Nederland, let op uw saeck!

1 Connectie

Werkvelden

Economie

Eurokritisch denken is niet meer enkel voorbehouden aan rechtse populisten. Columnist en Eerste Kamerlid Kees de Lange pleit voor een open discussie over de toekomst van de euro. Net als in Duitsland.

Op 19 november 2013 was het weer zo ver. De leden van de Eerste Kamer namen deel aan het jaarlijkse ritueel van de Algemene Financiële Beschouwingen. De ervaring leert dat de wereld, of zelfs Nederland, door zo’n debat niet ingrijpend zullen veranderen. En als er al van een debat gesproken kon worden, dan was de zaak vooraf toch wel heel erg dichtgetimmerd door een kongsi gevormd in achterkamertjes door de regeringspartijen met een nogal bont politiek gezelschap dat zich graag ‘de constructieve oppositie’ noemt. Diezelfde partijen die zich met een zekere misplaatste trots zo noemen, hebben de goede reputatie van de Eerste Kamer overigens bepaald geen goed gedaan door te suggereren dat een regering die onderhandelt met fracties in de Tweede Kamer zich daarbij automatisch van meerderheden in de Eerste Kamer verzekerd kan weten. Daardoor dragen deze fracties willens en wetens bij aan de gedachte dat de Eerste Kamer slecht een manipuleerbaar verlengstukje is van de Tweede Kamer, en daarmee in feite overbodig. Dat is dan wel de hoge prijs van hun politieke opportunisme.

Kruimelwerk

Ik heb me speciaal gericht op de hoofdlijnen van het financieel beleid van de huidige regering. Dat beleid wordt vooral ingegeven door een tweetal uitgangspunten, namelijk dat de Europese eenheidsmunt tot elke prijs behouden moet blijven, en dat de Brusselse begrotingspaus Olli Rehn het laatste woord over de Nederlandse begroting heeft. Voor 2014 moet dit leiden tot nieuwe bezuinigingen van zes miljard euro. Op beide uitgangspunten valt het nodige af te dingen. Aan de regeringspartijen en de constructieve oppositie is dat allemaal niet besteed. Hun onderlinge overleg ging helemaal niet over de hoofdlijnen van beleid, maar over kruimelwerk.
Een broodnodige discussie over de echte problemen van dit land werd behendig omzeild.
Door hun respectievelijke achterbannen hier en daar wat onbetekenende maar kennelijk smakelijke brokjes toe te werpen, werd een broodnodige discussie over de echte problemen van dit land behendig omzeild. Dat de economie met verder bezuinigingsbeleid bepaald niet gediend is, en dat de euro naar de mening van steeds meer toonaangevende wetenschappers eerder het probleem dan de oplossing is, de regering en hun zelfgekozen slippendragers zul je er niet over horen. Dat het huidige beleid vooral leidt tot stagnatie en frustratie, de nieuwe gedoogcoalitie doet er het zwijgen toe. Niettemin scoor je zo wel in de peilingen. Hoewel politiek de kunst is van het masseren en waar mogelijk het maskeren van de feiten, lijkt het toch verstandig om een betoog zo veel mogelijk te baseren op heldere en voor iedereen controleerbare zaken. Daarna kunnen diezelfde feiten natuurlijk ontkend worden, maar dat zien we dan wel weer. Laten we beginnen met het bezuinigingsbeleid, om daarna het beleid rond de euro aan de orde te stellen.

Schulden maken om te investeren

Bezuinigen moet, althans als we Olli Rehn mogen geloven. De bijbehorende mantra is altijd dat we niet meer kunnen uitgeven dan er binnenkomt. Tot op zekere hoogte is dat natuurlijk ook waar. We kunnen niet blijvend, ik herhaal blijvend, meer besteden dan we verdienen. Toch is er iets merkwaardigs aan de hand. De door de VVD zo veelvuldig geprezen klasse van ondernemers, de door hen zo bejubelde steunpilaren en redders van onze samenleving, kunnen hun functie in de maatschappij alleen maar uitoefenen door economisch zinvolle plannen te maken en daarvoor leningen aan te gaan. Leningen aangaan en schulden maken is dus de essentie van ondernemerschap. Er is dan ook niets mis met het maken  van schulden, mits in het kader van een heldere visie en als investering in een toekomst. Ook voor een individuele huiseigenaar is het heel rationeel om een lening aan te gaan ten einde zijn huis te isoleren. Voor de overheid is het niet anders. Schulden maken uitsluitend om consumptie te bevorderen, lijkt een weinig verstandige manier van doen. Echter, schulden zijn geen probleem, zolang er een verstandige toekomstvisie aan ten grondslag ligt, en al zeker niet als ze aangegaan worden om op de juiste terreinen economische groei te stimuleren. Schulden aangaan als investering in een betere toekomst voor onze samenleving is bepaald niet onverstandig, maar vooral een kenmerk van goed beleid dat stoelt op een visie. En naar mijn mening is visie toch echt iets anders dan die olifant in de kamer die ons het uitzicht beneemt.
Dat investeren de te verkiezen uitweg uit de crisis is, wordt nu door de grote meerderheid van financiële deskundigen onderschreven.
Dat investeren, meer dan een star bezuinigingsbeleid dat vooral burgers en bedrijven treft en de werkloosheid aanjaagt, de te verkiezen uitweg uit de crisis is, wordt nu toch wel door de grote meerderheid van financiële deskundigen onderschreven. Om dan het cijfer van 3% heilig te verklaren, is een vorm van cijferfetisjisme die nergens op slaat. Om onze eigen zelfstandige beleidsvrijheid op dit punt uit handen te geven aan een Commissie van niet democratisch gekozen bureaucraten in Brussel is een betreurenswaardige fout uit het verleden die niet snel genoeg geredresseerd kan worden. Ons Schip van Staat is helaas verworden tot een stuurloos voortdobberend schuitje dat ook nog eens met langdurige windstilte te maken heeft. En de grote roerganger en zijn bemanning slapen.

Het Europese 3% fetisjisme

Nederland zelf draagt overigens een grote verantwoordelijkheid voor het Europese 3% fetisjisme waar we nu zelf onder lijden. Jarenlang anderen de budgettaire les lezen, en een Minister van Financiën die tegelijkertijd voorzitter van de Eurogroep is, zijn niet de goede ingrediënten om de belangen van ons land optimaal te dienen. Bovendien kunnen de problemen van Nederland niet los gezien worden van de illusie dat de euro als eenheidsmunt zou leiden tot een stabiele monetaire unie van landen met zeer aanzienlijke verschillen in concurrentiekracht en heel diverse stadia van economische ontwikkeling. Door het tegen beter weten in en het tot elke prijs in stand willen houden van deze eenheidsmunt, heeft Nederland zich voor enorme bedragen garant gesteld door bijdragen en toezeggingen aan allerlei noodfondsen. De Europese noodfondsen, de garanties die Nederland daaraan verleent, en de risico’s wij daarbij lopen, zijn een aparte beschouwing waard. In een rapport van 27 september 2013 gaat de Algemene Rekenkamer in op de financiële risico’s voor Nederland bij internationale garanties. Het gaat dan om de Europese schulden- en bankencrisis. De door Nederland verstrekte garanties en deelnemingen van ons land zijn vertienvoudigd, van zo’n 18,5 miljard euro in 2008 tot 201 miljard euro in 2013, overeenkomend met een derde van ons bruto nationaal product. Het tijdelijke noodfonds ESFS rondt sinds 1 juli 2013 alleen nog eerder aangegane verplichtingen af. Nederland heeft hiervoor in 2013 een garantieverplichting van 50 miljard euro. Het permanente noodfonds ESM heeft nu de rol van het ESFS overgenomen. Nederland staat hier voor 40 miljard euro garant. Het aardige van garantiestellingen is natuurlijk dat pas als er uitgekeerd moet worden er feitelijke uitgaven op de balans verschijnen. Tot die tijd kan alleen gesproken worden over de risico’s.
Bij een verdieping van een crisis veranderen anticorrelaties tussen risico’s  in correlaties en dan zijn de rapen gaar.
En dat brengt ons meteen bij een uiterst zorgelijk aspect dat door de Algemene Rekenkamer helder uiteengezet wordt: de risico’s zijn verre van inzichtelijk. Nu wordt door beleidsmakers graag betoogd dat er een zekere mate van anticorrelatie tussen de aangegane risico’s aanwezig is die maakt dat alle garanties niet tegelijk aangesproken zullen hoeven te worden. Wellicht is dat het geval in een situatie die min of meer in evenwicht is. Echter, bij een herhaling of verdieping van een crisis is het doorgaans kenmerkend dat anticorrelaties tussen risico’s veranderen in correlaties. En dan zijn de rapen natuurlijk gaar. De Algemene Rekenkamer gaat terecht in op de verwevenheid van risico’s onder dergelijke omstandigheden, maar is niet in staat die effecten te kwantificeren. Zorgwekkend.

Takenpakket van ECB wordt opgerekt

Ook de rol van de Europese Centrale Bank mag niet onbelicht blijven. Onder Mario Draghi gaan de activiteiten het beperkte mandaat van het garanderen van prijsstabiliteit in Europa ver te boven. Het invoeren van niet-reguliere monetaire beleidsinstrumenten zoals het op grote schaal opkopen van staatsobligaties van zieltogende Europese landen is slechts een onderdeel van het ‘nieuwe beleid’. Dit beleid heeft geleid tot een extreem lage rente - onlangs opnieuw verlaagd tot 0,25% - die nu al heel lang duurt en waarschijnlijk nog veel langer zal duren. Dit leidt tot enorme schade voor bijvoorbeeld de Nederlandse pensioenfondsen. Momenteel is zelfs de dreiging van deflatie een reden tot bezorgdheid, waardoor het Japanse voorbeeld van decennialange stagnatie ook in Europa actueel wordt. De ECB gaat zich ook met steeds meer zaken bezighouden, waarbij op dit moment vooral het ontwikkelen van een internationaal bankentoezicht in het oog springt. Reeds eerder is ongeveer 100 miljard euro ESM-geld ingezet om Spanje in staat te stellen garanties aan wankelende Spaanse banken te verstrekken. Daarnaast worden voorbereidingen getroffen voor een bankenunie en een Europees depositogarantiestelsel. De te verwachten kosten en wie daar voor opdraait, behoren tot de best bewaarde geheimen van de EU. Mijn zorgen worden bepaald niet kleiner als we zien hoe weinig vat Nederland zelf al vele jaren heeft op de eigen financiële sector en hoe falend toezicht van een machteloze DNB zelfs regelrechte fraude jarenlang niet boven water krijgt. Bovendien blijft na ontdekking die fraude grotendeels straffeloos. Je hoeft niet per se een cynicus te zijn om je af te vragen op welke gronden de Nederlandse bevolking nu opeens zou moeten geloven waarom een hoofdrol van de ECB hierin verbetering zou brengen.

Debat over Euro broodnodig

Ten aanzien van het spreken over de europroblematiek lijken we eindelijk het kantelpunt voorbij. Waar een debat over de euro nog niet zo lang geleden in Nederland een ‘no go area’ was, is nu eindelijk een serieuze discussie op gang gekomen. Waar kritiek op het Europese monetaire beleid tot voor kort nog kon worden afgedaan als rancuneuze uitingen van rechtspopulisten, partijen in de extreemrechtse hoek, ultranationalisten, economische onbenullen of hoe de negatieve kwalificaties maar mochten luiden, is het tij aardig gekeerd. Dat het plakken van simplistische labeltjes op nieuwe ideeën vaak minder intellectuele inspanning eist dan het zelfstandig nadenken over problemen en hun oplossingen, is een gegeven. Dat door het eindeloos voortduren van de crisis bij veel mensen de ogen geopend zijn, is bemoedigend. Dat de gedachte dat ‘one size fits all’ niet houdbaar is en dat de euro als eenheidsmunt alleen kan voortbestaan indien in Europa een politieke transferunie tot stand komt, waarbij voor zeer lange tijd middelen van de rijkere naar de armere landen worden overgeheveld, begint eindelijk tot een breed publiek door te dringen. Dat dit alleen mogelijk is door op grote schaal nationale bevoegdheden over te dragen aan een federaal Europa, wordt inderdaad ook steeds breder beseft en bovendien als uitermate ongewenst beoordeeld. Wat opvalt is dat nu eindelijk ook in Nederland mensen als Frits Bolkestein, toch een onbetwiste goeroe en zelfs filosoof in VVD kringen, luid en duidelijk beweren dat de euro niet houdbaar is en dat een Europese politieke unie door de nationale bevolkingen niet gewenst wordt, en daarom onhaalbaar is. Dat geluid is weliswaar niet nieuw, maar wat wel nieuw is, is dat het geuit wordt door lieden die men doorgaans niet zo makkelijk het stigma van ultranationalist of extremist kan opplakken. Vermakelijk in dit verband was de uitspraak van Tweede Kamerlid Mark Verheijen, woordvoerder voor Europese Zaken van de VVD, dat de euronaïeve Guy Verhofstadt, nota bene voorzitter van de fractie in het Europese parlement waar ook de VVD en D66 deel van uitmaken, gevaarlijker voor de Europese zaak was dan het Franse Front National. Dat hij later zijn woorden, kennelijk onder druk van de premier in eigen persoon, moest inslikken,  doet niets af aan het feit dat hij de uitspraken wel degelijk gedaan heeft.
Volgens Alan Greenspan kan de euro alleen behouden worden indien Europa omgevormd wordt tot politieke unie.
We moeten concluderen dat euronaïviteit niet langer vanzelfsprekend of zelfs ‘bon ton’ is in Nederland. Mijn fractie beoordeelt dat als voorzichtige vooruitgang. Onlangs betoogde ook Alan Greenspan, voormalig hoofd van de Federal Reserve in de Verenigde Staten, en iemand die ook niet al te gemakkelijk als extremist te betitelen valt,  in een interview in ‘Die Welt am Sontag’ dat de euro als eenheidsmunt alleen behouden kan blijven, indien Europa op korte termijn omgevormd zou worden tot een politieke unie. En gelukkig is de weerstand tegen die federale fictie Europa-breed enorm groot. Er gloort dus hoop, zij het niet ten aanzien van de opstelling van dit kabinet.

Debat in Duitsland over euro leeft

Wat het voeren van een rationeel debat over de euro betreft zou ons land een voorbeeld kunnen nemen aan een land als Duitsland. Toonaangevende economen zoals Hans-Werner Sinn, hoogleraar aan Universität München en President van het ‘Ifo Institut für Wirtschaftforschung’, zoals Markus  Kerber, hoogleraar aan de Technische Universität Berlin en stichter van de denktank ‘Europolis’ aldaar, zoals Hans-Olaf Henkel, emeritus hoogleraar aan Universität Mannheim, zoals Dr. Michael Vogelsang, hoofdeconoom bij BVMW, het Duitse equivalent van MKB Nederland, al deze mensen staan buitengewoon kritisch ten opzichte van het failliete monetaire beleid in de eurozone.  Meer dan dat, zij staan vooraan in het publieke debat en komen met nieuwe ideeën en mogelijke oplossingen. In Nederland is het eigenlijk alleen André ten Dam die zijn Matheo Solution propageert. Om al deze mensen weg te zetten als luchtfietsers die niet weten waar ze het over hebben, is wellicht wat kort door de bocht. Gelukkig doen de Europese Commissie en het Europese Parlement er zelf alles aan om de eigen federalistische vooroordelen over hoe een toekomstig Europa eruit zou moeten zien onderuit te halen. De Europese Commissie gaat nu onderzoek doen naar Duitsland. Dit land is economisch zo sterk, dat het door Zuid-Europa als een regelrechte bedreiging wordt gezien. De normale reactie zou natuurlijk moeten zijn dat men probeert minder goed functionerende landen te stimuleren om zich op te werken naar het niveau van Duitsland. De oplossing waar Europa voor kiest om al te grote economische verschillen te vereffenen, is curieus genoeg een poging om sterke landen te degraderen naar het niveau van de zwakke. Voorzitter Martin Schulz en vicevoorzitter Othmar Karas van het Europese Parlement gaan bij voortduring ongegeneerd de boer op om een federaal Europa te propageren. Dat het Europese Parlement dat mandaat helemaal niet heeft, schijnt de heren niet te deren. Hun enige drijfveer lijkt de eventuele opwaardering van de eigen positie. Nederland, let op uw saeck!
Een economische monetaire unie met de euro als eenheidsmunt is in de afgelopen periode onwerkbaar gebleken.
Een paar opmerkingen tot besluit. Veel Nederlanders staan positief ten opzichte van een Europa waar met de eigen soevereiniteit en de eigen cultuur als uitgangspunt deelnemende landen vrijwillig hun economische samenwerking optimaliseren en waar mogelijk tolbarrières slechten. Zelf meen ik dat een economische monetaire unie met de euro als eenheidsmunt in de afgelopen periode onwerkbaar is gebleken. Tenslotte ben ik van mening dat de discussie over het inrichten van een nieuw monetair systeem in Europa eindelijk publiekelijk gevoerd dient te worden, teneinde creatieve oplossingen tot stand te brengen. Een dergelijk proces is natuurlijk niet zonder problemen of zonder kosten, maar zeker te verkiezen boven het op ondemocratische wijze doordrammen van een politieke unie en een fictief federaal Europa waar de tijd niet rijp voor is, en binnen afzienbare tijd ook zeker niet zal worden. Realiteitszin valt altijd te verkiezen boven naïviteit.
Kees de Lange
Kees de Lange
Gevolgd door 4 leden