Nederlands belang in Duitse energietransitie baart te weinig zorgen

    TenneT is niet het grootste, maar wel het belangrijkste Nederlandse staatsbedrijf. Opmerkelijk: deze elektriciteitsnetwerkbeheerder is veel groter in Duitsland dan in Nederland. Het besef dat Nederland een sleutelrol speelt in de Duitse energietransitie is te weinig doorgedrongen tot Nederlandse politici en beleidsmakers.

    Vrijdag 13 maart publiceert de Nederlandse netbeheerder TenneT de jaarcijfers over 2014. Die zijn heel behoorlijk, zo valt te beluisteren in de wandelgangen. Toch zal er van uitzinnige vreugde geen sprake zijn. De cijfers zullen voor een belangrijk deel in het teken staan van de Duitse Energiewende en het financiële risico daarvan voor Nederland, door de betrokkenheid van TenneT daarin. Het Nederlandse staatsbedrijf speelt als grootste netwerkbeheerder in Duitsland een sleutelrol in het energiebeleid van dat land. De risico's voor de Nederlandse belastingbetaler zijn groter dan tot nu toe gedacht, zo stelde de Rekenkamer onlangs vast.

    In 2009 nam TenneT het Duitse netwerkbedrijf Transpower over. Dat leek toen een koopje. Hoewel er fors in modernisering van dat net moest worden geïnvesteerd, was de raming van drie miljard euro een schijntje vergeleken met wat later nodig zou blijken. Na de nucleaire ramp in Fukushima besloot de Duitse regering namelijk om het gebruik van kernenergie versneld af te bouwen en zoveel mogelijk over te schakelen op duurzame energie.

    Die transitie vergt grote investeringen, onder meer in het netwerk. TenneT werd daardoor, tot eigen verrassing, de grootste individuele investeerder in de verduurzaming van het Duitse elektriciteitssysteem. De vraag die zal moeten beantwoord is of de buitenlandse expansie van onze nationale netwerkbeheerder een briljante zet was, dan wel een onverantwoord avontuur.

    Het Nederlandse staatsbedrijf moet de komende jaren namelijk nog zo'n 12 miljard euro investeren om de omschakeling naar verduurzaming van de energieproductie te laten slagen. Maar dat kan ook veel meer zijn. Sommige experts ramen het benodigde kapitaal op minimaal 20 miljard euro.

    De Duitse wetgeving verplicht TenneT om te investeren in de gebieden waar zij het netwerk beheert

    Kort gezegd moet de door offshore windparken opgewekte elektriciteit van de Noordzee getransporteerd worden naar het industriële hart in midden en zuid Duitsland. Ook de toegenomen productie door zonnepanelen en windturbines op land vraagt om renovatie van het bestaande elektriciteitsnet. De Duitse wetgeving verplicht TenneT om dergelijke investeringen te doen in de gebieden waar zij het netwerk beheert.

    Dat gebied loopt van de Noordzee tot en met de Alpen, precies het tracé waar de nieuwe hoogspanningskabels en de aansluiting van de windparken naar het vasteland zullen moeten worden aangelegd. Nog steeds is niet helemaal duidelijk hoeveel dat gaat kosten (er is veel verzet tegen de aanleg van hoogspanningskabels) en wie dat uiteindelijk gaat betalen. Lukt de aansluiting niet op tijd, dan volgen er boetes.

    Schermafbeelding 2015-03-11 om 11.27.26

    Blootstelling Nederlandse staat

    Feit is dat de Nederlandse staat als enig aandeelhouder verantwoordelijk is voor het bedrijf en niet alleen opdraait voor eventuele verliezen, maar uiteindelijk ook de portemonnee moet trekken als TenneT er niet in slaagt om financiering te vinden. De Rekenkamer vindt dat risico, dat uiteindelijk bij de belastingbetaler ligt, niet passen bij de doelstelling van TenneT: het zorgdragen voor een doelmatig beheer van het Nederlandse hoogspanningsnetwerk.

    Die dekking door de Nederlandse belastingbetaler heeft voor anderen juist een voordeel: voor buitenlandse investeerders is het aantrekkelijk om samen met TenneT projecten te financieren. De kans dat Nederland zijn verplichtingen niet nakomt is immers klein. Het Japanse Mitsubishi bijvoorbeeld kocht voor 576 miljoen euro aandelen in een joint venture met TenneT voor de aanleg van kabels en verdeelstations op volle zee tussen de Noordzeewindparken en het vasteland. TenneT wil meer van dat type hybride financieringen. Maar eigenlijk botst dat voornemen met het Nederlandse besluit om de netwerkinfrastructuur als publiek belang niet te privatiseren, ook niet deels. Stap voor stap krijgen private – buitenlandse – partijen toch invloed op TenneT.

    De balans van TSO Germany, het Duitse onderdeel van het Nederlandse staatsbedrijf, is bijna drie keer zo groot als die van TSO Nederland. Zoals gezegd, concludeerde de Algemene Rekenkamer na ruim twee jaar onderzoek dat het Duitse onderdeel een groot financieel risico voor de Nederlandse belastingbetaler vormt. Dat risico is stelselmatig gebagatelliseerd, meent de Rekenkamer. Ook is de Tweede Kamer onvoldoende van die risico's op de hoogte gesteld.

    Wat houdt die Energiewende in?

    Voor de Duitsers is de Energiewende lang een Alleingang geweest, zeker in het begin. Ook al is het bepaald geen zaak die alleen hen aangaat. Nederland is trouwens niet het enige land dat er bij betrokken is. Eigenlijk ondergaat half Europa de gevolgen, al was het maar omdat het soms sterk fluctuerende aanbod van duurzame elektriciteit voor technische problemen kan zorgen in de buurlanden. Het elektriciteitsnet heeft iets weg van een waterbed: als er op een kant druk wordt uitgeoefend, bijvoorbeeld door een tijdelijk te groot aanbod van windstroom, heeft dat onmiddellijk gevolgen voor het aanbod aan de andere kant. Dat geldt niet alleen voor elektronen, maar ook voor de geldstromen die daarmee gepaard gaan.

    De een ziet de Energiewende als een lichtend voorbeeld van duurzame daadkracht; de ander als pure geldverkwisting

    Maar wat houdt die Energiewende waartoe Duitsland in 2011 besloot nu eigenlijk in? En waar heeft het tot nu toe tot geleid? Nog steeds leven er veel misverstanden over deze Wende. De een ziet het als een lichtend voorbeeld van duurzame daadkracht. De ander als een irrationele geldverspilling ten koste van burgers en landschap. Beide beelden kloppen niet.

    Agora Energiewende, een instelling die zich onder meer bezighoudt met onderzoek naar duurzaam energiebeleid in Europa, zette deze week de feiten op een rij in een handzaam profiel van de Duitse elektriciteitsmarkt. Voor wie rol van TenneT  in de Duitse stroommarkt beter wil begrijpen, zijn dit enkele kernfeiten:

    • De Duitse stroomsector wordt gedomineerd door vier grote spelers: E.ON, RWE, EnBW en Vattenfall;
    • Samen hebben deze 56 procent van het geïnstalleerd vermogen in handen, maar hun marktaandeel in de stroomproductie was in 2014 slechts 45,5 procent;
    • Over heel 2014 werd 25,8 procent van de elektriciteit  duurzaam geproduceerd;
    • Windturbines leveren 9 procent van de stroom, zonnepanelen 6 procent;
    • De stroomsector is deels ontbundeld, dat wil zeggen dat opwekking en distributie gescheiden zijn. TenneT en 50Hertz zijn de enige twee netwerkbeheerders die zelf geen productie en distributie in handen hebben;
    • Het hoogspanningsnet is in handen van vier spelers: Amprion, Transnet BW, 50Hertz Transmission en het Nederlandse Tennet;
    • Duitsland is per saldo energie-exporteur; Nederland en Oostenrijk zijn de belangrijkste afnemers;
    • De uitstoot van broeikasgassen moet  in 2020 tenminste 40 procent lager zijn dan in 1990 (vergl EUR: 20 procent);
    • In 2050 moet de uitstoot terug zijn gebracht tot 80-95 procent van 1990; het aandeel hernieuwbaar in de elektriciteitsmix moet dan minimaal 80 procent zijn;
    • Investering in de periode 2014-2023: 150 miljard euro.

    De ambities liggen dus hoog. De energietransitie zelf ligt verrassend goed op schema. Duitsland is na China en de VS de grootste producent van windenergie. Dankzij de nieuwe windparken in de Noordzee haalt het land het Verenigd Koninkrijk in als grootste producent van offshore-windenergie – als TenneT het tempo kan bijhouden.

    TenneT is de missing link Nederlands staatsbedrijf TenneT is de missing link in de Energiewende

    Burgerstroom

    Maar een van de opmerkelijkste effecten van de Energiewende is dat de burger zelf een energieproducent van betekenis is geworden. Dat is te danken aan de royale terugleververgoedingen van thuis opgewekte stroom. Die structurele subsidie leidde onder meer tot de enorme bloei van de zonnepanelensector in Duitsland, maar ook die in het Verre Oosten. Dat burgers goed kunnen verdienen met hun eigen zonnepanelen verklaart waarom de Energiewende, ondanks het feit dat de stroomtarieven voor consumenten er tot de hoogste van Europa behoren, wordt gesteund door een meerderheid van de bevolking. Die hoge prijs is te wijten aan een systeem van toeslagen op de retailprijs van stroom waarmee investeringen in duurzame energie worden gesubsidieerd. Veel bedrijven zijn van die toeslagen vrijgesteld, waardoor zij juist de goedkoopste stroom van Europa hebben.

    Het voordeel van stroomproductie ligt daardoor dichter bij de burger, net als de nadelen overigens

    Burgers (incl. boeren) wekten in 2014 46 procent van de gegenereerde duurzame stroom op. De grote vier elektriciteitsbedrijven lopen met 5 procent ver achter. De rest van de duurzame stroomproductie is in handen van een bont gezelschap van projectontwikkelaars, industrie en regionale banken. Ook de zogenoemde Stadtwerke, gemeentelijke energiebedrijven die eigenlijk alleen nog de stroomdistributie deden, gaan steeds vaker weer zelf stroom produceren. Hamburg is daarvan een voorbeeld. Tientallen gemeenten, vooral op het platteland, streven er naar om zelfvoorzienend te worden. Het voordeel van stroomproductie ligt daardoor dichter bij de burger, net als de nadelen overigens.

    Keerzijde

    Maar de spectaculaire groei van duurzaam opgewekte energie heeft ook een keerzijde. Het zorgde ervoor dat energiemaatschappijen hun dure gascentrales niet langer rendabel konden exploiteerden en overstapten op goedkope steen- en bruinkool. Na de Energiewende nam de uitstoot van CO2 daardoor toe. Pas vorig jaar is die trend weer omgebogen en neemt de uitstoot weer af.

    CEO MEL KROON ZEGT DAT DE NEDERLANDSE CONSUMENT JUIST PROFITEERT VAN TENNET DUITSLAND

    Een ander gevolg is dat de stroomoverschotten bij straffe wind op zonnige dagen (zoals het voorjaar in 2014) gedumpt worden in Polen, Nederland of Tsjechië. Een oplossing voor een tijdelijk stroomoverschot is opslag, maar daarvoor zijn nog te weinig technische mogelijkheden. Accu's bijvoorbeeld zijn voor private opslag prima te gebruiken, maar voor grootschalig gebruik nog te duur. Een deel van de oplossing ligt in Nordlink, een 623 kilometer lange stroomkabel die op dit moment tussen Noorwegen en Duitsland wordt aangelegd door onder meer TenneT. Met het overschot aan stroom kan water in Noorse meren worden gepompt waarmee later hydro-elektriciteit kan worden opgewekt die weer aan het Europese vaste land kan worden geleverd. Het is een investering van 1,5 tot 2 miljard euro.

    Tussen nuance en nationaal belang

    Het opzetten van een betrouwbaar netwerk van duurzaam opgewekte elektriciteit is dus behoorlijk complex en duur. Feit is dat duurzame elektriciteit simpelweg nooit rendabel kan worden zonder dergelijke grensoverschrijdende verbindingen waarmee de overschotten kunnen worden opgeslagen. En dat is precies het argument dat TenneT altijd aanvoert als zijn activiteiten in Duitsland ter discussie staan. Integratie van netwerken en markten leidt uiteindelijk tot lagere prijzen, meer energiezekerheid en verhoogt het rendement van duurzaam vermogen, zo betoogt bestuursvoorzitter Mel Kroon keer op keer. Volgens hem hebben TenneT's activiteiten in Duitsland juist geleid tot lagere prijzen voor de Nederlandse stroomgebruiker: die zou profiteren van de lage prijs van de duurzame elektriciteit die de Duitse energieconsument heeft gefinancierd. Maar de vraag is of die goedkope stroom er zonder TenneT Duitsland niet ook was geweest.

    Als het klopt – de interpretaties over de gevolgen voor de stroomprijzen verschillen – kan het risico dat de Rekenkamer constateert ietwat worden genuanceerd. TenneT hamert er in ieder geval op dat de investering de belastingbetaler tot nu toe niets heeft gekost. Maar het gaat daarmee voorbij aan de gevolgen die het risico heeft voor de kredietwaardigheid van zijn aandeelhouder. TenneT is met een S&P-rating van A- (Moody's A3) geen junkbond. Maar wil het die status behouden, dan kan het niet blijven doorlenen en moet het bedrijf het eigen vermogen versterken. Dat zegt het zelf ook in zijn jaarverslag van 2013. Maar wie gaat dat daadwerkelijk doen? Tegelijk dringt de overheid er bij TenneT op aan dat het zijn tarieven moet verlagen. Waar moet de beheerder dan geld vandaan halen? Het zijn vragen die ceo Kroon zal moeten gaan beantwoorden. Daarbij zal de Nederlandse staat, eindelijk wakker geschud door het rapport van de Rekenkamer, hopelijk meer over zijn schouders meekijken.

    Inderdaad: eindelijk. Als grootste  investeerder in de Energiewende, is het verbazingwekkend te noemen hoe weinig Nederland zich heeft bemoeid met het Duitse energiebeleid. TenneT is door de Duitse toezichthouder en klanten nogal eens op de vingers getikt. Politici uit verschillende deelstaten hebben het bedrijf gedreigd dwars te zullen zitten. De onzichtbaarheid van Nederland grensde op dergelijke momenten aan nalatigheid. De keus is eigenlijk eenvoudig: verkoop de Duitse tak van TenneT, of zorg ervoor dat Nederland een stem krijgt in de Energiewende.


    • Foto boven aan artikel: een 'stopcontact' op zee; het verbindingsstuk tussen de windparken en het vasteland

    • Bekijk hier alle onshore en vooral offshore TenneT-projecten in Duitsland

    • Agora Energiewende wordt gefinancierd door Stiftung Mercator ('eine private, unabhängige Stiftung. Wir wollen Europa stärken, Integration durch gleiche Bildungschancen für alle verbessern, die Energiewende als Motor für globalen Klimaschutz vorantreiben und kulturelle Bildung in Schulen verankern') en de European Climate Foundation

    • Eerder analyseerde Agora Energiewende ook de Nederlandse stroomsector. Belangrijke constatering daarin was dat de ontwikkelingen op de Nederlandse elektriciteitsmarkt erg onzeker zijn. Er is sprake van overproductie en gasgestookte stroomcentrales kunnen niet concurreren met kolen en duurzaam, vooral als het aanbod groot is. Het aandeel van steenkool in de opwekking van energie is met 15 procent al groot, maar neemt, het Energieakkoord ten spijt, de komende jaren toe tot 22 procent van de totale productie. De overschakeling naar duurzame stroomproductie verloopt moeizaam en vooral traag.

    Deel dit artikel, je vrienden lezen het dan gratis

    Over de auteur

    Arne van der Wal

    Gevolgd door 544 leden

    Mede-oprichter van FTM. Is gek op digitale technologie, maar koestert analoge techniek. Beoefent wing chun kungfu.

    Volg Arne van der Wal
    Verbeteringen of aanvullingen?   Stuur een tip
    Annuleren