Gebruikt frituurvet is de afgelopen jaren gouden handel geworden vanwege het Europese duurzame brandstoffenbeleid waarin het gebruik van 'frituurdiesel' wordt beloond. Het resultaat: vanuit India en China gaan containers vol frituurvet richting Rotterdam.

Zes jaar geleden was het ophalen van gebruikt frituurvet voor restaurants nog een kostenpost. Een optie was om het door het toilet te spoelen, maar dat kon — naast een verstopping — ook een boete opleveren. De kostenpost voor afvalverwerking verschoof in 2010 echter naar de opbrengstkant van de verlies- en winstrekening. Dit door nieuwe wetgeving omtrent hernieuwbare brandstoffen die in 2010 werd ingevoerd. Wat bleek: biodiesel gemaakt van afgedankt frituurvet kreeg een status aparte ten opzichte van andere biodiesels gemaakt van bijvoorbeeld soja- of palmolie. Doel was om het gebruik van de meest duurzame biodiesels te stimuleren en het gebruik van de eerste generatie biodiesels gemaakt van landbouwgewassen zoals palmolie, te remmen. Zodoende kreeg biodiesel gemaakt van het restafval frituurvet een dubbeltellend karakter waardoor pomphouders maar de helft van hun normale bijmengverplichting hoefden in te vullen als ze kozen voor bijmenging met 'frituur-biodiesel'.

Het resultaat: een hogere vraag naar frituurdiesel en de bijbehorende biodieselprijs die sterk steeg. Het oude frituurvet kreeg daardoor ook opeens waarde. ‘Voor 2010 kregen we nog betaald voor het ophalen van frituurvet, maar door de dubbeltelling moeten we nu restaurants betalen om de tonnetjes op te komen halen en te verwerken tot biodiesel,’ zegt Bram van Santen, sales & marketing medewerker bij het bedrijf Simadan, dat is gelieerd aan de in Amsterdam gevestigde ophaaldienst Rotie. Rotie haalt met met 180 vrachtwagens dagelijks tonnen vet op, wat resulteert in circa 50 á 60 duizend ton frituurvet op jaarbasis.

Toenemende vetzucht

Het aandeel frituurvet in de Nederlandse transportmarkt is bijna verdriedubbeld ten opzichte van 2011

De vraag naar de dubbeltellende frituurdiesel zit al jaren in de lift. Uit het meest recente rapport van de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) blijkt dat de Nederlandse transportmarkt in steeds grotere mate gebruik maakt van biodiesel die is gemaakt van afgedankt frituurvet — de zogeheten used cooking oil (UCO). In het brede gamma aan biobrandstoffen, gemaakt van bijvoorbeeld sojaolie, palmolie, suikerbiet en mais, blijkt frituurvet het populairst te zijn. Het aandeel daarvan bedroeg in de laatst bekende cijfers 30,6 procent in 2014. Dat is bijna een verdriedubbeling ten opzichte van 2011.

Uit het rapport van de NEa blijkt dat de vraag naar de frituur-biodiesel sterk toeneemt en een veel prominentere plek inneemt dan bijvoorbeeld de omstreden palmolie (1,3 procent aandeel in 2014), waarbij milieu- en natuurclubs zich zorgen maken over de daarmee gepaard gaande ontbossing en — zoals nu op televisiespotjes te zien — het uitsterven van de orang-oetan.

 

 

Vette handel

Door het Nederlandse beleid van dubbeltelling ligt de marktprijs van een ton frituur-diesel (UCOME) zo’n 150 dollar hoger dan een gewone enkeltellende biodiesel gemaakt van bijvoorbeeld koolzaad. De dubbeltelling leidt ertoe dat Nederland, samen met de andere EU-landen Duitsland, Verenigd Koninkrijk en Italië, een vetput van Europa is geworden. De vraag naar afgedankt frituurvet is groter dan het aanbod — zegmaar de maximale hoeveelheid die Rotie en haar concurrenten jaarlijks kan ophalen.

Het importeren van gebruikte frituurolie is worldwide business geworden

Het leidt nu al tot een schaarste dat moet worden aangevuld door de import van afgedankt frituurvet. De NEa constateerde dat de grondstof in 2014 uit meer dan 50 landen naar Nederland werd getransporteerd. In een rapport van onderzoeksbureau CE Delft kwam naar voren dat in 2013 slechts eenvijfde van de used cooking oil uit Nederland kwam. Het importeren van gebruikte frituurolie is worldwide business geworden.

‘De markt is Europa, want daar is er vanwege wetgeving een incentive om biodiesel-feedstock [grondstoffen, red] zoals soja, frituurvet, canola en koolzaad hierheen te halen om biobrandstof van te maken. De ene keer is soja de 'flavour of the month', nu is het used cooking oil,’ zegt Van Santen, die aangeeft dat de importvolumes afhangen van de euro-dollar koers. ‘Vorig jaar hebben we tot november niks aan UCO geïmporteerd, want we kregen het niet rond vanwege de hoge dollarkoers. Dan daalt het aanbod van dubbeltellende biodiesel op basis van frituurvet en schakelt men over op enkeltellende biodiesel van bijvoorbeeld raapzaad of palm.’ Van Santen ziet echter nog groeimogelijkheden in EU-landen om minder afhankelijk te worden van verre import. ‘Als je kijkt naar landen als Frankrijk, Spanje, de UK, Noorwegen, Zweden en Italië dan zie je dat zij nog geen goed systeem waar frituurvet wordt gecollecteerd en opgehaald.’

Eerste en tweede generatie biobrandstoffen

De eerste generatie biodiesel wordt gemaakt uit sojaolie (vooral uit de Verenigde Staten en Argentinië); zonnebloemolie en koolzaadolie (vooral uit Europa) en palmolie (vooral afkomstig uit Indonesië en Maleisië). De brandstof ethanol wordt gemaakt uit suikerriet, suikerbiet, maïs en granen. De duurzaamheid van deze eerste generatie biobrandstoffen staat steeds meer ter discussie, want de productie ervan leidt tot ontbossing en voedselschaarste vanwege de overlap tussen voedselmarkt en energiemarkt.

De nieuwe generatie geavanceerde biobrandstoffen kent deze nadelen niet, want deze worden gemaakt van afval zoals gebruikt frituurvet of dierlijke vetten. In navolging van de Europese richtlijn Renewable Energy Directive (2009) is Nederland overgestapt op een beleid waar biobrandstoffen geproduceerd uit biomassa dubbeltellen als ze niet hoogwaardiger kunnen worden toegepast. Zo kan palmolie bijvoorbeeld hoogwaardiger worden gebruikt in de voedingsindustrie, terwijl afgedankt frituurvet enkel nog als brandstof kan dienen. Door de dubbeltelling kan een pomphouder ervoor kiezen om zijn gewone diesel (te laten) bijmengen met 5 procent biodiesel (B5) maar hij kan ook aan zijn verplichting voldoen om een blend te gebruiken waar gewone diesel met 2,5 procent geavanceerde (dus dubbeltellende) biodiesel is gemengd. Het nadeel van de lagere bijmengverplichting is echter dat er daardoor relatief veel fossiele brandstof in het mengsel zit. Het zeer duurzame karakter van de geavanceerde biobrandstof wordt dan sterk afgezwakt.

De waarde van biobrandstoffen is gebaseerd op certificaten, die moeten aangeven hoe duurzaam een lading biobrandstof is. De meest bekende internationale certificering betreft International Sustainability & Carbon Certification (ISCC) die is afgestemd op de geldende Europese richtlijn. Voor biomassa is er dan nog het certificeringsysteem REDcert en specifieke biobrandstofsoort kennen ook weer certificeringen zoals Bonsucro voor suikerriet-ethanol en RSPO voor palmolie.

Lees verder Inklappen

Binnenslepen

De tekorten worden ook aangevuld uit landen als India, Zuid-Amerika en China. ‘Deze week halen we 38 containers binnen met ieder 20 ton frituurvet uit China,’ zegt een frituurvet-handelaar bij Van der Kooy Pijnacker bv die als tussenhandelaar het frituurvet importeert en vervolgens schoonmaakt om het als grondstof door te verkopen aan biodieselfabrieken. Het halffabricaat — de grondstof voor biodiesel — levert volgens de trader ongeveer 615 dollar per ton op. ‘Vorig jaar hebben we 200 containers binnengehaald en ik verwacht dat het dit jaar groeit naar 400 containers. Door de stijgende vraag gaan we ook voorzichtig uit van een paar procenten prijsstijging,’ aldus de handelaar, die meer vraag verwacht doordat ook landen als Spanje en Polen overgaan op een dubbeltellend beleid. Kortom, nieuw afzetmarkten. ‘De afnamevraag naar UCO blijft stijgen, maar het is meer de kunst om de toestroom te organiseren en dan moeten we verder kijken naar import buiten Europa. Het vinden van UCO is niet lastig, maar door toenemende vraag in Europa wordt het wel steeds lastiger om het voor een goede prijs te vinden.’

Alibaba heeft alles?

De Europese interesse naar afgedankt frituurvet is inmiddels ook opgemerkt op de Chinese marktplaats Alibaba, het warenhuis van de wereld. Daar zijn talloze advertenties te vinden waar grote partijen used cooking oil worden aangeboden. Het zijn regelmatig serieuze volumes die bijvoorbeeld oplopen tot 3000 duizend ton frituurvet in de Chinese haven van Tianjin.

Zeker in onze tak van sport is alles uit China per definitie onbetrouwbaar

De handelaar van Van der Kooy is echter argwanend. ‘Zeker in onze tak van sport is alles uit China per definitie onbetrouwbaar,’ aldus de handelaar, die in het verleden leergeld heeft betaald. ‘Wij hebben weleens meegemaakt dat er bij aflevering van drie containers uit China, in totaal 60 ton, enkel de toplaag olie was en daaronder water zat. Van de Chinese leverancier hoor je dan opeens niks meer.’ Van der Kooij Pijnacker importeert niet meer rechtstreeks uit China, ze schakelen een lokale makelaar in die de Chinese partij kan controleren en het handelsrisico op zich durft te nemen. ‘We maken daardoor een minder grote marge maar de risico’s zijn te groot.’

Van Santen schuwt ook Alibaba. ‘Eens in de zoveel tijd is er weer een hausse aan mensen die UCO kunnen verkopen. Je moet dan eerst betalen om daarna duizenden tonnen geleverd te krijgen. Dat doen wij niet, want de kans is groot dat het een scam is en je niks geleverd krijgt. Hoe mooi de certificaten ook zijn die ze opsturen, in het verleden zijn stempels en analysedocumenten vervalst. Iedereen in de markt heeft dat weleens gehad.’

Frauderen met palmolie

In een rapport van de denktank Arup URS Consortium (2014) wordt gewaarschuwd voor fraude met used cooking oil. ‘Een grotere bijdrage van gebruikt frituurvet aan brandstofproductie is alleen mogelijk door import uit Azië. Dat kan fraude uitlokken; het labelen van nieuwe Indonesische palmolie als ‘used cooking oil’ verhoogt de prijs ervan met 5 tot 20 procent.’ Oftewel, er wordt gewaarschuwd dat verse Indonesische palmolie wordt ‘omgekat’ naar used cooking oil. De rationale: het label 'gebruikt frituurvet' is waardevoller, want er kan relatief dure dubbeltellende biodiesel van gemaakt worden.

Van der Kooy erkent dat het lastig is om te controleren. ‘De garantiesticker met daarop 'dit is gebruikt frituurolie' bestaat niet dus het is mogelijk. Maar schone palmolie is duurder dus het rekent zich niet uit om schone palmolie te gebruiken. Van Santen: ‘In theorie kun je een ton palmolie pakken en gooi er een druppel cooking oil in, dan is het allemaal used cooking oil. In het begin was er geen certificering, maar inmiddels moet UCO ook gecertificeerd worden van oorsprong tot de uiteindelijke biodiesel. Het maakt fraude lastiger, want je moet een ISCC-certificaat laten zien, een waste transfer rapport en de bonnetjes van het restaurant laten zien. Daarnaast is palmolie nu duurder dan UCO dus het komt niet uit.’

Lees verder Inklappen

Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

Over de auteur

Dennis Mijnheer

Gevolgd door 1649 leden

Ontspoorde bedrijfskundige die alles wil weten van mannen en vrouwen met witte boorden. Tags: fraude, witwassen, omkoping.

Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
Annuleren
Dit artikel zit in het dossier

Internationale grondstoffenhandel

Gevolgd door 641 leden

De internationale grondstoffenhandel is een miljardenbusiness. Grote spelers als handelsmaatschappijen, oliebedrijven, banken...

Volg dossier