© Marten van Dijl

Multinational Shell versus Nigeriaanse boeren

    Door uiterst complexe bedrijfsstructuren met dochterondernemingen wereldwijd kunnen multinationals veelal wegkomen met wandaden. Misstanden schuiven ze simpelweg af. Maar olieconcern Shell wordt het vuur nu na aan de schenen gelegd. Hoe verloopt deze strijd?

    Voor het eerst staat in Nederland de deur open om een multinational te veroordelen voor het schadelijk handelen van een dochtermaatschappij over de grens. Onlangs besliste het Hof dat de Nederlandse rechter bevoegd is om te oordelen over activiteiten van Shell in Nigeria. Op papier is dit een heuse doorbraak voor de internationale mensenrechten. 

    Al ruim acht jaar loopt er een rechtszaak tegen de Nederlands-Britse oliereus Royal Dutch Shell plc en zijn Nigeriaanse dochtervennootschap SPDC (Shell Petroleum Development Company of Nigeria). In 2008 besloten vier Nigeriaanse boeren uit de dorpen Goi, Oruma en Ikot Ada Udo het hoofdkantoor van Shell in Nederland en Shells Nigeriaanse dochtermaatschappij aan te klagen wegens olielekkages op hun akkers. De vier boeren, bijgestaan door mensenrechtenadvocaten Michel Uiterwaal en Liesbeth Zegveld, achten beide bedrijven verantwoordelijk voor de schade. Mede-eiser is de Nederlandse organisatie Milieudefensie, lid van de actiegroep Friends of the Earth die sinds 1971 bedrijven aanspreekt op hun internationale verantwoordelijkheid om te verduurzamen. ‘Als gevolg van drie verschillende lekkages aan ondergrondse oliepijpleidingen en putten van Shell Nigeria is landbouwgrond verwoest en drinkwater vervuild,’ aldus campagneleider Geert Ritsema van Milieudefensie. ‘Visvijvers zijn onbruikbaar geraakt, het bos is vervuild en de gezondheid van de bewoners in de omgeving aangetast.’

    Aansprakelijkheid moederbedrijf Shell

    Volgens de redenering van de advocaten had het hoofdkantoor van het olieconcern in Den Haag ook een zorgplicht bij het voorkomen van lekkages in Nigeria. Uiterwaal onderbouwde de aansprakelijkstelling van de aanklagers met het in kaart brengen van de bedrijfsstructuur van Shell om aan te tonen dat de gehele bedrijfsvoering tot in de diepste uithoeken van de wereld goedkeuring vanuit Den Haag krijgt. ‘De multinationale oliemaatschappij Shell opereert als eenheid met zijn dochteronderneming in Nigeria. Op het hoofdkantoor worden afspraken gemaakt waaraan het hele concern zich moet houden. Er zijn diverse beleidsinstrumenten die Shell kan hanteren om invloed uit te oefenen op de gang van zaken bij Shell Nigeria. Zo wordt het milieubeleid van Shell centraal aangestuurd en gecontroleerd door middel van het Health Safety & Environment-beleid en de Global Environmental Standards. Ook kent Shell General Business Principles.

    SPDC wordt dus van bovenaf aangestuurd. Hiermee staat volgens de advocaten van de vier boeren vast dat het moederbedrijf zich niet kan verschuilen achter de veelgebruikte tactiek van ‘onwetendheid.' Zegveld en Uiterwaal eisten dan ook namens hun cliënten dat niet alleen SPDC aansprakelijk wordt gesteld voor onrechtmatig handelen en nalatigheid, maar ook het moederbedrijf Shell plc. Hun eis luidde: ‘De gelekte olie moet worden opgeruimd, de schade vergoed en bovenal moeten nieuwe lekkages worden voorkomen door te zorgen dat de pijpleidingen van dochtermaatschappijen behoorlijk worden onderhouden en bewaakt.’

    Bevoegdheid Nederlandse rechter

    Desondanks wees Shell plc aansprakelijkheid van de hand. Volgens de multinational waren de lekkages door sabotage veroorzaakt en Shell meende dat er in dat geval naar Nigeriaans recht simpelweg geen aansprakelijkheid bestaat. Bovendien zei het bedrijf de vervuiling te hebben opgeruimd. Maar het olieconcern gooide het eerst over een andere boeg door in zijn verweer te stellen dat het bezwaar maakt tegen het voeren van de rechtszaak in Den Haag: ‘Wij zijn van mening dat claims met betrekking tot Nigeriaanse eisers die een geschil hebben met een Nigeriaans bedrijf over kwesties die plaatsvinden in Nigeria, moeten worden gehoord in Nigeria,’ aldus een woordvoerder in 2008. Wat volgt is een jarenlange strijd over de bevoegdheid van de Nederlandse rechter om op Nederlandse grond een dochteronderneming aansprakelijk te stellen.

    Maar de rechter gaf de multinational daarin al in 2009 ongelijk en achtte zichzelf wel bevoegd. De zaak bleef weliswaar volgens het Nigeriaanse recht beoordeeld, want het internationaal privaatrecht schrijft voor dat het recht van het land waar de schade zich voordoet van toepassing is. Daarop werd in eerste instantie besloten dat de lekkages allemaal het gevolg zijn van sabotage. Volgens SPDC hoefde het bedrijf dan geen schadevergoeding te betalen.

    Shell bleef volhouden dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is om te oordelen over het handelen van een dochteronderneming

    Immers, naar Nigeriaans recht valt sabotage niet onder de verantwoordelijkheid van bedrijven. Toch vond de Nederlandse rechter dat SPDC in het geval van Ikot Ada Udo meer had moeten doen om sabotage tegen te gaan. 

    Shell bleef daarna volhouden dat de Nederlandse rechter niet bevoegd is om te oordelen over het handelen van een dochteronderneming en dat de rechtszaak daarom in Nigeria moet worden gevoerd. Het olieconcern tekende dan ook beroep aan tegen de beslissing. Milieudefensie en de drie overige boeren gaan ook in beroep, omdat zij ervan overtuigd waren dat alle lekkages door slecht onderhoud zijn ontstaan en Shell hoe dan ook aansprakelijk is.


    Barizaa Dooh uit het dorpje Goi

    "Door de gevolgen is ons land onbruikbaar geworden"

    Rechtszaak in Nederland onwenselijk

    Waarom schikt Shell de Nederlandse zaak niet gewoon, net als in januari 2016 in een vergelijkbare Britse rechtszaak? Shell betaalde destijds 70 miljoen euro schadevergoeding aan de Bodo-gemeenschap voor twee olielekken in Nigeria. Met deze schikking wilde de Nigeriaanse dochteronderneming van Shell, SPDC, de gemeenschap compenseren voor verliezen die ontstonden door een operationeel defect in de pijpleidingen. Shell nam toen in feite de verantwoordelijkheid voor deze twee lekken uit 2008 op zich. Vast stond toen dat de lekkages door corrosie waren veroorzaakt.

    Shell heeft hier op eigen grond een veel groter risico op reputatieschade

    Het is absoluut niet wenselijk voor het bedrijf om hier in eigen land toe te geven dat het nalatig is geweest in het onderhoud aan zijn pijpleidingen. De meest voor de hand liggende reden is het gegeven dat Shell hier op eigen grond een veel groter risico op reputatieschade heeft. Ten tweede zal een dergelijke procedure in de toekomst behoorlijk wat roet in het eten kunnen gooien. Shell opereert in heel wat landen, landen waar het nogal eens mis is op het gebied van de mensenrechten. Als alle vermeende misstanden waarbij het bedrijf betrokken zou zijn in de toekomst in Nederland voor mogen komen, zal het bedrijf zijn juridische afdeling flink moeten uitbreiden. Er lijkt dus meer te schuilen achter het bezwaar om de zaak in Nederland voor te laten komen.

    Bovendien is het voeren van de zaak in Nigeria om nog een andere reden gunstig voor Shell. Dit land is zeer afhankelijk van de oliewinning, met Shell als een van de belangrijke contractanten. Volgens analisten van de Standard Bank is de overheid in Nigeria een grootaandeelhouder in de lokale olie-industrie. Dit leverde de Nigeriaanse overheid de afgelopen 50 jaar meer dan 1600 miljard dollar op. Daarbij ontvangen de lokale overheden belastingen en royalty’s op olie van de producerende bedrijven.

    De lokale olie-industrie leverde de Nigeriaanse overheid de afgelopen 50 jaar meer dan 1600 miljard dollar op

    Volgens een groot aantal gespecialiseerde criminologen bezorgen deze politiek-economische achtergronden de bedrijven onschendbaarheid. Veel landen zullen daarom eerst een uitvoerige kosten-batenanalyse maken, voordat zij overgaan tot een rechtszaak, omdat ze een politiek én economisch belang hebben bij een welvarend bedrijfsleven. Dochtermaatschappij SPDC is bovendien de exploitant van een joint venture van het Nigeriaanse staatsbedrijf Nigerian National Petroleum Corporation (NNPC, 55 procent), Shell (30 procent), Total-dochter Elf Petroleum Nigeria Limited (10 procent), en Agip (5 procent).

    Fragile state

    Als we kijken naar de bureaucratische indeling van de staat, die in derde wereld-land Nigeria afhankelijk is van de financiële injectie van multinationals zoals Shell, zien we een uiterst ‘wankel’ rechtssysteem. Volgens de Amerikaanse onderzoeks- en onderwijsinstelling The Fund for Peace is Nigeria een zogeheten fragile state waar de heersende elites uit het bedrijfsleven en overheidsinstellingen op één lijn liggen met elkaar. Het land daalt elk jaar verder op de Failed State Index, een lijst van landen waar vrijwel geen overheidsinstanties bestaan om de burgerpopulatie te beschermen en waar niet of nauwelijks democratisch toezicht is op het regeringshandelen. De verslechterde toestand van Nigeria staat inmiddels zelfs als ‘kritiek’ aangevinkt. Doordat constitutionele en democratische processen, waaronder de rechtspraak, worden geschorst of gemanipuleerd, zou er wijdverbreid sprake zijn van mensenrechtenschendingen.

    ‘Het probleem met de Nigeriaanse procedures is dat ze rustig 20 tot 25 jaar kunnen duren. Met ook nog eens het risico dat ze dan vervolgens opeens ophouden,’ stelt advocaat Channa Samkalden, gespecialiseerd in aansprakelijkheid bij mensenrechtenschendingen, zowel binnen als buiten Nederland. De raadsvrouw van het kantoor Prakken d'Oliveira Human Rights Lawyers in Amsterdam, waar ook Zegveld werkzaam is, voert sinds 2011 de zaak. ‘Dat een procedure eindeloos voortsleepte overkwam een van mijn cliënten al eens eerder. Het Nigeriaanse systeem is in zoverre gammel dat het goed valt te saboteren.’

    Revolutionaire uitspraak

    Sinds december 2015 ligt daar het arrest van het Gerechtshof in Den Haag waarin staat dat Milieudefensie en de vier Nigeriaanse boeren uit de plattelandsdorpjes Ikot Ada Udo, Goi en Oruma het olieconcern Shell wel op Hollandse bodem mogen aanklagen voor het veroorzaken van grootschalige olievervuiling in de Niger Delta. De reactie van Shell was enkel: ‘Wij zijn teleurgesteld dat de Nederlandse rechter heeft bepaald dat zij internationale bevoegdheid heeft ten aanzien van SPDC Nigeria. In 2013 was de rechter van mening dat Shell plc niet aansprakelijk is in relatie tot deze claims en dienovereenkomstig zijn wij van mening dat de rechter internationale bevoegdheid ten aanzien van SPDC in relatie tot dezelfde claims moet afwijzen,’ aldus een woordvoerder van Shell.

    Het Hof volgt Shell daarin dus niet. Het staat volgens de rechter niet op voorhand vast dat de moedermaatschappij niet aansprakelijk is voor nalatigheden van haar Nigeriaanse werkmaatschappij. In de uitspraak staat te lezen: ‘Het is doelmatig om dit proces tegen de moedervennootschap te combineren met dat tegen de Nigeriaanse dochtervennootschap. Er is daarvoor voldoende samenhang.'

    ‘Het is doelmatig om dit proces tegen de moedervennootschap te combineren met dat tegen de Nigeriaanse dochtervennootschap'

    Eigenlijk zegt het Hof: we kunnen niet op voorhand uitsluiten dat de moedervennootschap verantwoordelijk is — en als dit niet is uit te sluiten, dan moeten we het gaan bekijken. Die zienswijze kan de weg vrijmaken voor slachtoffers van milieuvervuiling en mensenrechtenschendingen wereldwijd om zich in Nederland tot de rechter te wenden als er een Nederlands bedrijf bij betrokken is. Dat is belangrijke jurisprudentie. De zaak vormt dan ook een invloedrijk precedent voor slachtoffers wereldwijd van — in elk geval — het handelen van Nederlandse multinationals. Ook een commerciële partij die zich in haar belangen voelt geschaad, kan nu in principe een moedervennootschap van een contractpartner aansprakelijk stellen.

    Nicola Jägers, hoogleraar internationale mensenrechten aan Tilburg University, noemt de uitspraak daarom ‘in potentie revolutionair.' 'Het gaat hier om schade in Nigeria die mogelijk is veroorzaakt door een Nigeriaanse dochteronderneming onder Nigeriaans recht. Daarmee is het een volledig Nigeriaanse zaak die nu door een Nederlandse rechter wordt behandeld.' Jägers, die in haar proefschrift uit 2002 als een van de eersten onderzoek deed naar de verplichtingen van multinationale ondernemingen voor de rechten van de mens, verwacht dat als Shell ook daadwerkelijk aansprakelijk wordt gesteld voor milieuschade in Nigeria, het een ‘vloedgolf’ aan soortgelijke rechtszaken teweeg zal brengen.

    Nuance

    Als we echter de economische status van grootmachten als Shell in ogenschouw nemen en tevens kijken naar de inrichting van de rechterlijke orde, valt ernstig te betwijfelen in hoeverre bovengenoemd precedent in de praktijk veel verandering zal brengen. Het gaat hier om een civiele procedure die hoe dan ook gefinancierd moet worden. Een casusanalyse toont al snel aan dat een dergelijke rechtszaak onbegonnen werk is voor wie niet zelf de nodige middelen op de bankrekening heeft staan of kan rekenen op de onuitputtelijke idealistische hulp van derden, zoals het humanitaire advocatenkantoor Prakken d’Oliveira en ngo’s met een goed gevulde kas zoals Milieudefensie.

    Want hoe kunnen vier armlastige Nigerianen het al ruim zeven jaar opnemen tegen Shell? Moederbedrijf Shell plc staat sinds jaar en dag bovenaan de lijst van grootste economische wereldmachten, naast landen als de Verenigde Staten, China, Duitsland en Groot-Brittannië. Zodoende heeft het olieconcern enorm veel macht en invloed. Daartegen procederen lijkt op voorhand een onmogelijke zaak. Al is het maar vanwege de lange adem die Shell in de strijd kan gooien door regelmatig in hoger beroep te gaan of een juridische zijstap te nemen. Er valt geen precies tijdsverloop aan te koppelen, maar het aanvechten van de bevoegdheid van de Nederlandse rechter, plus andere procedurele verweren van Shell, hebben de voortgang in elk geval alweer met jaren vertraagd.

    "Een casusanalyse toont al snel aan dat een dergelijke rechtszaak onbegonnen werk is voor wie niet zelf de nodige middelen op de bankrekening heeft staan"

    Het is simpelweg zo dat slagen van een dergelijke exercitie in eerste instantie afhangt van de welwillendheid van een topadvocaat. Een advocaat moet allereerst bereid zijn om vrijwel kosteloos honderden uren onderzoekswerk te verrichten én hij moet voldoende gewicht hebben om te pleiten tegen het legioen klasse-A bedrijfsjuristen van de Brauw Blackstone Westbroek, de huisadvocaten van Shell. Hoogleraar Zegveld is niet de minste — zo kreeg zij de Nederlandse staat tot tweemaal toe op de knieën inzake het geven van schadevergoeding en officiële excuses in pijnlijke oorlogsdossiers — en zij trekt in eerste instantie, naast Michel Uiterwaal, de kar in vijf rechtszaken van de Nigeriaanse boeren versus SPDC om aan te tonen dat Shell plc verantwoordelijk is voor de bedrijfsvoering van de dochteronderneming.

    In 2011 werden de dossiers overgedragen aan Channa Samkalden. De advocaten doen hun werk voor de Nigerianen pro deo en voor Milieudefensie tegen een gereduceerd tarief. Desalniettemin is de voortgang van de civiele procedure afhankelijk van een eveneens machtige partij zoals Friends of the Earth, waarvan Milieudefensie de Nederlandse tak vormt. Een stichting die in 2014 wederom meer middelen heeft mogen ontvangen dan het voorgaande jaar — een stijging van 5,8 procent naar ruim 8 miljoen euro — en met een wereldwijde alliantie achter zich sterk genoeg is om ergens voor op te komen en impact te hebben.

    Gedwongen inzage

    Misschien nog veel belangrijker is dat de uitspraak van het Hof in Den Haag betekent dat Shell nu gedwongen is inzage te geven in interne bedrijfsdocumenten. Uit een Engelse rechtszaak tegen Shell bleek bijvoorbeeld dat de pijpleiding, die de bron was van grote olielekkages in Bodo en Goi, al jaren eerder vervangen had moeten worden.

    Door inzage in interne bedrijfsdocumenten kan de aansprakelijkheid voor de milieuvervuiling worden aangetoond

    Samkalden: ‘Wij weten al uit eerdere stukken dat Shell plc op de hoogte was van de staat van de pijpleidingen. Daaruit blijkt voldoende de rol en betrokkenheid van de multinational. Nu het bedrijf openheid van zaken moet geven, krijgen de Nigerianen en Milieudefensie eindelijk een eerlijke kans tegen Shell. Hierdoor kan de zaak echt op inhoud worden gevoerd.'

    Nu de inhoudelijke behandeling van de zaak kan worden voortgezet op Hollandse bodem, gaan de raadsheren aan de Prins Clauslaan in Den Haag kijken naar de schuldvraag: is Shell plc verantwoordelijk voor de lekkages op het land van de vier boeren?

    Wanneer de zaak opnieuw moet voorkomen bij het Gerechtshof in Den Haag is nog niet bekend.

    Lees meer over SPDC en andere rechtszaken tegen Shell

    SPDC stond oorspronkelijk bekend als Shell D’ Arcy en later als Shell-BP. De dochteronderneming werd aanvankelijk gezamenlijk gefinancierd door de Koninklijke Nederlandse Shell Groep en de British Petroleum (BP) Group op basis van gelijkwaardigheid. Middels aanhoudende inspanningen en grondige exploratie ontdekten de ingenieurs van het overzeese filiaal in 1956 als eersten een olieveld in Oloibiri Bayelsa State. In rap tempo werden er commerciële olievelden aangelegd die Nigeria sindsdien op de kaart heeft gezet als een van ‘s werelds grootste producenten van ruwe olie met een noemenswaardig gaspotentieel. Met 1000 putten is SPDC vandaag de dag dan ook het grootste private olie- en gasbedrijf in Nigeria. De bedrijfsactiviteiten van SPDC in de Niger Delta zijn verdeeld over 30.000 vierkante kilometer waar meer dan 6000 kilometer aan pijpleidingen onder de grond liggen voor het produceren van gemiddeld 1 miljoen vaten olie per dag. Dit is het grootste areaal in het land van waaruit SPDC ongeveer 39 procent van de olie van de Nigeriaanse natie produceert.

    Het is overigens niet de eerste en waarschijnlijk ook niet de laatste keer dat onze Koninklijke Shell aansprakelijk wordt gesteld voor burgerlijden. In 2009 kwam het olieconcern nog tot een schikking in een rechtszaak die was aangespannen door de nabestaanden van de overleden Ken Saro-Wira, winnaar van de Nobelprijs voor de vrede. Shell zou hebben meegewerkt aan corruptie bij de oliewinning in Nigeria en medeplichtig zijn aan het hardhandig onderdrukken van vreedzame protesten door de lokale politiemacht.

    In april 2013 verwierp het Amerikaanse federale Hooggerechtshof nog een zaak waarin Shell ervan werd beschuldigd dat twee buitenlandse dochterbedrijven betrokken zouden zijn geweest bij martelingen en executies in Nigeria. De rechtszaak liep stuk op het ontbreken van procedurele kaders. De uitspraak was een fikse tegenvaller voor mensenrechtenactivisten, omdat zij daarmee een belangrijk instrument verloren om bedrijven aan te klagen voor vermeende misstanden in het buitenland.

    Shell schuift de verantwoordelijkheid van haar vermeende criminele gedragingen af door te stellen dat 75 procent van de olielekkages in Nigeria het gevolg is van sabotage door criminele bendes die de olie stelen. Directeur afdeling Milieu van Shell, Allard Castelein zei hierover in het Radio 1 Journaal: ‘Dit soort vervuiling komt overwegend door grootschalige, lokale criminaliteit, diefstal van olie. Maar ook door internationale criminaliteit, waarbij de olie wordt geëxporteerd naar raffinaderijen in omliggende landen.’

    Lees verder Inklappen

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Annemarie van de Weert

    Schrijft columns over de betrokkenheid van het bedrijfsleven bij de georganiseerde misdaad, oorlogsmisdaden en mensenrechten.

    Volg Annemarie van de Weert
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren