Roel Janssen in gesprek met Griselda Molenaars

Belastingontwijking: leuker kunnen ze het op de Zuidas niet maken. Wel makkelijker. Lees meer

Er bestaat een wereld waarin iedereen die iets te verbergen heeft, geld kan oppotten en ongestoord kan uitgeven, zonder ooit gepakt te worden.

 

Schrijver en journalist Oliver Bullough doopte deze wereld ‘Moneyland’ en schonk ons daarmee een fantastisch concept om de schimmige offshore-wereld beter te begrijpen. Follow the Money zoekt uit welke rol Nederland speelt bij het doorgeleiden van schimmige en ongeoorloofde geldstromen. Welke bankiers, fiscalisten en advocaten steken corrupte regimes, fraudeurs en oligarchen de helpende hand toe?

62 artikelen

Roel Janssen in gesprek met Griselda Molenaars © Follow the Money

Nederland als bakermat van het huidige kapitalisme

1 Connectie

Locaties

Zuidas
22 Bijdragen

Nederland heeft een rijke financiële traditie, die behalve van successen ook bol staat van speculaties en schurken. Roel Janssen tekende die op in een schitterend boek, dat vorige maand bij Follow the Money verscheen. Per hoofdstuk staat iemand centraal die iets nieuws deed – soms iets goeds, maar vaker iets dat fout uitpakte. ‘Gokkers & Graaiers’ vertelt het verhaal van Nederland als bakermat van het moderne kapitalisme, vol onderbelichte schandalen en schaamteloze streken.

De rechtbank in Amsterdam sprak op vrijdag 22 april 2022 het faillissement van de Amsterdam Trade Bank uit en benoemde twee advocaten als curator om de zaken af te wikkelen.

De Amsterdam Trade Bank (ATB) was in Russische handen. Na de inval in Oekraïne besloten de EU, de VS en Groot-Brittannië tot een opeenstapeling van sancties tegen dat land. Die brachten de Russische belangen in Nederland onbarmhartig aan het licht – en de commerciële betrokkenheid van grote accountancy- en advocatenkantoren aan de Amsterdamse Zuidas. 

De effecten van de sancties lieten zich uittekenen. In enkele weken stroomde een half miljard aan spaargeld uit de ATB. Als sprake is van een bankrun, valt een bank om. Zo gaat dat. Voor de fiscaal-juridische dienstverleners aan de Zuidas leverde het bankroet van de ATB een goed betaalde klus op. De curatoren die de rechtbank benoemde, zijn afkomstig van advocatenkantoor Stibbe en de fiscalisten die zijn ingeschakeld, van accountantskantoor KPMG.

Een van ’s lands bekendste advocatenkantoren heeft als bijnaam ‘het Kremlin aan de Zuidas’

In de afgelopen dertig jaar is Nederland uitgegroeid tot de een na grootste ontvanger van Russische investeringen in de Europese Unie, na Cyprus. Verspreid over het land bevinden zich honderden vestigingen van Russische bedrijven en banken. In voorname buurten van Amsterdam stuwt Russisch kapitaal de huizenprijzen omhoog. Achter brievenbusfirma’s die belastingontwijking faciliteren, verschuilen zich Russische eigenaren. Nederlandse jachtwerven vervullen orders voor de bouw van superjachten voor Russische miljardairs, waarbij de betalingen via schimmige belastingparadijzen lopen. Vitaminewinkels en een voetbalclub zijn eigendom van Russische oligarchen.

Zoals Londen, waar de Russische infiltratie nog veel groter is, bekend staat als Londongrad, zo kan Amsterdam Amstelgrad worden genoemd. Een van ’s lands bekendste advocatenkantoren heeft als bijnaam ‘het Kremlin aan de Zuidas’. De betekenis van Amsterdam, en in het bijzonder de Zuidas, als financieel en juridisch centrum voor Russische belangen is geen toeval. Het past in een historische trend.

Eerder publiceerden we een gesprek dat Griselda Molemans met auteur Roel Janssen over zijn boek had. Ze bezochten diverse locaties die centraal staan – © Follow the Money / Rinus Bot

Het rijkste land van Europa

Twee eeuwen lang, vanaf het begin van de zeventiende eeuw, was Nederland het rijkste land en Amsterdam de belangrijkste financiële marktplaats van Europa. De Republiek had een chronisch kapitaaloverschot, de gulden was een stabiele munt en de rente was laag. Amsterdam was de kapitaalmarkt van Europa, Amsterdamse bankiershuizen verstrekten leningen aan Europese vorsten en aan plantagehouders in het Caribische gebied en de ‘Wilde Kust’ van Zuid-Amerika. Nederland fungeerde als de rijke oom Dagobert Duck van de wereld. 

Na de klap van de bankencrisis van 2008-2009 zijn Nederlandse banken gekortwiekt. Internationaal spelen ze nog slechts een bescheiden rol. Ondertussen bloeit de financiële dienstverlening op de Zuidas, de Amsterdamse zakenwijk waar professionals zich een slag in de rondte werken in de fiscale, juridische en financiële dienstverlening.

En toen de Europese Unie in reactie op de oorlog in Oekraïne sancties tegen Rusland trof, werd zichtbaar dat de wittenboordenwerkers aan de Zuidas zich ook jarenlang hebben ingezet als de fiscaal-juridische belangenbehartigers van Russische kleptocraten. Advocaten, fiscalisten, notarissen, belastingadviseurs, consultants, makelaars, bankiers en medewerkers van trustkantoren verstrekken hun diensten tegen ‘Kremlin-tarieven’ van 795 euro per uur. Ze fungeren als de trouwe bediende Joost uit de stripverhalen over Olivier B. Bommel. Discreet, efficiënt en buitengewoon winstgevend helpen ze hun cliënten: ‘Met uw welnemen.’

Twaalfduizend brievenbusfirma’s in de polder

Het Joost-complex van fiscaal-juridische dienstverlening komt voort uit het beleid van de Nederlandse overheid: de bevordering van het vestigingsklimaat voor buitenlandse investeerders. 

Dat gebeurde vooral via gunstige fiscale regelingen. Door de jaren heen is een kerstboom aan faciliteiten opgetuigd om via Nederland belastingen te ontwijken. Dat trekt multinationale ondernemingen aan die de belastingdruk in hun thuisland willen verlagen, en witwassers en criminelen die Nederland als fiscaal vergiet gebruiken.

Brievenbusfirma’s vormen de grootste financiële sector in Nederland: hun balanstotaal is ruim twee keer zo groot als dat van alle Nederlandse banken samen

Een sleutelrol spelen zogenoemde doorstroomvennootschappen, beter bekend als brievenbusfirma’s, waarvan Nederland er meer dan twaalfduizend telt en waar jaarlijks honderden miljarden doorheen stromen. Hun balanstotaal is ruim twee keer zo groot als dat van alle Nederlandse banken bij elkaar. Zo bezien vormen brievenbusfirma’s de grootste financiële sector in Nederland.

Werkgelegenheid scheppen ze niet, de meeste brievenbusfirma’s bestaan bij de gratie van een online inschrijving bij de Kamer van Koophandel. Trustkantoren doen de administratie en fungeren als doorgeefluik om privékapitaal te verdoezelen of bedrijfswinsten naar belastingparadijzen door te sluizen.

Nederland is het grootste doorstroomland ter wereld, Amsterdam een van de belangrijkste internationale kapitaaltransfercentra. Op grond van de fiscale regelgeving, brievenbusfirma’s en trustkantoren concludeerde de ngo Tax Justice Network in 2021 dat Nederland het vierde belastingparadijs voor ondernemingen ter wereld is, na de Britse Maagdeneilanden, de Kaaimaneilanden en Bermuda. Na drie ex-Britse koloniën, tropische eilanden met palmstranden, is Nederland nummer 1.

Denkend aan Holland zie je brede geldstromen flitsend door oneindig laagland gaan, om de beroemde dichtregel van Hendrik Marsman te parafraseren.

Zelfbeeld aan diggelen

Nederland koestert traditioneel een zelfbeeld van degelijkheid en respectabiliteit op financieel gebied. Graaien, crises en schandalen – dat zijn zaken die zich afspelen in landen waar men olijfolie en knoflook gebruikt en het niet zo nauw neemt met de financiële moraal. Niet in deze aangeharkte polder met fatsoenlijke bestuurders, deugdzame ondernemers en prudente bankiers.

Natuurlijk, historisch gezien zijn Nederlanders niet vies van geld, mits godvruchtig verdiend, en spaarzaamheid geldt al eeuwen als een nationale deugd. De koopman en de dominee vormen niet voor niets de spreekwoordelijke twee-eenheid van het nationale karakter. Nederlanders letten op de kleintjes, laten de kost voor de baat uitgaan, geven een gulden maar één keer uit, draaien een dubbeltje drie keer om en wie voor een dubbeltje geboren is, wordt nooit een kwartje.

In de eerste decennia van de eenentwintigste eeuw bleek er iets mis met het nationale zelfbeeld van financiële deugdzaamheid.

Aan het begin van de coronapandemie wisten drie handige jongens een miljoenenwinst te behalen met de verkoop van mondkapjes aan het ministerie van Volksgezondheid. De voormalig bestuursvoorzitter van het kantoor van landsadvocaat Pels Rijcken verduisterde ongemerkt elf miljoen euro. Een voormalige partner van consultancyfirma McKinsey (later minister van Financiën en Buitenlandse Zaken) en een voormalig directielid van De Nederlandsche Bank (later voorzitter van de raad van commissarissen van ABN Amro) hadden geen morele bedenkingen bij een investering met een vriendenclubje op de Britse Maagdeneilanden. Schijnheilig verklaarden ze dat ze niet wisten dat de Maagdeneilanden een belastingparadijs waren.

De ING, de grootste bank van Nederland, kreeg van het Openbaar Ministerie een boete van 775 miljoen euro wegens nalatigheid bij de toetsing op witwassen, semi-staatsbank ABN Amro kreeg om dezelfde reden een boete van 480 miljoen. De verantwoordelijke bestuursvoorzitter van de ING, Ralph Hamers, vertrok uit Nederland om bij de Zwitserse vermogensbank UBS het vijfvoudige van zijn salaris bij de ING te verdienen. Het OM heeft vervolging tegen hem ingesteld op verdenking van feitelijk leiding geven aan strafbare feiten en onderzoekt of er juridische aanknopingspunten zijn om drie oud-bestuurders van ABN Amro strafrechtelijk te vervolgen. Twee van hen, Gerrit Zalm en Joop Wijn, zijn oud-bewindslieden.

Uitgekleed en opgesplitst

Wanneer begon het? Misschien in 2000 op het hoogtepunt van de internetgekte, toen World Online, het bedrijf van Nina Brink, onder gejuich naar de beurs ging en 150 duizend beleggers hun inleg verloren. In 2003 deed zich een boekhoudschandaal bij Ahold voor en een jaar later bleek dat de directeur van het Rotterdamse Havenbedrijf ongedekte garanties van 184 miljoen aan bevriend zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen had verstrekt.

Vanaf 2005 werd PCM, de uitgeverij van dagbladen en boeken die is voortgekomen uit het verzet tijdens de nazi-bezetting, leeggezogen door het Britse opkoopfonds Apax. Onder de ogen van de journalisten werd het krantenbedrijf uitgekleed, met instemming van bestuurders en hoofdredacteuren die er persoonlijk van profiteerden.

Het overnamegevecht om ABN Amro eindigde in 2007 toen brutale Schotten, onverschrokken Spanjaarden en listige Belgen de buit onderling verdeelden. Tussendoor ging vermogensbank Van der Hoop in Amsterdam failliet en maakte wonderbelegger René van den Berg furore op de tennisbanen van het Gooi met een onvervalst piramidespel.

Er speelden zich onthutsende gevallen van beleggingsfraude af. Bij Novacap Floralis, een termijnfonds in tulpenbollen, verloren beleggers 80 miljoen euro. Palm Invest, dat beweerde te beleggen in onroerend goed in Dubai, liet 30 miljoen van beleggers verdwijnen. De oprichters van Easy Life incasseerden 35 miljoen met nep-beleggingen in Amerikaanse levensverzekeringen van hiv-patiënten. Koopsompolissen die klanten bij gerespecteerde verzekeraars hadden afgesloten om van een belastingvoordeel te profiteren, bleken woekerpolissen. De beleggingsconstructies die Legio Lease als ‘winstverdriedubbelaar’ verkocht, leverden grote verliezen op voor klanten die door gewiekste reclamecampagnes waren verleid. In de vastgoedfraude bij het Bouwfonds figureerden honderdtwintig verdachten en claimden gedupeerde partijen 250 miljoen euro schade. 

In al deze gevallen ging het om financiële schandalen in de bovenwereld: witteboordencriminaliteit van eigen bodem.

Rottigheid in Wognum

In september 2008 werd Nederland meegesleurd in de wereldwijde financiële crisis. Die trof Nederland met zijn omvangrijke financiële sector ongemeen hard. Bezwerende uitspraken van premier Jan Peter Balkenende en minister van Financiën Wouter Bos dat de banken wel een stootje konden hebben en de crisis hooguit voor een dipje in de economische groei zou zorgen, sloegen de plank mis. Nederland beleefde de ernstigste economische crisis in tachtig jaar en de complete financiële sector stond op omvallen.

Icesave, een IJslandse internetspaarbank die pas vijf maanden in Nederland actief was, ging in september 2008 bankroet. 120 duizend Nederlandse spaarders hadden vertrouwd op de blauwe ogen van de IJslanders en het stempel van goedkeuring van toezichthouder De Nederlandsche Bank.

In nachtelijke onderhandelingen te Brussel nationaliseerde de staat de Nederlandse activiteiten van ABN Amro en Fortis, teneinde die te redden uit de ondergang van het Belgische moederbedrijf Fortis Holding. Nederland had ‘de gezonde onderdelen’ uit de failliete boedel gehaald, verzekerde minister Bos, geflankeerd door premier Balkenende en de president van De Nederlandsche Bank, Nout Wellink. Later bleek dat de nationalisatie de overheid 38 miljard had gekost. Ook andere financiële instellingen – Aegon, SNS Reaal en een autoleasebedrijf – gingen aan het staatsinfuus, de ING zelfs twee keer. 

Het Noord-Hollandse dorp Wognum was in 2009 het landelijke decor voor de ondergang van de DSB. De woekerbank van Dirk Scheringa ging bankroet na maanden van opgepimpte media-aandacht. Scheringa had zijn bank gebruikt als tapkast voor zijn hobby’s: een museum van realistische kunst in Opmeer, een voetbalclub en een schaatsteam in Alkmaar. Een poging van De Nederlandsche Bank tot een reddingsoperatie mislukte.

Wrakken bij laag water

In 2010 sloeg de financiële crisis om in een Europese valutacrisis: de spanningen in het eurostelsel liepen zo hoog op dat gevreesd werd voor het uiteenspatten van de eurozone. Nederland kreeg te maken met een crash in de huizenmarkt en verliezen op onroerendgoedprojecten. Vastgoedbeleggers ontdekten dat bij laag water de wrakken aan de oppervlakte komen.

Pensioenfondsen bleken niet de betrouwbare instellingen te zijn waarvoor werknemers ze hadden gehouden. Twee keer boekten ze beleggingsverliezen die zo omvangrijk waren, dat die zich volgens hun eigen modellen hooguit eens per eeuw konden voordoen. Gepensioneerden kregen kortingen op hun pensioenuitkeringen te verstouwen; inflatiecorrecties zijn daarna jarenlang achterwege gebleven.

Over Gerrit Zalm, de bejubelde langstzittende minister van Financiën uit de Nederlandse geschiedenis, verscheen een vernietigend rapport

Gevestigde reputaties gingen aan flarden. Presidenten van De Nederlandsche Bank genoten altijd een aureool van onaantastbaarheid. Nu kreeg Wellink bittere verwijten over het falende toezicht van de centrale bank. Tegen zijn wens werd zijn termijn in 2011 niet verlengd.

Over Gerrit Zalm, de bejubelde langstzittende minister van Financiën uit de Nederlandse geschiedenis, verscheen een vernietigend rapport van de curatoren van de DSB. Als kortstondig ‘hoofdeconoom’ van Scheringa’s bank was hij tekort geschoten bij de aanpak van de rottigheid in Wognum. In de jaren daarna, als bestuursvoorzitter van ABN Amro, liet hij de witwaspraktijken ongemoeid waarvoor het OM de staatsbank beboette. Het OM kondigde tevens aan te onderzoeken of Zalm strafrechtelijk kon worden vervolgd.

Nederland: pionier van het kapitalisme…

Nederland stond aan de wieg van het moderne financiële kapitalisme. Dat begon in Vlaanderen, in de zestiende eeuw de rijkste regio van Europa. De bankiers van Antwerpen beheersten de Europese geldmarkt. Ze waren pioniers op het gebied van leningen aan soevereine vorsten. Het begrip ‘beurs’ voor de marktplaats van geld is afgeleid van de naam van een herbergier in Brugge aan het begin van de vijftiende eeuw. Op het plein voor zijn kroeg bloeide de geldhandel en na gedane zaken namen de handelaren een pint bij Van den Beursen.

Na de val van Antwerpen in 1585 trokken veel Vlamingen naar de noordelijke Nederlanden. Daar werd in 1602 de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) opgericht, de eerste onderneming ter wereld met aandeelhouders als kapitaalverstrekkers. Dat schiep ruimte om risico’s te spreiden, winsten te delen en gedurfde reizen te ondernemen. De VOC gaf de aanzet tot het ontstaan van de eerste aandelenmarkt.

De VOC, de Wisselbank en de Beurs vormden de drie hoekstenen van een nieuw soort economie in de wereld: het handelskapitalisme

Het Amsterdamse stadsbestuur besloot tot een nieuw gebouw voor de handel in goederen en VOC-actiën (aandelen). In 1611 werd op het Rokin de eerste effectenbeurs in gebruik genomen, gemodelleerd naar de beurs van Antwerpen. Twee jaar eerder, in 1609, was de Amsterdamse Wisselbank opgericht, met het doel onderlinge verrekeningen tussen kooplieden te vergemakkelijken. De Wisselbank introduceerde een vaste rekeneenheid, de ‘bankgulden’, waarmee een einde kwam aan het geharrewar met een veelheid van munten die onderling in waarde verschilden. Het muntgeld van tweeduizend kooplieden en bankiers bewaarde de Wisselbank in de kelders van het Amsterdamse stadhuis op de Dam. 

Volgens de Britse economisch historicus Niall Ferguson vormden de VOC, de Wisselbank en de Beurs ‘de drie hoekstenen van een nieuw soort economie’ in de wereld: het handelskapitalisme. Deze drie-eenheid maakte het mogelijk dat Amsterdam vanaf het begin van de zeventiende eeuw uitgroeide tot het belangrijkste financiële centrum van de wereld. Die positie behield de stad tot het einde van de achttiende eeuw.

Door hun financiële innovaties werden de handelsbanken de aanjagers van de expansie van slavernijplantages

Op de Amsterdamse geld- en kapitaalmarkt financierden Europese vorsten hun oorlogen, paleizen, hofhoudingen, maîtresses, goederenhandel, veroveringen en expansieplannen. Handelsbanken verstrekten leningen aan plantage-eigenaren in de kolonies langs de ‘Wilde Kust’ van Zuid-Amerika en het Caribische gebied om slaafgemaakten voor hun koffie- en suikerplantages te kopen.

Door hun financiële innovaties werden de handelsbanken de aanjagers van de expansie van slavernijplantages in de tweede helft van de achttiende eeuw. In 1753 lanceerde Willem Gideon Deutz, bankier en burgemeester van Amsterdam, de eerste negotiaties. Het betrof leningen aan slavernijplantages in Suriname met hypotheken op de plantages en slaafgemaakten als onderpand. Bankier Abraham van Ketwich richtte in 1774 het eerste beleggingsfonds ter wereld op, Eendragt maakt Magt. Het fonds bestond uit een bundeling van negotiaties en kreeg massale navolging.

…en in schandalen

Nederland was ook de kraamkamer van financiële schandalen en crises in de wereld. Nederlandse bankiers ontwikkelden vernuftige financiële technieken die tot op de dag van vandaag gangbaar zijn. Bankiers pionierden met speculatie, boekhoudfraude en marktmanipulatie. In de financiële geschiedenis gaan boom en bust altijd samen.

In 1609, zeven jaar na de oprichting van de VOC, deed de eerste speculatie op een koersdaling zich voor. Isaac Lemaire, koopman en aandeelhouder in de VOC, verkocht VOC-aandelen op termijn, in de verwachting dat hij ze op het moment van levering tegen een lagere koers zou kunnen inkopen. Deze handel in blanco actien staat tegenwoordig bekend als short gaan.

De tulpenbollenhandel is een goed voorbeeld van termijnhandel die tegenwoordig als futures market bekend staat

Enkele decennia later brak in de Hollandse steden een speculatieve verdwazing uit die wereldberoemd is geworden: de tulpenbollenmanie van 1636-1637. Het was de eerste financiële ‘bubbel’, een kortstondige periode waarin prijzen tot absurde hoogtes stijgen en vervolgens in elkaar klappen. De tulpenbollenhandel is een goed voorbeeld van een termijnmarkt die tegenwoordig als futures market bekend staat.

Ook de eerste beurscrash in de financiële geschiedenis vond plaats in Amsterdam, in 1672 – het ‘rampjaar’ in de vaderlandse geschiedenis, toen de Republiek werd aangevallen door Engeland, Frankrijk en de bisschop van Münster, en de gebroeders De Witt in Den Haag werden vermoord. Op de beurs van Amsterdam kelderden de koersen met 53 procent.

De negotiaties die de Amsterdamse bankier Willem Gideon Deutz in 1753 op de markt bracht, obligatieleningen met gebundelde hypotheken als onderpand, staan tegenwoordig bekend als mortgage-backed securities, en het beleggingsfonds van Van Ketwich als collateralized debt obligations. Die speelden een sleutelrol in het ontstaan van de financiële crisis van 2008, toen de huizenprijzen in de Verenigde Staten instortten, het onderpand van hypotheken in waarde kelderde en banken omvielen. 

Ook de eerste beurscrash in de financiële geschiedenis vond plaats in Amsterdam, in 1672

Koning Willem I manipuleerde de overheidsfinanciën en plunderde de schatkist. Hij had een geheim fonds, het Amortisatiesyndicaat van 1822, dat buiten medeweten van het parlement en de ministers opereerde en waarover alleen de hij zeggenschap had. Hij profiteerde persoonlijk van de investeringen die het Amortisatiesyndicaat deed. Tegenwoordig zou dergelijk gedrag strafbaar zijn als handel met voorkennis.

Door de opgelopen staatsschuld onder Willem I kon Nederland in 1830 niet aan zijn renteverplichtingen voldoen. Het land stevende na zijn aftreden in 1840 op een bankroet af. 

Ook banken vielen geregeld om of kwamen in grote moeilijkheden. De Nederlandsche Bank werd kort na haar oprichting in 1814 gered door de weduwe Johanna Borski, die in de eerste helft van de negentiende eeuw de rijkste vrouw van Nederland was. De Nederlandsche Handel-Maatschappij redde ze zelfs tweemaal. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 was sprake van een bankrun die met de grootste moeite kon worden gestopt. De Amsterdamse beurs bleef ruim een half jaar gesloten, burgers hamsterden bankbiljetten en haastig werd nepgeld in omloop gebracht om de lonen te kunnen betalen.

In de jaren twintig ging de gerenommeerde Rotterdamse bank Marx & Co over de kop, benevens 26 kleinere banken. De Amsterdamse Bank-Associatie (1922), de Rotterdamsche Bank (1924) en (opnieuw) de Nederlandsche Handel-Maatschappij (1934) konden ternauwernood worden gered. Dat laatste kostte de machtige president-directeur van de NHM, Karel van Aalst, zijn baan.

De kleurrijkste bankier van het interbellum was Fritz Mannheimer, die in zijn eentje de Europese markten voor staatsleningen beheerste. De zwerftocht van zijn gigantische kunstcollectie – naar verluidt de grootste in zijn tijd in Nederland – vlak voor, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog is even ongelooflijk als fascinerend. Pas na 82 jaar kwam daaraan een eind toen het Rijksmuseum de porseleincollectie die na het faillissement van Mannheimers bank in 1939 in handen van de nazi’s was gevallen, in 2021 terug kocht.

Manies, paniek en crashes

Meestal bevinden financiële markten zich in rustig vaarwater, maar op gezette tijden raakt het evenwicht ontregeld. In een periode van euforie ontstaat een financiële bubbel van stijgende koersen of prijzen. Men is ervan overtuigd dat de opgaande lijn geen grenzen kent. Aan dat feest komt een eind als onverwachte gebeurtenissen voor instortende koersen, fraude en paniek zorgen. 

Elke financiële crisis is anders. Maar altijd worden ze gevoed door twee ingrediënten: een overvloed van geld op zoek naar rendement en, de keerzijde, een overmatige opbouw van schulden. Crediteuren en debiteuren – daar draait het om. Daarnaast spelen zelfoverschatting en een vluchtig geheugen een rol. This Time Is Different, de titel van een Amerikaanse studie naar de geschiedenis van financiële crises, vat samen waarom nieuwe generaties telkens denken dat de situatie nu niet te vergelijken is met vorige crises. Het feest eindigt in de Bermudadriehoek van risico, hebzucht en angst.

Dit boek gaat over financiële schandalen, zwendel, crises en crashes in Nederland vanaf de zeventiende eeuw tot heden, beschreven aan de hand van historische personages. De kroniek bevat bekende verhalen, zoals de tulpenbollengekte, maar ook vergeten episodes uit de nationale financiële geschiedenis.

Deze kroniek bevat geen conclusies, geen moralistische vermaningen, geen beleggingstips en ook geen voorspellingen van toekomstige financiële ontsporingen. Het zijn verhalen over Nederland als de Dagobert Duck van de wereld en als de trouwe bediende Joost van de Zuidas.