m Jan-Jaap Rypkema

Monsanto stopte Nederlands onderzoek naar glyfosaat na ‘niet acceptabel’ resultaat

    In een serie rechtszaken in de Verenigde Staten wordt chemiebedrijf Monsanto beschuldigd van decennialang bedrog en misleiding. In de stukken duikt ook het Nederlandse onderzoeksinstituut TNO op, evenals onderzoeker Johan van Burgsteden. ‘Ik heb nooit gefraudeerd,’ benadrukt de voormalig laborant van het TNO. ‘Ik was gewoon een simpele analist.’

    Johan van Burgsteden is licht onthutst dat zijn naam in Amerikaanse rechtbankstukken wordt genoemd. Hij heeft het gevoel dat hij in een internationaal plot is beland, een verhaal waarin grote belangen spelen en dat hem het hoofd te boven gaat. Ik ontmoet hem in het Utrecht Medisch Centrum (UMC) waar hij tegenwoordig werkt. We spreken af in de cafetaria. Van Burgsteden is klein van postuur en praat snel. Hij bestelt tomatensoep en eet gehaast: hij moet zo weer terug naar het lab. ‘Ik wil vooral geen problemen met Monsanto,’ zegt de Nederlandse onderzoeker.

    Het draait allemaal om product liability litigation: inmiddels bijna tienduizend letselschadezaken die in de Verenigde Staten tegen chemiereus Monsanto zijn aangespannen. Inzet van de rechtszaken: de veiligheid van Roundup, de onkruidbestrijder die Monsanto al sinds 1974 verkoopt, en die in ruim 130 landen is toegestaan.. Op 10 augustus 2018 oordeelde een jury in een rechtbank in San Francisco dat Dewayne Johnson, een 46-jarige conciërge die aan terminale lymfklierkanker lijdt, ziek is geworden door het onkruidgif. De uitspraak werd wereldnieuws: middelen als Roundup, die werken op basis van de stof glyfosaat, zijn mede dankzij hun  veronderstelde veiligheid uitgegroeid tot de meest gebruikte herbiciden ter wereld. Ook in Nederland wordt glyfosaat kwistig gesproeid: jaarlijks gebruiken consumenten en boeren volgens het CBS zo’n 150 duizend kilo van de onkruidverdelger.

    De uitspraak in de zaak-Johnson hield op 22 oktober 2018 in hoger beroep stand, een mogelijk precedent voor de duizenden andere claims. Monsanto, dat inmiddels is overgenomen door de Duitse chemiereus Bayer, moet Johnson een schadevergoeding van 78 miljoen dollar betalen. Bayer-topman Werner Baumann speculeerde recent over een mogelijke schikking. Volgens analisten gaat het dan al snel om miljarden dollars.

    Als terreinverzorger sproeide Johnson soms wel 500 liter Roundup per dag op schoolpleinen en langs sportvelden

    De zaken in de VS werden aanhangig gemaakt nadat de Wereldgezondheidsorganisatie in 2015 glyfosaat kwalificeerde als ‘waarschijnlijk kankerverwekkend’. Bayer verwijst naar studies die geen link tonen met kanker, en naar ‘decennia veilig gebruik’ van glyfosaat.

    Johnson, die volgens zijn artsen mogelijk nog maar een paar maanden te leven heeft, vertelde in de rechtbank in San Francisco hoe hij als terreinverzorger soms wel 500 liter Roundup per dag op schoolpleinen en langs sportvelden sproeide. Uit voorzorg droeg hij beschermende kleding en een veiligheidsbril, zo toonde hij de jury met zelfgemaakte foto’s, maar het reservoir met het onkruidgif op zijn rug lekte regelmatig; in een geval raakte hij zelfs helemaal doordrenkt met Roundup. In 2014, na twee jaar intensief gebruik, kreeg Johnson ernstige huiduitslag en stelden artsen een zeldzame vorm van lymfklierkanker bij hem vast.


    Donna Farmer, hoofd productveiligheid Monsanto

    "Je kunt niet stellen dat Roundup geen kanker veroorzaakt."

    Achtergehouden informatie

    Gedurende de rechtszaak raakte de jury ervan overtuigd dat Monsanto ‘kwaadwillig’ heeft gehandeld en de gevaren van Roundup heeft verborgen. De letselschadeadvocaten toonden de jury interne memo’s, rapporten en e-mails van Monsanto, die verkregen zijn tijdens de onderzoeksfase van het proces. Daarin bediscussiëren toxicologen van het bedrijf de veiligheid van het middel. Zo schreef Donna Farmer, het hoofd productveiligheid van Monsanto, in een e-mail op 21 september 2009: ‘Je kunt niet stellen dat Roundup geen kanker veroorzaakt.’ Het bedrijf heeft niet alle onderzoeken naar de veiligheid van Roundup verricht, waarschuwt ze.

    Monsanto zou cruciale informatie voor het publiek hebben achtergehouden. In de zaak-Johnson werd de jury ingelicht over een tot dan toe ongepubliceerd rapport, dat bijna twee decennia in het archief van Monsanto lag. Het betreft een onderzoek uit 2002 dat nagaat in welke mate het onkruidgif in de huid kan doordringen. Op het document staat het logo van kennisinstituut TNO. De onderzoeker: Johan van Burgsteden.

    ‘Monsanto was destijds best een grote klant van ons,’ herinnert Van Burgsteden zich. Hij werkte als laborant tussen 1998 en 2007 bij het TNO; huidstudies waren zijn specialisme. ‘Please find herewith the unaudited draft report V4478,’ faxt Van Burgsteden op 14 juni 2002 aan Monsanto.

    Van Burgsteden beschrijft in zijn verslag een experiment dat hij in maart 2002 uitvoerde. Met een pipetje bracht hij op 12 maart Roundup aan op de geprepareerde huid van vier mannelijke Wister-ratten, en drie dagen later, op 15 maart noteerde hij de mate van huidabsorptie. De details van zijn experiment zijn minutieus opgetekend. Ook in het verslag: een ondertekend certificaat met daarop de letters GLP; de afkorting staat voor Good Laboratory Practice. Het is een aanwijzing dat het toxicologisch onderzoek bedoeld was om op het bureau van de toezichthouders te belanden. GLP is het kwaliteitskeurmerk waaraan in de Europese Unie studies moeten voldoen die gebruikt worden voor de markttoelating van een bestrijdingsmiddel.

    ‘Mijn grootste zorg is dat dit onderzoek de hele risicobeoordeling van Roundup kan verknallen’

    Dat het gaat om een veiligheidsstudie voor een toelatingsdossier blijkt ook uit andere stukken die in 2017 door de rechtbank in San Francisco zijn vrijgegeven. Naast het TNO-conceptrapport zijn e-mails gepubliceerd waarin Monsanto-medewerkers Van Burgstedens onderzoeksverslag bespreken. De stukken laten zien dat zijn studie flinke commotie veroorzaakte.

    Van Burgsteden stuurde de eerste uitkomsten van zijn proef op 29 maart 2002 naar Fabrice Broeckaert, destijds de contactpersoon tussen Monsanto en het TNO. ‘Een aardige vent,’ herinnert Van Burgsteden zich nog, ‘sprak Nederlands met een sterk Frans accent.’ Broeckaert mailt ze nog diezelfde dag door aan zijn collega’s: ‘Vandaag hebben we verrassende voorlopige resultaten ontvangen van de in vitro huidabsorptie van [...] glyfosaat,’ schrijft hij. ‘Het is cruciaal dat we nauwgezet samenwerken en goed communiceren over onze verdere handelwijze [...].’

    Ook William Heydens, een van Monsanto’s leidinggevende toxicologen, krijgt de eerste resultaten van Van Burgstedens experiment onder ogen. Hij reageert gealarmeerd: ‘Mijn grootste zorg is dat dit onderzoek de hele risicobeoordeling van Roundup kan verknallen,’ mailt Heydens vanuit het hoofdkantoor naar Brusselse medewerkers van het bedrijf. ‘We krijgen veel hogere waarden voor de huidabsorptie dan we ooit hebben gezien.’

    Het TNO doet op dat moment drie onderzoeken in opdracht van Monsanto, blijkt uit de e-mails; ook met de herbiciden ‘propachlor’ en ‘triallate’. Maar bij het glyfosaat-experiment is een probleem ontstaan. ‘Mogelijk was het mengsel niet homogeen,’ zegt Van Burgsteden nu. Wat er speelde: Van Burgsteden vond aan het eind van zijn experiment niet meer exact dezelfde hoeveelheid vloeistof terug als hij bij de start werd aangebracht. ‘Een slechte recovery, in vakjargon,’ vertelt Van Burgsteden. ‘Maar dat betekent niet dat de uitkomsten niet kloppen,’ benadrukt hij: ‘Die absorptiewaarde van vijf tot tien procent, dat is wat ik heb gevonden.’

    ‘De voorlopige resultaten met rattenhuid zijn niet acceptabel’

    Dat laatste lijken ook de toxicologen van Monsanto te beseffen: ‘De voorlopige resultaten met rattenhuid zijn niet acceptabel,’ schrijft Fabrice Broeckaert aan zijn collega’s. ‘We kunnen echter al wel concluderen dat […] de in vitro huidabsorptie [...] uitkomt tussen de vijf en tien procent […]’

    Vanwege de slechte recovery biedt het TNO Monsanto aan de proef te herhalen. De zaak is precair, omdat de Europese autoriteiten begin 2002 nog de markttoelating van glyfosaat aan het bespreken zijn. Van Burgstedens onderzoek wordt geagendeerd voor een teleconferentie, een overleg tussen het Brusselse filiaal en het Amerikaanse hoofdkantoor, zo is uit de e-mails op te maken ‘De EU-rapporteur hanteerde een factor van drie procent voor huidabsorptie,’ schrijft Broeckaert. ‘In het licht van bovenstaande resultaten, moeten we dan nog wel doorgaan met [...] huidabsorptiestudies bij het TNO?’

    Toelating in de EU

    De ‘EU-rapporteur’ waarnaar Broeckaert verwijst, is het land dat in de Europese Unie de basis legt voor de markttoelating van een pesticide. De rapporterende lidstaat analyseert alle toxicologische informatie en brengt mogelijke milieu- en gezondheidsrisico’s in kaart. Op basis van deze rapportage besluit de Europese voedselautoriteit EFSA of een landbouwgif al dan niet wordt toegelaten. In 2002 was Duitsland de EU-rapporteur voor glyfosaat. In 1998 hebben ambtenaren van de Duitse voedselwaakhond, het Bundesamt für Verbraucherschutz und Lebensmittelsicherheit (BVL), een uitvoerig rapport opgesteld.

    Uit de interne correspondentie blijkt dat Monsanto het TNO-onderzoek liet uitvoeren als veiligheidsstudie in de ‘Annex I’-procedure, een verwijzing naar de Europese richtlijn voor de toelating van bestrijdingsmiddelen. Onduidelijk is of Monsanto het onderzoek nog wilde inzetten voor de lopende procedure; die was in 2002 al bijna afgerond. Het bedrijf trekt op 4 april 2002 de stekker uit het TNO-onderzoek: ‘Hoewel we het er mee eens waren dat de huidabsorptie-studie [...] zou worden herhaald zoals het TNO voorstelde,’ schrijft Fabrice Broeckaert, ‘zijn we tot de conclusie gekomen dat de opname van glyfosaat waarschijnlijk hoger gaat uitvallen dan de drie procent die nu al wordt opgelegd door de Duitse autoriteiten. Om die reden is besloten de studie te STOPPEN (effectief vanochtend).’

    Monsanto stopt het TNO-onderzoek omdat de absorptie van glyfosaat mogelijk de normen van de Europese toezichthouder overschrijdt. Kreeg Johan van Burgsteden daar destijds iets van mee? Van Burgsteden kan zich dat niet herinneren, zegt hij. Maar omdat het een GLP-onderzoek betrof, moet er een papieren spoor in de archieven van het TNO aanwezig zijn, benadrukt hij; volgens de GLP-richtlijnen is het opstellen van een eindrapport immers verplicht. Van Burgsteden: ‘Je kunt zulke gegevens niet in een la wegstoppen.’

    GLP-onderzoek

    Volgens de ECPA, de Brusselse belangengroep van de sector, geeft een chemiebedrijf gemiddeld 56 miljoen euro uit aan milieu- en gezondheidsstudies voordat een pesticide zijn weg naar de Europese akkers kan vinden. In de Europese richtlijnen staat een lijst onderzoeken die fabrikanten moeten uitvoeren, onder meer om uit te sluiten dat een bestrijdingsmiddel neurotoxisch, kankerverwekkend of mogelijk schadelijk voor het nageslacht kan zijn. Ook verplicht: onderzoek naar de huidabsorptie. Om de onafhankelijkheid van deze studies te garanderen, moeten zij voldoen aan Good Laboratory Practice (GLP), regels opgesteld door de OESO, de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.

    Het GLP-keurmerk moet garanderen dat commerciële laboratoria consciëntieus omgaan met hun onderzoeksresultaten en er geen beïnvloeding door de opdrachtgever kan plaatsvinden. De wereldwijde introductie van het GLP-keurmerk volgde na een aantal fraudeschandalen in de jaren ’70, onder meer bij een van Amerika’s grootste commerciële onderzoekslaboratoria destijds: Industrial Bio-Test Laboratories (IBT). De wetenschapsfraude was daar soms zo grof dat overleden proefdieren uit hun kooitje werden getild om ze te vervangen door nieuwe exemplaren. Ook Monsanto was klant bij IBT. Sterker: de marktintroductie van Roundup in de Verenigde Staten in 1974 was deels gebaseerd op (inmiddels geschrapte) studies van IBT.

    Lees verder Inklappen

    Kwam zo’n rapport er? Het TNO laat Follow the Money weten dat er destijds volgens de ‘volledige set’ van GLP-regels is gewerkt. Maar de vraag of er een eindrapport is, wil de woordvoerder niet beantwoorden. Navraag bij het Duitse BVL en de voedselautoriteit EFSA leert dat zo’n rapport in elk geval nooit is ingeleverd. Bayer, na de overname van Monsanto eigenaar van de onderzoeksgegevens, zegt niet te weten of zo’n definitief rapport bestaat. De woordvoerder van Bayer stelt dat de onderzoeksresultaten echter sowieso niet relevant waren voor de toezichthouder: ‘Het TNO erkende in het rapport dat er gebreken aan de studie zaten, en [daarom] was de studie niet geschikt voor de regulerende instanties.’

    Meldplicht en publiek register

    Die redenering bevreemdt Van Burgsteden. Bij het TNO deed hij met name dit soort GLP-onderzoeken, studies bedoeld voor de toelating van bestrijdingsmiddelen, naast werk voor grote farmaceuten. Hij zegt er altijd op te hebben vertrouwd dat de resultaten bij de relevante autoriteiten terechtkwamen: ‘Anders kan een bedrijf als Monsanto wel honderd studies laten uitvoeren, en er dan vijf uitkiezen,’ zegt hij. ‘Dan heb ik die onderzoeken tien jaar lang voor niks zitten doen.’

    Navraag bij de EFSA leert echter dat er geen verplichting op fabrikanten rust om alle GLP-onderzoeken bij de toelatingsautoriteiten in te leveren. Die plicht komt er mogelijk wel.

    Op 16 januari stemde het Europees Parlement met overgrote meerderheid in met het rapport van de speciale onderzoekscommissie PEST. Dat parlementair onderzoek werd in januari 2018 geopend, nadat de rechtbank in San Francisco de interne correspondenties van Monsanto openbaar had gemaakt. De onderzoekscommissie heeft naar aanleiding van de onthullingen gekeken naar ‘mogelijke belangenverstrengeling’ in de Europese toelatingsprocedure voor pesticiden. Het Europees Parlement wil chemiebedrijven in de toekomst verplichten GLP-studies bij een openbaar register te melden.

    Deze onderzoeken tonen allemaal flink lagere waarden dan wat Van Burgstedens proef uit 2002 suggereert

    Maar als het TNO-onderzoek van Johan van Burgsteden nooit bij de Europese toezichthouders terechtkwam, wat leverde Monsanto dan wél in? In het Renewal Assessment ReportGlyphosate, het rapport waarop de huidige toelating van de onkruidverdelger in de EU is gebaseerd, staat wat Monsanto door de jaren heen met de autoriteiten heeft gedeeld. Voor de markttoelating in 2002 werden twee absorptiestudies overhandigd: een onderzoek met menselijke huid uit 1991 en een proef met resusaapjes uit 1983. Beide lieten ‘minder dan drie procent’ huidabsorptie zien, staat in het rapport van de toezichthouder. De studies op basis waarvan glyfosaat thans mag worden verkocht, zijn recenter: een experiment uit 2009 met menselijke huid, dat minder dan 0,5 procent huidabsorptie meldt, en een onderzoek met konijnenhuid, waarbij ruim 2,5 procent absorptie werd gerapporteerd.

    Samengevat: deze onderzoeken tonen stuk voor stuk waarden die flink lager liggen dan wat Van Burgstedens proef uit 2002 suggereert: 5 tot 10 procent.

    Juist op dat verschil hameren de letselschadeadvocaten in de Verenigde Staten nu. ‘De TNO-documenten laten zien dat de huidopname van Roundup vele malen hoger is dan Monsanto de wereld heeft doen geloven,’ zegt Michael Baum, managing partner van Baum Hedlund Law, het kantoor dat ook Dewayne Johnson vertegenwoordigt. ‘Monsanto heeft de conclusies van de TNO-studie nooit gepubliceerd,’ zegt hij. ‘Het bedrijf zette de TNO-onderzoeken stop, en bleef de jaren daarna beweren dat het menselijk lichaam niet in staat is om grote hoeveelheden Roundup via de huid op te nemen.’

    Consequenties

    Had het werk van het TNO gevolgen kunnen hebben voor de markttoelating van glyfosaat in de Europese Unie? Ja, zegt toxicoloog Peter Clausing van de ngo Pesticide Action Network (PAN), die het toelatingsdossier al jaren bestudeert. ‘Deze gegevens zijn van belang voor de veiligheid van mensen die ermee werken, omdat zij het op hun huid kunnen krijgen. Als glyfosaat in grotere mate de huid binnendringt, dan is de blootstelling hoger dan gedacht.’ Volgens Clausing zouden de absorptiewaarden die Van Burgsteden vond, indien bevestigd, gevolgen kunnen hebben voor de etikettering, en daarmee voor de verkoop van de onkruidverdelger in de EU: ‘Het kan betekenen dat Roundup niet meer over de toonbank mag worden verkocht,’ zegt hij. ‘De verkoop aan particulieren moet dan worden stopgezet.’

    Maar de EFSA, die verantwoordelijk is voor de uiteindelijke risicobeoordeling van glyfosaat, verdedigt haar oorspronkelijke conclusies. De EU-voedselautoriteit heeft, nadat de rechtbankdocumenten in 2017 openbaar werden gemaakt, publiekelijk gereageerd. Volgens de EFSA bieden de absorptiestudies in het huidige toelatingsdossier ‘voldoende informatie’. Ook benadrukt de EFSA dat de resultaten van studies met rattenhuid, zoals het TNO-onderzoek, ‘doorgaans’ een hogere absorptiewaarde laten zien dan studies met mensenhuid en dat zo’n studie in het toelatingsdossier zit.

    Voorzorgsbeginsel

    De Europese toezichthouder EFSA onderzoekt de huidabsorptie van een pesticide om te kunnen uitsluiten dat er risico bestaat op vergiftiging; niet alleen voor gebruikers zoals boeren , maar ook bijvoorbeeld voor omwonenden van landbouwakkers. Dat is de zogeheten acute toxiciteit. Dat is iets anders dan onderzoek naar de chronische toxiciteit, de vraag of een landbouwgif mensen op lange termijn ziek kan maken. In de Europese Unie geldt het voorzorgsbeginsel en is chronische toxiciteit in veel gevallen een rode vlag: pesticiden die bijvoorbeeld kanker bij mensen kunnen veroorzaken, worden in de ban gedaan. Er hoeft dan geen extra onderzoek te worden uitgevoerd naar de mate waarin mensen zo’n stof via de huid opnemen, of als residu op groente en fruit via hun voeding binnenkrijgen.

    Glyfosaat kon in 2017 door de EU opnieuw voor vijf jaar worden toegelaten, aangezien de EFSA al eerder had geconcludeerd dat het ‘onwaarschijnlijk’ is dat de stof kankerverwekkend is: het voorzorgsprincipe was derhalve niet aan de orde. De EFSA baseerde deze conclusie vrijwel exclusief op GLP-studies die waren aangeleverd door de chemische industrie.

    Het IARC concludeerde in maart 2015 dat glyfosaat ‘waarschijnlijk’ wél kanker kan veroorzaken

    In de Amerikaanse rechtszaken verwijzen de advocaten van Monsanto naar de toezichthouders, zoals de EFSA en de Amerikaanse EPA, die stellen dat glyfosaat relatief veilig is. De letselschadeadvocaten schermen echter met een ander wetenschappelijk oordeel: dat van het Internationaal Agentschap voor Kankeronderzoek (IARC), een expertgroep van de Wereldgezondheidsorganisatie. Het IARC concludeerde in maart 2015 dat glyfosaat ‘waarschijnlijk’ wél kanker kan veroorzaken, een conclusie die tot stand kwam na evaluatie van de openbare literatuur over glyfosaat.

    Had het TNO bij de toezichthouders aan de bel moeten trekken over de mate van huidabsorptie die het onderzoek voor Monsanto liet zien? Een woordvoerder laat weten dat ‘zover de herinnering’ strekt, het TNO destijds niet op de hoogte was van Monsanto’s motief om met de rattenstudie te stoppen. ‘Verder had TNO geen inzicht in de (vele) gegevens die van belang zijn bij de humane risicobeoordeling van Roundup,’ laat de woordvoerder weten. ‘De huidabsorptiestudie betrof geen integrale toxicologische risicoanalyse, maar was slechts een puzzelstukje ervan.’

    Het TNO kan in zulke kwesties sowieso niet als klokkenluider optreden.‘Ik mag niet eens details over dit soort onderzoeken openbaar maken,’ zegt Van Burgsteden. Bij GLP-onderzoeken zijn geheimhoudingsclausules immers gangbaar. Die zijn nodig om bedrijfsgeheimen af te schermen voor de concurrentie, stellen chemiefabrikanten. Vanwege zulke afspraken moest het TNO ook eerst van Bayer ‘toestemming voor communicatie’ krijgen eer het vragen van FTM kon beantwoorden.

    Bayer wilde niet ingaan op vragen van FTM waarom het TNO-onderzoek in 2002 werd stopgezet. Wel heeft Bayer toegezegd na te zullen gaan of er een definitief rapport van de studie bestaat. Bij publicatie van dit artikel heeft FTM nog geen reactie gekregen.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Vincent Harmsen

    Gevolgd door 243 leden

    Schreef over dieselgate en de Monsanto Papers; onderzoekt voor FTM de lobby achter vervuilende en ongezonde industrieën.

    Volg Vincent Harmsen
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren