Mr. President, een handelsoorlog levert niets op (en kun je ook niet winnen)

  • Meer aanbod doet prijzen toch dalen

‘Trade wars are good and easy to win,’ twitterde president Donald Trump vorige week. Hij kondigde daarmee de invoering aan van importheffingen van 25 procent op staal en 10 procent op aluminium. Volgens Edin Mujagic laat de Amerikaanse president hiermee blijken dat hij, ondanks zijn bul economie van een prestigieuze universiteit, niets van economie begrijpt.

De Amerikaanse president wil de vrijhandel belemmeringen opleggen door de prijs van geïmporteerde goederen te verhogen. Trump zegt dat dit dé manier is om America great again te maken.

Dat is een misvatting: economische groei is een veel betere manier om de welvaart voor iedereen te verbeteren. Duurzame, houdbare economische groei komt voort uit de toename van de beroepsbevolking en stijgende productiviteit. In delen van de wereld waar de gemiddelde leeftijd hoog is, is het belang van productiviteitsstijging voor economische groei misschien wel groter dan die ooit is geweest.

Productiviteit neemt onder meer toe wanneer landen zich kunnen specialiseren in het maken van goederen en diensten. Dankzij het werk van een van de grootste economen ooit, David Ricardo, weten we dat elk land altijd op zijn minst bij één product een comparatief voordeel  heeft, zelfs als een land het minst efficiënt is in het maken van álles wat er maar te maken valt. Andersom geldt dat ook: het land dat alles wat te maken is het meest efficiënt kan produceren, zal nooit het comparatieve voordeel in álles hebben.

Dit betekent dat productiviteit gedijt bij vrijhandel. Immers, vrijhandel maakt de eerder genoemde specialisatie mogelijk. De voordelen voor de inwoners van alle landen zijn duidelijk. Zonder specialisatie en vrijhandel zouden ze veel te hoge prijzen betalen voor de goederen en diensten die ze aanschaffen; enerzijds omdat binnenlandse producenten die tegen hogere kosten maken en anderzijds omdat zij door het gebrek aan concurrentie de prijzen hoog zouden kunnen houden.

Zonder specialisatie en vrijhandel zouden we veel te hoge prijzen betalen voor goederen en diensten

Vrijhandel betekent ook dat bedrijven de vruchten kunnen plukken van schaalvoordelen. De vaste kosten worden bij massaproductie over veel meer producten uitgesmeerd en de kosten per eenheid product dalen dan flink. Dat kan alleen als de relevante markt groot genoeg is, en dat is alleen mogelijk als producenten hun producten overal kunnen verkopen.

Winnaars en verliezers

Natuurlijk, vrijhandel betekent onvermijdelijk dat er winnaars en verliezers zijn. Stel een land produceert klompen en verbiedt het bij wet klompen in- en uit te voeren. Dan zorgt de wet van vraag en aanbod ervoor dat er een prijs tot stand komt, waarbij beide in evenwicht zijn.

Neem nu aan dat de prijs van klompen op de wereldmarkt hoger ligt dan in ons ‘alleen eigen klompen’-land, én dat dat land het verbod intrekt. De klompenmakers zijn dan de winnaars. Ze kunnen immers hun klompen voor meer geld over de grens verkopen. Verliezers zijn de klompenkopers; die betalen meer voor een paar klompen dan in de oude situatie. Het land als geheel is echter per saldo beter af. Waarom? Omdat eigen klompenmakers méér klompen kunnen verkopen dan voorheen. En daarnaast is de prijs die ze kunnen vragen ook hoger, waardoor zij meer klompen met winst kunnen verkopen dan toen het handelsverbod gold. Hun extra omzet maakt het verlies van klompenkopers meer dan goed.

Anderzijds: als de wereldmarktprijs van klompen lager is, dan verliezen de klompenmakers en profiteren de klompenkopers. De winst van de laatste groep is echter dan hoger dan het verlies van de eerste.

Het voorgaande kunnen we kort samenvatten door te stellen dat internationale handel geen zero sum game is: het verhoogt de productiviteit en welvaart in de hele wereld. Andersom geldt: protectionisme is óók geen zero sum game, het netto-effect is verlies van welvaart. Dat verlies neemt alleen maar toe als protectionistische maatregelen van één land hetzelfde beleid uitlokken in andere landen. Ofwel: als ze tot een handelsoorlog leiden.

In het verlengde hiervan kunnen we dan ook stellen dat Trumps stelling dat handelsoorlogen ‘makkelijk te winnen’ zijn, nergens op slaat en in de categorie ‘stupide opmerkingen’ valt. Die oorlogen pakken voor alle landen slecht uit. Als je al van winnen kunt spreken, dan hooguit in relatieve termen: dat de welvaart in het ene land minder kan afnemen dan in het andere. Aan dat soort Pyhrrus-overwinningen heeft de gewone man evenwel niets. Ik daag dan ook iedereen uit mij een voorbeeld van een land te geven dat welvarender is geworden dankzij protectionisme of, het extreme uitvloeisel ervan, economische autarkie. Tegenwoordig ken ik een voorbeeld van een land dat probeert via die route de paradijs op aarde te worden: Noord-Korea. Het wil er alleen niet bepaald lukken.

"Als de VS een stupide economisch beleid wil voeren, betekent dat niet dat wij dat ook meteen moeten doen"

Over handelsoorlogen gesproken: onder meer de Europese Unie heeft al aangekondigd terug te zullen slaan met eigen protectionistische maatregelen gericht op Amerikaanse spullen. Waarop Trump weer dreigde met heffingen op Europese auto’s.

Hoewel ik die eerste reactie van Brussel begrijp, laat de economische logica weten dat de beste reactie géén reactie is. Dat de Amerikanen een ronduit stupide economisch beleid gaan voeren, betekent niet dat wij dat ook meteen moeten doen. Als Brussel wil reageren, dan lijkt mij een klacht tegen de VS bij de Wereldhandelsorganisatie een prima manier, zeker omdat de rest van de wereld zich vrijwel zeker zou aansluiten.

Met het oog op de wat langere termijn, kan Brussel beter echt werk gaan maken om van de EU een hechtere unie te maken. En dat betekent niet een unie die ten koste gaat van één of een groep landen, maar één die handelt in het gezamenlijk belang (en dat betekent in de praktijk juist mínder zaken centraal regelen). Een hechtere unie is op den duur de enige manier hoofd te kunnen bieden tegen Amerikaanse grillen. Want erop vertrouwen dat de inwoner van het Witte Huis kaas heeft gegeten van economie, dat kan Europa niet.

Banen in gevaar

Nog even terug naar Trump’s invoerheffingen. Die zijn om nog een andere reden onbegrijpelijk: in de Verenigde Staten brengen ze meer banen in gevaar dan ze beschermen.

Tegenover elke baan in de Amerikaanse staalindustrie staan volgens sommige schattingen immers 70 tot 80 banen in andere industrieën waar staal de belangrijkste grondstof  is. De importheffingen die Trump wil zullen die industrieën minder concurrerend maken, met banenverlies als gevolg. Aangezien de Amerikaanse inflatie al een tijd aan het oplopen is, kunnen zijn invoerheffingen die verder aanjagen en zo de Amerikaanse centrale bank dwingen de rente meer te verhogen dan de bank van plan was. Hogere rentes zouden de economische groei in de VS, waar het ook Trump allemaal om te doen is, afremmen.

Tegenover elke baan in de Amerikaanse staalindustrie staan 70 tot 80 banen in industrieën die staal als grondstof hebben

Vanaf het moment dat Donald Trump zich mengde in de Republikeinse voorverkiezingen, liet hij zich negatief uit over internationale handel en dreigde hij meermaals met protectionisme. Toen hij gekozen werd als de 45ste Amerikaanse president had ik de hoop dat hij, eenmaal in het Witte Huis, door zijn adviseurs erop gewezen zou worden dat protectionisme geen verstandig beleid is.

Helaas blijken zijn economisch adviseurs even weinig verstand van zaken te hebben. Waar Trump's voorgangers Nobelprijswinnaars en prominente academische economen hadden, is die groep in het team-Trump zo goed als volledig afwezig. Dat hoeft geen ramp te zijn: economen zijn doorgaans niet schuw om ook ongevraagd te adviseren. Wat wel een probleem is, is dat Trump niet wil luisteren.

Eerlijk is eerlijk: eigenlijk zou Trump die adviezen niet eens aan hoeven te horen. Als drager van de economische bul van de prestigieuze Wharton School of Economics, zou Trump de les die elke student economie al in zijn of haar eerste jaar leert immers gewoon moeten weten.

Als rector van Wharton zou ik me doodschamen voor mijn bekendste alumnus. En me afvragen of ik die bul niet alsnog kan intrekken.

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Edin Mujagic

Gevolgd door 766 leden

Een onafhankelijke macro-econoom, spreker en publicist. Zijn nieuwste boek gaat over de Nederlandse monetaire geschiedenis.

Lees meer

Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

Volg Edin Mujagic
Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren