Nederland telt steeds meer fiscale vluchtelingen

    De strijd tussen staten om multinationals te paaien met gunstige belastingvoorwaarden heeft veel weg van de bewapeningswedloop uit de Koude Oorlog, schrijven gastauteurs S. de Beter en Rob Baard. Nederland doet volop aan dit spel mee, en kent ook de nodige brievenbusfirma’s van eigen bodem. Een verkennend onderzoek van de auteurs geeft meer inzicht in de omvang van belastingontwijking via ons land.

    Belastingontduiking en -ontwijking staan de laatste jaren flink in de belangstelling, vooral sinds de publicatie van Lux Leaks en de Panama Papers. Naast Luxemburg en Panama — en vele andere kleine belastingparadijzen — wordt Nederland vaak genoemd als een ideale plek voor buitenlandse bedrijven die ‘fiscale problemen hebben’. Lees: die minder belasting willen betalen.

    Dat Nederland deze ‘fiscale vluchtelingen’ met open armen ontvangt — wat een contrast met politieke of economische vluchtelingen! — is iets waar de Nederlandse overheid in eigen land niet mee te koop loopt. Hoewel dit in de Nederlandse ambassades niet onder stoelen of banken wordt gestoken, praten ze in Den Haag liever over de extra werkgelegenheid die buitenlandse bedrijven in Nederland creëren.

    Nationale koek

    We moeten dus onderscheid maken tussen fiscale en productieve bedrijven. In de laatste categorie gaat het om fysieke vestigingen waar mensen en machines aan het werk zijn om goederen en diensten te produceren. Fiscale bedrijven zijn brievenbusfirma’s waar selectief bepaalde schulden en bezittingen of inkomsten en uitgaven zijn ondergebracht. In deze juridische eenheden werken geen mensen, hoogstens iemand van een trustkantoor. De productieve bedrijven zijn over heel Nederland verspreid, de fiscale bedrijven concentreren zich vooral in Amsterdam, met name op en rond de Zuidas.

    Eigenlijk weten we nog niet zoveel over de economische impact van brievenbusfirma’s

    Voornamelijk rechtse economen spreken vaak over het produceren versus het verdelen van de ‘nationale koek’. Zij komen dan met de stelling dat de koek eerst gemaakt moet worden — door het bedrijfsleven — alvorens deze verdeeld kan worden ten behoeve van uitkeringen en ‘linkse hobby’s’. De werkelijkheid is een tikkeltje anders. Het bedrijfsleven bevat namelijk naast productieve bedrijven — die samen de nationale koek maken — ook juridische eenheden die louter om fiscale redenen zijn opgericht. Die voegen in Nederland geen waarde toe, maar verdelen de reeds gecreëerde waarde op een andere manier: door de belastingafdracht zo laag mogelijk te houden. Herverdeling van het mondiale inkomen dus, maar dan ten gunste van de winsten en de ‘rechtse hobby’s’.

    Eigenlijk weten we nog niet zoveel over de economische impact van brievenbusfirma’s. Meestal wordt gerefereerd aan het rapport dat de Stichting Economisch Onderzoek (SEO) in 2013 opstelde in opdracht van de publiek-private lobbyclub Holland Financial Centre.

    Dit SEO-onderzoek, waarover straks meer, bevat alleen cijfers over 2010 en is dus een momentopname. Bovendien schenkt het geen aandacht aan de verhouding tussen fiscale en productieve bedrijven en beperkt het zich tot ‘fiscale vluchtelingen’ uit het buitenland. Brievenbusfirma’s die door Nederlandse concerns in eigen land zijn opgericht, blijven dus buiten beschouwing. Wij hebben zelf getracht deze lacunes zoveel mogelijk te ondervangen door het doen van een pilotstudie over de periode 2008-2014 (zie kader).

    Oprukkende fiscalisering

    De belangrijkste uitkomst is dat de in Nederland gevestigde internationale concerns — zowel van binnen- als buitenlandse signatuur — meer fiscale dochters dan productieve dochters bezitten, en dat in toenemende mate. Fiscale dochters zijn gedefinieerd als juridische eenheden met nul of één werknemer, terwijl productieve vestigingen minimaal zes werknemers in dienst hebben. Dit is een strenge maatstaf, want soms worden alle juridische eenheden met minder dan zes werknemers als brievenbusfirma gezien.

    Het maakt veel verschil uit welk land de ondernemingen afkomstig zijn. In 2014 lag bij Amerikaanse en Britse ondernemingen het aandeel fiscale eenheden op respectievelijk 63 en 69 procent, veel hoger dan bij Japanse en Duitse ondernemingen met respectievelijk 50 en 41 procent. Maar de onderlinge verschillen zijn na 2008 wel kleiner geworden.

    We kunnen spreken van een toename van de fiscaliseringsgraad

    Gemiddeld is het aantal juridische eenheden per concern gestegen van 5,8 naar 6,6 in de periode 2008-2014. Deze groei komt vooral voor rekening van de fiscale eenheden: een toename van 42 procent, tegenover ongeveer 10 procent bij de productieve bedrijven. We kunnen daarom spreken van een toename van de fiscaliseringsgraad.

    Van eigen bodem

    Multinationals van Nederlandse signatuur, die ongeveer een kwart van de onderzoekspopulatie vormen, lijken het meest op hun Angelsaksische equivalenten: hun fiscaliseringsgraad is gestegen van 58 naar 60 procent in de periode 2008-2014, terwijl het aandeel productieve eenheden daalde van 27 naar 25 procent. De tussencategorie — met twee tot vijf werknemers — bleef onveranderd op 14 procent.

    Dat Nederlandse ondernemingen ook in eigen land op grote schaal gebruik maken van brievenbusfirma’s — een aspect dat in het SEO-onderzoek helemaal buiten beschouwing blijft — wordt nog pregnanter als we kijken naar het aandeel van de ondernemingen die in Nederland uitsluitend fiscale eenheden in bezit hebben. Bij Nederlandse concerns is dat aandeel bijna een kwart, bij hun buitenlandse collega’s 13 procent. Ook als we kijken naar het aandeel van ondernemingen die in Nederland louter productieve bedrijven onder hun hoede hebben, zien we een groot verschil tussen Nederlandse en buitenlandse concerns: 6 tegenover 18 procent. Dit wijst erop dat betrekkelijk veel Nederlandse ondernemingen hun productieve activiteiten in het buitenland hebben ondergebracht en ze de Nederlandse onderdelen alleen gebruiken voor financiële en fiscale transacties.


    "Wat Rotterdam is voor de handelsstromen, is de Zuidas voor de kapitaalstromen"

    Moeten we hieruit de conclusie trekken dat Nederland een belastingparadijs is? Niet in de zin dat alleen buitenlandse ondernemers van ons belastingregime profiteren. Ons eigen bedrijfsleven laat zich ook niet onbetuigd. Ook kun je niet zeggen dat ons land een van de vele eindstations is waar multinationals neerstrijken om op concernniveau de minste belasting te betalen. We zijn eerder een tussenstation — in de literatuur meestal aangeduid als tax conduit country — dat multinationals gebruiken op weg naar deze belastingparadijzen.

    Nederland is typisch een doorvoerland. Wat Rotterdam is voor de handelsstromen, is de Zuidas in Amsterdam voor de kapitaalstromen.

    Winnaars en verliezers

    Economen zijn te snel geneigd om te denken dat globalisering per saldo alleen maar voordelen heeft, vooral voor Nederland. SEO is geen uitzondering op die regel. Volgens haar rapport uit 2013 dragen de brievenbusfirma’s in 2010 ruim drie miljard euro bij aan de Nederlandse economie in de vorm van belastingen, loonkosten en diensten die zij inkopen. Bovendien scheppen zij — direct en indirect — werkgelegenheid in de vorm van ongeveer 9000 tot 13.000 voltijdbanen. Aangezien de leden van de SEO-klankbordgroep vrijwel uitsluitend uit de betrokken financiële dienstverlening komen (p. 31), wekken deze juichcijfers niet veel verbazing. En wie het rapport goed leest, krijgt de indruk dat we Barbara Baarsma, destijds SEO-directeur en hoofdauteur, vooral op haar blauwe ogen moeten geloven: het is nogal lastig om haar onderzoek te repliceren, en dat is toch een basisvoorwaarde voor een wetenschappelijk verantwoorde studie. Gelukkig zijn er inmiddels betere cijfers, van de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO).

    Economen zijn te snel geneigd te denken dat globalisering per saldo alleen maar voordelen heeft

    SEO erkent wel dat er nadelen zijn voor ontwikkelingslanden, want die lopen volgens het rapport 145 miljoen euro aan belastinginkomsten mis door de Nederlandse route. Volgens SOMO-onderzoekers gaat het echter om een veel groter bedrag. De 28 ontwikkelingslanden die zij in 2013 hebben onderzocht verliezen jaarlijks €771 miljoen aan inkomsten omdat het geld verdwijnt via Nederlandse brievenbussen. Het gaat om een conservatieve schatting, omdat alleen verliezen op dividend- en rentestromen zijn meegerekend.

    Nauwelijks vennootschapsbelasting

    Als ontwikkelingslanden al zoveel belastinginkomsten mislopen door ‘onze’ brievenbusfirma’s, hoe zit het dan met de rest van de wereld? SEO was zo handig om deze vraag niet te stellen, want het antwoord zou weleens heel schokkend kunnen zijn.

    Ondernemingen uit ontwikkelingslanden nemen in de onderzoekspopulatie van onze pilotstudie slechts 12 procent voor hun rekening in 2014. Eenzelfde aandeel komt voor rekening van multinationals uit de VS. Bedroeg de vennootschapsbelasting in 1951 nog 5,9 procent van het Amerikaanse bnp, in 2014 was dat nog maar 1,6 procent. Deze dramatische daling is niet terug te voeren op het achterblijven van de bedrijfswinsten in dat land, maar op het feit dat een steeds groter deel van die winsten in het buitenland is ondergebracht, en dan vooral via hun brievenbusfirma’s in Nederland.

    Onderstaande figuur laat zien dat in 2015 meer dan helft van de ondernemingen uit de Fortune 500 minimaal één fiscale vestiging in Nederland heeft. Daarmee staat ons land internationaal aan de top wat betreft dienstverlening voor belastingontwijkers. Niet iets om trots op te zijn.

    Bron: http://ctj.org/ctjreports/2016/10/offshore_shell_games_2016.php#.V_oJtnUyqgC

    Zoals gezegd worden bij die fiscale dienstverlening de ondernemingen van eigen bodem eveneens goed bediend. Met als gevolg dat ook in Nederland het aandeel van de vennootschapsbelasting in het bnp behoorlijk is gedaald: van 4 naar 2 procent in de periode 2000-2011, terwijl het aandeel van de loonbelasting is gestegen van 6 tot 8 procent, aldus econoom Heleen Mees. De effectieve belastingdruk op de grootste niet-financiële ondernemingen is gedaald van ruim 28 procent in 2004 tot minder dan 10 procent in 2011!

    Bewapeningswedloop

    Het verweer is inmiddels bekend: ‘als wij geen mogelijkheden bieden voor belastingontwijking — zodat onze fiscalisten en juristen een goede boterham kunnen verdienen — gaan de multinationals naar andere landen om hun belastingdoelen te realiseren.’ Als de SEO en de regering zo flink waren geweest om zich tot dit argument te beperken, ook en plein public, zonder allerlei opgeklopte cijfers bij elkaar te sprokkelen, dan hadden we ze — alleen op dat punt — grotendeels gelijk moeten geven. Want er is hier inderdaad sprake van een internationale wedloop: ieder land probeert de multinationals zoveel mogelijk belastingvoordelen — direct maar vooral indirect — te bieden om te voorkomen dat ze naar een ander land gaan.

    De bewapeningswedloop zorgde voor een bestedingsimpuls, de ontwijkingswedloop zorgt voor lagere uitgaven

    Dat lijkt op de bewapeningswedloop die we uit de Koude Oorlog kennen. Beide partijen moesten hun defensie-uitgaven opschroeven om te voorkomen dat de andere partij sterker zou worden. Macro-economisch is er echter een groot verschil: de bewapeningswedloop zorgde voor een Keynesiaanse bestedingsimpuls. Dit had tot gevolg dat de extra belastingen die nodig waren voor die extra bewapening, werden ‘gecompenseerd’ door de extra economische groei die op deze manier werd gerealiseerd. Bij de huidige belastingontwijkingswedloop daarentegen leiden de lagere belastinginkomsten juist tot lagere overheidsuitgaven, vooral als er strikte begrotingsnormen worden gehanteerd. Deze daling van de overheidsuitgaven leidt vervolgens tot een lagere economische groei, die weer nieuwe bezuinigingen nodig maakt. En zo gaat de vicieuze cirkel steeds verder naar beneden.

    Wij zien geen andere conclusie: slechts weinigen profiteren van deze race to the bottom. De profiteurs zijn de fiscalisten en juristen die op de Zuidas werken, en de top van het bedrijfsleven die zichzelf steeds hogere beloningen kan geven dankzij de succesvolle belastingontwijking — mede met hulp van de eerste groep. De rest van de samenleving ondervindt louter nadeel van de toenemende fiscalisering van het bedrijfsleven. Met de benodigde bezuinigingen op de overheidsuitgaven zijn ze immers slechter af: direct, door minder hoge uitkeringen, of indirect, door lagere economische groei. Bovendien leidt de race to the bottom ertoe dat alle landen samen uiteindelijk veel minder inkomsten hebben omdat grote bedrijven effectief minder belasting betalen. De mondiale koek wordt dus niet alleen anders verdeeld, maar wordt ook nog eens steeds kleiner. Dat komt mede dankzij de rol van Nederland bij de opvang van fiscale vluchtelingen.

    Brievenbusfirma’s zijn mobiel

    Er zijn meer redenen waarom Nederland zich niet langer moet profileren als ‘fiscaal doorvoerparadijs’. Om te beginnen is de bedrijfstak die zich vooral op de Zuidas in Amsterdam heeft ontwikkeld, behoorlijk mobiel, of footloose. Daarmee wordt bedoeld dat het betrekkelijk makkelijk is om deze bedrijfstak naar het buitenland te verplaatsen, en dat andere landen heel snel met een concurrerend aanbod kunnen komen Zo blijkt uit een rapport van de Australian Tax Office (ATO) dat Singapore en Hongkong sinds het begin van deze eeuw omhoog zijn geschoten als landen waar multinationals hun fiscale en juridische ‘problemen’ met Intellectual Property (IP) kunnen laten oplossen.

    Dit soort economische activiteiten is mobiel omdat ze nauwelijks zijn geworteld in een cluster met allerlei toeleverende en ondersteunende bedrijfstakken, in tegenstelling tot de meeste industriële en agrarische bedrijfstakken. Dubai heeft geprobeerd om Aalsmeer van de troon te stoten als belangrijkste knooppunt in de handel van snijbloemen en sierplanten. Dat lukte echter niet omdat het lastig bleek om de rest van het benodigde cluster daar van de grond te trekken. Als Dubai zich meer had gericht op financiële dienstverlening — zoals Singapore en Hongkong — zou het ongetwijfeld meer succes hebben gehad. Het is niet voor niets dat ze in Londen zo zenuwachtig zijn geworden over de gevolgen van Brexit voor de City.

    Crowding-out

    Zolang Nederland een prominente plek blijft innemen binnen de rij landen die belastingontwijking faciliteren, is er nog een ander probleem. Het is een variant van wat in de economische literatuur crowding-out wordt genoemd. Deze bedrijfstak trekt namelijk zó veel kapitaal en talent naar zich toe, dat andere bedrijfstakken erdoor in de knel komen. Vooral sinds de ECB op grote schaal geld in de economie is gaan pompen — lees: de balansen van banken spekt — is het voor bankiers veel aantrekkelijker, en ogenschijnlijk veiliger, om hun financiële middelen te steken in de kapitaalstransacties van de groeiende groep internationale belastingontwijkers dan ondoorzichtige investeringen van innovatieve starters uit Nederland. Zeker nu studeren gelijk staat aan je diep in de schulden steken, is het niet verbazingwekkend dat afgestudeerden liever een hoog salaris — en allerlei extra’s — opstrijken op de Zuidas dan te solliciteren bij een wispelturige overheid of bij de Nederlandse maakindustrie die moet opboksen tegen nieuwe concurrenten uit opkomende economieën.

    De mondiale koek wordt niet alleen anders verdeeld, maar wordt ook nog eens steeds kleiner

    Wie ons betoog discutabel en overdreven vindt, moet maar eens de indrukwekkende longread lezen van Oliver Bullough in The Guardian. Hij beschrijft de ontwikkeling van het eiland Jersey, een van de vele Britse Kroonbezittingen, waar zich om fiscale redenen allerlei financiële instellingen hebben gevestigd. Aanvankelijk was er een mooie mix van banken, toerisme en landbouw — en dan niet alleen de beroemde Jersey-wol. Echter, sinds Jersey als belastingparadijs werd gepromoot, zijn de andere twee branches vrijwel helemaal weggekwijnd, net als de typische eilandmentaliteit. Waarom zou je nog landbouw bedrijven of je uitsloven voor toeristen als je in de financiële sector veel meer kunt verdienen en de grondprijzen steeds hoger worden?

    Onderzoeksopzet

    Ons onderzoek is een pilotstudie die geen volledig beeld geeft over belastingontwijking in Nederland omdat hij is beperkt tot concerns die zowel in Nederland als in Indonesië minimaal één juridische eenheid hebben. De keuze voor Indonesië heeft een praktische reden, maar die is in dit verband niet van belang. Wél van belang is dat we op deze manier alleen échte multinationals hebben geselecteerd, wat veel minder het geval zou zijn geweest als we bijvoorbeeld België of Duitsland als tweede land zouden hebben gekozen. Desondanks is onze selectie natuurlijk niet representatief voor alle Nederlandse en buitenlandse multinationals die in ons land actief zijn.

    We hebben bij ons onderzoek gebruik gemaakt van databank ORBIS, die voor Nederland alle bedrijven bevat die bij de Kamer van Koophandel zijn ingeschreven, en dus zelfstandige juridische eenheden zijn. Vallen deze onder een groter concern, dan zijn ze in economische zin natuurlijk niet zelfstandig. ORBIS biedt de mogelijkheid om de juridische eenheden te koppelen aan de Global Ultimate Owner (GUO), de uiteindelijke eigenaar die minimaal 50 procent van de aandelen in bezit heeft, dus de moedermaatschappij.

    De onderzoekspopulatie bestond in 2014 uit 653 GUO’s waarvan bijna een kwart in Nederlandse handen was, en die voor 86 procent afkomstig waren uit OESO-landen. Deze ondernemingen hebben in totaal 4335 juridische eenheden, waarvan 2493 fiscale eenheden zijn — 67 procent van het totaal. In 2008 ging het om 591 GUO’s met 3399 juridische entiteiten, waarvan 53 procent minder dan twee werknemers had en dus als brievenbusfirma bestempeld kan worden.

    Lees verder Inklappen

    Gelukkig heeft Nederland veel meer economische ijzers in het vuur, zoals de Rotterdamse haven, en daarom is het mechanisme van crowding-out hier minder zichtbaar. Niettemin is zorgwekkend dat de metaal- en electrotechnische industrie, zeg de maakindustrie, grotendeels uit de Randstad is verdwenen en zich in het Oosten en Zuiden heeft geconcentreerd (volgens een CPB-rapport uit 2010,  p. 44). Het is de hoogste tijd dat er eens goed wordt uitgezocht in welke mate en op welke manieren de productieve sectoren in Nederland schade ondervinden van de dominante positie van de fiscaal-financiële sector.

    Moreel kapitaal

    Er is een verwante reden dat we helemaal niet blij moeten zijn met onze positie als ‘fiscaal doorvoerland’: het verval van normen en waarden — en daarmee bedoelen we niet hetzelfde als Jan Peter Balkenende toentertijd bedoelde. De beroemde wet van Greshambad money drives out good money – lijkt ook van toepassing in het morele domein. ‘The only thing necessary for the triumph of evil is for good people to do nothing,’ schreef Edmund Burke. Vrij vertaald: als het betere deel van Nederland niets doet, zal het slechtere deel de overhand krijgen. Dat kun je beschouwen als een andere vorm van crowding-out, die in ieder geval de algehele belastingmoraal om zeep zal helpen.

    Dat is de enige manier om je core business te behouden: géén lastige vragen stellen

    Meehelpen aan belastingontwijking — in feite de core business van de Nederlandse brievenbusfirma’s — heeft niet alleen tot gevolg dat een groeiende groep rijke personen en bedrijven minder belasting betaalt dan in eigen land verplicht is. Het betekent ook dat deze groep zich straffeloos kan inlaten met zaakjes die in eigen land verboden zijn, of tot publieke verontwaardiging zouden leiden. Want dat is de enige manier om je core business te behouden: géén lastige vragen stellen over de herkomst van de financiële middelen die via onze brievenbusfirma’s worden doorgesluisd! Nicholas Shaxson stelt daarom voor de term Belastingparadijs te vervangen door Misdaad- of Witwasparadijs. Hoewel belastingontwijking niet strafbaar is, kom je namelijk al gauw terecht in de schimmige wereld van lieden die boven de wet denken te staan. Als je met het doorsluizen van onduidelijke kapitaalstromen je geld moet verdienen, dan is de volgende stap om het niet zo nauw nemen met morele normen en maatschappelijke waarden.

    Het is moeilijk te bewijzen maar zeker niet uitgesloten dat het fiscale gedrag van de familie Cameron dat in de Panama Papers is onthuld, beslissend is geweest voor de Brexit-overwinning. Iets vergelijkbaars kan in Nederland gebeuren, niet bij een Nexit — wat vrijwel niemand echt wil — maar bij de volgende parlementsverkiezingen. De PVV of een andere ‘frustratiepartij’ zou weleens flink kunnen winnen als zou blijken als sommige in Nederland gevestigde brievenbusfirma’s indirect betrokken zijn geweest bij smerige zaakjes in Panama of andere witwasparadijzen. Want dat heeft zijn uitstraling op alle personen en partijen die tot dusver de brievenbusfirma’s hebben verdedigd, en dat zijn er nogal wat. Maar bovendien zou dat onze reputatie in het buitenland behoorlijk aantasten, en zie deze vorm van Dutch Disease dan maar eens snel kwijt te raken.

    Meer informatie over het onderzoek vindt u binnenkort op http://eco-simpel.nl/

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    S. de Beter

    S. de Beter is niet mijn echte naam. Ik koos voor een pseudoniem om de kans te vergroten dat mijn schrijfsels op waarde worde...

    Lees meer

    Volg deze auteur en blijf op de hoogte via e-mail

    Volg S. de Beter
    Verbeteringen of aanvullingen?   Tip de auteur Annuleren