Beeld © JanJaap Rypkema

Nederlandse bedrijven worstelen met de Oeigoerenkwestie

D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma staat op China’s zwarte lijst vanwege een motie die de behandeling van Oeigoeren als genocide bestempelt. Bijna tegelijkertijd krijgt H&M een Chinese boycot voor de kiezen, omdat de kledingfabrikant zich kritisch uitlaat over dwangarbeid in Chinese fabrieken. Dit zet ook het Nederlandse bedrijfsleven voor het blok: doen we nog zaken met Chinese fabrieken waar Oeigoeren werken? En hoe zit het met investeringen in Xinjiang?

Dit stuk in 1 minuut
  • De Oeigerenkwestie ligt zowel in de politiek als bij het bedrijfsleven enorm gevoelig. D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma belandde op de zwarte lijst van China. Het Zweedse kledingconcern H&M kreeg te maken met een Chinese boycot nadat het zich kritisch had uitgelaten over de behandeling van Oeigoeren.
  • Follow the Money vroeg Nederlandse multinationals om te reageren op hun bedrijfsactiviteiten in de regio Xinjiang, het gebied in China waar volgens mensenrechtenorganisaties sprake is van dwangarbeid. Vermogensbeheerder Actiam: ‘Als er in Nederland gesproken wordt over genocide, dan kunnen we daar niet lichtzinnig overheen stappen. Wij beschouwen het als een grove schending van de mensenrechten.’
  • Unilever weigerde vragen te beantwoorden van Follow the Money over zijn relatie met Cofco Tunhe, de grootste tomatenverwerker in China. Dit bedrijf is gevestigd in Xinjiang. Unilever wilde niet ingaan op zijn beleid met betrekking tot mogelijke dwangarbeid van Oeigoeren. 
  • Nederlandse bedrijven hebben een groot vertrouwen in (Chinese) fabrieksinspecties door externe auditbedrijven. Ze denken daarmee hun vingers niet te kunnen branden aan dwangarbeid van Oeigoeren, maar in de praktijk is het bijna onmogelijk om Chinese dwangarbeid tijdens een audit te ontdekken.
Lees verder

‘Met Cashanova kun je nu eindelijk laten zien wat je echt waard bent; stijl en rijkdom samengevat in een pak. Ideaal voor als je een nieuwe rekening gaat openen bij de bank, een sollicitatiegesprek hebt of gewoon als je toevallig in de buurt van Wall Street of Las Vegas bent. Dit stijlvolle pak is rijkelijk bedeeld met 100-dollarbiljetten. Dat geld niet gelukkig maakt, is wat ons betreft een keiharde leugen. Trek dit pak aan en je zal zien waarom.’ Zo prijst een website voor feestkleding het pak Cashanova aan. De prijs: slechts 74,95 euro. 

De ondernemers achter het Nederlandse merk Opposuits spelen pre-corona slim in op alle carnavals- en verkleedfeesten waar een gekke outfit even belangrijk is als het toegangskaartje. Ze brengen kleurrijke outfits op de markt zoals een Bob Ross-blazer (omschrijving: ‘Beat the devil out of it’) voor schappelijke prijzen. De outfits vinden gretig aftrek: de omzet in 2019 bedraagt bijna 15 miljoen euro en het operationele resultaat 1,1 miljoen.

In 2019 kiest Opposuits voor twee nieuwe leveranciers met ‘een betere prijsstelling’, zo meldt het jaarverslag. De namen van die twee worden niet genoemd, maar het gaat onder meer om de Fujian Zhonglan Group (moederbedrijf is Midblue Group), zo is te lezen op de Chinese website van deze producent die in Fujian, het zuidoosten van China zetelt. De groep breidde eind 2018 – zo ontdekte FTM in een lokale Chinese krant – zijn productiecapaciteit uit naar Xinjiang, de regio waar minderheden zoals de Oeigoeren worden onderdrukt en waar volgens mensenrechtenorganisaties zoals Amnesty International en de Verenigde Naties sprake is van mensenrechtenschendingen.

De mede-eigenaar van Opposuits, Guus Bakker, wil geen antwoord geven op de vraag of zijn carnavalspakken worden geproduceerd in de fabriek in Xinjiang. ‘Wij produceren daar nu niet,’ zegt Bakker. Maar hebben jullie daar wel geproduceerd? ‘Wij doen daar geen uitspraken over. We maken nooit bekend waar we produceren uit concurrentieoverwegingen. Het is classified information.’ Op de vraag of hij de fabriek in Xinjiang heeft bezocht – zoals een bron van FTM beweert – komt geen antwoord. ‘Wat ik je al gezegd heb: wij doen daar geen uitspraken over.’ 

Wat gebeurt er in Xinjiang?

De regio Xinjiang – het voormalige Oost-Turkestan – is in 1949 geannexeerd door Mao Zedong en daarna omgedoopt tot autonome regio Xinjiang. Het ligt in het noordwesten van China en is qua oppervlak veertig keer zo groot als Nederland. 

In de regio wonen meerdere etnische minderheden, waaronder de Turkssprekende Oeigoeren, Kazachen, Kirgiezen en Mongolen. Ze verzetten zich al decennia tegen de Chinese overheersing en discriminatie. Het leidde in 2009 en 2014 tot bloedige aanslagen op openbare gelegenheden in de hoofdstad Ürümqi. Een aanslag vond plaats op het moment dat de Chinese president Xi Jinping in het gebied was.

China begon in 2014 de People’s War on Terror. De regie in Xinjiang kwam in handen van de nieuwe secretaris Chen Quanguo, een CCP-lid dat eerder de communistische partijsecretaris was van de autonome regio Tibet. Vanaf dat moment krijgt Xinjiang een grote politiemacht en vergaande surveillance door middel van onder meer gezichtsherkenning. 

In 2017 begint China met de bouw van ‘heropvoedingskampen’. Van extremisme verdachte Oeigoeren lopen het risico om in een detentiecentrum te belanden. China ontkent het bestaan ervan lange tijd, maar nadat er satellietbeelden verschijnen, bestempelt China ze als ‘heropvoedingskampen’. Ook dronebeelden van een gevangenentransport laten weinig aan de verbeelding over: kaalgeschoren en geblinddoekte Oeigoeren worden in treinen gezet. Mensenrechtenorganisaties en de Verenigde Naties schatten het aantal gedetineerden in dergelijke centra op 1 à 1,5 miljoen. 

Werkverschaffing

China wil de regio Xinjiang economisch hervormen. Het idee: minder armoede in Xinjiang zal meer stabiliteit en minder terrorisme opleveren. Daartoe heeft China een soort masterplan opgesteld om Oeigoeren aan het werk te zetten in fabrieken. Een rapport uit 2019 van de Amerikaanse denktank Centre for Strategic and International Studies (CSIS) omschrijft het doel: in 2023 moeten er in Xinjiang 1 miljoen arbeiders worden geworven voor hoofdzakelijk textiel- en kledingindustrie. 

China heeft met overheidssubsidie afgelopen jaren volop industrieparken aangelegd en startte – in samenwerking met bedrijven – beroepsopleidingen. In het CSIS-rapport staan voorbeelden waarbij de trainingscentra ook worden gebruikt om de Oeigoeren te ‘sinificeren’, de studenten moeten Mandarijn leren en krijgen onderwijs in vaderlandsliefde en partijpropaganda. 

Het rapport waarschuwt voor onvrijwillige deelname van Oeigoeren, omdat regionale besturen onder druk staan om hun quota te halen, de fabrieken en centra deels betaald worden door de Chinese overheid en men in Xinjiang zware surveillance toepast. Uit interviews van CSIS-onderzoekers met ex-deelnemers aan werkprogramma’s bleek dat er sprake was van dwangarbeid. Weigeren was geen optie, anders zouden de Oeigoeren in een detentiecentrum belanden.

Lees verder Inklappen

Actie reactie

De onderwerpen Oeigoeren en Xinjiang liggen gevoelig, zowel bij het bedrijfsleven als in de politiek. Dat heeft inmiddels ook D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma ondervonden. Op 25 februari nam de Tweede Kamer zijn motie aan die de behandeling van de Oeigoeren omschrijft als genocide. Dit tot grote onvrede van China. De parlementariër belandde in maart zelfs op een Chinese sanctielijst, evenals wetenschappers en mensenrechtenactivisten die China beschuldigen van mensenrechtenschendingen. Het Zweedse kledingmerk H&M kreeg eind maart te maken met een Chinese boycot, inclusief fysieke winkelsluitingen en verwijdering uit de Chinese zoekmachine Baidu. Dit als reactie op het statement van H&M waarin de kledingmultinational zegt ‘zeer bezorgd’ te zijn over de berichten in de media en van mensenrechtenorganisaties over dwangarbeid. Bovendien meldt H&M dat het geen kleding en katoen meer inkoopt uit de regio Xinjiang. Dat besluit is pijnlijk, want de regio Xinjiang is juist een van de grootste katoenleveranciers ter wereld. Een verdere exodus aan Europese klanten kan de katoenafzet pijn doen.

Arbeidsmigranten in heel China

Oeigoeren worden niet alleen in Xinjian, maar ook in andere Chinese regio’s als fabrieksarbeider aan het werk gezet. Dit zijn de zogeheten arbeidstransferprogramma’s. De Australische denktank Australian Strategic Policy Institute (ASPI) achterhaalde in het rapport Uyghurs for Sale dat China in de periode 2017-2019 meer dan 80 duizend Oeigoeren naar andere delen van China uitzond om te werken in fabrieken. Dit gaat gepaard met financiële prikkels voor recruiters en producenten die 144 dollar krijgen als ze een (Oeigoerse) arbeider aannemen.

Het Oeigoerenvraagstuk in de Tweede Kamer

In de Tweede Kamer speelt het Oeigoerenvraagstuk al veel langer. Een overzicht.

  • De ‘Oeigoerenproblematiek’ duikt voor het eerst op in de notulen van een vergadering in januari 2009 in de Suze Groenewegzaal van de Tweede Kamer. Bijeen is een groep van zeven Kamerleden die in juli het vliegtuig naar Beijing zullen nemen voor een werkbezoek. Ruim een week zullen ze door China reizen. Een van de thema’s van dat bezoek is de ‘Oeigoerenproblematiek’. De parlementariërs denken dat het mogelijk is om Xinjiang te bezoeken maar ‘wel zal de delegatie naar inschatting van de ambassade aan een strakker (door de Chinese overheid) geregisseerd programma zijn gebonden dan bij andere opties’. 
  • Op 20 juni 2011 behandelt minister Gerd Leers van Immigratie en Asiel in een brief aan de Kamer de positie van de Tibetanen en Oeigoeren. Voor die laatsten baseert hij zich op een recent ambtsbericht van het ministerie van Buitenlandse Zaken. Dat vermeldt een vreedzame demonstratie van Oeigoeren in de hoofdstad Ürümqi op 5 juli 2009. Zij protesteerden tegen de komst van Han-Chinezen die de afgelopen decennia, daartoe aangespoord door financiële premies van de Chinese overheid, met miljoenen naar Xinjiang waren geëmigreerd. Tijdens rellen waren volgens de Chinese overheid 197 mensen om het leven gekomen en meer dan 1600 gewond geraakt. Er werden minstens zesentwintig mensen ter dood veroordeeld tijdens processen die volgens Amnesty International niet voldeden aan de internationaal aanvaarde standaarden rond proces- en bewijsvoering.
  • Maart 2013 zet de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) twee tolken op non-actief. Dat gebeurt na een bericht van de AIVD dat een Oeigoerse tolk ‘zeer waarschijnlijk’ inlichtingen heeft verzameld voor de Chinese autoriteiten. De tolk en zijn vrouw (die eveneens tolk is) worden niet meer ingezet in asielprocedures. De zaak leidt tot een reeks Kamervragen maar loopt voor de AIVD uit op een fiasco. Het tolkenechtpaar stapt naar de rechter en wint zijn zaak. De AIVD trekt het ambtsbericht in en de staat betaalt het stel een schadevergoeding.
  • In de tweede helft van 2014 komt er nieuws over gewelddadige aanslagen met doden en gewonden. De Chinese overheid schrijft die toe aan Oeigoerse extremisten en stuurt (para)militairen naar Xinjiang om daar de anti-terreurcampagne te intensiveren. In november 2014 stelt minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken dat Nederland China heeft gemeld geschokt te zijn door de gewelddadigheden en dat men medeleven met de slachtoffers en hun nabestaanden heeft betuigd.
  • In november 2014 gaat minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders in een brief aan de Kamer in op het verschijnsel ‘laogai’: spullen die in Chinese gevangenissen worden vervaardigd. Hoewel de Chinese wet de export van die goederen verbiedt, moet Koenders erkennen dat ‘de identificatie en traceerbaarheid van deze producten op moeilijkheden stuit, omdat het vaak om halffabricaten gaat’. Hij verwijst naar de MVO-toolkit China (Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen-toolkit), opgesteld door de ambassade in Beijing. Die waarschuwt Nederlandse bedrijven dat in Chinese fabrieken dwangarbeid voorkomt.
  • In juli 2015 ontstaat in de Kamer ophef over een uitspraak van de Raad van State. Die oordeelt dat de IND bij de afwijzing van de asielaanvraag van een Oeigoer niet voldoende aannemelijk heeft kunnen maken dat hij bij terugkeer in China geen ‘reëel risico’ zou lopen. Staatssecretaris Klaas Dijkhoff belooft de Kamer in afwachting van een ambtsbericht over de Oeigoeren de uitzetting van afgewezen Oeigoerse asielzoekers voor een jaar te schorsen en hen opvang aan te bieden. De beloofde notitie verschijnt op 3 maart 2016 en toont aan dat elke Oeigoer die in het buitenland asiel aanvraagt  bij terugkeer argwaan oproept. Het bericht benadrukt dat de Chinese veiligheidsdienst op de Chinese ambassade in Den Haag ‘in staat en doende’ is om de Oeigoerse diaspora in de gaten te houden. 
  • Op 27 maart 2019 ruimt de Commissie Buitenlandse Zaken een uur in voor Omir Bekali, een Oeigoer die in een Chinees opvoedingskamp heeft gezeten. Hij spreekt op uitnodiging van CDA-kamerlid Martijn van Helvert.
  • Op 1 juli 2020 komt het ministerie van Buitenlandse Zaken met een nieuw ambtsbericht, 113 pagina’s dik met in totaal 525 voetnoten. Het departement is niet alleen afgegaan op externe bronnen over de behandeling van de Oeigoeren maar heeft ook geput uit vertrouwelijke bronnen. Het document bevat een litanie aan schendingen van de rechten van Tibetanen, Oeigoeren, vrouwen, LHBTI, mensenrechtenverdedigers, alleenstaande minderjarigen, milieu- en vakbondsactivisten. 
  • Op 25 februari dit jaar stemt een Kamermeerderheid voor een voorstel van D66-kamerlid Sjoerd Sjoerdsma om de omgang van de Chinezen met de Oeigoeren te bestempelen als genocide, oftewel volkerenmoord. 

Op dezelfde dag komt GroenLinks met een voorstel aan de regering om alle Nederlandse bedrijven met activiteiten in China op te roepen hun toeleveringsketens te onderzoeken op mogelijke links met de onderdrukking van Oeigoeren en hen dringend te verzoeken al hun zakelijke banden met Xinjiang te beëindigen. Deze motie krijgt net geen meerderheid van stemmen.

Lees verder Inklappen

De verspreiding van Oeigoeren over fabrieken door heel China vormt een extra risico voor Westerse bedrijven met leveranciers in Xinjiang en andere delen van China. Onderzoekers van de Amerikaanse denktank Centre for Strategic and International Studies (CSIS) wezen in een rapport Connecting the Dots in Xinjiang (2019) op de signalen van gedwongen arbeid en concludeerden: ‘Iedere fabriek waar etnische minderheden werken – in het kader van het hulpprogramma van de Chinese overheid om armoede te bestrijden – moet onderzocht worden.’ 

Onmogelijke audits

Nederlandse bedrijven schakelen vaak externe inspectiebureaus in die tijdens ‘ethische audits’ Chinese fabrieken onder de loep nemen. Het vertrouwen in deze audits is groot, zo bleek vorig jaar toen Follow the Money onderzoek deed naar Europese groothandels die mondneusmaskers inkochten van de Chinese producent Hubei Haixin. In de fabriek, grofweg 3000 kilometer verwijderd van Xinjiang, werkten 127 Oeigoerse vrouwen in het kader van de omstreden arbeidstransferprogramma’s. Een van de mondkapjesafnemers was Abena, een vooraanstaande leverancier van medische hulpmiddelen. Abena had een audit laten uitvoeren door inspectiebureau SGS. Het betreffende rapport bevestigde dat er 127 ‘domestic migrant workers’ uit onder meer Xinjiang werkzaam waren, maar dat er van dwangarbeid geen sprake was. Dit bleek uit interviews met 26 medewerkers. ‘Alle geïnterviewde arbeiders hadden een positieve houding ten aanzien van het management en hun werkplek. Tijdens de audit zijn er geen klachten naar voren gekomen,’ zo stelt de SGS-auditor. 

Kortom, op papier lijkt het allemaal correct te verlopen en is er geen sprake van dwangarbeid, maar volgens experts kun je die conclusie niet trekken. ‘Ik ken geen enkel bedrijf of fabriek waar de arbeiders zo tevreden zijn over bijna alles. Dit rapport klopt vrijwel zeker niet,’ zegt China-consultant Boudewijn Poldermans. Hij heeft grote twijfels of dwangarbeid in dergelijke aangekondigde audits überhaupt ontdekt kan worden. ‘Het is niet meer mogelijk om een volledig onafhankelijke audit van een fabriek te krijgen waar Oeigoeren onder dwang werken. Het onderwerp is enorm complex en gevoelig. Auditors van SGS en vergelijkbare auditbedrijven kunnen domweg niet rapporteren over politiek gevoelige onderwerpen zoals dwangarbeid van Oeigoeren. Lokale auditors worden in de fabriek onder grote druk gezet door het aanwezige partijcomité om maar niet over deze onderwerpen te rapporteren. En als buitenlandse bedrijven dat wel doen, lopen ze het risico om verbannen te worden uit China,’ zegt Poldermans, verwijzend naar H&M.

‘De waarheid zeggen tegen een auditor zou betekenen dat je de Chinese overheid beschuldigt van liegen’ 

De kans dat geïnterviewde Oeigoeren het achterste van hun tong laten zien tijdens een interview met een auditor is bovendien klein. ‘De waarheid zeggen tegen een auditor zou betekenen dat je de Chinese overheid beschuldigt van liegen. Je kunt van arbeiders niet verwachten dat ze dat risico nemen,’ zei Scott Nova, directeur van de arbeidsrechtenorganisatie Worker Rights Consortium, vorig jaar tegen The Wall Street Journal.

Het laten uitvoeren van ethische audits in fabrieken in Xinjiang wordt steeds lastiger. De Amerikaanse overheid stipte vorig jaar een aantal serieuze problemen aan: auditors werden in de regio soms tegengehouden op het vliegveld, vastgezet, lastiggevallen en bedreigd. Auditors moesten ook verplicht gebruik maken van Chinese vertalers in dienst van de overheid, hetgeen leidde tot gebrekkige en onjuiste vertalingen. De tegenwerkingen leidden er zelfs toe dat de vijf vooraanstaande inspectiebedrijven Tüv Süd, Sumerra, Bureau Veritas, Rina en Worldwide Responsible Accredited Production vorig jaar in The Wall Street Journal erkenden dat ze zijn gestopt met het inspecteren van fabrieken in Xinjiang. 

Jessica McGoverne, directeur Corporate Affairs bij auditplatform Sedex, zegt in een reactie ‘zeer bezorgd’ te zijn over misstanden bij de werving en tewerkstelling van Oeigoeren. Ze erkent dat het verkrijgen van betrouwbare informatie tijdens interviews ‘moeilijk’ is en dat auditors beperkt toegang krijgen tot de regio Xinjiang. 


Boudewijn Poldermans, China-consultant

"Het is niet meer mogelijk om een volledig onafhankelijke audit van een fabriek te krijgen waar Oeigoeren onder dwang werken"

Gevoelig onderwerp

Een aantal Nederlandse beursgenoteerde multinationals is ook actief in Xinjiang, zo blijkt uit een onderzoek van Benjamin Haas, een voormalig Azië-correspondent van The Guardian. Hij publiceerde in september 2019 in het online magazine ChinaFile een overzicht van Europese multinationals die opereren in de regio Xinjiang. Daar staan ook Nederlandse bedrijven bij als Heineken, Rabobank, ING, Shell, Philips en Louis Dreyfus. Al deze multinationals reageerden op vragen van FTM over hoe zij omgaan met de Oeigoerensituatie (voor volledig overzicht zie kader onderaan). Een woordvoerder van ING zegt bijvoorbeeld dat het concern de ontwikkelingen in Xinjiang volgt. ‘We voeren een verscherpte due diligence uit op klanten en transacties in deze regio en we beoordelen of deze in lijn zijn met ons mensenrechtenbeleid.’ Philips zegt alleen een verkoopteam in Xinjiang te hebben. Shell had een samenwerkingsverband voor een studie naar de opslag van CO2. De bedrijven verwijzen steevast naar hun eigen Code of Conduct, mensenrechtenbeleid en internationale richtlijnen op het gebied van dwangarbeid. 

De uitzondering vormt Unilever. Dat staat op de ChinaFile-lijst vanwege een handelsrelatie met Cofco Tunhe, een in Xinjiang gevestigd staatsbedrijf dat in China de grootste verwerker is van tomaten. Afnemers zijn onder meer de Amerikaanse bedrijven Kraft Heinz en Campbell Soup. Coca Cola koopt suiker bij Cofco. Deze Amerikaanse bedrijven kwamen onder vuur te liggen in internationale media. Ook Unilever is genoemd als Cofco-afnemer en de bedrijfswebsite van Cofco Tunhe vermeldt zelfs dat het al zeven achtereenvolgende jaren de ‘Unilever Sustainable Agriculture Certification’ bezit. Desondanks blijkt het onderwerp gevoelig te liggen. Op vragen van FTM over de relatie met Cofco Tunhe en het beleid met betrekking tot mogelijke dwangarbeid van Oeigoeren komt een kort antwoord. ‘Ik kan je vragen helaas niet beantwoorden,’ aldus Fleur van Bruggen, directeur Corporate Affairs Unilever Benelux. Er komt desgevraagd geen aanvullende toelichting. 

Dat is opmerkelijk, want Unilever presenteert zich als een uiterst ethisch bedrijf met als visie: wereldleider worden in duurzaam zakendoen. Het bedrijf onderschrijft de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen. Die stellen onder andere dat ondernemingen ervoor moeten zorgen dat ook hun toeleveranciers aan alle ethische normen voldoen. Toepassing van de etische richtlijnen is niet verplicht. Dat er op het ethische beleid van Unilever het nodige valt aan te merken, bleek ook eerder uit een onderzoek van Follow the Money. 

Duidelijke taal

Een Nederlands bedrijf dat in tegenstelling tot Unilever wel duidelijke taal spreekt, is Actiam. Deze Nederlandse vermogensbeheerder (die niet op de hiervoor genoemde ChinaFile-lijst staat) is onderdeel van het verzekeringsbedrijf Athora Netherlands en heeft een beheerd vermogen van bijna 60 miljard euro.

In de jaarrekening 2019 meldt Actiam onomwonden dat het vier Chinese bedrijven heeft uitgesloten vanwege betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen. De betreffende bedrijven zijn betrokken bij de omstreden massasurveillance en heropvoedingskampen in Xinjiang. De bewoordingen zijn stevig: ‘De Chinese overheid wordt ervan beschuldigd een zeer indringende "surveillance staat" te bouwen in de historische moslimregio Xinjiang. Dit is in overtreding met internationale rechten op privacy en de vrijheid van vereniging en beweging.’

‘Als er in Nederland gesproken wordt over genocide dan kunnen we daar niet lichtzinnig overheen stappen. Wij beschouwen het als een grove schending van de mensenrechten’

Met deze beslissing gaat Actiam verder dan in de beleggingswereld gebruikelijk is. In het algemeen baseren vermogensbeheerders hun beleggingen op de ratings van de toonaangevende dataleverancier Morgan Stanley Capital International (MSCI). Een van de parameters betreft de zogeheten controverse-rating. MSCI stelt deze voor China op een 2. Dat is op een schaal van van 1 tot 10 "zwaar". ‘Maar daar zijn wij het niet mee eens,’ zegt Dennis van der Putten, hoofd ESG (Environmental, Social, Governance) bij Actiam. ‘Wij zien het als een ‘zeer zware controverse’. Als er in Nederland gesproken wordt over genocide dan kunnen we daar niet lichtzinnig overheen stappen. Wij beschouwen het als een grove schending van de mensenrechten.’ 

Actiam sluit overigens niet de hele regio uit. ‘Niet alle bedrijven in Xinjiang zien we als per definitie slecht. Wel zijn we extra alert op bedrijven waarvan we weten dat ze gebruik maken van Oeigoerse werknemers of die betrokken zijn bij kampen,’ zegt Tessa Eerenberg-Van Kesteren, de responsible investment officer bij Actiam. Actiam heeft Chinese staatsobligaties volledig uitgesloten. De vermogensbeheerder baseert zich op de classificatie van de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Freedom House, die China categoriseert als ‘not free’.

Dossier

Dossier China

China neemt nadrukkelijk zijn plaats op het wereldtoneel in. Op allerlei manieren is China bezig kennis en hoogwaardige technologie in handen te krijgen; het wil in 2025 een onafhankelijke technologische grootmacht zijn. Wat betekent dit voor Nederland, dat al innig met China is verbonden?

Volg dit dossier

Dubbelchecken

Hoe voorkomen Westerse bedrijven dat ergens in hun productieketen sprake is van dwangarbeid door Oeigoeren? En hoe gaan ze om met de complicerende factor van een Chinese fabrikant die meerdere productielocaties heeft, waaronder in Xinjiang? Dat is het geval bij de Fujian Zhonglan Group (Midblue Group), de producent van de carnavalspakken. 

Follow the Money ontdekte dat het Chinese concern eind 2018 een nieuwe productiefaciliteit heeft geopend in Hutubi, Xinjiang. Dit blijkt uit een artikel in een lokale Chinese krant. Een verslaggever bracht in 2019 een bezoek aan de nieuwe fabriek op het Yuanqi Textile Industrial Park en prijst de Fujian Zhonglan Group voor de economische impuls. Het bedrijf ‘injecteert vitaliteit in de economische ontwikkeling van Hutubi, zorgt daarmee voor werkgelegenheid en verhoogt het inkomen van lokale boeren en herders’. Dit is in lijn met het Chinese overheidsbeleid om Chinese fabrikanten subsidies te geven om te investeren in de regio Xinjiang. 

Het is een gerenommeerde fabrikant met grote afnemers zoals Primark en Aldi. De website vermeldt ook de Nederlandse bedrijven C&A, Zeeman, Cookie Company en carnavalspakkenfabrikant Opposuits als klant. 

Het is in China opletten geblazen en vooral veel controleren, zegt Sabine Hulsman, de eigenaar van de Cookie Company. Ze brengt collecties kinderkleding op de Europese markt. ‘Wij produceren niet in Xinjiang, want dwangarbeid is uit den boze. Dat staat ook in al onze contracten met onze afnemers in de Verenigde Staten. Het ligt allemaal heel gevoelig.’

‘In China kan er altijd een achterdeur opengaan waardoor producten uit een andere fabriek binnenkomen’

Ze zegt dat er uitgebreide kwaliteitscontroles plaatsvinden bij de productielocaties van de Fujian Zhonglan Group, in het zuidoosten van China. ‘We gebruiken de BSCI-audit van Amfora als basis en we hebben een eigen auditteam in ons kantoor in China dat nog dieper onderzoek doet dan BSCI. We checken ook op subcontracting, want we willen zeker weten dat onze spullen echt geproduceerd worden in de fabriek die wij inschakelen en dat die de productie niet uitbesteedt aan een andere fabriek. We willen alle documentatie zien die met de order te maken heeft: wie is de leverancier van de stoffen, wie maakt de stoffen, wie doet de prints? Onze inspecteurs gaan er ook heen tijdens en na de productie, want in China kan er altijd een achterdeur opengaan waardoor producten uit een andere fabriek binnenkomen. Het is voor iedereen heel erg lastig om 100 procent zeker te zijn dat er nergens in de keten sprake is van dwangarbeid. China blijft een ondoorgrondelijk land.’

Een Europese woordvoerder van C&A ontkent dat er kleding is geproduceerd bij de Fujian Zhonglan Group of bij de moedermaatschappij Midblue. ‘We werken niet met een productielocatie die behoort tot de Fujian Zhonglan Group of de Midblue Group. Van november 2016 tot en met november 2017 heeft een C&A-toeleverancier geproduceerd in de fabriek Jiangxi Haotao Garment die nu hoort bij Midblue. De fabriek van Jiangxi Haotao Garment is gevestigd in de Jiangxi regio, niet in de regio Xinjiang. C&A koopt geen kleding van fabrikanten in de regio Xinjiang. We zullen Midblue vragen om onze naam te verwijderen van de website.’ 

Zeeman reageert bij monde van CSR & Quality manager Arnoud van Vliet: ‘Zeeman is tot en met 2017 afnemer geweest van de Midblue Group die destijds Zeeman-producties heeft ondergebracht bij fabrikant Jiangxi Haotao Garments in de provincie Jianxi. Dat is 4000 kilometer verwijderd van Xinjiang. Blijkbaar heeft de Midblue Group destijds het Zeeman-logo ongevraagd op zijn website geplaatst en dat niet verwijderd op het moment dat de samenwerking ophield. Ook in het verleden heeft er geen productie voor Zeeman plaatsgevonden in Xinjiang.’

De Midblue Group, het moederbedrijf van Fujian Zhonglan Group, stelt in een reactie dat de productielocatie in Hutubi alleen gebruikt is voor de fabricage van traditionele kleding bestemd voor de lokale markt. ‘Er is geen sprake van Oeigoerse arbeiders en geen dwangarbeid. De fabriek is ook geaudit door BSCI. De fabriek is in januari 2020 gesloten vanwege de impact van Covid-19.’

Inmiddels is de website van Midblue aangepast en zijn de namen van alle merken verdwenen.

Overzicht Nederlandse multinationals

FTM vroeg alle Nederlandse bedrijven op de ChinaFile-lijst naar hun zakelijke activiteiten in Xinjiang en welke maatregelen zij treffen om niet (ongewild) bij te dragen aan dwangarbeid. Unilever weigerde als enige onze vragen te beantwoorden.

1. ING 

ING heeft een aandelenbelang van 13 procent in de Bank of Beijing die vestigingen heeft in Xinjiang. Een ING-woordvoerder zegt dat hun betrokkenheid in China vooral via het leningenboek verloopt. ‘Uiteraard kennen we de berichten over de situatie in Xinjiang. We volgen de ontwikkelingen en voeren een verscherpte due diligence uit op klanten en transacties in deze regio en we beoordelen of deze in lijn zijn met ons mensenrechtenbeleid. Het is ons beleid om niet publiekelijk in te gaan op individuele klanten of relaties.’

2. Louis Dreyfus Company

Het grondstoffenconcern Louis Dreyfus Company (LDC) heeft een dochteronderneming in Ürümqi die wordt gebruikt voor de katoenhandel. Concrete vragen van Follow the Money beantwoordt LDC niet, het blijft bij een algemeen statement dat verwijst naar onder meer de ondertekening van de principes van United Nations Global Compact en de UN Guiding Principles on Business and Human Rights

3. Philips

China is een van de landen waar Philips actief is. In de regio Xinjiang heeft het concern ook personeelsleden ingehuurd. ‘De bevolking van China moet mee kunnen profiteren van goede producten en diensten op het gebied van de gezondheidszorg,’ zegt een Philips-woordvoerder. ‘We hebben daarom ook een verkoopteam in de Xinjiang-provincie. Voor de volledigheid: Philips heeft geen fabrieken of toeleveranciers in die provincie.’ Philips zegt de mensenrechten te handhaven door middel van de Algemene Gedragscode en het mensenrechtenbeleid van Philips. ‘Sinds 2018 publiceren we ons mensenrechtenbeleid waarin we onze toewijding bevestigen om mensenrechten te ondersteunen en te respecteren, zoals uiteengezet in de International Bill of Human Rights en de International Labor Organization’s verklaring Fundamental Principles and Rights at Work.’

4. Rabobank

Rabobank wordt in verband gebracht met een lening aan de Xinjiang Qiya Aluminium and Power Company, een producent en distributeur van aluminium producten. Een Rabobank-woordvoerder zegt niet inhoudelijk in te kunnen gaan op vragen over individuele klanten en verwijst naar het interne beleid en richtlijnen over maatschappelijk verantwoord ondernemen.

5. Heineken 

Bierbrouwer Heineken heeft een aandeel van 20 procent in bierbrouwer China Resources Beer (CRB). Een woordvoerder van Heineken zegt dat CRB geen winkels in Xinjiang heeft.

6. Shell

Een Shell-woordvoerder zegt dat het concern niet meer actief is in de regio Xinjiang. In het verleden had Shell een samenwerkingsverband met de Production Company en de PetroChina Company Ltd. Xinjiang Oilfield Branch. ‘Deze samenwerking had betrekking op een studie naar het afvangen, hergebruiken en opslaan van CO2. De samenwerking had een vooraf afgesproken looptijd en die is inmiddels verlopen.’ Shell zegt dat er momenteel vijf Shell China-medewerkers van het Lubricants-team in Xinjiang werken om te zorgen voor een goede distributie van smeermiddelen in de regio. Daarnaast is er nog een indirecte connectie met Xinjiang, een herbebossingsproject in Xinjiang. ‘Shell Energy China Ltd. koopt carbon credits van het project. We hebben daar geen operationele activiteiten. De projectontwikkelaar is China Beijing Green Exchange.’

7. CNH Industrial

Dit beursgenoteerde concern met een omzet van 22,9 miljard euro in 2020 is een wereldspeler op het gebied van de productie van vrachtwagens en landbouwvoertuigen. CNH Industrial heeft een productielocatie van 10 duizend vierkante meter in Ürümqi, de hoofdstad van Xinjiang. In die fabriek produceren ze katoenplukmachines van het merk Case IH. Ze spelen daarmee in op de grote katoenindustrie in de regio Xinjiang. In 2018 zijn ze een beroepsopleidingscentrum gestart in samenwerking met de lokale autoriteiten.

De woordvoerder van CNH Industrial bevestigt de aanwezigheid in Xinjiang. Hij verwijst naar de interne gedragscode, de onderschrijving van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, de International Labour Organization Conventions and de Organisation for Economic Co-operation and Development Guidelines for Multinational Companies. ‘In onze gedragscode staat expliciet dat we dwangarbeid niet tolereren en daar ook geen gebruik van maken. We verwachten hetzelfde van onze toeleveranciers.’ CNH Industrial zegt dat er ter verificatie interne audits plaatsvinden door middel van een jaarlijks impact assessment survey via de HR-afdeling.

Een belangrijke aandeelhouder (27,1 procent in 2020) van CNH Industrial is Exor NV. Dit is de investeringsmaatschappij van de Italiaanse miljardairsfamilie Agnelli die zijn zakenimperium in 2016 verhuisde naar een kantoor op de Amsterdamse Zuidas. Exor is ook eigenaar van het autoconcern Fiat Chrysler, Ferrari en voetbalclub Juventus.

8. LyondellBasell

Het beursgenoteerde chemieconcern LyondellBasell staat op de ChinaFile-lijst vanwege de verkoop van een licentie aan een onderneming in Korla, Xinjiang. LyondellBasell reageert niet inhoudelijk en verwijst alleen naar zijn mensenrechtenbeleid en gedragscode.

Lees verder Inklappen
Verantwoording bronnen

FTM heeft geen eigen onderzoek gedaan naar eventuele misstanden in Xinjiang. Die zijn te vinden in een reeks rapporten, wetenschappelijke en studies en onderzoeksjournalistieke publicaties. Een selectie:

In maart 2019 begon BuzzFreed News met een vierdelige serie die aan de hand van satellietbeelden aantoonde dat de Chinese overheid op grote schaal kampen in Xinjiang aan het bouwen was.

In november 2019 publiceerde ICIJ, het internationale consortium van onderzoeksjournalisten The China Cables. Dit is een verzameling geheime Chinese overheidsdocumenten uit 2017 die door gevluchte Oeigoeren waren gelekt. Tussen de gelekte documenten bevindt zich ook een telegram met informatie over hoe je een heropvoedingskamp in Xinjiang moet leiden.

In dezelfde maand kwam The New York Times met de Xinjiang Papers: 400 pagina’s interne Chinese overheidsdocumenten waarin staat beschreven hoe families van minderheden als de Oeigoeren en de Kazakken worden gescheiden en hoe leden van minderheidsgroepen belanden in kampen en gevangenissen.

Februari 2021 brengt de BBC op basis van getuigenverklaringen van gevluchte Oeigoeren het verhaal dat vrouwelijke gevangenen systematisch worden verkracht, misbruikt en mishandeld. Afgelopen week sprak de BBC met 22 getuigen. Zij verklaarden dat ze sinds de vorige publicatie worden lastiggevallen door Chinese veiligheidsfunctionarissen die bellen met telefoons van familieleden die nog in Xinjiang verblijven.

De afgelopen jaren publiceerden ook mensenrechtenorganisaties als Amnesty International en Human Rights Watch zeer gedetailleerde rapporten over mensenschendingen in Xinjiang.

Juli 2020 publiceerde het ministerie van Buitenlandse Zaken een 113 pagina’s tellend Ambtsbericht over de situatie in Xinjiang. Het rapport bevat ruim 500 noten en een uitgebreide literatuurlijst.

Lees verder Inklappen